<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!-- generator="wordpress/2.3.1" -->
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	>

<channel>
	<title>Paultje going down under</title>
	<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij</link>
	<description>Find out what he's up to in Australia</description>
	<pubDate>Sun, 11 May 2008 16:29:04 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.3.1</generator>
	<language>en</language>
			<item>
		<title>De laatste 5 weken in Australië: Outback en Westkust</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=22</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=22#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 11 May 2008 16:26:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=22</guid>
		<description><![CDATA[









Proloog
Gevuld met bloemkool en aardappelen en verpakt in een
meervoud van kledinglagen luister ik naar de regen die me al dagen daverend
welkom heet. Ik heb voor het eerst in tijden weer in het Nederlands gedroomd,
beklim de trappen weer aan de rechterkant en beweeg me weer onopvallend door de
drukte van onbeleefde landgenoten.
Het is geen eenvoudige ruil; een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><html></p>
<p><head><br />
<meta http-equiv=Content-Type content="text/html; charset=windows-1252"><br />
</meta><meta name=Generator content="Microsoft Word 12 (filtered)"></p>
<style>
<!--
 /* Font Definitions */
 @font-face
	{font-family:Wingdings;
	panose-1:5 0 0 0 0 0 0 0 0 0;}
@font-face
	{font-family:"Cambria Math";
	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4;}
 /* Style Definitions */
 p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal
	{margin:0cm;
	margin-bottom:.0001pt;
	font-size:12.0pt;
	font-family:"Times New Roman","serif";}
@page Section1
	{size:595.3pt 841.9pt;
	margin:72.0pt 90.0pt 72.0pt 90.0pt;}
div.Section1
	{page:Section1;}
 /* List Definitions */
 ol
	{margin-bottom:0cm;}
ul
	{margin-bottom:0cm;}
-->
</style>
<p></meta></head></p>
<p><body lang=NL></p>
<div class=Section1>
<p class=MsoNormal><b>Proloog</b></p>
<p class=MsoNormal>Gevuld met bloemkool en aardappelen en verpakt in een<br />
meervoud van kledinglagen luister ik naar de regen die me al dagen daverend<br />
welkom heet. Ik heb voor het eerst in tijden weer in het Nederlands gedroomd,<br />
beklim de trappen weer aan de rechterkant en beweeg me weer onopvallend door de<br />
drukte van onbeleefde landgenoten.</p>
<p class=MsoNormal>Het is geen eenvoudige ruil; een continent van<br />
natuurwonderen en avontuur tegen een vergrijzende grijsheid van wat je altijd<br />
al gewend was, maar ik zal het er mee moeten doen. Over een paar weken zal het<br />
zijn alsof ik nooit ben weggeweest. Mijn bruine huid weer bleek, mijn beleving<br />
van afstand en reistijd weer ongerelativeerd en mijn gedachten weer bij<br />
serieuzere zaken. Gelukkig hebben we altijd de foto’s en de verhalen nog. Verhalen<br />
zoals deze, over mijn laatste vijf weken in Australië waarin ik zowel het binnenland<br />
als de westkust heb verkend.</p>
<p class=MsoNormal><b>&nbsp;</b></p>
<p class=MsoNormal><b>Reflecties in de lucht</b></p>
<p class=MsoNormal>Het is zondag 30 september, bijna maandag. Ik ben behoorlijk<br />
moe. De laatste weken draaiden volledig rond mijn stage en gestreste dagen van<br />
tien of elf uur werken waren meer regel dan uitzondering. Over het resultaat<br />
kan ik toch niet ontevreden zijn. Het verslag nog wel niet helemaal af, maar<br />
minder dan één week werk resteert.</p>
<p class=MsoNormal>Toch verklaart dit de moeheid niet helemaal. De oorzaak ligt<br />
meer in de postalcoholische sferen, na de kleine afscheidsreceptie van<br />
gisteren. Het was gezellig; dinertje gekookt voor Miz en Saira, paar flesjes<br />
wijn erbij, laatste babbeltjes met huisgenoot Gautam en nog een keer de stad<br />
in.</p>
<p class=MsoNormal>Misschien moest ik toch maar wat uitrusten… Maar op dat<br />
moment wordt de landing ingezet. In het verschiet ligt een korte nacht in een<br />
heet hostel die wat betreft nachtrust niet overtroffen zal worden in de komende<br />
maand. Ik land in Darwin, het is net na middernacht en het kwik kleeft nog<br />
steeds boven het streepje van de 30 graden.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Darwin</b></p>
<p class=MsoNormal>Rond een uur of acht word ik wakker. Het is inmiddels vier<br />
keer zo warm als dat het laat is en vanaf dit moment heb ik haast. Het is 1<br />
oktober en over 30 dagen vlieg ik weer naar Nederland. In de tussentijd heb ik<br />
aardig wat kilometers af te leggen.</p>
<p class=MsoNormal>Met Nicholas, een Duitse kamergenoot met de zelfde smaak in<br />
vliegtuigen als ik stap ik vol goede moed de kamer uit en Darwin in. Darwin is<br />
de hoofdstad van the Northern Territory en dat deze bruisende metropool slechts<br />
80000 inwoners telt geeft al een aardige eerste indruk van de rest van het<br />
territorium.</p>
<p class=MsoNormal>Na een uur of wat lopen verlies ik vriend Nicholas aan een<br />
geval van acute luiheid. Alleen loop ik verder. Darwin is best uitgestrekt en<br />
voordat ik bij een fatsoenlijk strand kom ben ik kilometers verder. Het strand<br />
blijkt dan ook nog eens niet te zijn wat mij op de ansichtkaarten is beloofd.<br />
Een modderpoel bezaaid met zeilboten ligt tussen mij en de Timor Sea. Een<br />
bijzonder zicht, veroorzaakt door de grootste tijschommeling van het jaar: 12<br />
meter.</p>
<p class=MsoNormal>Na een museumbezoekje en een prima lunch besluit ik weer<br />
terug te lopen; een bijzonder saaie wandeling van anderhalf uur langs een<br />
ongezellige weg, terwijl de brandende zon mijn T-shirt in tinten van bruin en<br />
rood in mijn huid tatoeëert.</p>
<p class=MsoNormal>Wanneer ik mezelf na de dag lopen operatief van mijn<br />
teenslippers en vochtverzadigd shirt verwijder, ben ik weinig enthousiast over<br />
het tropenstadje. En hoewel ik na een koude douche, een after sun lotion<br />
besprenkeling en een paar ijskoude pilsjes in de zwoele avonduren mijn mening<br />
enigszins naar boven bijstel, verheug ik me al op de volgende dag, als ik de<br />
‘grote stad’ inruil voor de bush.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Litchfield en Kakadu</b></p>
<p class=MsoNormal>Het is 6 uur in de ochtend en mijn telefoon verzoekt mij op<br />
te staan. Ik pak snel mijn spullen en verruil het matige hostel voor een al<br />
even matige stoep, met het verschil dat de mate van matigheid van de stoep niet<br />
opvalt, daar alle stoepen middelmatig zijn, behalve natuurlijk hele grote<br />
stoepen.</p>
<p class=MsoNormal>Ik word al snel van bovengenoemde stoep geplukt door een<br />
vierwielaandrijfbaar busje van Adventure Tours. Clancy from Australia, de gids,<br />
verlaat de bestuurdersstoel, doet een dappere poging mijn achternaam uit te<br />
spreken en gooit mijn rugtas op het dak. Niet veel later verlaten wij Darwin.<br />
Wij, in dit geval, zijn 15 toeristen en eerder genoemde gids. Er zijn Engelse,<br />
Duitse, Vlaamse, Australische, Maleisische, Koreaanse en Zwitserse invloeden,<br />
maar deze verbleken bij het aandeel Nederlanders in de groep. We zijn met zijn<br />
zessen. Ik kan het bijna niet geloven, maar na drie keer tellen moet ik dit<br />
feit toch accepteren.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Een paar uur later komen wij aan in Litchfield National<br />
Park. Allereerst kijken we uit over Florence Falls; een uiterst sfeervol<br />
ensemble van vallend water. Het aanschouwen van deze liquide oogtraktatie doet<br />
ons verlangen naar afkoeling en al watertandend van vochtanticipatie dalen wij<br />
in zwemkledij af.</p>
<p class=MsoNormal>Aan de voet van de waterval voegen we ons bij de talrijke<br />
toeristcollega’s in het heldere, verkoelende water. Met de warme zon in het<br />
gezicht, de discrete bulder van vallend water in de oren en de visjes<br />
knabbelend aan de tenen is dit een sensatie waar wij best aan willen wennen.<br />
Echter, het drukke programma laat geen tijd voor gewenning en spoedig zijn wij<br />
op weg naar de volgende zwemattractie.</p>
<p class=MsoNormal>Deze is, als ik mij niet vergis, Buley Rock Holes; een hoogst<br />
vriendelijk riviertje met hier en daar een watervalletje. In zo’n watervalletje<br />
is het goed vertoeven met de kinetische energie van het water die je schouders<br />
masseert, terwijl de gladde rotsen het achterwerk voorzien van tedere<br />
ondersteuning. Wanneer je dan volledig onthaast bent van het korte<br />
wandelingetje tussen het vorige en huidige paradijselijke plekje, kun je in een<br />
vorm van veilige waaghalzerij vanaf een paar meter hoogte het water inspringen.</p>
<p class=MsoNormal>Intussen wordt er een klein rugbyballetje heen en weer<br />
gegooid. Ik leg uit dat Nederlanders, zelfs na 8 maanden in Australië, niet aan<br />
dergelijk misvormde sferoïden gewend zijn en bewijs dit experimenteel. Een aantal<br />
instanties van hermafrodiete werptechniek later heb ik mijn medereizigers alle<br />
hoeken van het ronde rotszwembad laten zien, hetzij door ze er naartoe te laten<br />
zwemmen om de bal te apporteren. Ik houd vol dat de willekeur in koers<br />
uitsluitend te wijden is aan de komische verschijning van het te werpen object<br />
en verzwijg voor het gemak dat ik het niet veel beter zou doen met een bal<br />
conform de Johan Cruijff eisen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We verlaten Litchfield National Park en na een uur of wat in<br />
het busje komen wij aan in Mary River National Park. Dit park heeft, zoals de<br />
naam reeds doet vermoeden, als belangrijkste attractie de Mary River. Omdat een<br />
zwemmende excursie vanwege een aantal redenen niet tot een goed idee gerekend<br />
kan worden, stappen we in een safaribootje.</p>
<p class=MsoNormal>Gemoedelijke cruisen we over het riviertje, momenteel<br />
gemiddeld een meter of 20 breed, maar over een paar weken begint het<br />
regenseizoen en zal dit watertje danig buiten zijn oevers treden dat het samen<br />
met andere plasjes, meertjes en riviertjes een bijzonder groot meer zal vormen.<br />
De rijkelijk aanwezige flora en fauna weten dit en zijn hier op voorbereid. De<br />
meeste bomen die er te zien zijn vinden het dan ook geen probleem om de helft<br />
van het jaar grotendeels of geheel onder water te staan. Termietennesten zijn<br />
op hoogte gebouwd, net boven het te verwachten waterpeil en het gedierte dat<br />
nog niet alle zwemdiploma’s behaald heeft, gaat binnenkort hogerop.</p>
<p class=MsoNormal>Momenteel zit alles er nog, wat natuurlijk gunstige gevolgen<br />
heeft voor de cruise. De kapitein, tevens schipper, matroos, gids en<br />
scheepspsycholoog manoeuvreert ons onverschrokken door de natuurlijke<br />
leefomgeving van talloze vogels, vissen en krokodillen. Gretig nemen wij alles<br />
in ons en onze fotocamera’s op.</p>
<p class=MsoNormal>Nu doen vogels me niet bijzonder veel, maar de Black Necked<br />
Stork (zwarte ooievaar), ook wel op zijn Aboriginals ‘Jabiru’ genoemd<br />
(uiteraard heilig voor de Aborigines en tevens logo van the Northern Territory),<br />
is toch een erg mooi beest. Interessanter nog is de White Bellied Sea Eagle, de<br />
op één na grootste roofvogel van Australië met een vleugelspan van zo’n twee<br />
meter. Romantisch als ze zijn jagen ze altijd in koppels, iets waar de kleinere<br />
roofvogels niet blij mee zijn, omdat ze veel prooi wegjagen. Het is dan ook<br />
niet zeldzaam om zo’n middelmatig vogeltje een spectaculaire luchtstrijd te<br />
zien voeren met zo’n grote zeearend en nog te zien winnen ook.</p>
<p class=MsoNormal>De krokodillen zijn uiteraard nog interessanter. Mary River<br />
is vrij uniek omdat het grote populaties kent van zowel saltwater crocodiles<br />
(salties) als freshwater crocodiles (freshies). Nog even ter verduidelijking;<br />
freshwater crocs worden slechts een meter of drie lang en zijn vrijwel<br />
ongevaarlijk voor de mens. Ze zijn bang voor ons en tenzij je een exemplaar<br />
dwingt tot sodomie met een bezemsteel, zullen ze je weinig doen. De mannelijke<br />
salties daarentegen worden gemiddeld zo’n vijf meter lang (7 meter is ook wel<br />
eens gevonden) en zijn nergens bang van. Vanaf drie meter wordt een saltie in<br />
staat geacht om het leven van een Duitse toerist te nemen.</p>
<p class=MsoNormal>Freshies leven doorgaans alleen in zoet water, terwijl<br />
salties uit de voeten kunnen in beide soorten water. Dit is bijvoorbeeld één<br />
van de redenen waarom je in Broome of Darwin niet in zee wilt zwemmen, hoewel<br />
je waarschijnlijk al op pijnlijke wijze bent gestorven aan een keur van kwallensteken,<br />
voordat een krokodil zijn miljoenen jaren in jachtevolutie op je demonstreert.<br />
Vaak wordt verondersteld dat waar freshies leven, geen salties zijn en vice<br />
versa, maar een baantje trekken in de Mary River zou deze aanname dus binnen<br />
een kwartiertje spectaculair ontkrachten.</p>
<p class=MsoNormal>Gedurende het tochtje zien we vele exemplaren van beide<br />
soorten, doorgaans relaxerend in het zonnetje op de oever, soms in<br />
boomstamimitatie in het water. We voelen ons onterecht veilig in ons vaartuig<br />
dat eigenlijk alleen bescherming biedt tegen natte voeten, want een<br />
enthousiaste saltie komt met gemak met tweederde van zijn lichaamslengte het<br />
water uit. Toch gebeurt dat schijnbaar nooit. Wellicht omdat de koeien die<br />
nietsvermoedend een slokje water komen slurpen niet alleen makkelijker, maar<br />
ook veel smakelijker zijn. Of uit angst voor repercussie van een ontdane<br />
minister van toerisme.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds overnachten we op Point Steward. Het is de eerste<br />
nacht kamperen, waarop nog vele zullen volgen, en ik verwacht zuiver minimalisme.<br />
Verrast ben ik dan ook wanneer ik niet alleen een bekoelkaste keuken in een<br />
tent tegenkom, maar zelfs in bungalowtentjes een soort bedden ontwaar, in de<br />
vorm van een houten kist met een matje. Daar ik zoveel onverwachte luxe maar<br />
met moeite in één keer kan verwerken, leg ik mijn matrasje maar vast buiten,<br />
zodat ik later onder een deken van sterrenhemel een nieuwe slag met de<br />
Australische mug kan gaan voeren. Van het tevens aanwezige sanitairgebouw maak<br />
ik douchenderwijs wél dankbaar gebruik.</p>
<p class=MsoNormal>Voordat de nacht valt wordt er eerst een aangename maaltijd<br />
bereid, onder leiding van Clancy, die naast een uitgebreide theoretische en<br />
praktische kennis over de omgeving ook op culinair niveau zijn mannetje blijkt<br />
te staan. Vervolgens scharen wij ons rondom een kampvuur waar Clancy de<br />
didgeridoo rond laat gaan en wij vrijwel zonder uitzondering laten zien dat we<br />
niet in staat zijn om fatsoenlijk op een holle stok te blazen. Toch lastiger<br />
dan het lijkt…</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is ergens na vijven en de zon maakt me wakker. Verderop<br />
hoor ik hoe Clancy met een schamele imitatie van een kraaiende haan mijn<br />
tourgenoten uit de tent lokt. Ik tel mijn muggenbulten. Het zijn er slechts<br />
twee, in zuivere symmetrie op beide armen aangebracht. Echter, de zwellingen<br />
compenseren ruimschoots voor het meevallertje in kwantiteit.</p>
<p class=MsoNormal>Ik nuttig hetzelfde ontbijt als ik de rest van de maand zal<br />
doen; twee stukjes toast met een veel te zoete jam en een onwaardige bak<br />
oploskoffie. We pakken in en binnen een uur zijn we op weg naar Kakadu National<br />
Park.</p>
<p class=MsoNormal>Kakadu is waarschijnlijk het beroemdste nationale park in<br />
Australië. Het is in grootte ongeveer de helft van Nederland, wat stevige<br />
stukjes rijden tussen de hoogtepunten van natuurschoon onvermijdelijk maakt.<br />
(Volgens Net 5, die het programma Outback Jack uitzendt, wat zich in Kakadu<br />
lijkt af te spelen, is Kakadu het grootste park van Australië. Dit is uiteraard<br />
volledige onzin, omdat bijvoorbeeld het Eungella National Park, waar ik de Platypus<br />
heb bekeken ongeveer tweeënhalf keer zo groot is, maar dit terzijde.)</p>
<p class=MsoNormal>Laat ik, wellicht ten overvloede, nog eens opmerken dat het<br />
aan de warme kant is in Kakadu. De temperatuur is opgelopen tot tegen de<br />
veertig graden, met een luchtvochtigheid van honderd procent.</p>
<p class=MsoNormal>Een andere feature is de overdreven aanwezigheid van<br />
vliegen. Er zijn zo’n tweehonderd soorten vliegen in Kakadu en van elke soort<br />
zitten minimaal twee exemplaren te allen tijde op je. Dit zou al vervelend<br />
genoeg zijn wanneer ze egaal over het lichaamsoppervlak verspreid zijn, maar het<br />
betreft hier Australische vliegen en die zijn met name gefascineert over het<br />
gelaat met al haar mysterieuze openingen en holtes. Het aandringen op opvliegen<br />
van de excentrieke insecten vormt een dagtaak en het beeld van een wild<br />
schuddend hoofd en nog wilder zwaaiende armen en benen doet denken aan een<br />
paranoïde schizofreen in chronische ontkenning. Enige troost is te vinden in<br />
het besef dat iedereen er zo uit ziet.</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl we ons vergeefs aan de aandacht van de vliegen<br />
proberen te onttrekken, vertelt Clancy over het park en wat wij daar gaan doen.<br />
Delen van zijn uitleg komen op mij niet helemaal goed over, want het wordt<br />
overstemd door roggelende geluiden van omstanders die vliegen uitspugen en<br />
kreten van kwetsuur veroorzaakt door wild zwaaiende armen die ongewenst met<br />
wild schuddende hoofden in aanraking zijn gekomen. Terwijl Clancy de kaart van<br />
het gebied tevoorschijn haalt verwijder ik een vlieg, die zojuist van een<br />
dampende berg paardenfecaliën is opgestegen, uit mijn oor.</p>
<p class=MsoNormal>Dan dient de volgende afleiding zich aan; het is de bron van<br />
de paardenfecaliën en hij heeft zijn vriendjes meegebracht. Kakadu heeft een<br />
grote populatie wilde paarden. Hoewel ik van nature geen groot<br />
paardenenthousiast ben, ben ik toch verwonderd over de schoonheid en<br />
sierlijkheid van deze exemplaren. Aan voedsel en beweging is kennelijk geen<br />
gebrek en de dieren zien er een stuk mooier en gezonder uit dan die dure<br />
Arabieren die wel eens op televisie te zien zijn.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na onze eerste ervaring met Kakadu rijden we snel door naar<br />
onze eerste bestemming van de dag: Maguk, in het Engels Barramundi Gorge<br />
genoemd. Onderweg zie ik een Dingo de weg oversteken en ik zet een mentaal<br />
vinkje in het al even mentale Dingo-in-het-wild-gezien-vakje.</p>
<p class=MsoNormal>Barramundi Gorge is dus een kloof en zoals wel vaker bij<br />
kloven kent deze een begin en een eind. Aan het beginpunt stroomt het water<br />
veelal met een waterval de kloof in. Echter, in Maguk is deze waterval<br />
opgesplitst in een cascade van kleine watervalletjes met lieflijke zwembadjes<br />
ertussen, en een wat grotere waterval aan het einde.</p>
<p class=MsoNormal>We vermaken ons eerst onderaan de laatste, grote waterval,<br />
in water waar een freshwater croc schijnt te leven, die zich helaas niet liet<br />
zien. Na verfrist te zijn, drogen we razendsnel op terwijl we naar boven<br />
klimmen, om daar weer drijfnat aan te komen voor de volgende zwempartij.</p>
<p class=MsoNormal>Het is boven nog prachtiger dan beneden en in navolging van<br />
deze filosofie vermaak ik me kostelijk door langs de kleine watervalletjes<br />
omhoog te klimmen. Hoe hoger ik kom, hoe minder mensen er zijn en hoe warmer<br />
het water wordt. Na een tijdje besluit ik weer terug te keren om te voorkomen<br />
dat men zonder me vertrekt. Het was een interessante klim in een prachtige<br />
omgeving. Terug bij de groep aangekomen tref ik een schouwspel van natuurlijk<br />
schoon in zowel eeuwenoude rotserosie als lentejonge dames in bikini. De<br />
Belgische Tom geeft de Koreaanse Juree zwemles en de aanwezige Britten en<br />
Ozzies gooien nog eens met de rugbybal.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na het schone water weer in zweet te hebben omgezet zitten<br />
we in de bus in de schrale troost van al even schrale airconditioning. We<br />
rijden een paar uur, ontwijken met moeite een suïcidaal veulen en komen<br />
uiteindelijk aan bij Ubirr.</p>
<p class=MsoNormal>Ubirr is één van de beroemdste plaatsen waar Aborigines op<br />
rotsen hebben staan vingerverven. Schilderingen uit verschillende periodes zijn<br />
bewaard gebleven en de plek is daarom van groot belang voor de antropologische<br />
wetenschap. Hoewel het best interessant is om te zien hoe men in een bepaalde<br />
periode behoorlijk geïnteresseerd was in de anatomie van voedsel en het<br />
doorgeven van kennis, kan ik niet zeggen dat ik blij zou worden van zo’n<br />
tekeningetje boven mijn bed. Ik wil uiteraard de significantie van deze plek<br />
niet te min doen, maar ik kan niet begrijpen waarom sommige mensen met een<br />
geestelijke erectie urenlang naar de oude verfresten kunnen staren. Aan de<br />
andere kant, dat heb ik ook nooit begrepen van een kleurplaat van Mondriaan of<br />
van de verwarde binnenhuisarchitectuur van Duchamps.</p>
<p class=MsoNormal>Na uitgebreid gediscussieerd te hebben over het inventieve<br />
lichtgebruik en de expressieve penseelstreken van de afbeelding van een vis,<br />
maken we een korte klim omhoog naar een top die ons in 360 graden vrij uitzicht<br />
geeft over het landschap. Een grote vlakte strekt zich naar alle kanten uit, begrensd<br />
door de bergen aan de horizon. Hier en daar liggen wat rotsen opgestapeld en<br />
clusters van bomen verbreken plaatselijk de vlakte. Plassen water reflecteren<br />
het laatste zonlicht in kleuren rood terwijl de zon zijn laatste warmte van de<br />
dag ten overvloede op ons uitstraalt. Het geheel voelt erg Afrikaans aan; een<br />
uitgestrekte steppe bij ondergaande zon. We schatten wie de lichtste van het<br />
gezelschap is, zodat we haar op Lion King achtige wijze op kunnen tillen. Een<br />
groepje wallabies gaat in de schemering op zoek naar voedsel en tegen beter<br />
weten in zitten wij met de camera’s in de aanslag om een hongerige leeuw te<br />
kunnen fotograferen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl de duisternis rond ons heen optrekt rijden we naar<br />
Jabiru, één van de weinige dorpen in Kakadu, waar zo’n duizend mensen wonen.<br />
Kakadu kent een aantal Aboriginal gemeenschappen, maar in Jabiru wonen ook<br />
blanken, die daar veelal in een mijn werken.</p>
<p class=MsoNormal>Op weg naar de camping ontwijken we wat wallabies en<br />
passeren we een bosbrand. Aboriginals onderhouden het land in Kakadu en doen<br />
dat zoals ze dat al tienduizenden jaren doen; met de fik erin. Door regelmatig<br />
stukken gecontroleerd af te branden, wordt het land vruchtbaar gehouden en<br />
beschermd tegen ongecontroleerde bosbranden door bijvoorbeeld blikseminslag. De<br />
flora en zelfs fauna zijn hier volledig aan gewend. Het droge gras brandt af,<br />
maar de bomen kunnen er tegen. Zelfs de termietennesten komen onbeschadigd door<br />
de branden heen. Sterker nog; sommige bomen laten alleen hun zaden alleen los<br />
bij vuur en de termieten genieten van de warmte van de brand. Hoe het ook zij,<br />
het geeft leuke foto’s.</p>
<p class=MsoNormal>De camping is vergelijkbaar met de vorige. Na wederom een<br />
goede maaltijd en aangename douche drinken we nog een paar pilsjes op het kamp.<br />
Clancy, die gedurende de hele dag zijn kennis heeft verspreid over de planten,<br />
dieren en geschiedenis van Kakadu, leert ons een gaaf trucje; spinnen zoeken.<br />
Door een zaklamp die een fatsoenlijke bundel licht produceert met de achterkant<br />
tegen je neus aan te zetten en met de bundel mee te kijken, kun je op veel<br />
plaatsen op de grond kleine, ronde reflecties zien. Deze reflecties worden<br />
veroorzaakt door één van de acht ogen van een spin die daar nietsvermoedend zit<br />
te wachten op een nietsvermoedende mier of termiet. Verbazingwekkend hoeveel<br />
spinnen er continue op de grond rond je heen zitten, veelal kleintjes, maar<br />
soms ook best grote. In ieder geval een goede methode om een stukje grond te<br />
controleren, voordat je er gaat slapen.</p>
<p class=MsoNormal>Buiten slapen is echter die avond niet aan de orde. De twee<br />
muggenbulten hadden gedurende de dag voor een aanzienlijke jeuk gezorgd en hoewel<br />
de sterrenhemel in Kakadu werkelijk spectaculair is, heb ik hier na het<br />
afzetten van mijn bril voor het slapen gaan toch niet meer zo veel aan. Deze<br />
avond slaap ik dus in de tent, waar de temperatuur, zoals ook buiten, nog<br />
steeds buitengewoon hoog is.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Kort na vijven wordt ik gewekt door een kakelende haan.<br />
Clancy lijkt geoefend te hebben op zijn imitatiekunsten, maar het blijkt een<br />
mp3 te zijn van Jeffrey uit Overijssel. Er wordt ontbeten, er wordt ingepakt en<br />
er wordt vertrokken richting Jim Jim Falls.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De route brengt ons over een zandpad waar de<br />
vierwielaandrijving van de bus wordt ingeschakeld. Als in een blender komen we<br />
langzaam dichterbij Jim Jim Falls, door een omgeving van vaak dichte begroeiing<br />
en reusachtige termietenkathedralen. We stoppen bij een imposant exemplaar van<br />
zo’n vijf meter hoog. Naar schatting kost elke meter van de kathedraal zo’n<br />
tien jaar om te bouwen en dit gebeurt met termietuitwerpselen. Het resultaat is<br />
een harde, sterke, vuurbestendige berg waar je je auto op stuk zou rijden.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Een stukje verderop stoppen we nogmaals omdat Clancy een<br />
kinky boom met dito vrucht heeft gezien. De vrucht schijnt door de Aborigines<br />
gebruikt te zijn voor het verdoven van kiespijn. Clancy plukt een exemplaar en vraagt<br />
een vrijwilliger om de vermeende werking uit te testen. Nu heb ik het niet zo<br />
op alternatieve geneeswijzen, maar ik wil best met verdovende middelen experimenteren.<br />
Dus, na een kort beslissingsproces, zit de vrucht tussen mijn rechterkiezen<br />
geklemd, terwijl Clancy de bus weer in beweging brengt. Per direct vloeit een<br />
misselijkmakend sap de vrucht uit, mijn mond in. Een plantaardige smaak van<br />
dierendarmen doet mijn tong krullen en het vergt opperste concentratie om een<br />
zekere antiperistaltische drang te onderdrukken. Clancy, die uiteraard van deze<br />
bijwerking op de hoogte was, maar verzuimde dit als a priori kennis aan zijn<br />
vrijwilliger mee te geven, verzoekt mij breed grijnzend de duivelsvrucht nog<br />
een tijdje in het gelaat te laten. Veel keuze heb ik niet, daar we op dat<br />
moment met de bus door dichte begroeiing stuiteren. Uit het raampje hangen voor<br />
discrete spuugpraktijken, zal resulteren in verlies van bril, opperhuid,<br />
jukbeen en bewustzijn. Daarom hou ik de kiezen op de vrucht die intussen nog<br />
steeds sappen loslaat alsof hij ejaculeert met tantratraining. Als mijn mond<br />
bijna overloopt en mijn tong aanvoelt alsof ik een kwartier aan een boom heb<br />
zitten likken, komen eindelijk de verlossende woorden van Clancy en een open<br />
plek in de begroeiing. Vol overtuiging onderwerp ik het resterende vruchtvlies<br />
en een geruime hoeveelheid sap in onverpakte vorm aan de zwaartekracht. Van ettelijke<br />
verdoving van tanden en tandvlees is niks te merken, maar enige vorm van<br />
kiespijn zou ongetwijfeld vergeten zijn…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Jim Jim Falls is een recht stuk berg van 180 meter hoog waar<br />
gedurende het regenseizoen een ongekende hoeveelheid water vanaf dondert.<br />
Gedurende het regenseizoen regent het weken aan een stuk, opgesierd met de<br />
meest spectaculaire onweerpartijen en gevaarlijke orkanen. Dit heeft onder<br />
andere als gevolg dat het Noorden van Australië er in en na die periode heel<br />
anders uitziet. In Kakadu moet je je voorstellen dat al het aanwezige water met<br />
een meter of twee tot drie stijgt. Die steppe bij Ubirr, die hierboven<br />
beschreven is, is één groot meer na een paar weken regen. De plassen water die<br />
er nu nog lagen, de laatste restanten van het vorige regenseizoen. Al het water<br />
komt met elkaar in verbinding, de krokodillen verspreiden zich en zwemmen uit<br />
hun voorheen geïsoleerde billabong (permanente waterplas) naar zee en<br />
vervolgens naar Darwin, of andersom. Grote gebieden, waaronder Jim Jim Falls in<br />
Kakadu zijn dus gedurende het regenseizoen ontoegankelijk.</p>
<p class=MsoNormal>Zo in het einde van het droge seizoen komen we er wel, maar<br />
er valt uiteraard geen water. De overlap tussen toegankelijkheid en waterval is<br />
schijnbaar maar drie weken per jaar, verspreid over de overgangen tussen de<br />
twee seizoenen. Niet getreurd, want ook zonder vallend water is de plek<br />
prachtig.</p>
<p class=MsoNormal>Na een stevige wandeling langs een kabbelend beekje dat<br />
spoedig zal veranderen in een woest kolkende rivier, komen we aan bij een<br />
strandje. Het is ongekend warm vandaag, dus met spoed trekken we alle<br />
overtollige kleding uit en gaan we te water. Het is hier al mooi, maar na een<br />
klein zwemtochtje en dito klim over een stapel rotsen komen we dan<br />
daadwerkelijk aan de voet van de zo machtige, doch droge waterval. Het uitzicht<br />
is onbeschrijflijk. Ik zwem in water van vijftig meter diep, langs rots die<br />
rond me heen kaarsrecht 180 meter de hoogte in gaat. Als ik op mijn rug zwem<br />
zie ik boven de top van de waterval wolken voorbij drijven, terwijl de stemmen<br />
van mijn reisgezelschap in de verticale tunnel echoën. Aangekomen bij de rand<br />
is het duidelijk dat de rotsmuur volledig vlak en recht de diepte in gaat, glad<br />
door het geweld van vallend water. Boven het wateroppervlak zit er wel wat<br />
reliëf in de wand waardoor we omhoog kunnen klimmen om vervolgens weer van<br />
meters hoogte het water in te duiken. Een proces waarbij menigeen een lichte<br />
vorm van hoogte- en watervrees heeft overwonnen.</p>
<p class=MsoNormal>Het is er prachtig. Helaas heb ik mijn<br />
wegwerponderwatercameraatje niet meegenomen, hoewel ik betwijfel of het de<br />
grootsheid ook maar fractioneel had kunnen vastleggen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Later zitten we vermoeid maar voldaan weer in de bus. We<br />
genieten nog een lunch, maar daarna zijn we weer op weg terug naar Darwin, wat<br />
vanaf deze plek toch ruim vier uur rijden is. Onderweg komen we de zonnewagen<br />
van de TU Delft tegen, zij het op de aanhanger. De race zal binnenkort gaan<br />
beginnen en uiteraard zullen ze hem weer winnen. De locatie van de race; de<br />
Stuart Highway, tussen Darwin en Adelaide, zal ook ik in de komende 10 dagen<br />
gaan afleggen, met de nodige omwegen en attracties. Maar hierover later meer.</p>
<p class=MsoNormal>Eerst is er nog een nacht in Darwin. Na wat pilsjes in een<br />
bijzonder foute bar en een paar pilsjes in een bijzonder aangename bar, ga ik<br />
weer eens te laat naar bed. Dit keer in ieder geval wel weer een bed, in een<br />
kamer met airconditioning, maar niettemin een korte nacht.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Darwin naar Alice Springs</b></p>
<p class=MsoNormal>Het is vijf uur en mijn telefoon piept melodieus op het<br />
constante bonzen van mijn hoofd. Het is ook altijd weer hetzelfde liedje… Ik<br />
pak mijn spullen in, neem afscheid van bed en airconditioning en zit om zes uur<br />
in een bus, met achttien anderen. De hele groep uit Kakadu is er nog, met<br />
uitzondering van Vic, een vriendelijke Engelse kerel uit de filmindustrie, met<br />
wie ik nog een leuk gesprek had gehad over videobewerking en special effects.<br />
We zijn aangevuld met een extra Koreaanse, een koppel bestaande uit een<br />
Française en een Ier en een Duits koppel. Ook is er een andere gids; Phil.</p>
<p class=MsoNormal>Nog voordat we Darwin uit zijn, komt in het oosten een grote<br />
rode zon op. Vuurrood licht, gebroken door het struikgewas in de berm,<br />
reflecteert op het verlaten asfalt. In Australië komt de zon nog traditioneel<br />
op en gaat zij ook traditioneel weer onder. Dit in tegenstelling tot Nederland,<br />
waar het gewoon donker en licht wordt. Ik kan mij niet herinneren wanneer ik in<br />
Nederland voor het laatst vuur in de lucht heb gezien, industrieel affakkelen<br />
uitgezonderd, maar misschien is dat het gevolg van een selectief geheugen. Ik<br />
besluit in ieder geval deze zonsopkomst en alle andere zonneactie goed in me op<br />
te nemen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vandaag hebben we het kortste ritje van de drie dagen;<br />
slechts 350 kilometer. Ik zou in deze tijd graag wat slapen, maar dit blijkt<br />
vrijwel onmogelijk. De bus is namelijk van het merk Mitsubishi en zoals al<br />
eerder aangegeven op deze weblog (avonturen rond Melbourne), zijn Japanners<br />
niet in staat comfort te creëren. De leuning van de stoel maakt een rechte hoek<br />
met het zitvlak en de stoel als geheel is zo gevuld als een Ethiopiër na drie<br />
maanden Sonja Bakker.</p>
<p class=MsoNormal>Nu zijn deze eigenschappen niet goed voor een stoel, maar<br />
eventueel overkombaar. Echter, de volgende soortgelijke stoel staat ongeveer<br />
één el voor de mijne. Nu ben ik op zo’n wonderlijke wijze gevormd dat mijn<br />
bovenbenen significant langer zijn dan mijn onderarmen. Wie nog een beetje<br />
bekend is met vooroorlogse lengtematen kan hieruit afleiden dat ik niet conform<br />
de nederige Japanse bedoelingen van de stoel gebruik kan maken. In plaats<br />
daarvan ben ik in voortdurende beweging waarbij mijn benen alle denkbare<br />
posities innemen tussen gebogen tussen borst en nabije rugleuning geklemd en<br />
uitgestrekt in het gangpad, met mijn hoofd stuiterend tegen het raam. Het geeft<br />
in ieder geval wat afleiding…</p>
<p class=MsoNormal>Ik mag nog van geluk spreken dat ik in een enkele stoel zit,<br />
aan het linkerraam van de bus, in plaats van aan het rechterraam van de bus,<br />
waar een buurpersoon van willekeurig geslacht de beenruimte in het gangpad<br />
blokkeert.</p>
<p class=MsoNormal>Ergonomisch uitgedaagd doe ik toch verschillende<br />
slaappogingen met de benen in het gangpad, maar de beroerde staat van de<br />
Australische wegen in de Outback, in combinatie met de sadistische Japanse<br />
vering, zorgen voor een freestyle beat van raam op hoofd, zonder dat mijn<br />
telefoon daar enige melodieuze bijdrage aan geeft. Na een korte sessie<br />
schijnslapen geef ik op en staar maar wat naar buiten.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na verloop van tijd komen we aan in Katherine, een plaatsje<br />
met een kleine 7000 mensen, waarvan een groot deel van Aboriginal afkomst. Een<br />
stukje buiten deze gemeenschap zullen wij de nacht doorbrengen nadat we het<br />
nabijgelegen natuurpark hebben bezocht. Eerst gaan we naar één van de vele<br />
bottle shops (slijterijen) om wat gezelligheidsversnaperingen in te slaan.</p>
<p class=MsoNormal>Vanwege de nieuwe alcoholwetten in the Northern Territory,<br />
(opgelegd door Prime Minister John Howard ter bestrijding van het alcoholisme<br />
onder de Aboriginal bevolking), mogen de bottle shops pas na twee uur ’s<br />
middags open. Het resultaat is dat er om kwart voor twee grote groepen<br />
Aboriginals voor de deur staan te wachten. Het ziet er zwart van de mensen.<br />
Opgelucht dat men pas na tweeën troost kan kopen, stappen wij de bus uit. Het<br />
geeft immers zo’n nare sfeer als iedereen gespreid over de dag zijn alcohol<br />
koopt…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ik ben dus in the Northern Territory. In tegenstelling tot<br />
de Oostkust zie je hier dus echt de invloeden van de oorspronkelijke bewoners<br />
van het land. Niet alleen de oude cultuur en verhalen, zoals de<br />
rotsschilderingen in Kakadu of in één van de vele culturele centra, maar ook<br />
wat er van die cultuur geworden is na contact met de Europeanen.</p>
<p class=MsoNormal>Over dit laatste kan ik helaas niet bijster positief zijn.<br />
In een stadje als Katherine, waar wit en zwart naast elkaar leven, zie je op<br />
elke straathoek Aborigines staan, zitten of liggen, vaak in niet veel meer dan<br />
een paar oude, bevlekte vodden en over het algemeen dronken met de fles in de<br />
hand. Ze zien er slecht verzorgd uit, ruiken passend voor de situatie en missen<br />
een aantal tanden. Verschil tussen mannen en vrouwen is soms bijzonder moeilijk<br />
op te merken door ongecontroleerde haargroei op onverwachte plekken en het<br />
geheel maakt een bijzonder dreigende, doch trieste indruk.</p>
<p class=MsoNormal>Uiteraard moet ik hierbij opmerken dat ik hier alleen de<br />
sociaal minder geslaagden zie. Ik tel de aanwezige bottle shop groupies even en<br />
kan blij concluderen dat er slechts een fractie van de 7000 mensen aanwezig<br />
zijn. De overigen zijn ongetwijfeld in nette kleding en bloemerig geurend op<br />
hun werk.</p>
<p class=MsoNormal>Van mijn tour guides hoor ik vele verhalen over<br />
probleemloze, alcoholvrije Aboriginal gemeenschappen en eerder vertelde een<br />
verpleegster uit Katherine, die ik in Townsville ontmoette, dat het in<br />
Katherine relatief goed gaat. Toch zijn er, zonder te veel te generaliseren,<br />
grote problemen die maar al te zichtbaar worden bij een tochtje door het midden<br />
des lands.</p>
<p class=MsoNormal>De oorzaken zijn duidelijk te lezen in de recente<br />
geschiedenis. De Aborigines hebben bijzonder veel gruwelijkheden moeten<br />
doorstaan (tot ver in de 20<sup>e</sup> eeuw) en heden ten dagen zijn er nog<br />
steeds reusachtige verschillen en ernstige discriminatie. Het ziet er niet naar<br />
uit dat dit snel opgelost wordt.</p>
<p class=MsoNormal>De regering is continu in dilemma. Ofwel je dwingt iedereen<br />
een blank leven te leiden, of je respecteert oude gebruiken en staat verdere<br />
vervreemding toe. Nu komt de drooglegging opgang en wordt kindermisbruik met<br />
behulp van het leger opgespoord en bestraft. Beide duidelijke voorbeelden van<br />
het eerste. Anderzijds is er geen leerplicht voor Aboriginal kinderen; een dramatisch<br />
voorbeeld van het tweede.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Afijn, we zetten onze behoeften om in drank (later zal dit<br />
proces zich omkeren) en springen weer in de bus voor het korte ritje naar<br />
Nitmiluk National Park, beter bekend als Katherine Gorge. Hier spenderen we de<br />
hele middag. Er is een keuze om te gaan kanoën of om een boottochtje door de<br />
gorge (kloof) te maken. Een derde en tevens gratis optie, is om gewoon een<br />
beetje te relaxen. Ik kies deze laatste optie, samen met Alex(andra), een<br />
Duitse, afgestudeerd in Engelse literatuur en daardoor met een briljant zuiver<br />
Brits accent.</p>
<p class=MsoNormal>Op een handdoek in de schaduw proberen we de felle zon te<br />
slim af te zijn. Het wil niet echt lukken en elk uur moeten we noodgedwongen<br />
afkoeling zoeken in het zuivere water van de gorge. Het is zo warm dat ik bijna<br />
mijn voetzolen verbrand aan de straatstenen.</p>
<p class=MsoNormal>Ik probeer wat te slapen, maar intelligent als het lichaam<br />
is, heeft het besloten nu niet moe te zijn. Dit wordt liever bewaard tot<br />
wanneer ik weer op creatieve wijze over een stoelachtige gevouwen ben.</p>
<p class=MsoNormal>In een vlaag van onverklaarbare energie, besluit ik een<br />
kijkje te gaan nemen bij de lookout over de gorge. Omdat lopen in de hitte niet<br />
bijzonder comfortabel is, besluit ik te gaan snelwandelen. Dit is uiteraard nog<br />
oncomfortabeler, maar ik lig in ieder geval weer sneller in het water.</p>
<p class=MsoNormal>In recordtijd sta ik bovenaan een uit rots gehouwen trap en<br />
kijk ik uit over de gorge. Het is een prima gorge. Na diverse verwennerij in<br />
eerdere reisjes in dit land ben ik niet gebiologeerd door het decor, maar<br />
zonder enige twijfel is het maken van een aantal foto’s gerechtvaardigd.</p>
<p class=MsoNormal>Met deze toeristische verplichting voldaan, ren ik weer naar<br />
beneden, waarbij ik een koppel op leeftijd voor de tweede keer bijna omver<br />
loop. Nu begrijp ik best dat sommige mensen wat rustiger aan lopen, maar deze<br />
twee gaan wel belachelijk langzaam. Ik vermoed dat ze halverwege kamp opzetten<br />
voor de overnachting.</p>
<p class=MsoNormal>Na nog een vrolijke zwempartij komt iedereen weer terug van<br />
het vaartochtje, op zowel zelf aangedreven als volledig verzorgde wijze.</p>
<p class=MsoNormal>Schijnbaar uitgerust, doch zonder geslapen te hebben,<br />
verruil ik mijn beschaduwde handdoek voor de be-airco-de martelstoel.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Op het kamp, dat er eigenlijk weer precies hetzelfde uitziet<br />
als de overnachtingsplekken in Kakadu, wordt weer een prima avondmaaltijd<br />
gegeten. ’s Avonds genieten we van de eerder ingeslagen producten en wordt er<br />
kennis gemaakt met de nieuwe mensen in de groep.</p>
<p class=MsoNormal>Net voor het slapen gaan kijk ik nog eens omhoog, naar<br />
wederom een heldere sterrennacht. Talloze constellaties fonkelen aan weerszijde<br />
van de witte baan van de Melkweg. Na een tijdje vind ik de Southern Cross en<br />
Orion. In mijn ooghoek zie ik een flits. Bliksem in de verte, boven Darwin. Een<br />
voorbode van het regenseizoen en een magisch contrast.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is half vijf en er dient opgestaan geworden. De nacht<br />
was warm en we zijn al nat van het zweet voordat de zon op is. Het went.<br />
Vandaag is een grote dag, maar daarmee niet direct een bijzonder interessante.<br />
De belangrijkste gebeurtenis is het afleggen van 750 kilometers, dus daar<br />
beginnen we na het ontbijt maar meteen aan.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Onderweg komen we hier en daar een bezienswaardigheid tegen.<br />
Als eerste de Mataranka Thermal Pools, behorende bij het dorpje Mataranka met<br />
500 inwoners. Het valt enigszins tegen. Ik verwachtte een natuurlijke warme<br />
bron met whirlpool kwaliteiten waar we in het zonnetje zouden kunnen liggen<br />
weken, terwijl rondborstige dames in bikini versnaperingen naar keuze zouden<br />
distribueren. In plaats daarvan blijkt de bron een zwembad te zijn, inclusief<br />
reling, hetgeen het avonturiergehalte niet ten goede komt. De zon wordt<br />
geblokkeerd door een stuk regenwoud en de enige rondborstige dame in bikini is reisgenoot<br />
Julia, die absoluut een traktatie voor het oog is, maar verder niet trakteerde<br />
op versnaperingen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Een andere, veel leukere stop is het metropool Daly Waters.<br />
Dit bruisende centrum kent zo’n tien vaste inwoners. Na een belangrijke rol in<br />
de geschiedenis van de luchtvaart, onder andere in de tweede wereldoorlog, is<br />
het nu één van de dorpjes onderweg die uitsluitend dienst doet als tankstation,<br />
hotel, restaurant en café. Het café maakt een leuke attractie. Sinds vele jaren<br />
wordt iedereen daar uitgenodigd iets persoonlijks achter te laten. Alle muren<br />
hangen dus vol met oude identiteitsbewijzen, geld, (röntgen)foto’s,<br />
nummerplaten, vlaggen en kledingstukken. Boven de bar hangt een indrukwekkende<br />
verzameling bh’s.</p>
<p class=MsoNormal>We eten lunch en drinken een paar biertjes. Voordat we Daly<br />
Waters vaarwel zeggen, rijden we nog even langs de locale bezienswaardigheid;<br />
een boom waar met veel fantasie een gekerfde ‘S’ in te zien is. Deze ‘S’<br />
schijnt door John McDouall Stuart himself te zijn gekerfd. </p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>John McDouall Stuart is de grootste held van de Australische<br />
exploration. Hij was de eerste die een pad vond van Adelaide in het zuiden,<br />
naar Darwin in het Noorden. Dit ging uiteraard niet vanzelf. Tussen deze twee<br />
plaatsen ligt ruim 3000 kilometer bush en woestijn. Temperaturen kunnen oplopen<br />
tot in de vijftig graden. Water is enorm schaars, schaduw soms kilometers weg.<br />
Het is niet zo’n clichéwoestijn als de Sahara, maar één met lage, scherpe, soms<br />
onbegaanbare vegetatie. Tel hierbij op een paar stammen chagrijnige Aborigines en<br />
je begrijpt waarom Stuart 6 pogingen nodig had, verspreid over even zoveel<br />
jaren.</p>
<p class=MsoNormal>Een tweetal keren werd hij aangevallen en teruggedreven door<br />
vijandelijkheden van de locale bevolking, andere keren moest hij terug wegens<br />
gebrek aan water, voedsel of hoefijzers. Hoewel het weinig heeft gescheeld,<br />
heeft hij zichzelf en al zijn mannen altijd in leven kunnen houden, maar vier<br />
jaar nadat hij eindelijk zijn missie had volbracht in 1862, stierf hij verzwakt<br />
door zijn werkzaamheden, op 50 jarige leeftijd.</p>
<p class=MsoNormal>Naar hem is de Stuart Highway genoemd, die Adelaide met<br />
Darwin verbindt, vrijwel exact langs de route die door Stuart is uitgestippeld.<br />
En de tocht die hij maakte, maak ik nu andersom, zij het wat sneller, maar<br />
dankzij Mitsubishi bijna in even waardeloos comfort.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Naarmate we zuidelijker komen, wordt de omgeving kaler en de<br />
aarde roder. Zoals gezegd wordt het nooit helemaal kaal, er zijn altijd wel wat<br />
struiken of bomen aanwezig, maar erg vruchtbaar ziet het er niet uit. Behalve<br />
kaal is het ontzettend vlak. Er is dus eigenlijk helemaal niks te zien en dat<br />
heeft dan weer een vreemd soort charme.</p>
<p class=MsoNormal>Af en toe zien we de trainrails van de Ghan. Deze rails<br />
verbindt Adelaide met Darwin en loopt min of meer langs de Stuart Highway. Het<br />
laatste stuk van de Ghan, van Alice Springs naar Darwin, is pas sinds 2004<br />
klaar en in gebruik.</p>
<p class=MsoNormal>De Ghan dankt zijn naam aan zijn Afghaanse bouwers, die met<br />
behulp van meegebrachte kamelen (eigenlijk dromedarissen) de ellende van de<br />
woestijn trotseerden voor het bouwen van een treinverbinding. Deze ontwikkeling<br />
is tevens de oorzaak van talrijke wilde kamelen die in centraal Australië de<br />
natuurlijke balans verstoren. Ik heb er geen gezien onderweg, maar een paar van<br />
mijn reisgenoten wel.</p>
<p class=MsoNormal>De weg is voornamelijk leeg. Zo af en toe is er eens een<br />
tegenligger. Dit zijn meestal road trains; lange, grote vrachtwagencombinaties<br />
die tot vier trailers lang kunnen zijn (ruim 50 meter).</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Net onder Tennant Creek, een dorp met ruim 3000 inwoners,<br />
waar we dezelfde, mogelijk ergere taferelen zien als in Katherine, is ons kamp;<br />
Juno Horse Farm. Gebruikt als paardenkwekerij wordt de plaats niet meer, maar<br />
hier en daar loopt er nog wel een verdwaald exemplaar rond. De populatie<br />
insecten is een stuk groter. Als de vliegen zich rond zonsondergang<br />
terugtrekken komt een keur aan ander klein gevleugelte en diens jagers op het<br />
licht af. Reusachtige bidsprinkhanen vliegen in de ventilator en worden in<br />
stukjes terug gezonden. Erg Animal Planet was de huntsman van acceptabele<br />
grootte, die in één van de hoeken van de keuken hing. Toevallig keek ik net<br />
toen hij/zij op indrukwekkende wijze een langs vliegende mot uit de lucht greep<br />
en prepareerde voor vertering.</p>
<p class=MsoNormal>Later op de avond win ik op kundige wijze door middel van een<br />
spelletje poker een monopoly aan lucifers. Phil blijkt een beter chauffeur dan<br />
pokerspeler en ook de mooie Engelse Julia heeft het bluffen nog niet onder de<br />
knie. René was wel een bekwame tegenstander, al zou het alleen maar zijn omdat<br />
hij Nederlands is en deze verslaggeving dus kan lezen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De nacht wordt doorgebracht in een swag. Dit is een soort<br />
buitenhoes voor je slaapzak, met een matrasje erin, die je rond je heen kunt<br />
dichtritsen. Op deze manier kun je overal onder de sterrennacht slapen, zelfs<br />
met de lage temperaturen die in andere tijden van het jaar in de nacht bereikt<br />
worden. Het is allemaal erg Ozzie en het slaapt fantastisch.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vandaag slapen we uit en het is al 6 uur wanneer we worden<br />
gewekt. De zon staat al centimeters boven de horizon en er zit plots een gat in<br />
de dag. Dat kan vandaag allemaal, want we hebben nog maar 500 kilometer te gaan<br />
tot Alice Springs, met een leuke bezienswaardigheid onderweg.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Deze bezienswaardigheid zijn de Devils Marbles. Dit is een<br />
kudde grote ovale keien  graniet, die een enigszins verdwaalde indruk maken in<br />
het vlakke, lege landschap. Ze zijn ontstaan door een combinatie van<br />
vulkanische activiteit, gevolgd door vele miljoenen jaren van erosie.</p>
<p class=MsoNormal>Mocht dit allemaal wat te aannemelijk klinken, dan kun je<br />
ook geloven dat er ooit een grote, boze slang over de aarde heen trok, en<br />
daarmee het land vormde. Deze slang, ‘the rainbow serpent’, wordt er door<br />
sommige mensen ook van verdacht Katherine Gorge, zoals boven beschreven, te<br />
hebben geknutseld. Afijn, omdat slangen ook niet helemaal ongevoelig zijn voor<br />
de biologische klok, heeft ze een stapel eieren gelegd en deze steenharde<br />
eieren worden nu al geruime tijd onder toeristenvoeten uitgebroed, onder de schuilnaam<br />
Devils Marbles.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We stoppen voor benzine bij Wycliffe Well, dat zichzelf tot<br />
UFO hoofdstad van Australië heeft gedoopt. Aan de lopende band ziet de beperkte<br />
genenpoel van het handjevol residenten ze hier vliegen en het tankstation is<br />
een museum van krantenknipsels, papier-maché aliens en andere rariteiten.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Er dient ook geluncht te worden en dit gebeurt in de<br />
bescheiden gebouwencollectie van Ti Tree. We maken wraps, die we tot ver boven<br />
de eigenlijke capaciteit volstoppen met etenswaren.</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl wij genoeglijk de wraps op ongemanierde wijze in de<br />
mond vouwen, steekt plots een stevige wind de kop op. Op ongeveer twee meter<br />
afstand ontstaat vanuit het niets een Willy Willy, ook wel Dust Devil genoemd.<br />
De minitornado groeit al even snel in hoogte als het van ons weg beweegt. Na<br />
een meter of twintig over het zand te hebben gereisd, waarbij de stofpilaar<br />
ongeveer 8 meter hoog is geworden, verdwijnt het fenomeen net zo plots als het<br />
ontstond.</p>
<p class=MsoNormal>We beginnen aan de wederopbouw. Het is verschrikkelijk.<br />
Servetjes liggen op chaotische wijze op de grond en sommige wraps hebben<br />
bladeren sla en andere garnering verloren. We besluiten uit respect voor de<br />
laatste wensen van de ham en kaas sandwich die stoffig was geworden, onze reis<br />
naar het Zuiden toch door te zetten. Mentaal ondersteund door poëtische<br />
wijsheden van A. Hazes en J. Smit slepen we ons op trillende benen door de<br />
onheilspellende hitte de bus in.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Kort voor het vallen van de avond rijden we door de<br />
buitenwijken van Alice Springs. In tegenstelling tot wat we gewend zijn van<br />
buitenwijken, is dit níet de plaats om te zoeken naar een goede<br />
vastgoedinvestering. De verdroogde grasvelden zijn gevuld met ogenschijnlijk<br />
onbezorgde Aborigines, die daar op semi-traditionele wijze leven.</p>
<p class=MsoNormal>In 40000 jaar tijd hebben Aborigines nog nooit een huis gebouwd.<br />
Ten eerste, omdat het een nomadenvolk is, ten tweede omdat het gewoon altijd<br />
lekker weer is. Bij een regenbui of regenseizoen zoek je gewoon een fijne grot<br />
op, of je wordt klimaatneutraal gedoucht. Een implicatie van dit gebrek aan<br />
behuizing, is dat ze ook nooit de vuilnisbak hebben ontwikkeld. Immers, waar<br />
zet je zo’n ding neer? Duidelijk niet in de keuken of onder het bureau.</p>
<p class=MsoNormal>Zo komt het dat de buitenwijken van Alice Springs worden<br />
gekenmerkt door een ring van afval, variërend van vele, vele lege<br />
bierverpakkingen, tot autowrakken. Het is… kleurrijk, maar niet direct de<br />
locatie voor een vakantiehuisje.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>In de schemering komen we aan bij ons hostel. De groep zal<br />
zich nu ongeveer in tweeën gaan splitsen. De ene helft vertrekt de volgende<br />
ochtend voor een paar dagen Red Center en komt daarna weer terug naar Alice. De<br />
andere helft, waaronder ik, zal twee dagen in Alice vertoeven, alvorens op een<br />
laatste tour via het Red Center naar Adelaide te reizen.</p>
<p class=MsoNormal>Bij binnenkomst kijk ik direct in de lieve glimlach van<br />
Véronique, mijn Frans-Canadese reisagente. Plannen om samen een stukje te<br />
reizen konden helaas niet doorgaan, maar twee dagen Alice Springs, waar ze op<br />
dat moment werkt zijn gelukkig wel gewaarborgd.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds komt de gehele groep voor een laatste maal samen<br />
in Saloon-Dining Bojangles, dé stek bij uitstek om uit te gaan. Het is een<br />
geinige en drukke tent, waarbij de lokale bevolking, zoals het betaamt, al voor<br />
het avondeten te dronken is om te lopen, laat staan dansen. Overal hangen<br />
camera’s, die direct broadcasten op het Internet. Er is zelfs een online<br />
service waarbij je geliefden op afstand met de creditcard drank voor je kunnen<br />
betalen.</p>
<p class=MsoNormal>Ik eet de mixed grill. Een bord met kangaroo-, emu-,<br />
buffel-, krokodil- en kamelenvlees staart mij provocerend aan. Dat kangaroo<br />
prachtig vlees is, dat is al bekend. Emu blijkt ook niet slecht te zijn.<br />
Krokodil is weg te werken. Bij buffel stel ik me al vraagtekens aan het culinaire<br />
vermogen van de indianen die talloze generaties van die beesten hebben geleefd.<br />
Na met bijzonder veel moeite en tegenzin kameel door mijn slokdarm gedwongen te<br />
hebben, heb ik veel meer begrip voor kwade woestijnextremisten die uit afgunst<br />
landen met fatsoenlijk eetbare dieren willen opblazen.</p>
<p class=MsoNormal>De avond wordt nacht en na een meervoud van glazen bier en<br />
wijn en sociale activiteiten met Véro vind ik mijzelf in een comfortabel bed<br />
van een koele kamer.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Alice Springs</b></p>
<p class=MsoNormal>Diep in de ochtend word ik wakker. Ik ga naar beneden, groet<br />
Véro aan de tourdesk, (haar vrije dag was gecanceld en nu zat ze alweer vanaf<br />
’s ochtends vroeg katerachtig op het werk) en ga naar een nabijgelegen Subway<br />
voor ontbijt.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De hele dag zit ik eigenlijk voornamelijk bij de tour desk<br />
op de bank, terwijl mijn kleren door een schraal wasmachine worden verzocht om<br />
weer fris te gaan ruiken.</p>
<p class=MsoNormal>Als Véro pauze heeft lopen we een stukje door Alice, naar<br />
onder meer een internettoko.</p>
<p class=MsoNormal>Alice Springs is de op één na grootste plaats in the<br />
Northern Territory en het grootste in de wijde, wijde omgeving. Ondanks deze<br />
statistiek zijn er toch maar zo’n 25000 mensen die Alice thuis noemen (met of<br />
zonder huis). Het is dus een klein plaatsje en om eerlijk te zijn bevalt het me<br />
de eerste dag niks.</p>
<p class=MsoNormal>Het is enorm warm. De lucht is dan weliswaar droog, maar de<br />
veertig graden zijn we wel gepasseerd. Er is weinig gezelligs aan het plaatsje<br />
en op de parkeerplaats van een supermarkt/slijterijcombinatie staan de<br />
plaatselijke daklozen ons maar onvriendelijk aan te staren.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Afijn, na nog wat algemene ontspanning in het hostel gaan<br />
Véro, Jackie (een Nederlandse) en ik dineren in een bijzonder schrale<br />
Italiaanse eettent. Niet bijzonder lang daarna breng ik de nacht door.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vandaag heeft Véronique dan wel een vrije dag. Samen<br />
verkennen we Alice Springs. Ze heeft er nog maar een week werken opzitten, dus<br />
ook voor haar is er nog genoeg te verkennen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>In een getrainde toeristenvaart lopen we langs alle sights,<br />
waar we een bijzonder talent blijken te bezitten om nergens voor te hoeven<br />
betalen. Meestal is dit omdat uitbaters reisagentes graag te vriend houden,<br />
soms omdat er niemand bij de kassa staat.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Zo nemen we een kijkje in het museum van the Royal Flying<br />
Doctors. Zoals kennelijk wel meer plaatsen in ruraal Australië, beweert ook<br />
Alice Springs de plaats te zijn waar the Flying Doctors zijn begonnen. Echter,<br />
volgens Wikipedia was er pas in 1934 een basis in Alice, terwijl de eerste<br />
service vanuit Cloncurry in Queensland vloog, in 1928. Afijn, dit wordt<br />
misschien ook wel in de film verteld, maar die hebben we niet bekeken. Het is<br />
in ieder geval een geinig museumpje om een kwartiertje rond te lopen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Leuker vind ik het reptielencentrum, aan de andere kant van<br />
de straat. Hier bekijken we hoe Australië’s giftigste en meest dodelijke slang,<br />
de Taipan, een muis verorbert. Verder groeten we nog wat andere geinige<br />
beestjes, zoals de Frilled Neck Lizard en de Thorny Devil. Twee geweldige<br />
beestjes die ik helaas niet in het wild heb mogen ontwaren, hoewel daarop wel<br />
een kans was (de Frilled Neck Lizard vind je met enige regelmaat in Kakadu, de<br />
Thorny Devil meer in het midden van het land, aan de rand van de weg na een<br />
beetje regen).</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Dan gaan we naar the Alice Springs Baby Kangaroo Rescue<br />
Center. Het komt er op neer dat een chronische PVDD stemmer en zijn vrouw,<br />
doodgereden kangaroos controleren op verstopte Joey’s in hun buidel. Als ze er<br />
één vinden nemen ze hem/haar mee naar huis, waar ze de rol van de moeder<br />
overnemen, tot de kangaroo groot genoeg is om weer in het wild te worden<br />
gedropt. Wanneer ze de Joeys zouden achterlaten, worden ze levend opgegeten<br />
door de Wedge Tailed Eagles, een stuk gevleugelte waar ik later meer over<br />
vertel.</p>
<p class=MsoNormal>Het grootbrengen van zo’n Joey is een dagtaak. Ze vereisen<br />
continue aandacht en voeding en zeker wanneer ze jong zijn, zijn ze altijd bij je.<br />
Deze mensen gaan zelfs met de minderjarige kangaroos naar bed. Het kost drie<br />
keer zoveel moeite om een Joey in leven te houden dan een baby. Gelukkig zijn Joeys<br />
een factor duizend keer zo lief en schattig, waardoor de opoffering graag wordt<br />
gemaakt. Dit ervaren we zelf, wanneer we om de beurt een kwartier lang met Amy<br />
in de armen zitten.</p>
<p class=MsoNormal>Ik vond koala’s knuffelen al uiterst schattig, maar Amy in<br />
mijn armen was nog vele malen meer vertederend. Ik weet niet of ik na dit<br />
hoogtepunt van schattigheid ooit mijn hart nog kan openen voor ordinaire<br />
viervoeters als honden en katten. De tijd zal het leren…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na met pijn en moeite afscheid te hebben genomen van Amy,<br />
beklimmen we met McSalads en een fles wijn Anzac Hill voor de zonsondergang,<br />
uitkijkend over de stad. Het is inmiddels behoorlijk bewolkt geworden, dus we<br />
verwachten er niet veel van. We zijn dan ook aangenaam verrast wanneer het aan<br />
de Westelijke horizon helder blijkt te zijn en het aanwezige wolkendek dit tot<br />
de mooiste zonsondergang die ik ooit heb gezien maakt.</p>
<p class=MsoNormal>Met de zon zakt het peil in de wijnfles en terwijl de lucht<br />
haar ware kleuren laat zien besluiten wij dat Alice Springs ook zijn goede<br />
kanten heeft. We zien hoe de huizen verdwijnen in tinten van verduisterend vuur<br />
tot alleen de lichtjes achter de gordijnen overblijven. De fles is leeg en het<br />
is tijd om terug te lopen naar het hostel…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Tijdens een verfrissende zwempartij in het nabijgelegen<br />
zwembad ontmoet ook een tweede fles wijn zijn lot. En na ook zelf opgedroogd te<br />
zijn dringt het besef door dat de twee dagen in Alice Springs alweer voorbij<br />
zijn. De volgende dag komt mijn zon op ten zuiden van Alice Springs.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Alice Springs naar Adelaide</b></p>
<p class=MsoNormal>Het is half vijf en in stilte verwijder ik me uit de dorm<br />
room waar ik me op dat moment in bevind. Beneden aangekomen werp ik nog een<br />
laatste blik op de nog lege tour desk, voordat ik mijn tassen mee naar buiten<br />
neem. Daar wordt ik verenigd met de overgeblevenen van mijn medereizigers,<br />
alsmede een flink aantal nieuwe.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vicky, onze enthousiaste nieuwe gids checkt ons in. We<br />
merken tot onze schrik dat de bus helemaal volgeboekt is. Sterker nog, bij één<br />
meisje is er iets misgelopen en zij kan niet meer mee en moet drie dagen<br />
wachten op de volgende tour. Het resultaat van de drukte is een verdere<br />
comfortreductie, terwijl er al niet bijster veel was om te reduceren.</p>
<p class=MsoNormal>Het gezelschap telt 24 personen. Nieuw in de verzameling<br />
zijn onder andere een extra Nederlander, Stefan, een Sloveense dame <span style='font-family:"Arial","sans-serif"'>Ž</span>iva en een meute Canadezen op<br />
leeftijd. Tevens wordt vanaf nu een aanzienlijke hoeveelheid ruimte en zuurstof<br />
verbruikt door een jeugdige Britse dame die in haar constante schreeuw om<br />
aandacht haar beperking aan intellect maar moeilijk verborgen kan houden. Ach,<br />
het is niet per definitie een onsympathiek persoon, hoewel een nominatie voor<br />
de Nobelprijs voor de vriendelijkheid in haar geval nog fictiever zou zijn dan<br />
de prijs zelf. Wel heeft ze vanaf heden een duidelijke invloed op de sfeer,<br />
waarbij ik geregeld moeite heb niet te reageren op de verbluffende anekdotes<br />
die op luide wijze haar omvangrijke lichaam verlaten.</p>
<p class=MsoNormal>Eén voorbeeldje geeft wellicht een voldoende beeld van de<br />
situatie. Haar eerste autobiografische verhaal, nog voor zonsopkomst, betreft<br />
een boottochtje ergens aan de Oostkust. Uit angst voor zeeziekte had ze<br />
zeeziektepillen aangeschaft, wat op zich een wijze beslissing is. Aanzienlijk<br />
minder wijs was haar simplistische gedachtegang om het zekere voor het onzekere<br />
te nemen en in plaats van één pil, vier pillen te slikken. Haar verbazing dat<br />
ze van het reisje niet veel had meegekregen en ook de aansluitende drie dagen<br />
in een staat van chronisch slaapwandelen verkeerde, was nog groter dan zijzelf.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Omdat er die dag 800 kilometer afgelegd gaat worden en ik<br />
vrees dat het beschreven verhaal noch haar laatste, noch haar meest beschamende<br />
is, ben ik blij dat ik de iPod heb opgeladen. Ik vouw mijn ledematen over de<br />
schare van handbagage en probeer mezelf vergeefs in een staat van Enigma<br />
geïnduceerde hypnose te brengen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na zo’n 350 kilometer wordt de bloedcirculatie in mijn<br />
loopgestel hersteld, als wij bij King’s Canyon de bus verlaten.</p>
<p class=MsoNormal>King’s Canyon schijnt een prachtige, indrukwekkende Canyon<br />
te zijn, maar helaas mogen wij hem alleen van onderen bezichtigen. Wanneer de<br />
temperatuur boven de 36 graden ligt, wordt de wandeling naar de top namelijk afgesloten.<br />
Dit komt omdat er elk jaar weer heel domme mensen zijn die zonder water, hoed<br />
en zonnebrandmiddel en een week na een open hartoperatie aan de kilometerslange<br />
klim beginnen en vervolgens op mysterieuze wijze plots dood neervallen. Vanwege<br />
dit kleine groepje individuen, die door regelgeving tegen natuurlijke selectie<br />
worden beschermd, mogen wij dus niet naar boven. Een hele teleurstelling voor<br />
mij en velen van mijn oude reisgezelschap. Temeer omdat het met 37 graden voor<br />
ons helemaal niet meer zo warm is, na Kakadu te hebben meegemaakt. Vicky is niet<br />
te overtuigen ons toch te laten gaan en wanneer mijn oog mijn oor volgt en valt<br />
op de gewichtige vertelster van het zeeziektepillenavontuur, besluit ik dat ze<br />
hiermee een zeer carrièreverantwoorde keuze heeft gemaakt.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vrij snel zitten we weer in de bus, op weg naar één van de<br />
beroemdste symbolen van Australië: Uluru, ook wel Ayers Rock genoemd, vernoemd<br />
naar een oud-premier van South Australia. Wellicht overbodig, maar het betreft<br />
hier dus die grote rode rots (monoliet), die zo geinig van kleur verandert<br />
naarmate de zon zijn gebruikelijk rondje aarde jogt.</p>
<p class=MsoNormal>Het is een bijzondere busreis. Sta mij toe een stuk uit<br />
eigen werk voor te dragen, wat met moeite geschreven is in de volle bus, op het<br />
hobbelige wegdek:</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'><b>De Mount Connor Deceptie</b></p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Na uren van cardiologische<br />
stabiliteit sloegen onze harten een slag over toen Martine “Uluru” riep, met<br />
een vinger wijzend naar een discontinuïteit aan de horizon. Vervuld van<br />
‘de-aanhouder-wint-emoties’ fixeerden wij onze blikken op de berg in de verte<br />
die met het glooien van de weg op de horizon dobberde, als ware het een zon met<br />
pleinvrees. Toen na een half uur deze metaforische angst overwonnen was en het<br />
massief zonder obstructie van flora het netvlies vulde, kwam de bus tot<br />
stilstand.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>De bus stroomde leeg alsof er<br />
achterin brand was uitgebroken en buiten werd het geologische fenomeen<br />
strategisch onder camerakruisvuur genomen.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Een spirituele spanning hing<br />
ongesneden in de lucht. “Ooh’s”, “aah’s” en andere klinkers echoden op de<br />
telelenzen en de oudste Canadese post-pensioen-avonturier kon een orgasmisch<br />
kreetje niet onderdrukken. Dit tot verwondering van haar echtgenoot, die dergelijke<br />
vocalen van plezier sinds de eerste golfoorlog niet meer had waargenomen.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Nadat de geheugenkaarten een<br />
ruime hoeveelheid vrijheid was afgenomen, kropen we uitermate voldaan weer<br />
terug in de bescheiden schappen van de bus. Toen gids Vicky vervolgens breed<br />
grijnzend informeerde wie van ons wel eens een ansichtkaart van Uluru had<br />
gezien, maakte de geur van vreugdezweet plaats voor een walm van onraad.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Het bleek dat ons<br />
toeristenritueel zich niet rondom Uluru, maar rondom Mount Connor had<br />
afgespeeld. Als een stel zelfingenomen milieuactivisten na één milde winter<br />
hadden wij de conclusie getrokken die we wilden trekken. De prijs voor deze<br />
roekeloze daad: slijtage aan foto- en filmapparatuur en een misplaatst erotisch<br />
hoogtepunt.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Desillusie was de grootste gemene<br />
deler van ons aller gemoedstoestand. Alsof je na een nacht van beestachtige<br />
seks in de ochtend ontdekt dat de ontvangende dame je verloren halfzus is, die<br />
pa vergeten was te vermelden.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Desalniettemin; een puike rots!</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Bovenstaand verhaal kent twee doeleinden. Ten eerste vertelt<br />
het wat over Uluru look-alike Mount Connor. Ten tweede geeft het aan hoe saai<br />
het soms in een overvolle bus van onkundige makelij kan zijn.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Later is het dan wel zover. Een rots in de verte wordt, na<br />
vergelijking met foto’s in de Lonely Planet, tot de echte Uluru gedoopt en<br />
langzaam komen we dichterbij. Zo’n twintig kilometer voor Uluru nemen we de<br />
afslag naar Yulara, het lokale resort-dorp voor toeristen, alwaar wij voor de<br />
komende twee nachten kamp opslaan.</p>
<p class=MsoNormal>We lopen een lokale duin van rood zand op en zien Uluru’s<br />
kleur veranderen terwijl de zon ondergaat achter Kata Tjuta (The Olgas), welke<br />
deze laatste omtovert in een welhaast getekende silhouet tegen een roodgele<br />
achtergrond.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na de avondmaaltijd bespreek ik met Stefan, een student<br />
geneeskunde, de Nederlandse politiek, voor het eerst in vele maanden. Ondanks<br />
dat we beide, vanwege ons langdurige verblijf aan de andere kant van de<br />
planeet, maar amper op de hoogte zijn van het doen en laten van het nieuwe<br />
kabinet, is het ouderwets Nederlands afgeven op de heren in Den Haag een<br />
plezier. De goon die we onderwijl tot ons nemen geeft alleen maar meer stof tot<br />
zeiken.</p>
<p class=MsoNormal>Wanneer we alle Nederlandse problemen onderling hebben<br />
opgelost, kruipen we in onze swags voor een korte nacht.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Als de klok vier uur slaat rollen we de swags weer op. Het<br />
was de moeite van het uitrollen bijna niet waard. Bij wijze van<br />
middernachtsnack dwing ik nog wat van die ellendige bejamde toast naar binnen<br />
en al snel rijden we recht op Uluru af, terwijl achter ons de eerste stralen de<br />
naderende zon verraden.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden naar de zonsopganguitkijk. Naarmate we dichterbij<br />
komen, slibt de weg dicht met toeristen en bijbehorende vervoersmiddelen.<br />
Tientallen luxe touringbussen vol bejaarden blokkeren het uitzicht. Lakeitjes<br />
met ontbijtdienbladen steken roekeloos de weg over om de aftakelenden nederig<br />
van dienst te zijn. Dichterbij gekomen zijn de bussen nog hetzelfde, maar nu<br />
gevuld met massa’s Aziaten die in blije cameratrance fanatiek elke landgenoot fotograferen.<br />
Een volledig zinloze actie, want zo zien alle foto’s er natuurlijk volkomen<br />
hetzelfde uit. Samenvattend kan er gesteld worden dat het een chaos van auto’s,<br />
bussen en mensen is. Honderden toeristen staan nog voor 5 uur in het midden van<br />
het land, vele honderden kilometers verwijderd van een goede<br />
woningbouwvereniging. Nu had ik natuurlijk niet verwacht hier alleen te zijn,<br />
maar hierop had ik ook niet gerekend, al is het alleen maar omdat ik niet tot<br />
zoveel kan tellen.</p>
<p class=MsoNormal>Hoe dan ook, door wat kinderen en bejaarden opzij te<br />
schuiven waden wij ons een weg naar een fatsoenlijk punt. We staan (en daarmee<br />
bedoel ik iedereen) tussen de opkomende zon en de steen, om op die manier de<br />
kleur van de rots te kunnen zien veranderen. Het is een geinig gezicht.<br />
Verwacht geen Philips Ambilight effecten, maar binnen een half uurtje is er<br />
best een aardig tintverloop, van donkerbruin naar lichtoranje. Goede foto’s<br />
nemen is onmogelijk, want ik sta te dichtbij om het hele kreng op de plaat te<br />
krijgen en wanneer ik een stukje terug zou lopen, beschiet ik pardoes de<br />
populatie van een klein land.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is licht en iedereen gaat naar de volgende halte; Uluru<br />
zelf. De laatste kilometer wordt in colonne afgelegd.</p>
<p class=MsoNormal>Onder aan de rots aangekomen worden we voor de keuze gesteld<br />
tussen een rondje er rond heen lopen, of naar boven klimmen. Uiteraard is het<br />
naar boven klimmen vele malen gaver en mooier. Helaas vinden de Aborigines dat<br />
je daarmee geen respect voor hen en hun vreemde verhaaltjes toont. Er moet dus<br />
een keuze worden gemaakt tussen het maken van een fantastische klim en netjes<br />
zijn, door te doen alsof je respect hebt voor een klomp steen en de mensen die<br />
voor die klomp steen zorgen door er zo af en toe een liedje tegen te zingen.</p>
<p class=MsoNormal>Om te voorkomen dat de oorspronkelijke bewoners van het land<br />
straks met een pruillip en de armen over elkaar in een hoekje gaan zitten<br />
mokken, besluit ik met lichte tegenzin om confrontatie en controverse te<br />
vermijden. En terwijl ik begin aan mijn rondje, kijk ik met enige jaloezie naar<br />
de polonaise van mensen die de berg op klimt, op weg naar een prachtig<br />
uitzicht.</p>
<p class=MsoNormal>Het rondje is ook wel geinig. Het is zo’n 9,4 kilometer, dus<br />
je bent er even mee bezig. Van dichtbij is Uluru niet meer zo glad en sensueel<br />
als van veraf. Reusachtige kraters en gleuven tekenen de beroemde rots en vormen<br />
daarmee de granietcellulitis die in de ansichtkaartjes wordt weggeschminkt. Kennelijk<br />
is er de laatste jaren niet hard genoeg gezongen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na een uur of twee zijn we rond en weer terug bij het busje,<br />
waar we worden verwelkomd met cake en sinaasappels. Ik ben nog een beetje<br />
duizelig van de ronde, maar met wat extra moeite krijg ik de beschikbaar<br />
gestelde cake en sinaasappel toch zonder knoeien in mijn mond.</p>
<p class=MsoNormal>Gezamenlijk lopen we naar het nabijgelegen cultureel<br />
centrum.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vrijwel alle culturele centra in Australië zijn hetzelfde.<br />
Uiteraard gaan ze allemaal over Aboriginal dingen, want de Australiërs zelf<br />
hebben als inwoners van een prefab nieuwbouwland natuurlijk nog geen cultuur.<br />
De inhoud is voor iemand die geen antropoloog of diep geïnteresseerde is vrij<br />
saai. Er staan stapels borden met een taaltje dat nog vreemder is dan Fins en<br />
daarmee worden verzinsels uit de oudheid verteld. Dan hangt er nog een<br />
uitgebreide collectie didgeridoos en boomerangs aan de muren en met nog een<br />
collectebus en souvenirshop is je cultureel centrum compleet.</p>
<p class=MsoNormal>Dit centrum heeft nog een extra feature. Een heuse oude Aboriginal<br />
man staat in zijn eigen taaltje een verhaaltje te mompelen. Gelukkig voor ons<br />
staat er ook een Engelssprekende Australiër naast in een interessant ranger<br />
uniform die net doet alsof hij de verteller kan verstaan en vervolgens ons<br />
uitlegt waar de man het over heeft. Dit gaat ongeveer zo:</p>
<p class=MsoNormal>De oude man mompelt en neuriet wat, maakt soms een beweging<br />
met zijn tong of lippen waardoor een iets ander geluid ten gehore komt en<br />
beweegt een enkele keer enthousiast zijn armen. Het is een rasverteller en als<br />
we een stoel hadden gehad hadden we op het puntje gezeten.</p>
<p class=MsoNormal>Na een minuut of vier, al lijken het er wel veertig, stopt<br />
de man met zijn vreemde geluiden en kijkt hij de ranger verwachtingsvol aan.<br />
Dit is zijn cue en je kunt zien dat ze hierop geoefend hebben. De ranger<br />
‘vertaalt’ daarop de minutenlange monoloog door ons te vertellen dat het<br />
zoontje van stamhoofd Djoetieboetjorgopjloerkjakja in de verte een slang zag.<br />
Wat een compact taaltje is het toch, dat Engels.</p>
<p class=MsoNormal>De Aboriginal man begint aan een nieuwe discontinue<br />
uitademing en na een aantal minuten neemt de ranger het wederom over. Om de<br />
boel wat geloofwaardiger te houden, doet hij net alsof iets hem niet duidelijk<br />
is en linguïstisch als hij is, vraagt hij de oude man ‘Pjlkjsriaaa?’, waarop de<br />
oude man bevestigend ‘bjroequiplab’ slaakt. Zichtbaar tevreden met deze nieuwe<br />
informatie vertelt de ranger dat de slang heel groot was.</p>
<p class=MsoNormal>Dit uitermate vermoeiende proces zien we zo een kwartiertje<br />
aan. De beide heren blokkeren het bord waar het hele verhaal in een paar zinnen<br />
staat opgeschreven, dus wanneer je wil weten hoe het afloopt met die<br />
gevaarlijke slang, ben je gedwongen de komende uren te blijven staan. Gelukkig<br />
is het verhaal absoluut niet spannend en vluchten we richting een bak koffie<br />
bij de souvenirwinkel.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Dolgelukkig met mijn koffie kijk ik nog eens naar Uluru.<br />
Absoluut een mooi stuk steen en heel bijzonder in zijn omgeving. Toch heeft het<br />
mij niet zo kunnen betoveren zoals veel anderen dat hebben.</p>
<p class=MsoNormal>Misschien ligt dat aan de honderden Japanners die er voortdurend<br />
met hun vieze voeten over heen lopen. Er schijnt een lijst van bergen te zijn die<br />
een goede Japanner beklommen dient te hebben en op deze lijst staat Uluru bovenaan.<br />
Dit is dan ook de reden dat er dagelijks directe vluchten tussen Tokyo en<br />
Yulara zijn, om Boeings tegelijk in een dagtripje tot betere Japanner te maken.</p>
<p class=MsoNormal>Het kan ook liggen aan het feit dat mijn verwachtingen erg<br />
hoog waren, dankzij alle verhalen van reizigers die wel gebiologeerd waren bij<br />
het aanblik van de 348 meter hoge steen.</p>
<p class=MsoNormal>Maar meest waarschijnlijk ligt het aan het feit dat ik me<br />
niet kan laten vangen in een waan van spiritualiteit. Als ik een oude tempel<br />
zie, dan verbaas ik me over hoe knap dat is gebouwd. Als ik een bedevaartsoord<br />
zie, zie ik mogelijkheden voor een goedlopend café op de route. Als je mij de<br />
plaats laat zien waar volgens hele volksstammen Jezus, Mohammed, Boeddha, Mozes<br />
en Pino gebroederlijk gearmd uit een gat in de grond omhoog zijn gekomen, vraag<br />
ik me af of dat gat niet gevaarlijk is voor spelende kinderen. En als je mij<br />
een reusachtige monoliet in een kale, platte, hete omgeving laat zien, dan zie<br />
ik een geweldig natuurverschijnsel en dan verbaas ik me over hoe mensen hier<br />
duizenden jaren vrijwel zonder water hebben kunnen overleven. Ik verbaas me<br />
echter niet over het feit dat die mensen uit verveling verhalen zijn gaan<br />
verzinnen over opperwezens en magische mollen die houtwormpje spelen in de<br />
grote kei waar ze dinsdags omheen dansen. Laat staan dat mijn leven een diepere<br />
betekenis krijgt bij het horen van die verhalen. Doe me dan maar een fijne film<br />
of een goed boek.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na een welverdiende lunch rijden we 25 kilometer naar Kata<br />
Tjuta (betekent ‘veel hoofden’ in het Pintjantjajara). Kata Tjuta zijn 36 grote<br />
stenen. Deze komen vaak een stuk hoger dan Uluru, tot een maximale hoogte van<br />
546 meter. Het is een stuk minder bekend dan Uluru. Eén van de redenen is dat<br />
professionele fotografie er verboden is en broer Uluru natuurlijk altijd<br />
zelfzuchtig met de eer gaat strijken. Deze relatieve onbekendheid resulteert in<br />
een relatieve absentie van toeristen en een bijzonder aangename verrassing van<br />
natuurpracht.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We lopen Walpa Gorge binnen, tussen wat de twee hoogste<br />
stenen lijken. Aan beide kanten steil, rood steen. Naarmate we verder lopen<br />
komen de muren steeds dichterbij, tot ze uiteindelijk voor ons samenkomen.<br />
Inmiddels drijven er stapels schapenwolkjes door de blauwe lucht, hetgeen het<br />
beeld alleen maar mooier maakt. Wanneer je je omdraait en naar de ingang van de<br />
gorge kijkt zie je in een gedwongen tunnelvisie hoe de glooiende leegte in een<br />
horizontale lijn met de wolkenserie verbonden wordt. De afstand die je ziet is<br />
onvoorstelbaar en door de rotsmuren enerzijds en de witte wolkjes in<br />
streepjescodemotief anderzijds, lijkt deze afstand nog veel groter.</p>
<p class=MsoNormal>Mijn tip voor als je daar in de omgeving nog eens gaat<br />
kijken: minder tijd rond Uluru en meer tijd rond Kata Tjuta. Helaas hebben we<br />
maar tijd voor deze ene wandeling, want de zon gaat alweer bijna onder.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Mooi op tijd rijden we de zonsondergangparkeerplaats op en<br />
scoren we een tafeltje met uitzicht op Uluru. Op onze ruggen voelen we de<br />
laatste zonnestralen, regelmatig onderbroken doordat een grote bus ons in zijn<br />
schaduw werpt. Het duurt niet lang of iedereen van de morgen heeft zich weer<br />
bij ons gevoegd. Met honderden staan we te wachten tot de kleuren weer gaan<br />
veranderen.</p>
<p class=MsoNormal>Om het proces wat te veraangenamen drinken we goedkope<br />
champagne uit aluminium mokken. Vlakbij staat een bus-James een uitgebreide<br />
variatie aan zeefruit te barbecueën, terwijl aan de andere kant kaviaar op<br />
toastjes wordt verspreid. Je kunt zo’n tochtje Red Center zo duur maken als je<br />
zelf wil.</p>
<p class=MsoNormal>Door een wolk voor de zon wordt Uluru korte tijd zwart, een<br />
zeer bijzonder gezicht. Daarna begint de langzame transformatie over<br />
verschillende tinten rood en oranje. Het heeft absoluut iets. Zodra de kleur heeft<br />
belooft om weer een half etmaal stabiel te blijven, lopen we door het intens<br />
rode zand weer naar de bus.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds wordt er bij het eten opgebiecht hoeveel honderden<br />
foto’s iedereen van één enkel stuk steen heeft gemaakt en na het eten wordt er<br />
onder het genot van wat wijn nog wat shithead gespeeld, een populair<br />
kaartspelletje onder backpackers. Ik haal met behulp van de Sloveense <span style='font-family:"Arial","sans-serif"'>Ž</span>iva mijn Slavische talen nog wat<br />
op en kruip vervolgens rond een uur of tien tevreden in mijn swag.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is alweer vier uur en daarmee tijd om op te staan. Half<br />
slapend begin ik weer aan het ritueel van inpakken en toast verteren. Niet veel<br />
later vouw ik me weer in de bus, voor 750 oncomfortabele kilometers.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Al snel (na een uur of drie) passeren we de grens. Niet<br />
langer zijn we in the Northern Territory, maar in South Australia, waar de<br />
meeste Duitsers van het land wonen en waar tevens de meeste seriemoordenaars<br />
ter wereld vandaan komen. Toeval?</p>
<p class=MsoNormal>Het landschap is langzaam aan het veranderen. Het wordt nog<br />
kaler en platter, maar blijft rood. In de verte aan de rechterkant slenteren<br />
twee Willy Willy’s. Valkbij aan de linkerkant is een groepje Wedge Tailed<br />
Eagles een aangereden kangaroo aan het verorberen. De Wedge Tailed Eagle is de<br />
grootste roofvogel van Australia en schijnbaar de op één na grootste van de<br />
wereld (na de Amerikaanse Condor). Zijn vleugelwijdte loopt op tot tweeënhalve<br />
meter. Je ziet ze in grote getalen langs de weg, omdat daar in grote getalen<br />
kangaroos en emus worden stukgereden. Het exemplaar waar ze zich nu op voeden<br />
is momenteel gereduceerd tot een ruggengraat en een stukje staart. Wanneer we<br />
vlakbij zijn nemen de vogels de vleugels. Dit gaat nog wel eens fout. Opstijgen<br />
met zo’n lichaam is een sierlijk, maar traag proces en daarmee zit de Wedge<br />
Tailed Eagle zelf ook in de roadkill risicogroep.</p>
<p class=MsoNormal>Na een paar foto’s van de vogels gemaakt te hebben rijden we<br />
weer verder. In de verte trilt de warme lucht, waardoor het lijkt alsof we op<br />
een grote grondspiegel afrijden.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Tegen het einde van de dag nemen we een kijkje bij de<br />
Breakaways, net ten Noorden van Cooper Pedy. Lang, lang geleden was ongeveer<br />
een derde van Australië bedekt met oceaan. De Breakaways is een stukje oude<br />
oceaanbodem, die je vanaf het voormalige strand kunt bekijken. Je kijkt dus uit<br />
over een immens dal bespikkeld met witte en rode heuvels. Het is een<br />
indrukwekkend gezicht en dus ook geen toeval dat het de filmlocatie is geweest<br />
voor vele films, zoals Mad Max 3, Red Planet en Pitch Black.</p>
<p class=MsoNormal>We dalen af en rijden een stukje door de stof van de<br />
Breakaways. Na een tijdje komen we aan bij het langste hek ter wereld; the Dog<br />
Fence (of Dingo Fence). Dit hek, 5300 kilometer lang, scheidt een immens stuk<br />
zuid oost Australië af. Hier kun je dan, sinds 1880, veilig schapen houden,<br />
zonder dat de dingo’s aan ze komen knabbelen.</p>
<p class=MsoNormal>Achter het hek ligt the Moon Plain, waar het vol ligt met<br />
maansteen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Niet veel later rijden we Cooper Pedy binnen. Cooper Pedy is<br />
een heel bijzonder plaatsje. Het is gebouwd in het midden van ’s werelds<br />
grootste voorraad opaal. Dit is dan ook waar het dorpje om draait. Mensen gaan<br />
er heen om hun geluk te beproeven. Als je zestien jaar of ouder bent, kun je<br />
een stukje grond kopen en daar gaan graven op zoek naar opaal. Als je geluk<br />
hebt, vind je een stuk waar je 80000 dollar voor vangt, als je pech hebt, ga je<br />
hartstikke dood omdat je tunnel instort. Het is een bijzonder gevaarlijk leven<br />
en dat is te merken aan het dorpje.</p>
<p class=MsoNormal>Cooper Pedy is vrijwel wetloos. Elk gebouw daar, van<br />
postkantoor tot supermarkt is wel eens opgeblazen door een dronken mijner, want<br />
iedereen loopt er met dynamiet rond.</p>
<p class=MsoNormal>Niemand weet precies hoeveel mensen er wonen. Volgens de<br />
belastingdienst 200, volgens de post 4000 en er zijn 47 nationaliteiten<br />
vertegenwoordigd, geluk is immers afkomstonafhankelijk.</p>
<p class=MsoNormal>Het meest bijzondere aan Cooper Pedy is nog wel de<br />
architectuur, of liever; het gebrek hieraan. De helft van alle inwoners leeft<br />
onder de grond. Dit was vroeger de enige manier om de extreme temperaturen te<br />
trotseren; tussen bijna 50 graden op een zomermiddag en stevige vorst in een<br />
winternacht. Voor de rest geeft het plaatsje een redelijk smerige indruk.<br />
Afgedankte mijnmachines liggen her en der en de huizen die niet ondergronds<br />
zijn, zijn soms mooi, maar meestal roestende hutten. Het sfeertje heeft echter<br />
wel wat.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We krijgen een tour door het opaalmuseum, waar we door de<br />
gangen van een oude mijn lopen, een opaalader zien liggen en tenslotte het spul<br />
kunnen kopen, voor prijzen tussen een tientje en een halve ton.</p>
<p class=MsoNormal>Voor het eten gaan we nog even ‘noodlen’: met de hand zoeken<br />
naar opaal in een braakliggend veldje in het dorp. Eén van de meiden vindt een<br />
klein stukje, ik alleen een stuk kwarts.</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds drinken we wat in de ondergrondse bar, iets waar<br />
ik natuurlijk wel aan gewend ben. De ruige mijnwerkers zijn weer grenzeloos<br />
gelukkig met de nieuw binnengebrachte vrouwen en doen hun uiterste best om<br />
indruk te maken met Griekse danspasjes en gratis drankjes. De ongeschoren,<br />
ongewassen en volgevreten verschijning van de meesten helpt ze natuurlijk niet.<br />
Toch zijn er verhalen van onschuldige Duitse Helga’s die er verliefd zijn<br />
geworden en er jaren hebben gewoond, op een dag rijden van de bewoonde wereld.</p>
<p class=MsoNormal>Na een paar pilsjes is het tijd voor de overnachting in een<br />
uitgehouwen hostel.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Om 5 uur stap ik de grot uit en de kou in. Er waait een<br />
behoorlijk frisse wind. Vandaag staat er weer een lange rit van 700 kilometer<br />
op het programma. Op zich geen pretje natuurlijk, maar de herverdeling van de<br />
stoelen veraangenaamt dit aanzienlijk. Alex, mijn Duitse busbuurvrouw heeft de<br />
twee stoelen achter de bestuurdersstoel weten te bemachtigen. Vanaf nu reis ik<br />
met beenruimte en uitzicht door de voorruit. Het leven ziet er plots veel<br />
mooier uit en ik had al niet te klagen over mijn levenskwaliteit als<br />
Australië-toerist. Bij de opkomende zon verlaten we Coober Pedy.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl de kilometers geleidelijk achter ons worden gelegd,<br />
verschijnen er steeds meer bomen in het kale landschap. Echt vruchtbaar oogt<br />
het geheel nog steeds niet, maar het is merkbaar dat we langzaam schapenland<br />
inrijden. Het dingohek zijn we al gepasseerd, maar sinds zijn bouw in 1880 is<br />
regen steeds zeldzamer geworden, waardoor de schaapgeïnduceerde<br />
vruchtbaarheidsgrens honderden kilometers naar het zuiden is verschoven.</p>
<p class=MsoNormal>Na een uur of drie gereden te hebben pauzeren we bij Lake<br />
Hart. Dit is één van de vele salt lakes die South Australia rijk is en de<br />
eerste die ik ooit heb gezien. We steken de Ghan over en stappen op het ‘meer’,<br />
dat niks meer is dan een reusachtige witte zoutkorst die in honingraatstructuur<br />
gebarsten is. Elke stap die je zet klinkt alsof je door de ribbelchips loopt.<br />
De witte vlakte reikt zover het oog kan kijken, het is echter niet verstandig<br />
om te ver door te lopen, want verderop gebruikt het leger de vlakte om<br />
explosieven te testen.</p>
<p class=MsoNormal>Ik maak nog wat foto’s met de Koreanen en dan verruilen we<br />
het witte zout weer voor de rode aarde. Een indrukwekkend fenomeen, die salt<br />
lakes. De laatste restjes van de prehistorische oceaan.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Verderop vinden we een flinke Sand Goanna langs de rand van<br />
de weg. Vicky en ik proberen hem te vangen, zij met haar handen en ik met mijn<br />
camera. Helaas faleb we beide jammerlijk. De Goanna rent op indrukwekkende<br />
wijze op de achterpoten met een verbazingwekkende snelheid weg. Wij blijven<br />
beteuterd achter, met slechts de staart van het beest in een hoekje van de<br />
foto.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Nog wat later rijden we langs het plaatsje Woomera. Dit is een<br />
gehucht dat naamsbekendheid heeft gekregen door het militaire testterrein<br />
ernaast, the Woomera Prohibited Area, dat met een oppervlakte gelijk aan die<br />
van Engeland de grootste ter wereld is. Vanaf hier wordt er sporadisch wat de<br />
ruimte in geschoten, maar de plek is beruchter door zijn rol als testgrond voor<br />
nucleaire wapens. Sinds de jaren vijftig zijn er zes atoombommen tot<br />
ontploffing gebracht. De heren autoriteiten waren alleen vergeten de locale<br />
Aboriginal bevolking hierover een memo te sturen…</p>
<p class=MsoNormal>Het plaatsje staat dus niet echt het symbool voor gelijke<br />
mensenrechten. Ook niet omdat het tot voor kort ook de plek was waar Australië<br />
zijn asielzoekers bewaarde.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden verder. De bomen hebben ons weer even verlaten,<br />
maar ter compensatie zien we hier en daar een stukje salt lake. Sommige van die<br />
meren hebben een beetje water in zich, wat resulteert in prachtige kleuren,<br />
alles tussen geel en paars in. Ook de Ghan laat zichzelf hier en daar zien en<br />
zo waar steekt daar mijn eerste wilde emu over. Er zullen er nog vele volgen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>En dan, plots, zijn wij weer in de bewoonde wereld. Port<br />
Augusta heet ons welkom met een blik op de oceaan, of eigenlijk de Spencer<br />
Gulf, die verbazend ver het land binnendringt. Met 13000 inwoners voelt het<br />
alsof we een bruisende metropool binnen zijn gereden, hoewel we na de eerste<br />
schokkende vijf minuten wel door beginnen te krijgen dat het nogal een saai<br />
stadje is. Hoe dan ook, het is goed genoeg voor de lunch, in een<br />
aller-lieflijkst parkje met speeltuin.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Port Augusta ligt 309 kilometer boven Adelaide, maar het is<br />
voor ons het einde van de Stuart Highway. Vanaf nu gaan we een stukje naar het<br />
noordoosten, de Flinders Ranges in. Daar zullen we de komende dag doorbrengen,<br />
alvorens met binnenweggetjes de laatste zeshonderd kilometer naar Adelaide af<br />
te leggen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De Flinders Ranges is één van de oudste bergketens ter<br />
wereld en de grootste van Australië (niet de hoogste, het hoogste punt van de<br />
Flinders Ranges is slechts 1170 meter, terwijl de hoogste berg van Australië<br />
Mount Kosciuszko is in de Snowy Mountains met 2228 meter hoogte).</p>
<p class=MsoNormal>We rijden door de heuvels waar asfalt en sfeervolle<br />
onverharde wegen elkaar afwisselen. De omgeving is prachtig. Plots staat het<br />
vol met bomen en zelfs gras en overal waar je kijkt zie je wilde kangaroos en<br />
emus. De paar dorpjes waar we doorheen rijden zien er authentiek uit en ademen<br />
pure gezelligheid. Dit is zeer zeker een mooie omgeving om in te wonen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De eerste stop is een grot met Aboriginal tekeningen. Grot<br />
blijkt een beetje overdreven te zijn, het is eigenlijk gewoon een inhammetje in<br />
een rots waar wat strepen op zijn getamponneerd. Volgens Vicky is de plek als<br />
klaslokaal gebruikt.</p>
<p class=MsoNormal>Wat ik dan weer interessanter vind is de zeldzame Yellow<br />
Footed Rock Wallaby die we zien langs springen. Rock Wallabies zijn erg cool,<br />
omdat ze met enorme snelheid en precisie door de rotsen heen springen. Geen<br />
berggeit die daar mee kan concurreren.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>In het laatste stukje tussen de ‘grot’ en etappe-eindpunt<br />
Rawnsley Park rijden we langs een soort dijkje die zich aan onze linkerkant<br />
bevindt. Vlak voor de bus zien we een paar Euros, een plaatselijk merk<br />
kangaroo. Het betreft  moeder en kind. Moeder doet wat ze altijd doet en hopt<br />
vlak voor de bus zorgeloos de weg over. Kind besluit zich uit te sloven en<br />
springt vanaf het dijkje met een reusachtige sprong praktisch over de bus heen.<br />
Een applausje waard.</p>
<p class=MsoNormal>Even later komen we aan op de camping Rawnsley Park. We<br />
hebben geen kangaroos of emus aangereden, al scheelde dat zo af en toe niet<br />
veel. Bijzonder intelligent zijn die beesten niet.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Voor zonsondergang rennen we snel de heuvel op. Het uitzicht<br />
is absoluut mooi, hoewel de zonsondergang zelf nogal tegenvalt. Het wekt in<br />
ieder geval de eetlust op.</p>
<p class=MsoNormal>Terug beneden aangekomen heeft Vicky met wat hulp weer een<br />
prachtige maaltijd bereid. We eten en drinken wat en sluiten de avond af met<br />
een hilarisch potje Pictionary.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vandaag mogen we maar liefst tot zes uur in bed blijven<br />
liggen. Het was een koude nacht, maar het begint langzaam weer op te warmen. We<br />
hoeven vandaag niet ver te rijden, dus hebben we meer tijd om van de omgeving<br />
te genieten.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na een korte rit staan we aan de voet van de 941 meter hoge<br />
Mount Ohlssen-Bagge. Een stevige klim van 2,5 kilometer staat tussen ons en een<br />
werelds uitzicht over de Wilpena Pound en goedgemutst en dito geluimd beginnen<br />
we aan de tocht.</p>
<p class=MsoNormal>Na een klein uurtje staan we met een subgroepje boven. Velen<br />
zijn nog onderweg en sommigen zijn halverwege afgehaakt. Het uitzicht is<br />
fantastisch. De berg heeft op de top the Wilpena Pound; een soort krater<br />
(hoewel niet vulkanisch). Deze natuurlijke kuil werd vroeger gebruikt om<br />
schapen in te bewaren, die konden immers door de steile wanden niet ontsnappen.<br />
Het is behoorlijk groot; een indrukwekkend gezicht.</p>
<p class=MsoNormal>De andere kant op kijkend zie je tot aan de horizon de<br />
heuvels en rotspartijen van de Flinders Ranges. Het prachtige uitzicht doet me<br />
een beetje denken aan Frankrijk.</p>
<p class=MsoNormal>De wind op de top zorgt voor een aangename verkoeling en ik<br />
besluit wat rond te klimmen. Geruime tijd vermaak ik me met foto’s maken in<br />
pogingen tot creativiteit. Ik kom een schattig salamandertje tegen die<br />
vriendelijk voor de foto poseert en klim nog wat over en door de rotsen. Na wat<br />
leuke plaatjes besluit ik weer terug naar beneden te gaan.</p>
<p class=MsoNormal>Vreemd genoeg heb ik een plotse vlaag van energie die mij<br />
naar beneden doet rennen in plaats van lopen. Hier en daar is het nogal steil,<br />
dus moet er soms omwille van gezondheidsconservatie wat vreemd gesprongen<br />
worden, maar het gaat allemaal lekker vlotjes. Om niet al te snel beneden aan<br />
te komen laat ik me door allerhande zaken afleiden. Zo wacht ik een tijdje bij<br />
een spinnenhol om te kijken of er wat engs uitkomt en achtervolg ik een echidna<br />
die zich met doodsangsten onder een steen probeert te graven.</p>
<p class=MsoNormal>Weer beneden beloon ik mezelf voor de sportieve prestatie<br />
met een koud biertje en er wordt bijzonder rijkelijk geluncht. Een goede<br />
afsluiting van een geweldige klim.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na de lunch hebben we 130 kilometer te gaan. Op zich niet<br />
veel, maar het is een scenische route waar niet al te snel gereden kan worden.<br />
Des te beter, want dan kunnen we beter van het uitzicht genieten. Rond ons heen<br />
zijn weer enorme hoeveelheden emus en kangaroos. Binnen korte tijd vinden we zowel<br />
een Bearded Dragon als een Shingleback Lizard langs de kant van de weg. Beide<br />
worden door Vicky gevangen en door ons geaaid en gefotografeerd.</p>
<p class=MsoNormal>De Bearded Dragon heeft allemaal kleine stekeltjes rondom<br />
zijn hals die als het ware een beetje op een baard lijken. Wanneer hij<br />
chagrijnig wordt, doorgaans wanneer een gids hem op de arm legt, zet hij zijn<br />
baard op ter vergeefse verdediging en intimidatie.</p>
<p class=MsoNormal>De Shingleback Lizard is nog grappiger. Zijn superkracht van<br />
levensverdediging is een verhoogde kennis van statistiek. Zijn kop en staart<br />
lijken vanaf een afstandje precies op elkaar en zelfs aan de poten kun je niet<br />
zien in welke richting het voedsel door het lichaam gaat. Door deze symmetrie<br />
hoopt de Shingleback Lizard dat een aanval van bijvoorbeeld een roofvogel<br />
slechts de staart verwond, in plaats van het hoofd. Die komt er wel…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Als we een stukje verder door een kloof rijden stoppen we<br />
bij een steile rotswand. Hier leeft een groep Yellow Footed Rock Wallabies. Hun<br />
camouflage is vrij goed, maar na een tijdje oefenen kunnen we er toch<br />
verschillende zien. Mijn camera laat me weer eens in de steek en fatsoenlijke<br />
foto’s blijven uit.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Nog iets later rijden we de Flinders Ranges helaas weer uit.<br />
De overgang is ontzettend abrupt. Opeens is het decor veranderd van<br />
heuvelachtig en vol van flora en fauna tot leeg, kaal en plat.</p>
<p class=MsoNormal>Al snel rijden we Parachilna binnen. Dit is een plaatsje<br />
waar maar liefst vijf mensen wonen. Wel is er een hostel en een kroeg, zodat<br />
groepjes toeristen en road train chauffeurs de populatie al snel verveelvoudigen.</p>
<p class=MsoNormal>Langs Parachilna loopt een spoorlijn waar de langste trein<br />
met enkele locomotief ter wereld rijdt, met 2.5 kilometer lengte. Op het kleine<br />
perron maken we wat geinige silhouetfoto’s tegen de ondergaande zon. Daar waar<br />
de zon ondergaat is het onvoorstelbaar plat, terwijl aan de andere kant de<br />
omtrek van de Flinders Ranges de horizon siert.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We eten die avond een mixed grill van kangaroo, emu en<br />
kameel. Dit keer zit de kameel in een worst gedraaid zodat hij makkelijker<br />
ingebracht kan worden, maar het blijft slecht vlees.</p>
<p class=MsoNormal>Gedurende de emu burger kondigt een kleine aardbeving de<br />
komst van de trein aan. Het is het hoogtepunt van het leven in Parachilna en<br />
dat tweemaal daags. Omdat je de enige bezienswaardigheid van het dorp toch niet<br />
aan jezelf voorbij mag laten gaan stormen we naar buiten om het schouwspel te<br />
bewonderen.</p>
<p class=MsoNormal>Tweeënhalve kilometer trein is behoorlijk saai. Na de eerste<br />
honderd meter verandert er eigenlijk verdacht weinig. Afijn, we willen ook niet<br />
onbeleefd zijn, dus we blijven nog ruim vijf minuten tot de bak herrie en oud<br />
ijzer voorbij is, alvorens tot de orde van de avondmaaltijd over te gaan.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds drinken we wat pilsjes in het café dat zijn eigen<br />
bier brouwt: Fargher Lager. Het is het bijzonderste bier dat ik in Australië<br />
heb gedronken, maar daarmee zeker niet het beste. Op het terras wordt een<br />
vuurkorf aangestoken en later wordt er wat prima gitaar en zang verzorgd.<br />
Ondanks de leuke muziek slaat rond middernacht de vermoeidheid toe en begeef ik<br />
me richting bed.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ongekende luxe: uitslapen tot zeven uur! Ons aller fitheid<br />
is onbeschrijflijk en vol enthousiasme duwen we onszelf weer de bus in voor de<br />
laatste zeshonderd kilometers van onze tocht door midden Australië.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden met aan de rechterkant enorme hoeveelheden niks en<br />
aan de linkerkant de majestueuze Flinders Ranges. Pas na een paar honderd<br />
kilometer begint het langzaam groener te worden.</p>
<p class=MsoNormal>We rijden wijnland binnen en in de Clare Valley stoppen we<br />
voor een wijnproefsessie. Deze is helaas al even belabberd als dat hij snel is.<br />
Zonder enige uitleg spoeden we door vijf bodempjes wijn heen en daar moeten we<br />
nog voor betalen ook. Dat gaat in de Hunter Valley wel anders. We kijken nog<br />
even rond en vervolgen vervolgens onze weg weer.</p>
<p class=MsoNormal>Rondom ons glooien de weilanden en we komen dieper en dieper<br />
in de beschaving en dan is daar plots de ommekeer: de eerste stoplichten in<br />
duizenden kilometers. We zijn Adelaide binnengereden.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>In Adelaide worden we bij het hostel gedropt en na nog een<br />
gezamenlijke maaltijd en een paar drankjes is de tour dan echt voorbij. Het<br />
centraal doorkruisen van Australië in veertien dagen met zesduizend kilometer.<br />
Het was bijzonder.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Mijn uitslaapplannen worden om kwart over zeven bruut<br />
verstoord door het openen van mijn ogen. Na een paar weken met de nachtcyclus van<br />
een agrariër met insomnia is buitengewoon bedliggen kennelijk onmogelijk geworden.<br />
Dit is maar beter ook, want ik heb slechts een paar uur om Adelaide te<br />
verkennen, voordat ik om drie uur per vliegtuig weer van deelstaat verhuis.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Met de Duitse Alex en Nederlandse Stefan struinen we door de<br />
hoofdstad van South Australia. Het is een stad met ruim een miljoen inwoners en<br />
wordt gekenmerkt door de grote hoeveelheid parken. Waar Eindhoven een<br />
binnenring heeft lopen, heeft Adelaide er eentje aangekleed met een reusachtig<br />
rondje groen.</p>
<p class=MsoNormal>Het centrum doet gemoedelijk aan. De Universiteit is een<br />
mooi oud gebouw en behalve wat wegwerkzaamheden ziet alles er vrij netjes uit.</p>
<p class=MsoNormal>We slenteren door de Botanical Gardens, waar de<br />
rozenpartijen indrukwekkend te noemen zijn. Vervolgens bezoeken we the National<br />
Wine Center. Dit is een bijzonder geinig opgezet wijnmuseumpje waar interactie<br />
voorop staat. Helaas is de interactie alcoholvrij, maar de geurkastjes en<br />
wijnboersimulaties zijn leuk genoeg om ook nuchter een kwartiertje aan te<br />
wijden.</p>
<p class=MsoNormal>Via een te lange en licht saaie wandeling langs de<br />
noordoever van de Torrens River, welke beter Torrens Ditch had kunnen heten, en<br />
langs de varkensbeelden in de winkelstraat, komen we weer aan bij het hostel.<br />
Daar zeg ik vaarwel, grijp ik mijn tas en een bus naar het vliegveld. Op naar<br />
de volgende en tevens laatste fase van mijn reis.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ingecheckt, geboard en gegespt zit ik in de vliegmachine.<br />
Het gevleugeld overbruggen van de 2500 kilometers tussen Adelaide en Perth<br />
duurt zo’n tweeënhalf uur en ik besluit de tijd te doden met het schrijven van<br />
wat ansichtkaarten en hersenspinsels:</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>            <b>De vlucht Adelaide &#8594; Perth: Luchtige<br />
overpeinzingen</b></p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Daar zit je dan, in stoel 1c van<br />
een Boeing 737-800. Lezers met veel vliegervaring en mensen met een zeldzame<br />
sociale afwijking die leidt tot vliegtuigspotten en andere banaliteiten, weten<br />
dat dit de stoel is waarbij de geneugten van extra beenruimte slechts worden<br />
overtroffen door de plezierigheid van uitzicht op de dijbenen van kortgerokte<br />
stewardessen, recht tegenover. Helaas voor mij is één van de stewardessen van<br />
de mannelijke sekse en van twijfelachtige geaardheid en is het overige<br />
vluchtpersoneel elders kinderen aan het kleuren.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Op dit soort momenten dwaalt het<br />
brein af en begint de rechterhand op inktige wijze uit de nek te zwammen, waar<br />
de nek van de hand zich dan ook moge bevinden…</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>In mijn laatste schrijven op de<br />
weblog stipte ik mijn ongenoegen al aan over mijn naderende vertrek uit<br />
Australië. Hoewel ik met enthousiasme uitkijk naar hereniging met familie,<br />
vrienden, haring en Bavaria, doet de gedachte aan mijn onvermijdelijke<br />
scheiding van Australië en al het prachtige dat zij mij heeft gebracht, mijn<br />
anders zo frivole gemoedstoestand verdrinken in depressie en melancholie.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Daar ik, godzijdank, geen Gerard<br />
Reve ben, heb ik wat problemen om deze emotiecontrasten op passende wijze onder<br />
woorden te brengen. Laat ik een poging doen met een bijzonder vergezochte<br />
vergelijking.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Visualiseer een vrouw met een<br />
kinderwens. Ik noem haar Truus. Truus heeft zojuist haar spiraaltje uit haar<br />
symmetrisch geharste venusheuvel verwijderd. Met de naderende ovulatie gieren<br />
hormonen en gedachten door lichaam en geest.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Enerzijds is daar het<br />
vooruitzicht op een kleine (het kind, niet de verwekker). Anticipatie op hun<br />
eerste ontmoeting, op het vervelen van anderen met eindelozen verhalen over het<br />
kind. De verrassing van de sekse en de eerste stapjes.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Anderzijds daagt het besef dat<br />
samen met het spiraaltje, ook het avontuurlijke, jeugdige leven wordt<br />
weggegooid. Niet langer onbehoorlijk dronken worden, niet langer flirten met de<br />
kebabverkoper. Het einde van verrassende seks en de laatste keer stappen.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Het besef dat na de eerste twee<br />
Pampers de lol er ook wel weer vanaf is en het vooruitzicht op het postnatale<br />
surplus van huid, drijven Truus bijna naar de vuilnisbak voor spiralistische re-integratie.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>En zo zit dat bij mij ook<br />
ongeveer. De academische klok tikt. Ik ben vol enthousiasme over de eerste twee<br />
weken van hereniging en goed smakend drinkwater, van foto’s showen en verhalen<br />
vertellen. Aan de andere kant besef ik dat de tijd die ik hier in Australië heb<br />
gehad, met alle nieuwe vrienden en ervaringen, over twee weken onomkeerbaar<br />
wordt afgesloten. Tel hierbij op dat alles na de eerste twee weken thuis weer<br />
zo zal zijn als het altijd al was en ik grijp bijna mijn telefoon om mijn<br />
retourvlucht voor de zoveelste keer uit te stellen.</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Uiteraard is de vergelijking met<br />
Truus belachelijk. Zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de hallucinerende<br />
dampen van de kinderschmink die recht tegenover mij een lelijk kind in een<br />
mini-Spiderman verandert. Daarnaast is het hele Truus verhaal op zich ook nogal<br />
ongeloofwaardig. Immers, hoe kun je met een naam als ‘Truus’ ooit iemand van de<br />
mannelijke sekse tot gemeenschap verleiden?</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal style='margin-left:36.0pt'>Maar zoals gezegd; ik ben Gerard<br />
Reve niet en koester geen enkele aspiratie tot gelijkenis anders dan van banksaldo.<br />
En terwijl het vliegtuig zich overgeeft aan de zwaartekracht, nu Perth op een<br />
boemerangworp afstand ligt, besef ik dat ik succesvol de tijd heb gedood, zij<br />
het met minder naakt dijenvlees dan gewenst…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Perth</b></p>
<p class=MsoNormal>In de shuttlebus die mij naar mijn hostel brengt zit een<br />
meisje dat er nogal Nederlands uitziet. Als zij bij hetzelfde hostel uitstapt<br />
blijkt schijn niet te bedriegen. Ze heet Saskia. Samen eten we een hapje bij<br />
een nabij gelegen semi-fastfood-restaurant en slikken we wat pils in een<br />
nabijer gelegen Irish Pub.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>In de Irish Pub zijn alle Ieren verjaagd door een groep<br />
dronken Amerikaanse mariniers. Het is mooi om te zien met hoeveel bezieling<br />
deze mensen de laatste restjes goede reputatie van het Amerikaanse volk<br />
volkomen de grond in stampen. De lucht voelt dik aan door de overdadig<br />
aanwezige ongeraffineerde geluidsgolven en de ongesneden spanning van<br />
vechtpartijtjes en aanrandingen.</p>
<p class=MsoNormal>Mijn persoonlijke missie om bij checkpoint bravo bier te<br />
vergaren ter bevoorrading van het Nederlands pilsfront loopt in een jammerlijke<br />
Amerikaanse hinderlaag. Ik wordt overmeesterd; drie tegen één. Het kruisverhoor<br />
is slopend.</p>
<p class=MsoNormal>Eén adolescent blijft mij voortdurend vragen hoe ik heet en<br />
waar ik vandaan kom. Hij is duidelijk een veteraan in deze bar, ik herken het<br />
aan zijn veteranenziekte. Hij is nauwelijks in staat om op eigen krachten op<br />
zijn benen te blijven staan en doordat hij alle concentratie nodig heeft in<br />
zijn strijd tegen de gravitatie, is hij niet in staat mijn antwoorden te<br />
verwerken, waardoor de vragencyclus voortdurend wordt herhaald. Soms vertelt<br />
hij tussen de vraagherhaling door dat hij drie jaar in Irak heeft gediend en nu<br />
op verlof is, alvorens naar huis te keren. Iedereen weet immers dat de snelste<br />
vaarroute van Irak naar Connecticut via Perth is…</p>
<p class=MsoNormal>De tweede persoon verkent de omgeving. Extra aandacht wordt<br />
hierbij besteed aan de heuvelgebieden van de barvrouwen. Kennelijk verwacht hij<br />
dat er elk moment een boze moslim tevoorschijn kan komen uit sector dubbel C of<br />
uit depot Venus.</p>
<p class=MsoNormal>De derde persoon probeert informatie los te peuteren door<br />
mij te drogeren. Ik wordt gedwongen verschillende glazen bier te ledigen of ik<br />
zal mijn vaderland nooit meer terugzien. Wanneer ik dapper de sterke drank<br />
weiger dreigt hij Saskia te bierbombarderen. Escalatie lijkt onvermijdelijk en<br />
door de opgedrongen alcohol begint overlopen er steeds aanlokkelijker uit te<br />
zien. Met mijn laatste krachten verman ik mij en trek ik alle diplomatieke<br />
middelen uit de kast. Ik vertel ze dat mijn inlichtingendienst heeft gehoord<br />
van een naderende invasie uit sector dubbel C en terwijl de drie<br />
modelmilitairen hun posities rond de bar innemen, sluip ik, met twee<br />
Amerikaanse biertjes, terug naar het thuisfront.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ik word wakker in een kleine rommelige kamer met zeven<br />
andere kerels, een deel ervan stinkend. Wat betreft hostel is dit niet echt<br />
geweldig, maar dat is meestal zo in de grote steden. Ach, het is maar voor drie<br />
nachtjes en dan kan ik weer op pad, maar eerst nog even de stad bekijken.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ik kom Saskia weer tegen bij de receptie en we besluiten<br />
samen een rondje Perth te maken. Bij het verlaten van het hostel blijkt het<br />
weer niet mee te zitten. Het is met zo’n vijfentwintig graden behoorlijk fris<br />
en het miezert. We beginnen aan een wandeltocht zoals voorgeschreven door de<br />
Lonely Planet; de reizigersbijbel.</p>
<p class=MsoNormal>We lopen door de torens van het centrum naar de oever van de<br />
Swan River, waar the Swan Bell Tower fier over het water kijkt. Er wonen in en<br />
rond Perth, de hoofdstad van Western Australia, zo’n anderhalf miljoen mensen,<br />
dus aan hoogbouw is geen gebrek, zoals eigenlijk in alle grote Australische<br />
steden.</p>
<p class=MsoNormal>Het is modern en gemoedelijk en het lijkt alweer de<br />
zoveelste prima plaats om te wonen. Toch kan het me niet echt enthousiast krijgen.<br />
Het weer en mijn vermoeidheid dragen hier misschien aan bij, maar ik merk ook<br />
dat ik een beetje stedenmoe ben geworden. Na Utopia’s als Sydney en Melbourne<br />
heb je de mooiste steden van het land wel gezien. Daarna begint het allemaal<br />
enigszins op elkaar te lijken. Elke stad van betekenis heeft een rivier,<br />
allemaal hebben ze wolkenkrabbers in het centrum en allemaal zijn ze modern en<br />
vriendelijk. Voor een toerist is het vooral het binnenland wat dit tot zo’n<br />
prachtig continent maakt, na natuurlijk het gebruikelijke rondje Sydney. Hoe<br />
dan ook, die stedenmoeheid bevalt me wel enigszins. Het is een goed teken met<br />
betrekking tot mijn naderende vertrek.</p>
<p class=MsoNormal>Moe of niet, we lopen door naar Jacob’s Ladder die ons in<br />
het hoger gelegen King’s Park brengt. Dit is wederom een prachtig park met een<br />
geweldig uitzicht over Perth. Het centrum, Swan River, Suburbia aan de andere<br />
oever, het is toch wel weer een mooi gezicht.</p>
<p class=MsoNormal>Er ligt een stapel bloemen bij een gedenksteen die blijkt te<br />
gaan over de aanslagen in Bali. Er ligt een brief bij van een jongen die door<br />
die aanslag in één keer zeven vrienden verloor. Dat is nog een heel stuk<br />
indrukwekkender dan het uitzicht over Perth, helaas op een heel andere manier.</p>
<p class=MsoNormal>We maken het rondje af, besluiten dat het een prima plek is,<br />
maar dat we er geen week hoeven te blijven en gaan voor de rest van de middag<br />
onze eigen weg.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De rest van de dag zit ik wat op Internet, stuur ik wat<br />
kaartjes en lees ik een aardig stukje boek. De grote gemene deler in deze is<br />
uitrusten en lamballen. Het is een aangename afwisseling op de laatste weken<br />
van gejaagde sightseeing, maar ook een beetje onwennig. Ik boek een Whale<br />
Watching Tour. Wekenlang heb ik in Newcastle hetzelfde geprobeerd, maar steeds<br />
kwam het er niet van en dit lijkt mijn laatste kans om de Humpback Whales<br />
(Bultrug walvis) te gaan bekijken.</p>
<p class=MsoNormal>Na genoten te hebben van The Bourne Ultimatum gedurende een<br />
bioscoopbezoekje, keer ik terug naar mijn kamer, waar zeven andere kerels, een<br />
deel ervan stinkend, al weer luidruchtig liggen te slapen.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Kort na het opstaan wordt ik gebeld door het bedrijfje dat<br />
mij naar de walvissen zou brengen. Het gaat vandaag niet door, vanwege een<br />
ongunstige wind/tijcombinatie. Deze zoveelste mislukte poging komt nauwelijks<br />
als een verrassing; het lijkt erop dat de walvissen mij echt niet willen zien.<br />
Het goede nieuws is dat ik nu wel tijd heb voor het alternatief en dat is een<br />
bezoekje aan Freemantle, een lieflijk klein plaatsje een paar kilometer ten<br />
zuiden van Perth.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De trein brengt me in twintig minuutjes naar de plaats van<br />
bestemming. Net voordat het station van Freemantle wordt bereikt, zie ik buiten<br />
een paar reusachtige fregatten liggen, met een overdaad aan Amerikaanse<br />
vlaggen. Ik zal op mijn hoede moeten zijn om niet weer in een alcoholhinderlaag<br />
lopen.</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl ik door de straten van Freemantle loop, word ik me<br />
gewaar van een vreemde sensatie. Dit plaatsje doet me warempel denken aan<br />
Terneuzen gedurende de Havenfeesten. De grootte van het stadje is vergelijkbaar<br />
en het is er allemaal enorm nautisch. De gebouwen zijn allemaal wat ouder en<br />
sfeervoller en ik zou zweren dat ik verse haring ruik, hoewel ik weet dat dat<br />
onmogelijk is.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Er zijn stapels musea in het toeristische Freemantle en ik<br />
bezoek het Ship Wreck Museum, dat gratis is. Dit kleine museum is geweldig en<br />
al helemaal voor een Nederlander. Het is in feite één grote ode aan de<br />
Nederlandse zeevaart en de VOC.</p>
<p class=MsoNormal>De gehele Westkust van Australië is ontdekt door<br />
Nederlanders, ruim honderd jaar voordat Captain Cook het continent bezocht.<br />
Veelal wisten de Nederlanders niet dat het een nieuw continent betrof en anders<br />
interesseerde het ze niet. Men was namelijk altijd op zoek naar Jakarta (toen<br />
nog Batavia geheten) en het bereiken van de gevaarlijke en onaantrekkelijke<br />
Westkust van Australië betekende dat ze de afslag hadden gemist. Hierdoor ligt<br />
de Westkust bezaaid met scheepswrakken, het merendeel Nederlands.</p>
<p class=MsoNormal>Het beroemdste wrak is van de Batavia, waar een deel van de<br />
bemanning het zowaar heeft overleefd. Het verhaal is bijzonder, met muiterij en<br />
gruwelijkheden en het resulteerde in twee bannelingen die de eer hadden om als<br />
eerste Europeanen te leven en te sterven op het Australische vasteland. Eén van<br />
de twee skeletten is te zien in het museum. Een landgenoot dus, zij het een<br />
ongemanierde vlerk die heeft gemuit en gemoord.</p>
<p class=MsoNormal>Niet alle verdwaalde schepen zijn vergaan en hier en daar is<br />
men aan land gegaan ter verkenning. Hierdoor zie je vele Nederlandse<br />
plaatsnamen in Australië, met name aan de Westkust. Het museum doet over deze<br />
zaken uitgebreid verslag met vele Nederlandse geschriften, schilderijen en<br />
verhalen. Boven staan bakken met oude rijksdaalders, omringd met VOC vlaggen en<br />
in een ander deel staat een stuk van de Batavia.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Trotser op mijn afkomst dan ooit tevoren wandel ik nog wat<br />
door Freemantle en Perth alvorens ik vroeg mijn bed inkruip. De volgende morgen<br />
verlaat ik deze plaats en begin ik aan een tiendaagse tour langs de Westkust.<br />
De Nederlandse ontdekkingsreis duurt voort.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Perth naar Broome</b></p>
<p class=MsoNormal>Om zes uur gaat de wekker en begint een nieuwe periode van<br />
vroeg opstaan. Ik zwaai de stinkerds vaarwel en verlaat de veel te krappe<br />
kamer. Na een fruitontbijtje verlaat ik het hostel en neem ik plaats aan de<br />
overkant van de straat waar ik weldra zal worden opgehaald. Ik maak er kennis<br />
met een aantal bijzonder aantrekkelijke dames en verheug me al op de krappe<br />
busritjes. Helaas blijken zij precies dezelfde tour met een andere maatschappij<br />
te gaan doen en ik zwaai ze uit terwijl ze door een dikke testosterongedreven<br />
gids door het verkeer van Perth worden gereden.</p>
<p class=MsoNormal>Niet veel later komt de bus van Western Xposure. Onze gids<br />
blijkt Jess te zijn en dat is goed nieuws. Alex en Vic hadden me gedurende de<br />
trip door het midden des lands al veel fantastische verhalen verteld over de<br />
trip met Jess.</p>
<p class=MsoNormal>Ik stap als één van de eersten in en met mijn voorkennis<br />
grijp ik direct de beste stoel; direct achter Jess. De bus stroomt langzaamaan<br />
helemaal vol met mensen die allemaal ouder zijn dan ik. Een bijzondere<br />
ervaring, met vierentwintig jaren de jongste zijn. Dat was aan de Oostkust wel<br />
anders. Gelukkig zijn de meesten maar een beetje ouder, maar het blijft een<br />
teleurstelling na het eerdere aanblik van de samengeschoolde borstjes op het<br />
trottoir.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Als we Perth uitrijden stelt iedereen zich om de beurt voor.<br />
De Nederlanders blijken weer in de meerderheid: vijf van de eenentwintig passagiers.<br />
Met nog een extra Vlaamse is het Nederlands hiermee de tweede taal. De Engelssprekenden<br />
staan met negen mensen op de eerste plaats, met drie Britten, twee Ieren en<br />
vier Ozzies, waaronder Jess. De derde plaats is onmiskenbaar voor de<br />
Duitssprekenden met vier Duitse dames en een Zwitserse kerel en een Deense<br />
blonde en Frans-Zwitserse schone maken de bus vol.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We zijn op weg, we hebben 664 kilometers te gaan. Al snel<br />
maakt Jess haar reputatie waar als ze, bij het wachten voor wegwerkzaamheden,<br />
het zeer toepasselijke en hilarische nummer “They’re digging a hole in the<br />
road” draait. Dit soort muzikale ondersteuning kunnen we nog tien dagen<br />
verwachten op de meest opmerkelijke momenten.</p>
<p class=MsoNormal>Na een paar uur rijden komen we aan bij de eerste attractie:<br />
The Pinnacle Desert. Dit is eigenlijk een flinke partij duinzand waar duizenden<br />
langwerpige stenen in permanente erectie de toeristen vermaken. Het is een<br />
aardig gezicht, zeker omdat het er echt heel veel zijn. In de verte zie je een<br />
tweetal kleuren zand samenkomen, donkergeel en spierwit.</p>
<p class=MsoNormal>Het weer is nog niet echt lekker. De bewolking en het koele briesje<br />
zijn suboptimaal. Erger is de extravagante hoeveelheid vliegen. Kakadu was erg,<br />
Uluru was erg, maar ze vervagen beide vliegkwantitatief bij wat er nu rond en<br />
in mijn hoofdholtes zoemt.</p>
<p class=MsoNormal>We ontvluchten de vliegen en stappen weer in en het duurt<br />
niet lang of een tweede attractie ligt provocerend op de weg. Vlak voor ons<br />
ligt een slang ons uitdagend aan te kijken. We stappen uit voor de broodnodige<br />
foto’s en de slang doet leuk mee met het aannemen van een aanvallende pose.<br />
Vriendelijk als wij zijn, jagen we het beest met wat takken de weg af, hetgeen<br />
bevorderlijk is voor zijn houdbaarheidsdatum.</p>
<p class=MsoNormal>Het is een donkere slang met een zwart hoofd. Ik heb de<br />
laatste tijd een lijn in de dierennaamgeving gevonden en extrapoleer white<br />
bellied sea eagle en yellow footed rock wallaby tot black headed python. Na wat<br />
boekjes erop nageslagen te hebben blijkt deze gok nog correct te zijn ook. Ik<br />
heb mijn roeping gemist…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Rechts aan de horizon luren grote zandduinen. Deze gaan we<br />
beklimmen, om er vervolgens op een stuk hout weer vanaf te glijden. Dat gaat<br />
een stuk sneller dan ik dacht. De duin die we voor dit doel misbruiken is denk<br />
ik een kleine twintig meters hoog en dat levert meer dan voldoende potentiële<br />
energie op die gedurende de afdaling in adrenaline wordt omgezet.</p>
<p class=MsoNormal>Na een paar keer zittend probeer ik het ook een paar keer<br />
staand op het sand board. Dit resulteert in zand op plekken die in de leer der<br />
anatomie zelfs geen Latijnse naam hebben.</p>
<p class=MsoNormal>Vermoeid van het herhaaldelijk beklimmen van de verzameling<br />
los zand stappen we weer in de bus voor de laatste paar honderd kilometers van<br />
de dag.</p>
<p class=MsoNormal>Na zonsondergang komen we aan in een gezellige<br />
bed&amp;breakfast in Hollocks Beach, een klein dorpje aan de kust. We genieten<br />
van een smakelijke maaltijd op het balkon, luisterend naar de geluiden van de<br />
branding. Dit is de Indische Oceaan en hij bevalt me nu al uitstekend.</p>
<p class=MsoNormal>Na het eten spelen we wat drinkspelletjes, waar niet alleen<br />
Jess, maar ook de oudere uitbaatster van de accommodatie aan meedoet. Het is<br />
een gezellig begin van een veelbelovende reis.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is zes uur en we staan op. Claire, een sportieve<br />
Nederlandse was al een uurtje langs het strand aan het rennen. Het lijkt dat<br />
zij over een onmenselijke hoeveelheid energie beschikt. Een vermoeden dat nog<br />
veelvuldig tot boven de verwachtingen bevestigd zal worden.</p>
<p class=MsoNormal>Western Xposure staat bekend om zijn geweldige maaltijden,<br />
maar helaas blijkt dat niet uit het ontbijt. Zodoende schenk ik weer een paar<br />
sneetjes bejamde toast aan het spijsverteringsstelsel, terwijl ik uitkijk over<br />
de oceaan. Het weer is nog steeds niet geweldig. De wolken zijn donker en de<br />
temperatuur een stuk koeler dan normaal. De uitbaatster hoopt op regen, ik ben<br />
klaar om verder naar het Noorden te reizen. Een kilometer of 483 is een mooi<br />
begin.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden langs een paar carotine farms. Hier wordt carotine<br />
gegroeid die vervolgens voor vitamine A preparaten en lippenstift gebruikt zal worden.<br />
De farms zien er uit als grote oranje/roze meren.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Later komen we aan in Kalbarri National Park. Allereerst<br />
parkeren we de bus, die trouwens Betsy heet, bij Pot Ally. Deze plaats geeft<br />
een mooi uitzicht over de woeste kliffen. De dreigende bewolking en koele wind<br />
versterkt het toch al onheilspellende en ongastvrije uitzicht. Het is alsof de<br />
natuur zegt dat het op de straat is opgegroeid en er elk moment over kan gaan<br />
rappen.</p>
<p class=MsoNormal>De volgende stop is Z-bend, een hoekig punt in een kloof.<br />
Het uitzicht vanaf boven is ondanks het gebrek aan zon op zijn minst<br />
indrukwekkend te noemen. We klimmen een stukje naar beneden en de laatste<br />
vijfentwintig meter abseil ik. Grappig werk, dat abseilen, maar vijfentwintig<br />
meter is niet echt de moeite. Hoe dan ook, het is beter dan springen.</p>
<p class=MsoNormal>We eten de lunch verderop in het park en met ronde buikjes<br />
lopen we naar the Loop, een grote bocht in dezelfde kloof. Er liggen zelfs een<br />
tweetal plassen water. Over een paar weken stroomt er waarschijnlijk weer iets<br />
meer water, maar veel is het de laatste eeuwen sowieso niet meer.</p>
<p class=MsoNormal>Het wolkendek is inmiddels opengebroken en gezellige<br />
schapenwolkjes decoreren de blauwe lucht. Het uitzicht over the Loop is<br />
magnifiek, met name wanneer je door Nature’s Window kijkt; een natuurlijk raam<br />
uit leisteen ontstaan. Het enige storende aan het uitzicht zijn de vliegen op<br />
je pupillen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Voldaan verlaten we Kalbarri National Park en een tijdje<br />
later rijden we werelderfgoedgebied Shark Bay op, in het Westelijkste puntje<br />
van Australië. De eerste en enige stop van vandaag in dit gebied is Shell<br />
Beach. Dit strandje dankt zijn naam aan het feit dat het zand is vervangen door<br />
tonnen hele kleine schelpjes. Het is wat minder comfortabel aan de voetzolen,<br />
maar stukken origineler. We hebben de mogelijkheid om te gaan zwemmen, maar de<br />
koude wind doet de meeste van ons besluiten dat pootjebaden ook al heel stoer<br />
is. Claire denkt daar anders over en trekt olijk een paar baantjes.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden naar Monky Mia, een wereldberoemde plek in teken<br />
van dolfijnen. Om dit kracht bij te zetten heeft Jess het nummer “Call of the<br />
Dolphins” op repeat gezet. In deze hit uit vergane tijden herhaalt een<br />
nostalgische hippie van middelbare leeftijd met tranen in zijn stem dat we de<br />
dolfijnen met rust moeten laten… voor de kinderen&#8230; Dit wordt muzikaal<br />
bijgestaan door een herhalende toonladder van zaadachtige keyboardklanken die<br />
veganistischer in het oor liggen dan een wortel. Deze gewaagde interpretatie<br />
van muziek is op elke tour die Jess onderneemt het meest gehate nummer van de<br />
tocht. Claire heeft de bijzonder twijfelachtige eer om als eerste passagier aller<br />
tijden het nummer te herkennen van een cd die haar moeder vroeger draaide… Ik<br />
vraag me nu af of ik niet beter een schuilnaam voor Claire had kunnen<br />
gebruiken. Dit doet haar vast geen goed op de banenmarkt…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is al een tijdje donker als we het heuse resort bereiken.<br />
Daar wordt de honger overwonnen door een barbecue, de dorst door een<br />
aanzienlijke hoeveelheid bier en wijn en de duisternis door een nachtje slaap.<br />
Hierbij speelt de tweede overwinning zich tussen de eerste en de laatste af en<br />
leer ik tegelijkertijd de Deense Mette wat beter kennen. Dit is al haar derde<br />
keer dat ze deze tour doet (ze is 32, al zou je dat niet zeggen), en ze belooft<br />
dat we de mooiste dingen ooit gaan zien.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is half zeven in de ochtend en in één soepele beweging<br />
spring ik uit mijn bed en in mijn kleren. We zijn in Monky Mia en een nieuw<br />
hoofdstuk in fauna-exploratie is slechts een klein uurtje van me verwijderd.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Nog herkauwend op de droge toast en met de laatste slokken<br />
oploskoffie nog in mijn mok, vecht ik me door een koude zeebries naar het<br />
strand. Dit is een wandeling van slechts vijftig meter, dus het gevecht is<br />
makkelijk gewonnen. Bij de waterrand aangekomen loop ik Noordwaarts door<br />
groepen pelikanen richting een steiger. Bij het steiger verwijder ik mijn<br />
teenslippers en rol ik mijn broekspijpen op, om vervolgens tot aan mijn knieën<br />
in het water te gaan staan. In het kwartier dat hier op volgt, volgen minstens<br />
dertig medetoeristen dit voorbeeld.</p>
<p class=MsoNormal>Binnen een paar minuten breken de eerste rugvinnen door het<br />
wateroppervlak. Een stuk of drie dolfijnen zwemmen langzaam naar ons toe. Ze<br />
spelen wat met elkaar en kijken nieuwsgierig en chronisch vrolijk naar de<br />
vreemde schepsels in dikke truien die al pootjebadend de batterijen van hun<br />
camera’s verwisselen.</p>
<p class=MsoNormal>Er zwemmen meer dolfijnen naar de kust en overal zie je wel<br />
een vin, staart of snuit uit het water komen. Spelenderwijs flaneren ze op slechts<br />
een meter afstand van onze voeten. Ze plagen ons, omdat ze lijken te weten dat<br />
wij ze willen knuffelen, maar dat een poging daartoe door de aanwezige rangers met<br />
zweepslagen wordt bestraft.</p>
<p class=MsoNormal>Ik neem wel zestig foto’s, op zoek naar de juiste timing,<br />
maar dat valt niet mee met een camera met random shutter delay. Bij het<br />
verwisselen van de batterijen maakt één dolfijn een achterwaardse salto terwijl<br />
een andere op viool een symfonie van Vivaldi ten gehore brengt, maar wanneer<br />
mijn camera weer gebruiksklaar is, duiken ze weer gezwind onder.</p>
<p class=MsoNormal>Dan komen de rangers met emmers vis. Ze kiezen een aantal<br />
fortuinlijken die een vis aan een dolfijn mogen voeren. Je komt hiervoor alleen<br />
in aanmerking als je ofwel jong en schattig bent, ofwel oud en seniel, of als<br />
je een stevige set strakke borsten hebt, waarvan de tepels door de koude wind zo<br />
scherp zijn dat ze onder de wapenwet geschaard zouden moeten worden. Ik voldoe<br />
aan geen van deze voorwaarden en kijk door mijn camera toe hoe een seniele oma<br />
met siliconen een vis uit de emmer haalt om die vervolgens in een dolfijn weer op<br />
te bergen.</p>
<p class=MsoNormal>Zodra de vissen op zijn, en dat is al heel snel, keren de<br />
dolfijnen ons de rugvin toe en vervolgen zij hun dag. Wij komen uit het water<br />
en druipen af. Onderweg schiet ik de rest van mijn batterijen leeg op de<br />
pelikanen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Nog voor de lunch verlaten we Monky Mia. In het nabijgelegen<br />
Denham halen we wat benzine en kijken we nog eens naar de prachtige blauwe,<br />
lauwe Oceaan, begrensd door bepalmde stranden. Een mooie zeilboot ligt vredig<br />
te schommelen op het water en is favoriet voor een schilderachtige foto. Een<br />
attente meeuw vliegt door de foto heen en voor eens is de willekeur in shutter<br />
delay van mijn oude cameraatje een pluspunt.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We verlaten het schiereiland Shark Bay, maar nemen eerst nog<br />
een kijkje bij de Stromatolites bij Hamelin Pool. Hierover had ik al gelezen in<br />
Bill Bryson’s boek ‘Down Under’, maar toen ik het las dacht ik niet ooit op deze<br />
afgelegen plaats te komen.</p>
<p class=MsoNormal>Stromatolites zijn ’s werelds oudste levende organismen. Ze<br />
zijn voor het eerst hier ontdekt, in het zoute, ondiepe en warme water van<br />
Hamelin Pool en er zijn maar een stuk of drie plaatsen op aarde waar er nog<br />
levende Stromatolites zijn.</p>
<p class=MsoNormal>Deze eencelligen, die met miljoenen bij elkaar komen zien<br />
eruit als zwarte steen en zij doen al 3.500.000.000 jaar weinig anders dan<br />
kleine beetjes zuurstof maken. Men vermoedt dat deze plantjes, die lang geleden<br />
over de hele aarde te vinden waren, verantwoordelijk zijn voor het brengen van<br />
zuurstof in onze atmosfeer. Het water staat nu te laag, maar wanneer de<br />
Stromatolites onder water staan, kun je sporadisch een klein luchtbelletje aan<br />
de oppervlakte zien verschijnen.</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl ik over de loopplank in de warmer wordende dag loop<br />
en drieënhalf miljard jaar terug in de tijd kijk over het veld van eencelligen<br />
die verantwoordelijk zijn voor al het leven zoals we dat nu kennen, maakt een<br />
heel speciale emotie zich van mij meester… Ik verveel me. Hoewel deze plek van<br />
onschatbare natuurhistorische waarde is en de geschiedenis me zeker<br />
interesseert, moet men niet vergeten dat je eigenlijk gewoon naar een roedel<br />
zwarte keien staat te kijken. Het duurt dan ook niet lang voordat we onze weg<br />
weer vervolgen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De zon heeft de revue al weer gepasseerd wanneer wij na 610<br />
kilometer aankomen bij het gezellige hostel in Coral Bay, een klein dorpje aan<br />
één van de prachtigste stukjes van de 36000 kilometer kustlijn die Australië’s<br />
grenzen tekent.</p>
<p class=MsoNormal>We checken in, eten wat hamburgers en drinken menig pot<br />
pils. Wat spelletjes pool en tafeltennis geven het valse gevoel van<br />
sportiviteit en de sfeer is in een opperste staat van gezelligheid. De bar<br />
sluit en niet veel later ook onze ogen.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De ochtend is alweer zeven uren oud wanneer telefoonalarmen<br />
de ogen doen openen en nadorst de mond. Vandaag deelt de groep zich op over<br />
verschillende activiteiten die geboekt konden worden in verschillende<br />
prijsklassen. Er kon gekozen worden uit een keur van vermakelijkheden variërend<br />
van quadbiken tot kanoën. Ik heb gekozen voor een dure, maar schijnbaar<br />
fantastische Manta Ray Day Tour.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is fantastisch weer als wij met onze snorkeluitrusting<br />
het bootje opstappen. De zon schijnt, het is windstil en de lucht probeert het<br />
water af te troeven in blauwheid. Terwijl gids Jess naast me de vervelende<br />
combinatie van kater en varen probeert weg te slikken kijk ik over het blauwste<br />
water dat ik ooit heb gezien. De vissen zwemmen met ons mee en hier en daar<br />
steekt een zeeschildpad zijn hoofd uit het water om de commotie gade te slaan.</p>
<p class=MsoNormal>Het duurt niet lang tot we Ningaloo Reef bereiken, de kleine<br />
Westelijke zuster van the Great Barrier Reef. Het is plaatselijk enorm ondiep<br />
en het koraal groeit praktisch tot boven de zeespiegel. Het turquoise water<br />
heeft hierdoor vlekken donkerblauw en groen in zich. Rondom ons is het spiegelvlak,<br />
terwijl we verderop de golven zien breken waar de Indische Oceaan het rif<br />
treft.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De eerste snorkellocatie is een Shark Cleaning Station. Dit<br />
is een plek waar haaien en andere grote maritieme creaturen komen om door<br />
kleine visjes schoongesabbeld te worden. Een soort waterige afwerkplek dus. We<br />
springen te water en volgen de lieflijke Canadese gids naar de actie.</p>
<p class=MsoNormal>Er zijn ook in dit deel van Australië maar drie soorten haai<br />
die veel voorkomen; de white tip reef shark, de black tip reef shark en de gray<br />
reef shark. Langer dan twee meter worden ze zelden en ze vinden ons maar<br />
angstaanjagend. We moeten dan ook best een tijdje zoeken, tot ik er plots één recht<br />
onder me zie, op zo’n acht meter diepte. Het is een mooi exemplaar van een gray<br />
reef shark die met twee meter lengte langer is dan ik. Ik had ze al eerder<br />
gezien in het Oosten, maar niet eerder zo dichtbij. Het zijn prachtige beesten.</p>
<p class=MsoNormal>Terwijl we naarstig zoeken naar nieuwe exemplaren heeft het<br />
bedrijfsvliegtuigje een Manta Ray gespot. Dit wordt de volgende snorkelsessie.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Coral Bay is één van drie locaties in de wereld waar een<br />
permanente populatie Manta Rays leeft. Deze grootste onder de platvissen kunnen<br />
tot zeven meter in vleugelwijdte groeien met een gewicht van ruim twee ton. In<br />
tegenstelling tot andere rays (zoals de Bull Ray die intiem was met Steve<br />
Irwin) hebben Manta Rays geen stekel in hun staart en zijn ze als planktoneters<br />
volledig ongevaarlijk. Hun enige verdediging tegen zeldzame rovers is hun<br />
snelheid die tot veertig kilometer per uur kan oplopen, hoewel ze dat zelden laten<br />
zien.</p>
<p class=MsoNormal>Na een korte vaartocht worden we in kleine groepjes om de<br />
beurt bij de Manta gedropt. We zwemmen boven haar mee. Ze is een kleine vier<br />
meter breed en zweeft met onbeschrijflijke sierlijkheid door het heldere water.<br />
Omdat ze niet omhoog kan kijken draait ze soms op haar zij om te kijken wat er<br />
aan de hand is. Ze stoort zich nauwelijks aan onze aanwezigheid. Een paar sucker<br />
fish zitten als een zuignap aan haar onderkant en liften op die manier mee. Ik<br />
zwem recht boven haar en de afstand tussen ons kan niet veel meer zijn dan vijf<br />
of zes meter.</p>
<p class=MsoNormal>Al snel zitten de eerste tien minuten er op en moeten we het<br />
water weer uit om ook de volgende groep wat quality time met de Manta te geven.</p>
<p class=MsoNormal>Een tijdje later mogen de liefhebbers nog een tweede keer<br />
het water in. Ik heb het net weer warm, (het water is toch nog best koud en er<br />
is weer een koel briesje), maar besluit toch nog eens hallo te gaan zeggen<br />
tegen mijn nieuwste visvriendin.</p>
<p class=MsoNormal>Het lijkt erop dat de Manta nu wel genoeg van ons heeft en<br />
ze begint een stuk harder te zwemmen. Driekwart van de groep valt al snel af en<br />
wacht tot de boot ze oppikt, maar geïnspireerd door de sierlijke snelheid van<br />
dit wonderschone dier spartel ik kwiek achter haar aan. Van de Canadese gids<br />
mag ik naar de Manta toe duiken en met de restjes adem die ik nog over heb duik<br />
ik richting het zwevende vistapijt tot er niet veel meer dan een meter tussen<br />
ons is. De gids maakt wat mooie foto’s van ons en ik kan er geen genoeg van<br />
krijgen. Mijn benen kunnen dit wel en deze zijn dan ook blij wanneer we in een<br />
ontspannen watertrappelparade op onze watertaxi wachten.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Bijzonder voldaan begin ik aan de lunch die mij vol doet en<br />
nog voldaner dan voorheen tuur ik over het water op zoek naar schildpadden en<br />
Rays. We passeren een zwarte vlek van een Manta Ray en later een zwarte vlek<br />
van een Bull Ray en na verloop van tijd komen we aan bij onze laatste<br />
snorkelplek van de dag.</p>
<p class=MsoNormal>Op een prachtige ondiepe plek tussen het koraal gaan we voor<br />
de laatste maal te water. Vele verschillende soorten koraal gaan verschuilt<br />
achter kleurrijke vissen. Het is allemaal niet zo abundant en kleurrijk als the<br />
Great Barrier Reef, maar niettemin een lust voor het oog. Ik kom oog in oog met<br />
een grote Box Fish (bijna vierkante vis), de grootste die ik tot nu toe heb<br />
gezien. Ik zie eindelijk een Trumpet Fish, een bijzonder komisch langwerpig<br />
stuk zwemmer met een lange snuit met een maximum lengte van tachtig centimeter.<br />
Een spotted lagoon ray zwemt over de nabije bodem en een keur aan zeesterren<br />
vrolijkt de koraalpartijen op. Het is een mooie afsluiting van een mooie dag.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na de terugtocht nemen we afscheid van de crew en ontspannen<br />
we op het lieflijke strand. Ik kan nog steeds niet geloven hoe blauw het water<br />
er hier is en besluit dat ik hier later nog eens zal terugkomen. Tussen april<br />
en juli kun je hier namelijk met Whale Sharks duiken; de grootste vissen op de<br />
planeet. Reusachtige planktoneters die wel twaalf meter lang kunnen worden. Dat<br />
moet ik een keer meemaken!</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>In de namiddag stappen we weer in Betsy de bus en rijden de<br />
steenworp van 335 kilometer naar Exmouth. Daar checken we in op een soort<br />
camping met slaapkamerhuisjes waarmee we langzaam onze luxueuze<br />
backpackeraccomodaties afbouwen naar de primitiviteit die ons later nog te<br />
wachten staat. Een goede maaltijd wordt gevolgd door gezellig bieren tot<br />
tenslotte de slaap wordt opgezocht.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Vroeger dan de meesten spring ik om kwart voor zeven<br />
enthousiast mijn bovenbed uit, waarbij het geluid van mijn hoofd tegen het te<br />
lage plafond ook de rest van de kamer wekt. De resulterende hoofdpijn mag de<br />
pret niet drukken, want voor vandaag heb ik een duiktrip geboekt. En duiken, zo<br />
heb ik geleerd, mag ik graag doen!</p>
<p class=MsoNormal>Niet veel later sta ik samen met de Vlaamse Seija te wachten<br />
om door het duikbedrijf opgehaald te worden. Menig busje komt langs en pikt<br />
anderen op, maar van ons bedrijf blijft elke vorm van vervoer uit.<br />
Concurrerende collega’s voorzien ons van wisselende informatie die praktisch<br />
varieert tussen ‘nog vijf minuutjes’ en ‘hij is gisteravond overleden aan een<br />
ingegroeide teennagel. Na een half uur wachten wandelen we naar het<br />
boekingskantoor, waar we via de telefoon te horen krijgen dat het busje in<br />
kwestie gewoon op tijd op de juiste plek stond. Wij kijken elkaar aan,<br />
bevestigen daarmee onze zichtbaarheid en ontkrachten daarmee zijn gelul. Hoe<br />
dan ook, het schip is uitgevaren en ons duikavontuur is daarmee nog voor het<br />
zingen beëindigd.</p>
<p class=MsoNormal>We lopen terug naar de accommodatie waar de rest aan het<br />
ontbijten is. Ik ben gedurende deze hele trip chronisch gelukkig en heb dan ook<br />
besloten deze teleurstelling onmiddellijk te negeren. Seija heeft het hier iets<br />
moeilijker mee, maar ook zij weet een suïcidale depressie af te wenden.</p>
<p class=MsoNormal>En zo, niet veel later, zitten wij met een snel gehuurd<br />
snorkelsetje bij de rest in de bus, op weg naar een paar prachtige plekjes op<br />
een prachtige dag.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden over het schiereiland door Cape Range National<br />
Park tot we voor ons het diepe blauw zien van de übersloot die Australië van<br />
India scheidt. We genieten van dit uitzicht bij the Vlamingh Head lighthouse<br />
(De Nederlander Willem de Vlamingh heeft in zijn VOC-tijd zo’n beetje de halve<br />
Westkust van New Holland (Australië) in kaart gebracht. Goed werk Willem!). In<br />
de verte zien we een Humpback walvis doorbreken.</p>
<p class=MsoNormal>Niet veel later zijn we op het favoriete strand van Jess:<br />
Sandy Bay. Het is het gebruikelijke paradijs met fijn, wittig zand en blauw,<br />
superhelder water van aangename temperatuur. De zon schijnt er lustig op los en<br />
er zijn mooie vrouwen in bikini’s. Wat dat betreft niks nieuws, maar ik kan er<br />
geen genoeg van krijgen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na de lunch verhuizen we een stukje naar het bekendere<br />
Turquoise Bay. Een vergelijkbaar paradijs, maar nu met een uitstekende optie op<br />
snorkelen.</p>
<p class=MsoNormal>Gedurende een lange snorkelsessie wordt ik enigszins<br />
gecompenseerd voor het mislopen van mijn duiktrip. Ik wordt bij het snorkelen<br />
vergezeld door de Deense Mette en zij blijkt uitstekend in het spotten van gave<br />
dingen.</p>
<p class=MsoNormal>Al snel ziet ze een Spotted Wobbegong van anderhalve meter<br />
die ligt te slapen op de bodem (nog geen twee meter diep). Dit is een haai in<br />
zanderige camouflagekleuren met katvisachtige appendices aan de kin. Hij ziet<br />
er erg schattig uit en ik duik een aantal keren naar beneden voor een beter<br />
kijkje. Gelukkig ben ik een brave jongen en raak ik het dier niet aan. Later<br />
hoor ik namelijk dat deze haai, veel meer dan zijn grotere vriendjes, nog wel<br />
eens lelijk wil bijten, als je hem wakker maakt.</p>
<p class=MsoNormal>Ik kom uiteraard honderden parrotfish, anglefish,<br />
surgeonfish, wrass en ander gebruikelijk spul tegen. Ook de trumpetfish zijn<br />
hier alles behalve zeldzaam. In de verte zie ik een schim die zich op een<br />
bekende manier voortbeweegt en na een korte achtervolging zwemmen we gezellig<br />
met een uiterst sympathieke Green Turtle mee. Hij vindt het wel best en ik<br />
bedwing me het beestje niet te knuffelen, dat mag natuurlijk niet.</p>
<p class=MsoNormal>Wat later zie ik een vreemde lijn door het zand lopen en bij<br />
nadere inspectie blijkt het de staart van een stingray te zijn die zich heeft<br />
ingegraven. Om Steve Irwin praktijken te voorkomen besluit ik ook dit diertje<br />
niet te aaien, maar het is wel erg vermakelijk om de belediging in de uit het<br />
zand stekende ogen van de ray te zien, dat ik zomaar zijn camouflage heb<br />
doorzien.</p>
<p class=MsoNormal>Er is een haai gesignaleerd en naarstig ga ik naar het dier<br />
op zoek. Helaas kan ik hem niet vinden. Onbegrijpelijk, vinden anderen, want<br />
kennelijk was de vis op een bepaald moment vlak achter me een lange neus aan<br />
het maken, alvorens hij snel en soepel de open zee in vluchtte.</p>
<p class=MsoNormal>Met deze nieuwe bevestiging dat onderwaterwezens enorm cool<br />
zijn, stap ik het water uit. Erg jammer dat ik mijn wegwerp<br />
onderwatercameraatje bij mijn handdoek heb laten liggen…</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Nog een uur of wat wordt besteed aan zuivere ontspanning en<br />
onthaasting. De stress van alle leuke dingen van de laatste weken begon<br />
natuurlijk aardig uit de hand te lopen.</p>
<p class=MsoNormal>Ik maak een foto van de bloedmooie Duitse Chris, die als een<br />
mensgeworden zeemeermin in het heldere water ligt in een pose die al haar volmaakte<br />
vormen accentueert. Deze scène is zelfs haar camera te heet en het is dan ook<br />
de laatste foto die het apparaat maakt. Vanaf dat moment ben ik haar privé<br />
fotograaf met mijn eigen, oude camera.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We rijden terug naar de accommodatie en hebben haast.<br />
Enkelen, waaronder ik, gaan namelijk nog op een walvistocht. Een onverwachte,<br />
laatste herkansing van de mislukte pogingen rond Newcastle en in Perth. Eerst<br />
moet ik mijn geld nog terug zien te krijgen van de mislukte duiktocht. Dit lukt<br />
en snel ren ik weer terug naar de ophaalplaats, waar mijn vrienden op me wachten.</p>
<p class=MsoNormal>Het Whale Watching bedrijf blijkt dezelfde als het<br />
duikbedrijf, met dezelfde chauffeur. Deze is voornemens me voor de tweede keer<br />
achter te laten, ware het niet voor mijn reisgenoten die hem dwingen te blijven<br />
wachten tot de afgesproken tijd en langer, indien nodig. Ik kom precies op tijd<br />
aangerend en we kunnen vertrekken.</p>
<p class=MsoNormal>Als we aankomen bij het schip, waar ik die ochtend al op had<br />
moeten zitten, blijkt er al een tijdje een politieagent achter ons aan te<br />
rijden. Deze voorziet de chauffeur van een kwade preek over te hard rijden en<br />
ondersteunt dit met de nodige boetes. De chauffeur, Steve heet hij geloof ik,<br />
moet nu zeker wel een ontzettende hekel aan me hebben. Eigen schuld Steve!</p>
<p class=MsoNormal>Sina (D), Chris (D), Nathan (GB), Kellie (AUS) en ik nemen<br />
plaats op de kop van het jacht, op zoek naar walvissen. We hebben weinig geluk.<br />
Een aantal keer zien we vlakbij een bultrug door het water gaan en wat water<br />
omhoog spuiten bij een doorbraak. Een enkele keer zien we zelfs een staart van<br />
een kalf het water uitkomen. Helaas zijn ze niet speels vandaag. Vaak komen de<br />
dieren een kijkje nemen en doen ze wat leuke spectaculaire trucs voor hun<br />
publiek.</p>
<p class=MsoNormal>Gelukkig is er nog een mooie zonsondergang om naar te<br />
kijken. We krijgen garnalen en diverse glazen synthetische champagne en Steve<br />
toont zijn professionaliteit door me op te komen zoeken om zijn excuses te<br />
maken. Het leven is mooi.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Om half zes nemen wij allen afscheid van het fenomeen bed.<br />
De komende nachten zullen die namelijk niet meer aanwezig zijn. Vandaag trekken<br />
we het binnenland in, naar Karijini National Park, een plek waar ik in de<br />
voorbije weken al veel over gehoord heb. Er wachten 740 kilometers, dus rijden<br />
zal vandaag de hoofdactiviteit zijn.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ik neem plaats voorin de bus, naast Jess. Om de tijd wat te<br />
doden schrijf ik een quiz uit. Mijn wekelijkse trivia nights in Newcastle komen<br />
hierbij goed van pas. Het wordt een pittige vragenparade met categorieën<br />
geografie, Australië, stellingen, twee muziekrondes en een ronde met gemengde<br />
vragen. Het voorbereiden neemt al snel twee uur in beslag en ook het<br />
presenteren en corrigeren van het geheel duurt een uur of twee. De tijd vliegt<br />
om en de quiz wordt met veel positieve reacties ontvangen.</p>
<p class=MsoNormal>Er wordt nog een tussenstop gemaakt in het<br />
ijzerertsmijnersstadje Tom Price. Hier kopen we een aardigheidje voor Jess dat<br />
later aangeboden zal worden en gaan we op de foto met een reusachtige<br />
vrachtwagen. Zonder enige twijfel het grootste motorvoertuig dat ik ooit van<br />
dichtbij heb gezien.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Nog voor het vallen van de avond rijden we op een<br />
zandweggetje door intens, hobbelig rood. We zijn in Karijini National Park en<br />
de aarde is roder dan in the Red Center. Het is een groot park en we rijden nog<br />
een uur om in ons kamp terecht te komen: Savannah Camp.</p>
<p class=MsoNormal>Ons kamp bestaat uit een aantal tenten waarin we de bagage<br />
dumpen, voor iedereen een swag waar de meesten mee buiten slapen, een paar<br />
kookpitten, een barbecue en wat tafels en bankjes. Zo zijn er een tweetal van<br />
dit soort kampementen, met in het midden een nieuw toiletgebouwtje. Savannah<br />
Camp is namelijk sinds kort uitgebreid met een kroeg/restaurant een stukje<br />
verderop en een toiletgebouwtje op het kamp zelf. De eigenaren noemen het<br />
‘eco’, maar Jess is het hier terecht niet mee eens.</p>
<p class=MsoNormal>In één van de droogste plekken van het continent zijn<br />
wildernisliefhebbers namelijk nu voorzien van twee toiletten met doorspoeling,<br />
in plaats van gewoon een paar biologische schijthuisjes. Tevens is er een<br />
tweetal douches aanwezig. Er wordt ons verzocht deze niet te gebruiken en ook<br />
spaarzaam te zijn met doorspoelen.</p>
<p class=MsoNormal>
<p class=MsoNormal>’s Avonds drinken we onder een volle maan. Een volle maan is<br />
natuurlijk prachtig, maar verstoort wel één van de mooiste sterrennachten die<br />
je je kunt voorstellen. In een straal van honderden kilometers is er geen<br />
lantaarnpaal te bekennen, dus zonder de maan zou de sterrenhemel ongeëvenaard<br />
zijn. Gelukkig heb ik mijn portie sterrenstaren al gehad in Kakadu National<br />
Park.</p>
<p class=MsoNormal>Het is trouwens onvoorstelbaar hoeveel licht zo’n volle maan<br />
geeft. Met enige concentratie is het mogelijk om midden in de nacht een boek te<br />
lezen, met niks anders dan de verlichting van de maan. In de swag op het rode<br />
zand slapen gaan onder dergelijke maan is door het felle licht dan ook niet<br />
eenvoudig, maar gelukkig wordt het proces vereenvoudigd door de genuttigde slaapmutsjes.<br />
Voordat ik de ogen sluit word ik me bewust van een opkomende verkoudheid.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De zon en de vliegen doen een wedstrijd mij te wekken. De<br />
vliegen winnen, maar ze zijn dan ook dan meer. Het zijn er zelfs zo veel, dat<br />
ze in een zwerm de zon verduisteren. Het is een oneerlijke strijd. Hoe<br />
verachtelijk ze ook zijn, ik volg hun voorbeeld en ga richting ontbijt, waar ik<br />
bijzonder aangenaam word verrast met pannenkoeken.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Karijini National Park is een aaneenschakeling van de meest<br />
prachtige en dramatische kloven, bespikkeld met prachtig heldere watertjes en<br />
uiterst sfeervolle cascades. De leisteenachtige ribbeling in de kloofwanden<br />
maken het uitermate geschikt voor klimpartijtjes, waardoor een groter deel van<br />
het park toegankelijk wordt. Er zijn allerhande ‘wandel’-routes denkbaar<br />
variërend van moeilijkheidsgraad één (gewoon vlak) tot moeilijkheidsgraad 6<br />
(verboden, mits in bezit van abseildiploma of euthanasiecertificaat). Vandaag<br />
gaan we adventure hiken op stukken tot en met graad vijf, hoewel er volgens<br />
sommige kaarten ook een stukje zes tussen zit.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na een heel kort ritje komen we aan bij Weano Gorge, We<br />
beginnen bij Oxers Lookout op een punt waar drie gorges samenkomen. Het zicht<br />
is adembenemend en niet alleen vanwege mijn verkoudheid. Het begint te dagen<br />
dat Karijini wel eens de mooiste plek op aarde zou kunnen zijn.</p>
<p class=MsoNormal>We dalen af over de soms losliggende stenen en het is al<br />
gelijk goed uitkijken waar je je voeten neerzet. Beneden aangekomen lopen we<br />
een stuk door de kloof. Aan weerszijden reizen steile rode muren met op de<br />
grond een riviertje met variabele afmetingen. Soms is het vrijwel droog, andere<br />
keren moeten we de schoenen uitdoen om er doorheen te waden, of we klimmen er<br />
via de muren langs. Her en der fleurt vegetatie de eeuwenoude rotsformaties op.</p>
<p class=MsoNormal>Na een tijdje komen we aan bij de ingang van Handrail Pool.<br />
Hier laten we onze spullen achter en gaan we behoedzaam en met behulp van Jess<br />
naar beneden. Ik heb al veel over Handrail Pool gehoord. Alex, het Duitse<br />
meisje van mijn tocht van Darwin naar Adelaide, heeft hier haar teen van de<br />
nodige schade voorzien. Gelukkig beschikt Handrail Pool over een handige<br />
Handrail en via dit stuk metaal en nog een aanhankelijk touwtje kom ik veilig<br />
aan in een stenen cilinder van tientallen meters hoogte. Onderin ligt water en<br />
het is best fris. Door de omringende wanden kan de zon het water nauwelijks<br />
opwarmen. Aangezien de lucht ruim dertig graden warm is, is de temperatuur van<br />
het water een aangename hindernis.</p>
<p class=MsoNormal>Na de eerste baantjes getrokken te hebben zie ik dat de<br />
cilinder behalve een ingang ook een uitgang heeft. Na het ronde reservoir<br />
stroomt het water weer door, door een nog smallere kloof. Het gaat vanaf daar<br />
steil naar beneden en waarschuwingsborden geven te lezen dat verdergaan een<br />
heel dom idee is. Toch is de verleiding groot, want het ziet er prachtig uit<br />
daar beneden.</p>
<p class=MsoNormal>Op de klim uit Handrail Pool komen we nog een schattig<br />
kikkertje tegen en een aantal mensen glijdt bijna of helemaal uit. We lopen<br />
weer terug en klimmen Weano Gorge uit. Adventure Hiking is volledig geweldig!</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De volgende stop is Hancock Gorge. Wederom beginnen we met<br />
een bovenaanzicht dat weer onbeschrijflijk prachtig is. Hier leren we ook hoe<br />
de naamgeving van de kloven een beetje tot stand is gekomen (met een paar<br />
uitzonderingen, zoals Handrail Pool). Alle kloven en veel kenmerkende punten<br />
zijn vernoemd naar personen die het hebben ontdekt, of naar personen die<br />
omgekomen is, terwijl hij/zij iemand anders probeerde te redden. Als je niet<br />
weet wat je doet en/of niemand bij je hebt die dat weet, dan is het makkelijk<br />
jezelf te verwonden hier.</p>
<p class=MsoNormal>We dalen af en zwemmen en klimmen door de kloof.<br />
Uiteindelijk komen we aan bij de Spider Walk. Dit stukje zit ergens tussen<br />
klasse vijf en zes in. De kloof is er erg smal en het beetje water dat er is<br />
stroomt snel en heeft de bodem enorm glad gemaakt. De enige manier om door de<br />
kloof te gaan, is door niet op de bodem te gaan staan. Met tegen elke muur een<br />
hand en voet kruip je er doorheen.</p>
<p class=MsoNormal>Over dit stukje is al veel gesproken en gespeculeerd.<br />
Gisteravond zagen we de gids van een andere groep met open knieën en hechtingen<br />
in haar kin. Zij had zichzelf opgeofferd om te voorkomen dat één van haar<br />
Aziaatjes naar beneden viel. Een aantal mensen van onze groep besluit niet<br />
verder te gaan.</p>
<p class=MsoNormal>Met goede moed begin ik aan de Spider Walk en tot mijn grote<br />
teleurstelling blijkt het reusachtig eenvoudig te zijn voor eenieder langer dan<br />
185 centimeter. Wel moet ik steeds wachten op mijn kleinere medemens die<br />
begrijpelijk veel moeite heeft om zich door de muren heen te manoeuvreren.</p>
<p class=MsoNormal>Aan de andere kant aangekomen nemen we een hoge duik in<br />
Kermit’s Pool. De kloof is hier wijder en de zon schijnt er op los terwijl we<br />
genieten van het heerlijke water. We lopen en zwemmen wat heen en weer en nemen<br />
de nodige foto’s. We kunnen het water na Kermit’s Pool nog een klein stukje<br />
volgen, tot het ook hier weer behoorlijk steil wegvalt. Vanaf hier wordt het<br />
nog veel geweldiger, maar verdergaan is onverantwoord. Elk jaar is er weer een<br />
aantal mensen die dit wel doet en die zich verderop behoorlijk vergissen in de<br />
diepte van het watertje vele meters lager. De gelukkigen belanden in een<br />
rolstoel, de anderen op hele harde stenen.</p>
<p class=MsoNormal>Ook hier zal ik nog eens naar terug moeten gaan. Wat we<br />
zojuist hebben gedaan zijn stukken van de zogenaamde Miracle Mile. Dit is een<br />
mijl door de Weano en Hancock kloven (aaneengesloten bij Oxers Lookout) waarbij<br />
het een mirakel is als je hem als domme toerist overleeft. Vanaf volgend jaar<br />
begint er een bedrijf met tours over de hele mijl, waarbij je de stukken die we<br />
nu hebben overgeslagen wel kunt doen, met gids en de juiste spullen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We komen terug bij Savannah Camp voor een late lunch met<br />
slechts één of twee lichtgewonden. Onze tijd in Karijini is nog lang niet<br />
voorbij, maar het ruigste deel blijkt helaas wel al achter de rug.</p>
<p class=MsoNormal>Het is enorm warm en we voelen de hete adem van de veertig<br />
graden onheilspellend in onze nek. Een kleine siësta is wel op zijn plaats.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Tegen half vijf lopen we naar Joffre Gorge, richting The Amphitheater.<br />
Deze bevindt zich vlakbij het kampement. We dalen af en komen al snel op onze<br />
bestemming. The Amphitheater is precies zoals het klinkt; een grote ronde, hoge<br />
tribune van rotswand met onderin een koud watertje.</p>
<p class=MsoNormal>Met Chris besluit ik omhoog te klimmen. Hoe hoog het ook<br />
lijkt, het klimt enorm makkelijk door de textuur van de wanden. We kruipen langs<br />
de watervalletjes omhoog en binnen tien minuten sta ik bovenaan de kloof. Het<br />
uitzicht is geweldig, de rest van de groep een verzameling stipjes in de arena<br />
van het amfitheater.</p>
<p class=MsoNormal>Onderweg naar beneden kruip ik nog achter een watervalletje<br />
voor een regenachtige foto en beneden aangekomen neem ik mijn laatste douche<br />
van de dag in het frisse water. Intussen valt de komische Brit Andy op<br />
fenomenale wijze in het water. Gelukkig voor hem heeft Chris zijn camera.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Voldaan en semi-schoon klimmen we de kloof weer uit. Boven<br />
aangekomen worden we getrakteerd op meer natuurschoon. Rechts staat een<br />
reusachtige volle maan, terwijl links de laatste oranje zonnestraal de paarse<br />
lucht klieft. Recht vooruit zijn er biertjes.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Aaah… de zon en mijn vrienden de vliegen heten mij welkom in<br />
een nieuwe dag in het paradijs. Vol enthousiasme en verkoudheid spring ik uit<br />
mijn swag. Snel wat plakken toast en dan zijn we weer op weg.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Dales Gorge is zo prachtig dat we er een hele dag blijven en<br />
nooit meer weg willen. We beginnen in Fern Pool, het meest magische meertje dat<br />
je je kunt voorstellen. Het heldere, lauwe water wordt omgeven door intens<br />
groen en bedekt onder het rustgevende geruis van twee schilderachtige<br />
watervalletjes. Je zwemt in harmonie met de vissen en je waant je in de tijd<br />
toen dieren nog konden praten.</p>
<p class=MsoNormal>Vervolgens lopen we naar het nabijgelegen Fortescue Falls;<br />
een magnifiek stuk waterval waar je langs naar boven kunt klimmen en na elke<br />
meter de waterstroom weer vanuit een nieuw perspectief kunt bewonderen. Ik maak<br />
de klim op blote voeten en verbrand ze bijna aan het steen dat al uren vol in<br />
de zon ligt te bakken. Het is warm en het water vormt een aangename afkoeling.</p>
<p class=MsoNormal>Ik vermaak me uren in dit stuk van Dales Gorge, wordt<br />
geregeld gesommeerd meer kalenderwaardige foto’s van Chris te nemen en schiet<br />
de rest van mijn batterijen leeg met compositionele experimenten op de<br />
wonderlijke omgeving.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Ik slik nog wat Nurofen Cold&amp;Flu voordat we de schoenen<br />
weer aantrekken voor een wandeling door de gorge naar een andere hoogtepuntje.<br />
De wandeling is in het heetst van de dag en we kunnen de verdampingssnelheid<br />
maar moeilijk bijzweten.</p>
<p class=MsoNormal>Na een half uurtje door stereo-rots te hebben gelopen komen<br />
we aan bij het beginpunt van de kloof: Circular Pool. Hier is in het verleden<br />
de kloof ontstaan uit een waterval en het resultaat is een rond zwembad met<br />
muren van zo’n honderd meter hoogte. Het lijkt op Jim Jim Falls, maar dan lager<br />
en roder.</p>
<p class=MsoNormal>Van een grote waterval mag dan niet echt meer sprake zijn,<br />
wel sijpelt er nog continu water langs de wanden dat door zon en stenen opgewarmd<br />
is tot douchewaardige temperaturen. We nemen nog een laatste duik, verwijderen<br />
eventuele bloedzuigertjes en klimmen dan naar boven, de gorge uit. Een laatste<br />
bovenaanzicht op Circular Pool bevestigt onze vermoeide benen.</p>
<p class=MsoNormal>We stappen in Betsy en rijden de schemering en het kampement<br />
tegemoet.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds spelen we een origineel spelletje dat Jess<br />
introduceert. Het idee is om een cornflakespak met de mond van de grond op te<br />
pakken. Na elke ronde wordt er een stuk van het pak afgescheurd, waardoor er<br />
dus dieper gebogen moet worden.</p>
<p class=MsoNormal>We spelen met een flinke groep mee en het duurt niet lang<br />
voor de eerste hark met spierpijn zijn schaamte overtreft. Na verloop van tijd<br />
zijn we nog met vier mensen over en is het pak gereduceerd tot een stukje van<br />
het bodemkarton. Dat heeft tot gevolg dat we alle vier zand moeten happen om<br />
nog mee te spelen. Wij mannen zijn bijzonder goed vertegenwoordigd; Een collega<br />
van Jess, Andy en ik zijn nog over, samen met Jess zelf.</p>
<p class=MsoNormal>Wanneer het kartonnetje in een kuil wordt gelegd, wordt een<br />
kritieke lachbui me fataal en geef ik met een creatieve rol mijn trui dezelfde<br />
rode kleur als mijn gezicht. Jess zou uiteindelijk de wedstrijd winnen, maar<br />
heeft daar volgens mij nu nog steeds een ruwe tong van. Met de resulterende<br />
spierblessures, stoflongen en wastechnische uitdagingen kent dit spel uiteindelijk<br />
alleen maar verliezers.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Wanneer de volle maan door een nog vollere zon tot<br />
lichtbronredundantie is verworden, rol ik voor de laatste keer in Karijini<br />
National Park mijn swag op. Vandaag verlaten we het paradijs, maar gelukkig<br />
niet voordat we nog een paar laatste uurtjes gaan genieten van wederom een<br />
andere kloof.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Knox Gorge is slechts prachtig, een bescheidener kloofje<br />
naast zijn eerder bezochte broertjes en zusjes. Wel is Knox Gorge een stuk<br />
groener, niet alleen wat betreft vegetatie, maar ook wat betreft water. Het is<br />
zijdezacht en ik waan me een mannelijke versie van Cleopatra in een bad van<br />
melk, zij het groen en met beduidend minder calcium. Het is allemaal uiterst<br />
ontspannend en dat terwijl er eigenlijk al niet zoveel gespannenheid was om mee<br />
te beginnen.</p>
<p class=MsoNormal>In een poging productief te zijn, probeer ik naarstig de<br />
rode aarde uit haren en vanonder nagels te krijgen. Het is nu drie dagen<br />
geleden dat ik voor het laatst in aanraking ben geweest met douchegel. Het<br />
driemaaldaags zwemmen zonder chemische toevoegingen is niet voldoende om de<br />
roestige kleur van de ledematen te wassen. Het is dan ook voor iedereen een<br />
raadsel welk deel van de nieuwe gelaatstint is veroorzaakt door de zon en welk<br />
deel door de concentratie ijzer in de grond.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We zitten in de bus, druk aan het werk met opdrogen en<br />
denken over niks. Voor mij staat vandaag 690 kilometer op het programma, voor<br />
veel anderen nog meer. De eerste paar uur, inclusief tijd voor het vervangen<br />
van een lekke band van de aanhanger, brengen ons naar de laatste gezamenlijke<br />
lunch. Daarna zal de helft worden opgehaald door één van Jess’ collega’s die in<br />
twee dagen terug rijdt naar Perth, waar we zojuist acht dagen hebben gebruikt<br />
om diezelfde afstand andersom af te leggen. De rest blijft bij Jess en Betsy<br />
voor de laatste duizend kilometer naar Broome.</p>
<p class=MsoNormal>Net voordat we gaan lunchen word ik genomineerd om Jess de<br />
cadeaus te overhandigen die we in Tom Price voor haar hebben gekocht; een koe<br />
die kerstliedjes mooht en een setje krasloten. Jess is aangedaan door het<br />
gebaar, maar gelukkig staat daar haar gestreste collega die ons beveelt te<br />
haasten.</p>
<p class=MsoNormal>De lunch gaat noodgedwongen heel erg snel, het afscheid<br />
chaotisch. Het is een moment waar iedereen een beetje tegenop heeft gezien,<br />
daar beide groepen leuke reisgenoten zien vertrekken. De haast zorgt ervoor dat<br />
er niet te lang bij deze ellende wordt stilgestaan.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Met een halfvolle bus rijden we door. Onder andere de<br />
Britten Nathan en de hilarische Andy hebben ons verlaten, alsmede de mooie en<br />
gezellige Chris. Van de eenentwintig passagiers blijven er slechts negen over,<br />
een ruime meerderheid Nederlandssprekend. Het resultaat zijn luxe slaapposities<br />
voor ons allemaal en dat steunt ons dan toch wel weer in dit grote verlies.</p>
<p class=MsoNormal>De rest van de rit kent weinig bijzonderheden. We stoppen<br />
nog om wat brandhout te verzamelen en om nog eens te tanken. Ruim voor<br />
zonsondergang komen we aan bij Indee Station; een grote cattle farm waar we de<br />
nacht doorbrengen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Na aankomst wordt de aanhanger losgekoppeld en rijden we<br />
naar Red Rock; een grote zwerfkei waar wat Aboriginals vroeger op hebben zitten<br />
vingerverven. Ik kan niet echt onder de indruk zijn van de kleurpartijen. In Kakadu<br />
was het wat grootser en zelfs dat deed me weinig. De twee aanwezige Ozzies,<br />
Jess en Kellie, zijn diep onder de indruk en vol van schuldgevoelens bij het<br />
aanschouwen van de abstracte streepjes. Voor mij is het een bevestiging van<br />
mijn vermoedens; Red Rock ligt veel te afgelegen voor toerisme en daarom mogen<br />
wij rustig met de schoenen aan over de kunstwerken heen banjeren. Een<br />
voorganger heeft de boel al wat opgevrolijkt met een smiley en zijn/haar<br />
initialen. Die oude tekeningen zijn alleen interessant om te beschermen als een<br />
meute toeristen er toe bereid is er goed geld voor te betalen.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Wat een stuk indrukwekkender is, zijn de ritten van en naar<br />
Red Rock. Jess stuurt Betsy ervaren door een hobbelig, dieprood zandpad dat<br />
eigenlijk alleen geschikt is voor vierwielaangedreven machines. Aan weerskanten<br />
van het pad staan struiken die extra groen afsteken tegen het zand dat door de<br />
ondergaande zon achter ons steeds intenser rood wordt. Zo nu en dan vliegen er<br />
aan aantal Galaa’s op uit de struiken; rood/grijze papegaai-achtige vogels die<br />
sierlijk doch snel in kleine groepjes voor de bus uitvliegen. Het zandpad loopt<br />
als een rode draad door de eindeloze vlakte, beginnend en eindigend in de zon.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds gaat de bush experience nog een stapje verder. De<br />
enige uitrusting die aanwezig is, is een zeil op de grond, een tafel en een<br />
vuilnisbak. Jess maakt een groot kampvuur en zet er een pan in waarin een<br />
stevige stew op krachten aan het komen is. We ontdoen de koelbox van de laatste<br />
biertjes en eten een duchtig bord stew.</p>
<p class=MsoNormal>Als ik aan het afwassen ben wordt ik opgeschrikt door een<br />
adolescente koe die plots achter me staat. Verderop staan twee van haar<br />
vriendinnen die nieuwsgierig op de geur van kampvuur en Schotse delicatessen<br />
afkomen. Een Australische cattle farm is eigenlijk de provincie Utrecht waar<br />
een paar honderd koeien de reusachtige vlakte afstruinen op zoek naar schaarse voedingsflora.<br />
Ze zijn daardoor niet gewend aan mensen en de dieren zijn dan ook makkelijk<br />
weggejaagd.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Voor het slapen gaan stel ik mijn horloge in op zomertijd.<br />
Het is de eerste keer dat Western Australia hier aan meedoet en begrijpelijk<br />
voel ik me hierdoor nog bijzonderder en meer bevoorrecht dan ik al deed.</p>
<p class=MsoNormal>Ik rol de swag uit en terwijl de nog steeds vrij volle maan<br />
in het groot aan de horizon verschijnt, val ik in slaap op de geluiden van<br />
stervend kampvuur.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het is half zeven nieuwe tijd, dus eigenlijk half zes, als<br />
we opstaan. We hebben besloten zo vroeg mogelijk op pad te gaan, om nog zoveel<br />
mogelijk tijd in Broome te kunnen besteden. Nog voor zonsopkomst zitten we<br />
ontbijtend in de bus voor de laatste zevenhonderd kilometers.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>We maken een tussenstop in een zuidelijk deel van 80 Mile<br />
Beach, zoals de naam al zegt; een 144 kilometer lang strand. Zwemmen is er geen<br />
optie vanwege een keur aan dodelijke dieren. Kwallen zijn het ergste, maar de Salt<br />
Water Croc’s staan op een eervolle tweede plaats. Waar het strand wel geschikt<br />
voor is, is het verzamelen van mooie schelpen en het bekijken van krabben. Met<br />
de schelpen is het ook nog wel oppassen geblazen, want cone shells die nog in<br />
het water liggen kun je maar beter ontwijken. Daarin huizen namelijk hele<br />
chagrijnige en mogelijk dodelijke diertjes.</p>
<p class=MsoNormal>Ik ga in achtervolging van een krab. Het arme beest snapt<br />
maar niet dat ik recht vooruit altijd sneller ben dan hij zijwaarts en na<br />
verloop van tijd geeft hij op en poseert hij verslagen voor een geweldige foto.</p>
<p class=MsoNormal>Er liggen overal sublieme schelpen. Ik verzamel er een<br />
heleboel om vervolgens aan Jess te geven die er allemaal decoratieve plannen<br />
mee heeft. Op haar beurt maakt ze voor mij een hele zomerse ketting van een<br />
mooie draaischelp en een stukje leer. Met mijn nieuwe kleurtje en dit sierraad<br />
ben ik bijna een volleerd Ozzie bloke, doen de aanwezige Ozzies mij geloven.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het laatste stuk naar Broome rijden we door weer een nieuwe<br />
vorm van leegheid. Overal zien we grijzig, uitgedroogd gras, maar nergens is<br />
een boom of struik te ontwaren.</p>
<p class=MsoNormal>We rijden Broome binnen en gaan via de slijterij naar ons<br />
hostel in Cable Beach, een nog kleiner voordorpje van het toch al kleine<br />
Broome. Hier kom ik vrijwel direct Nicolas tegen, de Duitser waarmee ik een<br />
maand eerder een stukje Darwin heb verkend. Hij is door de Kimberley van Darwin<br />
naar Broome gereisd, één van de laatste stukken Australië waar ik helaas niet<br />
aan toekom. Even later zie ik Jackie, de Nederlandse vriendin van Véronique<br />
waar ik in Alice Springs nog mee heb gegeten. Zelfs wanneer je van het<br />
gebruikelijke Oostkustpad wijkt blijkt het reusachtige Australië toch verbazend<br />
klein te zijn.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds verlaat ik de rest voor een de beroemde Camel<br />
Sunset Tour die ik geboekt heb. Ik wordt op een dromedaris gezet (ze noemen die<br />
daar gewoon kameel) en in herkauwende polonaise hobbel ik over het strand. Kamelentochtjes<br />
zijn nogal populair in Broome en twee bedrijven hebben op dat moment zo’n vier<br />
polonaises rondlopen. Ik heb geluk, er waren wat mensen niet komen opdagen en<br />
ik zit derhalve alleen op een kameel, de grootste van het stel zelfs.</p>
<p class=MsoNormal>Na een minuut of vijf op het dier wordt de rit wat eentonig.<br />
Een uitzondering hierop is de kameel achter me, die in variërende graden van<br />
vlijt aan mijn kuit likt. De beesten zijn goed onderhouden en stinken<br />
nauwelijks, dus ik besluit de onbeschaamde liefdesuitingen van mijn nieuwe<br />
aanbidder te tolereren.</p>
<p class=MsoNormal>Uit verveling stort ik mij volledig op het maken van foto’s.<br />
Kamelen zijn net als kangaroos uitermate geschikt om idioot op een foto te<br />
krijgen. Net wanneer ook dit gaat vervelen komt de zon in aanraking met de zee.<br />
Wat volgt is een snelle maar prachtige zonsondergang die ik vanaf een kameel en<br />
door de camera bekijk. De kleuren zijn diep en de compositie met<br />
kameelsilhouetten geeft zelfs na negen maanden buitenland een nieuw<br />
vakantiegevoel. Eén van de kamelenfluisteraars van het bedrijf neemt één van de<br />
mooiste foto’s die ooit met mijn camera zijn gemaakt.</p>
<p class=MsoNormal>Binnen een minuut is de zon volledig verdronken en zet de<br />
duisternis langzaam in. We keren terug, bedanken ons vervoersmiddel en ik loop<br />
terug naar mijn vrienden in het hostel voor een pizza en wat pilsjes.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>’s Avonds lopen we met een doos vol blikjes naar het strand,<br />
bijgestaan door een aantal collega’s van Jess. Zij heeft vanaf nu een dag of<br />
twee vrij en besluit het er goed van te nemen. Al vrij snel worden we van het strand<br />
verjaagd door het opkomende tij. Binnen een uur is het volledige strand<br />
opgeslokt door de Indische Oceaan. In een parkje nabij zetten wij ons<br />
consumptiegedrag voort. De Ozzie tour guides en Kellie bespreken het concept<br />
naked friend; een vrijblijvende seksrelatie. Het wordt al snel duidelijk waarom<br />
Europese mannen zo in trek zijn bij de Australische dames. Een inleidend<br />
etentje en afsluitend ontbijtje kan er namelijk bij de blokes nauwelijks vanaf.</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Uitslapen zit er ook vandaag niet echt bij. Dit was namelijk<br />
zowel mijn eerste als mijn laatste nacht in het hostel en ik moet op tijd<br />
uitchecken. Vandaag wordt een dag van Broome verkennen en weinig anders. Mijn<br />
laatste dag vakantie.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Het loopt dicht tegen de veertig graden aan en de<br />
luchtvochtigheid blijft steken op honderd procent, omdat het wijzertje niet<br />
verder gaat. Mette en ik gaan uitgebreid ontbijten in een klimaatgecontroleerd<br />
eetcafeetje. Vervolgens nemen we een bus naar Broome om dat aan een onderzoek<br />
te onderwerpen.</p>
<p class=MsoNormal>Broome is met zijn veertienduizend inwoners de grootste stad<br />
in de wijde, wijde omtrek. Het is de toegangspoort tot de ruige, in het<br />
regenseizoen onbegaanbare, Kimberley regio en bekend om zijn parelduikers.<br />
Vanwege de chronische hitte is Broome de belichaming van laid back en<br />
traagheid. Broome time is een begrip dat pas na een paar dagen verblijf aldaar<br />
volledig begrepen kan worden.</p>
<p class=MsoNormal>Mette en ik lopen door de palmboombezaaide straatjes langs<br />
winkeltjes, pareletalages en pubs. We zwalken wat, drinken wat en worden<br />
gebeten door zandvlooien. Het is me allemaal wat te saai, wat te traag. Het is<br />
een begrijpelijk gevoel, na vijf weken lang in hoog tempo actief touren.<br />
Schijnbaar heb je een aantal dagen nodig om aan het Broome ritme te wennen,<br />
alvorens je verliefd wordt op het dorp van strand en weinig anders. Ik heb die<br />
tijd niet, de laatste uren van mijn vakantie worden van nabije toekomst tot<br />
recent verleden.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>Teruggekomen in het hostel in Cable Beach spelen we een paar<br />
potjes pool. Vervolgens lopen we naar het terras van de Sunset bar waar vrijwel<br />
iedereen samenkomt voor een biertje, voor mij de laatste. Met pijn in het hart<br />
neem ik afscheid van mijn reisgezelschap en de beste gids ooit. We beloven te<br />
schrijven, ik drink mijn flesje leeg en loop berugzakt naar de taxi, die<br />
ondanks de Broome time op tijd is. Er hangt een lichte sluierbewolking en het<br />
belooft een zonsondergang uit duizenden te worden.</p>
<p class=MsoNormal>Als de lucht tinten van vuur en bloemen aanneemt, check ik<br />
mijn bagage in, een dak tussen mij en de laatste lichtbundels. Terwijl de zon<br />
de zee inzakt, verdwijnt mijn rugzak achter de kunstmatige horizon van het gat<br />
in de muur. De laatste dag van reis en avontuur is ten einde…</p>
<p class=MsoNormal>_____________________________________________________________________</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal><b>Epiloog</b></p>
<p class=MsoNormal>Ik breng de nacht door in tuigen en velden van vlieg. Via<br />
Perth vind ik mijn weg naar Sydney, waar een trein mij naar Newcastle brengt.<br />
Vroeg in de ochtend sta ik voor de deur van mijn oude woning, mijn geld<br />
ingeruild voor huidskleur, vieze kleren en prachtige herinneringen. Gautam laat<br />
me binnen. We praten bij, hij gaat naar de universiteit, ik ga mijn email<br />
checken.</p>
<p class=MsoNormal>Het is dinsdag, dus ’s avonds nog eenmaal een Trivia Night<br />
met Saira en Miz. Na een nacht amper slapen, bovenop de slaaparme vijf weken<br />
van voorheen zal het geen late avond worden, maar gezellig is het nog wel.</p>
<p class=MsoNormal>Alvorens ik mijn oude bed voor een laatste maal opzoek,<br />
knuffel ik beide dames vaarwel. Ik zie Miz in tranen de trein instappen in een<br />
tijd waarin iedereen één voor één vertrekt, zij alleen achterblijvend.</p>
<p class=MsoNormal>&nbsp;</p>
<p class=MsoNormal>De volgende dag schud ik Gautam de hand voordat ik de vorige<br />
dagen in omgekeerde volgorde ga herbeleven. In de trein naar Sydney krijg ik<br />
een beetje buikpijn. Met twee uur vertraging zit ik uiteindelijk in een half<br />
leeg vliegtuig dat praktisch over Broome vliegt om via een tankbeurt in<br />
Singapore naar London te vliegen. Ik word ziek, de onderdrukte verkoudheid en<br />
het cumulatieve slaaptekort van de laatste weken hebben eindelijk de overhand.<br />
Hoewel het niet leuk is, is het een passende afsluiting van negen onwerkelijke<br />
maanden.</p>
<p class=MsoNormal>In London is alle kans op het halen van mijn aansluitende<br />
vlucht vervlogen. Anderhalf uur later dan gepland zit ik op alweer een halflege<br />
vlucht naar Amsterdam. Het is koud en bewolkt en mijn verroeste schoenen en<br />
rode, dikke trui herinneren me aan klimatologisch betere tijden.</p>
<p class=MsoNormal>In Amsterdam aangekomen blijkt mijn bagage nog in London te<br />
liggen. Ik was er al voor gewaarschuwd. Met slechts lichte bepakking loop ik<br />
langs afwezige douane ouders, zus en hond tegemoet. Op naar Douwe Egberts<br />
koffie en Bavaria bier…</p>
</div>
<p></body></p>
<p></html></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=22</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Noeste arbeid in Newcastle</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=21</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=21#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Sep 2007 23:58:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=21</guid>
		<description><![CDATA[Aan hen die mij liefhebben,


Het is inmiddels al weer enige tijd geleden dat ik de moeite heb genomen het woord tot jullie te richten. Ik besef dat dit mij tot een waardeloze vriend en schamel familielid maakt, maar dat is een tekortkoming die een doos souvenirs wel zal compenseren.
Maar genoeg grappen en grollen. De werkelijke [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span lang="NL">Aan hen die mij liefhebben,<br />
</span></p>
<div class="Section1">
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Het is inmiddels al weer enige tijd geleden dat ik de moeite heb genomen het woord tot jullie te richten. Ik besef dat dit mij tot een waardeloze vriend en schamel familielid maakt, maar dat is een tekortkoming die een doos souvenirs wel zal compenseren.<br />
Maar genoeg grappen en grollen. De werkelijke reden voor mijn lange afwezigheid in de wereld van digitale proza is het gebrek aan avonturen om verslag van te doen. Wees gerust, ik vermaak mij hier nog steeds prima, maar vergeleken met mijn vorige reisperiode waarin ik vrijwel dagelijks oog in oog stond met giftige slangen, hongerige krokodillen, agressieve cassowaries en oversekste Koreanen, is deze periode er meer één van innerlijke rust en zelfreflectie.<br />
</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Nou ja… innerlijke rust en zelfreflectie… Eigenlijk is het voornamelijk een periode van heel hard werken om voor mijn vertrek hier een computer wat wegen te laten detecteren. Dagen van tien uur zijn geen uitzondering meer, nu de laatste weekjes van mijn stage in rap tempo tot verleden tijd transformeren. Zoals het hoort komen pas nu alle problemen als de spreekwoordelijke aap uit de mouw. Met name numeriek zit niet alles snor, maar ook mijn nieuwe stukje duur speelgoed blijkt niet de beeldkwaliteit te kunnen leveren als voorheen gehoopt. Afijn, we doen ons best en hopen voor een goed eindresultaat.</p>
<p>Wat is er daarnaast zoal gebeurd in de laatste zes weken? Nou, ik heb een plaats gevonden om te wonen. Een paleisje vlakbij mijn oude schuurtje. Op de eerste verdieping, boven één van de vele bruidszaken en naast een discreet bordeel, betrek ik een ruime kamer met tweepersoonsbed en riant balkon. Vanaf het balkon kan ik met enige moeite het water van de haven zien onder prachtig gekleurde lucht bij zonsondergang. De goeduitgeruste keuken, knusse huiskamer en licht luxueuze badkamer deel ik met een gezellige Indische huisgenoot en er is nog één kamer vrij, voor de liefhebber. De enige nadelen van het optrekje zijn de prijs enerzijds en die ellendige spoorlijn anderzijds. Hoewel ik me aan de passerende treinen nauwelijks meer stoor (dat was in mijn vorige kamer vele malen erger), voelde ik me wel licht genaaid toen gedurende mijn eerste weekend na verhuizing, het perron van het station hier werd verlengd, waardoor ik nu praktisch op het station woon. Dit brengt melodieuze begeleiding met zich mee, van een wulpse damesstem die tot in het einde der tijden zinloze reizigersinformatie verkondigt. Maar met een donsgevuld dekbed en een kast waar je in kunt wonen kun je natuurlijk niet lang boos blijven…</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Ik heb het genoegen gehad veel van mijn vrienden nog te zien voordat zij huiswaards keerden. Zo was ik Sandro en zijn vrienden nog in Cairns tegengekomen, (zoals al eerder vermeld) en ging ik in mijn eerste weekendje Newcastle nog eens uit met Steph en Christina. Ook Martin kwam nog een avondje terug om de rest van zijn bagage op te halen. Inmiddels is er een (deels nieuw) klein clubje, waar ik deel van uitmaak, met als hoofdactiviteit de vaste Trivia avond op dinsdag. Het zijn Chase, de Australiër, Saira, de Canadese en Mizuho (Miz), de Japanse. Af en toe bijgestaan door Brayden de Canadees en Leigh de Australiër proberen we wekelijks heel slim te antwoorden op moeilijke vragen. Een inspanning die afgelopen week eindelijk, voor de allereerste keer, tot resultaat leidde. Een zevende plaats met bijbehorend gratis drankje werd  verworven. Het was een magische avond…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Over een kleine twee weken verlaat ik Newcastle. Dit houdt in dat ik de komende tijd voornamelijk heel hard zal werken. Er staan nog wel een paar leuke dingen op het programma, zoals een verjaardagsetentje van Saira in een Japans restaurant, een Jungle Party in de flat van Chase en Saira en ik probeer al een hele tijd walvissen te gaan kijken, maar dat lukt steeds maar niet. Hopelijk volgend weekend…<br />
Na de twee weken is het tijd voor een reisje…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Waar ik op mijn vorige trip op het dooie gemakje elke meter Oostkust bezocht, zal ik nu in een maand door zoveel mogelijk prachtig gebied racen. Mijn plannen, nog niet definitief, zijn als volgt:<br />
30 September vlieg ik naar Darwin, helemaal in het midden-Noorden, de hoofdstad van the Northern Territory. Van daar uit vertrek ik met een 14-daagse tour richting Adelaide, de hoofdstad van South Australia, dat zoals de naam doet vermoeden in het verre Zuiden van Australië ligt. Dit lapje land (hemelbreed ruim 3000 kilometer) biedt mij onder andere Kakadu; het bekendste natuurpark met de befaamde Jim Jim falls, Katherine Gorge; een significant stuk kloof, the Devil’s Marbles; een set verdwaalde reuzestenen, Alice Springs; een dorpje in het midden des lands waar ik Veronique (de beroemde reisagente) bezoek, Uluru; de steen der stenen, Kata Tjuta; nog meer vreemd granietwerk, Kings Canyon; een machtig berggebeuren en Cooper Perdy; een ondergrondse stad. Dit alles in een omgeving van ruige leegte, met briljante sterrennachten en adembenemende zonsondergangen en –opkomsten. Na aangekomen te zijn Adelaide en een kort kijkje aldaar vlieg ik al snel door naar de hoofdstad van Western Australia, Perth.<br />
Daar aangekomen denk ik een 10-daagse tour te doen van Perth naar Broome, hemelsbreed zo’n 2500 kilometer. Deze tour bezoekt een aantal van de meest prachtige plekjes ter wereld, maar ik kijk vooral uit naar Ningaloo reef, waar je met whale sharks kunt duiken (helaas nu niet het seizoen) en reusachtige Mantarays (nu wel het seizoen). Verder op het programma: The Pinnacles Desert, Kalbarri National Park met Nature’s Window, Loop en Z-bend Gorge, de dolfijnen van Monky Mia, Shell Beach (schelpjes daar, geen olie), de stromatolites in Hamelin Pool (’s werelds oudste soort organisme, deels verantwoordelijk voor het creëren van zuurstof), Exmouth, Karijini National Park met stapels uniek landschap en 80 Mile Beach (Scheveningen, eat your heart out!).<br />
Ik ben druk aan het plannen en boeken en langzaamaan krijgt het geheel vorm. Het is in ieder geval duidelijk dat het een behoorlijk vermoeiende maand gaat worden, met weinig nachtrust, maar heel veel mooie foto’s.<br />
</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">31 Oktober moet ik dan afscheid nemen van Australië. Iets wat ik nu, terwijl ik het voor het eerst schrijf, eigenlijk pas voor de eerste keer besef. Ik heb al geruime tijd veel zin om weer thuis aan te komen, maar ik heb helemaal geen zin om Australië te verlaten. Hmmm… dit nieuwe besef bevalt me niks. Het lijkt me een prima idee om hiermee een eind te maken aan deze korte berichtgeving en snel een hilarische aflevering van South Park te kijken om mijn gedachten af te leiden van het onvermijdelijke einde van een geweldige tijd. Ondanks dat er nog zes weken te gaan zijn, komt het nu tastbaar dichtbij… Tot 1 november…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Ohw ja&#8230;. Er staan ook wat foto’s online van mijn wooninfrastructuur&#8230;</span></p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=21</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Reizen: Rockhampton tot en met Cairns en weer terug</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=20</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=20#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 02 Aug 2007 03:49:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=20</guid>
		<description><![CDATA[Fijne figuren,
Wees gerust, het is ten einde. Na tien weken intensief reisgedrag langs de oh zo mooie en toeristische Oostkust van Australië ben ik weer semi-thuis in het vertrouwde Newcastle, herenigd met twee van mijn vrienden die hier nog zijn, zij het voor slechts een paar dagen, waarna hun reisavonturen van start gaan.
Hoewel het hier [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span lang="NL"></span><span lang="NL">Fijne figuren,</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Wees gerust, het is ten einde. Na tien weken intensief reisgedrag langs de oh zo mooie en toeristische Oostkust van Australië ben ik weer semi-thuis in het vertrouwde Newcastle, herenigd met twee van mijn vrienden die hier nog zijn, zij het voor slechts een paar dagen, waarna hun reisavonturen van start gaan.<br />
Hoewel het hier in het Zuiden merkbaar kouder is, is het met het zonnetje overdag nog prima vertoeven. De stormschade is zo goed als allemaal opgeruimd, hoewel een busritje door mijn oude straat een aantal cafés en winkels toonde die kennelijk niet over de financiële middelen beschikten om het water en puin te verwijderen en de draad weer op te pakken.<br />
Morgen hervat ik mijn stage. Een verfrissend contrast met de laatste tien weken waarin het meest intellectueel uitdagende een bijzonder eenvoudig examen duiktheorie was. Op de universiteit maakt men het papierwerk in orde voor mijn belachelijk riante salaris en het dure stukje hightech speelgoed ligt reeds op me te wachten. Wat dat betreft alles snor, koek en ei dus, nu nog hopen dat ik ergens een kamer vind, hoewel mijn hostel een meer dan aangename verblijfplaats is, zolang het duurt.<br />
In deze lange woordensessie, in etappes geschreven, vinden jullie dus alle belangrijke en minder belangrijke dingen die ik jullie niet wil onthouden, over het laatste deel van mijn reis. Voor het kijkplezier is zijn er luttele tientallen foto’s bijgevoegd, om menig sterk verhaal met gedegen bewijsmateriaal te ondersteunen.<br />
Dit is het juiste moment om een kop koffie en kleine versnapering te pakken, en eventueel een urineersessie in te lassen. Het is namelijk nogal een lang verhaal…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Rockhampton</span><br />
Toen ik in Rockhampton uit de bus stapte, kwam ik Ulf en Andy tegen; de Noor en Duitser van Fraser Island. Dit, om nogmaals aan te geven dat de Oostkust van Australië klein gebleven is door groot te zijn. Iedereen doet uiteindelijk ongeveer hetzelfde, zij het in een ander tempo.<br />
Rockhampton is even net wat anders dan de andere plaatsen die ik tot nu toe bezocht heb. Als Beef Capital of Australia is het een waar cowboyparadijs. Een stad met ruige mensen en stapels Aboriginals (en dan niet van die leuke gevingerverfde straatmuzikanten, maar van die chronisch dronken onaangename lieden). Meer over het cowboygehalte later, maar laat ik het nu even chronologisch houden.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Na mijn eerste nachtje werd ik opgehaald door Capricorn Dave (Rockhampton ligt op de Tropic of Capricorn, hoe heet dat ook alweer in het Nederlands? Steenbokskeerkring?) Capricorn Dave doet de Reef ’n Beef Tours en is bekend van televisie, van een aflevering van Jack-Ass om precies te zijn. Hij zou een rondleiding verzorgen in de bush en wij zouden het echte Australië gaan bewonderen. Wij in dit geval, zijn de Franse François en ik. Een tamelijk kleine groep dus.<br />
De eerste stop was een cattle farm, maatje Brabant, waar we een aantal tamme stieren, maatje buffel, hebben geaaid. Toen de grootste stier tijdens de aaisessie een familieportie gras ophoestte voor herkauwing, sprongen François en ik een toeristische dertig centimeter in de lucht. Het was duidelijk dat we nog wat moesten ontstedelijken.<br />
Dit zou in rap tempo gebeuren, getuige onze volgende stop. In een hevig bewoonde boom vond Dave na een korte zoektocht een mooi exemplaar van de huntsman spin. Deze spin is op zijn minst groot te noemen en het gevonden exemplaar was daarop geen uitzondering. Nadat Dave er een tijdje mee had geravot, was het onze beurt om haar in het handje te houden. Een handje vol mag ik wel zeggen. Een paar leuke foto’s genomen en daarmee was de kous wel af, dacht ik in mijn naïviteit. Luttele ogenblikken later zat de achtpotige echter comfortabel op mijn gezicht. Nou da’s pas een kodakmoment.<br />
Nog voor de lunch speelden we een typisch bush-Australisch spelletje: The Ant Dance, tevens bekend van televisie. Het principe is uiterst simpel: je zoekt een fors mierennest, trekt schoenen en sokken uit, en danst olijk in het rond op de mierenhoop en daarmee op vele mierenpikjes. De mieren reageren hierop door je collectief op te eten. De sport is zo lang mogelijk stil te staan en daarmee bush socks te kweken (voeten zwart van de mieren). Steve-O deed het in Jack-Ass vijf seconden en dat ‘record’ moest natuurlijk gebroken worden.<br />
Na deze uitleg deed Dave het eerst even voor, waarna wij werden verzocht het spelletje mee te spelen. Het is vreemd hoe de Nederlandse geest in dit soort stressvolle situaties werkt, maar na afweging van één en ander kwam ik tot de conclusie dat ik de lijfstraf maar moest ondergaan; ik had er immers 90 dollars voor betaald…<br />
Toen was het mijn beurt, met de blote voeten op duizenden slechtgehumeurde mieren. De bewegingen die ik aanvankelijk maakte zouden niet misstaan op een houseparty in de jaren negentig. Echter, de meisjesachtige gilletjes waarmee ik het geheel muziekaal ondersteunde waren zelfs voor de disco jaren tachtig te extravagant. (Gelukkig neemt mijn camera geen geluid op). Toen een poosje stilstaan. Verbazingwekkend snel verdwijnen je voeten onder een laken van krioelend mierenvlees. Het voelt alsof duizenden kleine naaldjes je in je voeten prikken. Niet echt pijnlijk, maar zeker geen pedicure. Een seconde of tien later had ik er genoeg van lanceerde ik met genoegen de mieren van mijn voeten. Steve-O was ruim verslagen en ik kan niet anders zeggen dan dat hij een watje is, als het op voeten aankomt. </span><span lang="NL">De reactie van Dave was er één uit duizenden: “Ohw shit, I don’t think your camera recorded this… What? Ohw, was I supposed to <em>keep</em> the button down??”<br />
Vriendjes en vriendinnetjes, zo’n sessie kinky voetjevrijen, zonder lachwekkend bewijs voor het thuisfront is een hoogst onbevredigende bezigheid. Ik wilde dat filmpje, dus er zat niets anders op dan nogmaals de mieren te plezieren.<br />
Sessie twee was een voedersessie van dertien seconden. Toen ik hierna weer miervrij was bleek ik van beide sessies filmpjes te hebben. Die Dave…<br />
Voor de geïnteresseerden: het record van mierendansen is ruim zeven minuten, gezet door een Ier met een blik bier in de hand. Na ongeveer een minuut beginnen de mieren serieus te eten en de Ierse voeten schijnen dan behoorlijk bloedig te zijn geweest, na zijn moedige poging. Wat betreft mijn eigen voeten; ruim een week later zijn er nog steeds bultjes zichtbaar. Dit zou niet de bedoeling moeten zijn, maar zoals gewoonlijk reageer ik vrij heftig op bijtende insecten. Die bultjes gaven in ieder geval wat leuke gespreksstof. Het was, hoe vreemd het ook mag klinken, een bijzonder geinige ervaring.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De lunch werd genoten in een pub ik een klein cattle farm dorpje; het ware Australië. Aan de bar kleefde een oude man die daar al geruime tijd zat te bieren. De man zat mij vol verbazing aan te staren; ik droeg namelijk een t-shirt en de nachten waren op dat moment een stuk kouder dan normaal. Het was voor hem een manier om een gesprek aan te knopen. Dit gesprek ging naar verloop van tijd over naar het onvermijdelijke mysterie waar ik dan wel niet vandaan kwam. Dit ging ongeveer zo:<br />
Met een rode neus en ligt wiebelend van zijn ene voet op de andere vroeg hij “Where are you from?” Ik antwoordde waarheidsgetrouw “The Netherlands”. Zijn gezichtsuitdrukking nam een bijzonder vragende vorm aan en zijn wiebelamplitude nam enigszins toe. Toen hij na tien seconden nog steeds niet had begrepen wat ik zojuist had verklaard, verduidelijkte ik met lichte tegenzin met “Holland”. Bij de verwerking van deze nieuwe informatie begonnen zijn ogen onafhankelijk van elkaar te draaien, alvorens ze voor korte tijd sloten, voor een eindsprint in het denkproces. Toen ze weer openden, opende hij met hen zijn mond en sprak “Aaaah, that’s that little Dutch place, isn’t it?”<br />
De naamgeving van ons landje is dan ook niet eenvoudig voor een oude, beschonken koeienboer uit ruraal Australië… Voor de rest van de wereld overigens ook niet en ik heb dan ook al tientallen malen uit moeten leggen waar al die verschillende naamgeving vandaan komt.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Na de lunch zochten we vergeefs naar slangen. Voor hen was het iets te koud. Wat we nog wel vonden waren een paar geckos (hagedisjes) een pad en een paar red back spinnen. Deze spinnen zijn de op één na dodelijkste van Australië. </span><span lang="EN-GB">Dave zag dit echter anders: “Red back spiders are not dangerous. Deadly, yes… But not dangerous”.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Het zal moeder deugen dat ik gedurende de bush tour goed op mijn voeding heb gelet. Zo heb ik mijn portie eiwitten en vezels binnen gekregen door een paar termieten op te peuzelen. Ze smaken naar vrijwel niks, maar aan de goede kant van niks. Als je er een lepelvol van naar binnen kauwt schijnen ze naar de boom te smaken die ze op dat moment aan het verteren zijn.<br />
Voor mijn vitamine C (ik was immers behoorlijk verkouden), heb ik de kontjes gekust van een aantal groene, tropische boommieren. Die zijn gevuld met vitamine C en de smaaksensatie is zo heftig citrus dat je je gezicht maar moeilijk geplooid kan houden. Lekkere kontjes dus en een geinig trucje voor op feestjes, al moet je wel een kudde groene, tropische boommieren in de buurt hebben…</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De dag werd afgesloten met een kampvuurtje en een kop koffie en de avonturen van Dave op eerdere tours en tochten. Vele verschillende beesten hebben Dave in het verleden gebeten; spinnen, slangen, noem maar op. Grappig om te horen dat een beet van een duizendpoot hem bijna fataal werd, daar is hij kennelijk allergisch voor…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Vervolgens heb ik in Rockhampton de beste biefstuk van mijn leven gegeten, alvorens ik naar de rodeotraining ging kijken. Een bar in de stad heeft een rodeoring in het etablissement gebouwd en daar word elke week getraind voor de maandelijkse wedstrijd.<br />
Het is een absurde sport. Je neemt een flink stuk stier, je zet er een levensmoede cowboy op en verbind beide met een touw, bij de cowboy rond de hand en bij de stier rond de testikels. En dan onderzoek je hoe lang deze configuratie stand houdt.<br />
In één van de gevallen ging het wat fouter dan normaal. De cowboy gleed langzaam van de stier af en kreeg een hoef tegen het hoofd, waarop de cowboy begrijplijk reageerde door bewusteloos in het zand te gaan liggen. De stier in kwestie nam de hele klotensituatie hoogst persoonlijk op en galoppeerde een keer of vier over het roerloze lichaam heen. Na de eerste keer stopte ik uit schok met filmen; het zag er namelijk niet goed uit. Inmiddels was er iemand aanwezig die met een emotieloos gezicht een hartslag probeerde te ontwaren, terwijl vijf mensen de stier probeerden af te leiden. De stier viel iedereen aan, maar bleef terugkomen naar de onfortuinlijke ballenknijper. Na een halve minuut was de stier nog steeds niet onder controle en tot mijn grote schrik kwamen er plots vijf andere stieren de ring in. Dit bleek echter gepland en de ontdane stier in kwestie werd direct rustig.<br />
Inmiddels was het meisje dat voor ons zat met lijkbleek gezicht richting toilet gerend om niet meer terug te komen voor de rest van het spektakel. De cowboy kwam bij en kon tegen al mijn verwachtingen in op eigen krachten naar de ambulance slenteren. Gedurende de commotie speelden de kinderen nog steeds rond de ring en waren de locals nauwelijks onder de indruk. De training ging dan ook gewoon verder.<br />
Even later was een stier zo ontevreden met de situatie dat hij in het bokken zijn poot brak. Dat was een minder mooi beeld; een stier die in paniek loeiend en met een rondzwaaiend ledemaat nog steeds mensen probeerde te satéën. Ik hoop dat hij snel uit zijn lijden is verlost. Ik heb het filmpje van deze situatie maar niet online gezet; als Agnes Kant het zou zien….<br />
Al met al is het dus een absurd, tamelijk dieronvriendelijk tijdverdrijf. Om het nog wat absurder te maken: kinderen doen het ook. Kereltjes van een jaar of tien kruipen op een kleine stier, pa en ma supporterend aan de rand van de ring…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Ohw ja, over de Aboriginals. Laat ik zeggen dat ik blij was dat ik die avond (het was slechts half tien), met twee andere kerels naar het hostel liep. Er werd ons constant gevraagd of we iets te roken hadden en op een gegeven moment werden we tegemoet gekomen door een oude, dronken Aboriginal man die bleef schreeuwen dat hij ‘hem ging vermoorden’. We waren opgelucht dat het niet één van ons betrof, nadat hij al tierend langs ons was gelopen.<br />
Laat ik ten overvloede nog even vermelden dat de beschreven figuren geen representatieve steekproef vormen voor de Aboriginal bevolking. Als Femke Halsema het zou lezen… Maar nu we op het onderwerp zijn; ik heb zo in de laatste weken wel een mening opgebouwd over het hele Aboriginal aspect van Oostkust Australië:</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Uiteraard is het meer dan ellendig wat er in het verleden allemaal is gebeurd. Hele stammen zijn genadeloos afgeslacht, zoals wij blanken dat wel vaker pleegden te doen in onze koloniseringdrift. Maar nog steeds zijn de verhoudingen behoorlijk slecht. De meeste Aborigines leven in hun eigen gemeenschappen, veelal met slechte scholing, gezondheidszorg en een waardeloos toekomstperspectief. Alcoholisme is een reusachtig probleem, waar de Aborigines kennelijk genetisch extreem vatbaar voor zijn. Recent onderzoek laat zien dat de levensverwachting van een Aborigine significant korter is dan van een blanke Australiër (ik dacht een jaar of 10, maar weet het niet meer precies). Er is dus nog steeds een behoorlijke ongelijkheid.<br />
Blank Australië lijkt erg bewust van het aangedane onrecht en diens gevolgen. Overal, in elk museum, zie je Aboriginal exhibities. Ik heb mezelf gedwongen serieus naar een aantal exhibities te kijken en de eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik niet erg onder de indruk ben.<br />
Overal zie je exact hetzelfde: boemerangs, didgeridoos, speren en gestippelde schilderijtjes van bijzonder natuurongetrouwe kangoeroes, koala’s en platypussen. Na 46000 jaar oefenen konden ze kennelijk nog steeds niet behoorlijk tekenen (er moet natuurlijk ook gezegd worden dat een moderne Mondriaan in onze ‘rijke beschaving’ ook niet echt van uitzonderlijke intelligentie getuigt. De mensen die daar miljoenen voor neertellen nog veel minder).<br />
Kortom, het komt op mij over dat de Aboriginal cultuur lang niet zo afwisselend en interessant is als vaak wordt geschetst en dat alle aandacht die er middels musea aan wordt besteed meer uit schuldgevoel is, dan uit historische significantie. Daarnaast is het natuurlijk ook een mooi middel om toeristen nog een paar dollars uit de zak te kloppen, die vermoedelijk in blanke handen blijven.<br />
Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat de cultuur best interessant en uniek is, als je dat soort dingen gaaf vindt. Immers, boemerangs zijn cool en didgeridoos grappig. De Aboriginal overlevingscapaciteit in jungle en woestijn zijn indrukwekkend. Maar dit alles neemt niet weg dat het allemaal behoorlijk gehyped wordt, in mijn ogen.<br />
Het is maar een indruk die ik heb en misschien dat die verandert na mijn bezoek aan The Northern Territory, waar er veel meer Aboriginal cultuur te vinden is, dan aan de Oostkust. En misschien ben ik wel gewoon veel te bekrompen en afgestompt in mijn luxueuze Westerse wereldje om de pracht van andere, oudere culturen te kunnen waarderen… Waar anderen live Aboriginal muziek als een unieke ervaring schetsen, durf ik te beweren dat het je meer gehoorbeschadiging kan opleveren dan een goedgemikte boemerang…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Mackay</span><br />
De volgende stop was Mackay. Een tamelijk grote stad die bijzonder dood is. Het ziet er wel geinig uit, met honderden palmbomen langs de straten en een leuke kustlijn, maar dat op zondag de grote supermarkten Coles en Woolworths gesloten waren, wil toch wel wat zeggen (Deze zijn vaak 24/7 open, zelfs in kleinere plaatsjes).<br />
Het hostel waar ik verbleef was een beetje vreemd. Het bed was echter wel bijzonder comfortabel. Alleen een beetje jammer van de bedbugs waarvoor ik twee nachten lang de catering heb verzorgd.<br />
In mijn kamer was een reisgrage Australiër die een interessante gesprekspartner vormde. Eén van de gesprekken ging over mijn studie en onderzoek in Newcastle. Zoals iedereen die niet Nederlands is reageerde ook hij met oprechte interesse, in plaats van de ongeïnteresseerde reactie ‘Ja, dat moet ook gebeuren’, die menig Nederlander eigen is, wanneer ik mijn studie openbaar maak. Het is nog steeds verfrissend om mensen te kunnen vertellen waar je mee bezig bent en dat ze dat serieus interessant en belangrijk vinden en dat gebeurt hier gedurende het reizen maar al te vaak.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Mijn hoofdactiviteit in Mackay was een platypus safari. Met een gezelschap van vijf toeristen en één gids gingen we naar Eungella National Park. Een prachtig gebied, groter dan Nederland, met één van de oudste regenwouden ter wereld. Op weg er naartoe passeerden we oneindige velden met sugar cane; de suikerindustrie is de hoofdindustrie in die regio.<br />
In Eungella hebben we een korte wandeling gemaakt door het woud, waar één en ander werd verteld over de aanwezige planten en bomen en we bezochten een aardige waterval. Het viel me op dat ik gedurende mijn verblijf in Australië al veel gezien heb. Veel van de dingen die werden verteld wist ik al en van de dieren die ik zag had ik meestal al mooiere exemplaren gezien<br />
In de middag gingen we dan op zoek naar de schuwe platypus (het vogelbekdier), die daar in het wild leeft. Eén van de laatste typisch Australische dieren die ik nog niet in het wild had gezien (er zijn überhaupt niet veel mensen die het dier in het wild hebben gezien). En na een tijdje het water afspeuren kwam er dan één. Toch wel geinig.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Airlie Beach</span><br />
Bij aankomst in Airlie Beach werd ik overvallen met een heviger vakantiegevoel dan voorheen. Het is een klein, megatoeristisch, mooi dorpje, dat ondanks alle bezoekers nog steeds onthaastend aanvoelt. Het is de plek bij uitstek om op een bootje te stappen en de prachtige Whitsunday Islands te bezeilen. En dat is dan ook precies wat ik daar ging doen.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Whitsunday sailing</span><br />
Voor drie dagen en twee nachten zou ik me bevinden op The Avatar; een moderne, supersnelle trimaran (catamaran met een extra drijver in het midden). Het is een prachtige schuit, met redelijke luxe zover als dat gaat in dat soort vaartuigen. Twee grote netten tussen de drijvers waren de optimale plek om te relaxen, hoewel het benedendeks ook prima vertoeven was.<br />
Het jacht zat volledig vol: 23 passagiers en vier crewleden. Het was een uiterst Canadees geheel, met een groep van 8 Canadese leraarstudenten, een groep van vier Frans Canadezen en een Canadese kok. Daarnaast nog een hoogst geinig gezelschap van vier Ieren en twee Deense vrienden en dan een aantal individuen in de vorm van een Ierse, Engelse, Duitser, een Australiër en ikzelf. Ik ga verder niet te veel uitweiden over alle individuen, maar de Ieren waren het gaafst; een koppel en haar broer en een vriend. Dat koppel bezoek ik wellicht over een paar weken als ik weer in Sydney ben, daar wonen ze namelijk.<br />
De crew was al even geinig. De skipper Murray was slechts 21 en had een leuke manier van uitleg geven. Als ervaringscompensatie was daar Davo, een oudere kerel en als traktatie voor zowel oog en maag was daar de Canadese Cory, die fantastische maaltijden bereidde in zowel kwaliteit als kwantiteit.<br />
De tocht was eco geaccrediteerd en we mochten derhalve niet lullig zijn voor de natuur. Dit werd gegarandeerd door de instelling van één van de ergste lijfstraffen denkbaar: als je iets overboord liet vallen, moest je een eetlepel Vegemite slikken. Geloof me, da’s erger dan keilhalen. Gelukkig was ik braaf en bleef ik Vegemite-vrij.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Dag één motorden we naar Turtle Bay. Het weer was perfect; zon, warmte en geen wind, want wind is koud deze tijd van het jaar. Instantane ontspanning zette in, terwijl ik tussen Canadese be-bikini-de borsten het eerste biertje tot mij nam.<br />
Turtle Bay heet Turtle Bay, omdat er zoveel grote zeelschildpadden te zien zijn. Een goede reden om met een snorkelsetje overboord te springen. Prachtig koraal, prachtige kleurige vissen, klein en groot, en reusachtige zeeschildpadden die eindeloos relaxed door het water glijden en zich nauwelijks storen aan die lijpe toerist met zijn onderwatercameraatje vlakbij hem. Sterker nog, ze vonden het zo af en toe wel interessant om voor je te poseren. Helaas was de kwaliteit van mijn wegwerpcameraatje wat betreft belichting niet geweldig en de meeste foto’s zijn dan ook hopeloos, sommige anderen slechts acceptabel.<br />
’s Avonds geankerd in een idyllisch baaitje, alwaar wij na een uitstekende avondmaaltijd gewapend met bier en wijn elkaar beter leerden kennen. Er werd een vreemd laag-tempo, ritmisch drinkspelletje gespeeld waarin je dieren moet uitbeelden. Best geinig. Het spelletje werd kort onderbroken om de maansopgang te bewonderen, een fenomeen wat de crew slechts eens in de drie jaar in deze vorm kon zien.<br />
Tenslotte geslapen in mijn kleine hutje in één van de buitenste drijvers, die ik deelde met de Australiër.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">’s Ochtends werd er direct begonnen met een snorkelsessie. De mooiste van de tocht. Prachtig koraal, soms niet dieper dan veertig centimeter (da’s best voorzichtig snorkelen), met hele diepen kloven ertussen. Vissen, schildpadden, zeesterren, het één nog kleuriger dan het ander. In de verte kon je de waterexplosies zien van doorbrekende walvissen, maar helaas te ver weg om de walvissen zelf te kunnen bewonderen.<br />
Na het snorkelen motorden we verder naar Whitsunday Island, met het prachtige Whitehaven Beach. Gedurende de tocht speurden we de horizon af voor walvissen, dolfijnen en ander maritiem creatuur van aanzienlijke afmetingen. Aangekomen in de baai van bestemming werden we met een klein bootje aan land gezet, om eerst naar de lookout te lopen. Het uitzicht hier was adembenemend, de plek waar menig ansichtkaart is gefotografeerd. Paradijs in haar puurste vorm.<br />
Daarna naar het strand Whitehaven Beach, het op drie na mooiste strand ter wereld, volgens de officiële ranking. Het witte zand is voor 98 procent silicium en heeft menig camera het leven gekost (kennelijk reageert het silicium binnenin de camera niet zo goed met de ongecontroleerde vorm erbuiten) en ik vrees dat de mijne er ook onder heeft geleden, hoewel hij het nu weer lijkt te doen.<br />
Weer terug naar The Avatar voor de avondmaaltijd en de overnachting, maar eerst weer een gezellige avond die door sommige werd afgesloten met een nachtelijke, koude zwempartij. Dit was toch niet helemaal de bedoeling, aangezien de tijgerhaai ’s nachts foerageert. Iedereen behield echter alle ledematen, dus geen man overboord (figuurlijk dan).</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende dag was het weer lekker weer, maar dit keer met wind. Dit had als nadeel dat het koud was, maar als voordeel dat we ons bootje ook in actie zouden zien. Maar eerst nog een portie snorkelen!<br />
Na het gezamenlijk hijsen van het grootzeil hadden we al snel een aardige snelheid. Het fijne extraatje hier was dat deze schuit volledig recht bleef, waardoor je dus volledig ontspannen in één van de netten kon liggen, met niks dan het geluid van de zee en je eigen gedachten. Dat deze gedachten niet veel dieper waren dan ‘wat zal ik vanavond eens gaan eten’ en ‘hoeveel kilo’s zouden er in die reusachtige Canadese borsten gaan’ (uiteraard uit zuiver wetenschappelijke interesse), zegt iets over de vergevorderde staat van ontspanning.<br />
Voor een wederom uitstekende lunch legden we aan in de baai van een heel duur resort, alvorens we weer terug naar Airlie Beach zeilden. Gedurende dit laatste stuk viel ik in slaap en met mij een heleboel anderen.<br />
Na terugkomst werd er nog gezamenlijk naar de kroeg gegaan voor een avondmaaltijd en afsluitende gezelligheid van een absoluut hoogtepunt van mijn reis.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Magnetic Island</span><br />
20 Kilometer uit de kust van Townsville ligt Magnetic Island, ’s werelds grootste Koalareservaat en een buitengewoon prachtig eiland. Hier vind je de meest maagdelijke baaitjes aan de voet van rotsachtige heuvels, alleen bereikbaar middels een stevige wandelpartij.<br />
Aangekomen in mijn hostel werd ik hartelijk ontvangen door Richard en Sebastién, die ik daar voor de zoveelste keer ontmoette. Ik checkte in, dumpte mijn spullen, en voegde mij tot het drinkgezelschap. Een prima avond.<br />
Minder aangenaam was de nacht. We verbleven in bijzonder sfeervolle hutjes, hetgeen niet veel meer was dan een dak op een frame. De muren waren grotendeels vervangen door muggengaas, waardoor een meer dan fris briesje Fraser Island herinneringen opriep. Deze winter is de koudste ooit in Australië, heb ik me laten vertellen. (Uiteraard nog steeds niet te vergelijken met Nederlands warmste winter)<br />
Behalve de thermische problematiek die het muurbezuinigsbeleid met zich meebracht, was er ook een zeker akoestisch element dat ik wil aanstippen. ’s Ochtends rond een uur of acht ontwaakte ik uit een nachtmerrie over een hypermug met megazuig door het geluid van één of meerdere bladblazers die intensief bladeren aan het blazen waren. Dit soort ongepland ontwaken door een sessie tuinieren met luisteraars zette mij tot denken. Om te beginnen; waarom bladeren blazen? Iedereen weet dat het eerstvolgende lentebriesje alle moeite vergeefs maakt. Daarnaast kan met dezelfde hoeveelheid energie het proces worden omgedraaid waardoor een bladzuiger gecreëerd wordt. Ruimt wel zo lekker op, dacht ik zo.<br />
Belangrijker; waarom bladeren blazen/zuigen om 8 uur ’s ochtends? Waarom staan Freek en Herman de bladblazers/zuigers nog voor zonsopgang op om gezamenlijk bladeren te gaan blazen/zuigen? Dit is namelijk een proces dat gedurende alle zonne-uren van de dag uitgevoerd kan worden. Het is namelijk niet zo dat Freek en Herman een druk schema hebben. Na de ochtendblaas/zuig snoeien ze nog een struikje, alvorens tot een licht alcoholische, dagvullende siëstastatus over te gaan.<br />
Dit is overigens iets wat ook in alle hostels te zien is. Check-out is zelden na tien uur ’s ochtends, vaak vroeger. Backpackers moeten dus moe en bekaterd hun schamele bezittingen bij elkaar sprokkelen en in een te kleine rugzak duwen, terwijl het al even vermoeide en bekaterde personeel (ook backpackers) binnen een uur of twee alle kamers soort van schoonmaakt. Tegen twaalf uur is alles dan gereed voor check-in, wat vrijwel niemand rond die tijd doet, en heeft het personeel de rest van de lange dag geen sodemieter te doen. Al met al een bijzonder inefficiënte manier van etmaalindeling, als je het mij vraagt…</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Op het eiland heb ik dag één doorgebracht met wandelen en snorkelen, met Franse vriend Sebastién. Zoals eerder gezegd; het eiland is magnifiek en ik hoop dat de foto’s hier een fractie van kunnen representeren.<br />
Dag twee heb ik deels doorgebracht in het aan het hostel grenzende, kleine wild life parkje. Hier kreeg je om de vijf meter een dier in je handen gedrukt, waarvan uiteraard stapels foto’s werden gemaakt. Het begon met een niet al te grote saltwater crocodile, optimistisch Godzilla genaamd, en ging via cockatoo, salamander en slang naar de koala. Tussendoor nog wat wallabies gevoerd en al met al dus een bijzonder diervriendelijke dag.<br />
Na een laatste eilandlunch die ik nauwelijks uit de gretige klauwtjes van de aanwezige possums kon houden, stapte ik weer op de eilandbus en de veerboot, terug naar vasteland.<br />
Het was op de veerboot dat ik realiseerde dat ik de honderd dollar, een pakketprijs voor accommodatie, vervoer en koalaknuffelen, nooit had betaald. Waarschijnlijk een communicatiefoutje tussen het hostel waar ik had geboekt en het hostel in kwestie. Men had wel mijn creditcardnummer, wat je hier dagelijks geeft om je boekingen veilig te stellen (dus zonder betalingstoestemming), maar dankzij de Rabobank hoefde ik niet bang te zijn dat me via die weg geld afhandig gemaakt zou worden. Een gunstige situatie dus, waar ik buiten mijn schuld om in verzeild was geraakt. En daarmee een prima excuus om elders honderd dollar aan nutteloze dingen en te duur voedsel over de balk te smijten.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Townsville</span><br />
Na het korte veerboottochtje bevond ik me dus weer in Townsville; een sfeervol stadje met zo’n 150.000 inwoners, een goed hostel en een prima bioscoop, alwaar ik twee avonden genoeglijk naar rolprenten heb getuurd.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">In Townsville heb ik de teenslippers weer eens omgeruild voor degelijker schoeisel, voor een stevige klim naar Castle Hill. Castle Hill is een piek waar vreemd genoeg geen kasteel te vinden is, maar waar een kasteel zeker niet zou misstaan. Het is een aardige klim omhoog, langs een lange, rotsachtige trap. Eén van de foto’s laat de berg zien en ik kan enige trots niet onderdrukken wanneer ik vertel dat ik 20 minuten na het nemen van die foto op de top stond.<br />
Het uitzicht is aangenaam. In het Oosten Magnetic Island, in de andere windrichtingen het uitgestrekte Townsville Suburbia.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Na deze training ben ik de stad ingegaan, en heb ik ‘The Strand’, een levendige boulevard, verkend. Aan het einde van The Strand bevinden zich The Rock Pools (meervoud); een uit rots uitgehouwen zwembad (enkelvoud). In Noord Queensland is het namelijk niet zo’n jofel idee om gedurende de zomer de zee in te gaan, aangezien het meest giftige dier ter wereld daar dan massaal baantjes trekt: The Box Jellyfish. Eén zo’n klein kwalletje is in staat om dertig mensen een behoorlijke pijnlijke dood te laten sterven. Een Rock Pool is dan nog niet zo’n slecht alternatief.<br />
Tevens heb ik me een aantal uren vermaakt in Reef HQ; een groot aquarium in het teken van het Great Barrier Reef. Prima opgezet en leuk voorspel voor mijn latere duikcursus.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Mission Beach</span><br />
In Mission Beach wachtte mij een bijzonder relaxed hostel. Erg veel was er niet te doen, maar dat was dan ook niet waar het het hostel om te doen was. Menig gast lag rondom het zwembad wat te ademen en hier en daar durfde een individu het aan wat lichte proza te lezen. Na met zichtbare moeite een aantal bladzijdes omgeslagen te hebben, werd er meestal weer een uurtje uitgerust.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende ochtend trilde mijn goedkope Nokia mij al heel vroeg wakker. En vijf minuten later werden de jongen en het meisje in mijn hutje wakker geklingeld door een al even goedkope Nokia’s (alle backpackers hebben hier exact dezelfde goedkope, rode Nokia). Wij zouden gaan raften op de Tully River.<br />
We werden opgehaald in een klein persoonlijk busje, maar al snel werden we samen met de inhoud van verschillende kleine, persoonlijke busjes in twee grote, onpersoonlijke touringbussen geknikkerd. De Tully River is populair, zo blijkt.<br />
Deze populariteit is overigens niet ongegrond. Er zitten een aantal uitstekende stroomversnellingen en watervallen in de rivier, veel daarvan van klasse 4. Helaas was het water tussen deze attracties vrij rustig en moesten we vanwege de grote drukte erg veel wachten. Het maakte de adrenaline er niet minder op, wanneer je als één van de enige nog net binnenboord bleef, terwijl je bootgenootjes met sierlijke bogen en indrukwekende oerkreten in het witte water werden gelanceerd.<br />
Na het raften werden een aantal best gave foto’s getoond. Helaas bleken deze 15 dollars per stuk te kosten, wat natuurlijk volledig nergens over gaat. In plaats daarvan besloten wij als groep één foto aan te schaffen en deze rond te mailen. Het was zeker niet de gaafste foto, maar één van de weinige waar iedereen soort van herkenbaar op staat. De meeste andere foto’s omvatte over het algemeen een riante hoeveelheid ongecontroleerd water op hoofdhoogte.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende dag heb ik een wandeltochtje gemaakt door het regenwoud, met als hoofddoel het spotten van de Southern Cassowary. De Cassowary is een bijzonder prehistorische, lelijke, kleurige en domme loopvogel, van struisvogelachtig formaat die alleen nog maar in een heel klein stukje Noord-Queensland voorkomt. Hij is behoorlijk belangrijk voor het regenwoud, omdat het de enige vogel is die groot genoeg is om de zaden van zo’n 80 verschillende florasoorten op te eten en elders uit te schijten. Helaas heeft de vogel een voorliefde voor snelle auto’s en dit is één van de vele redenen waarom het dier nogal met uitsterven wordt bedreigd. Volgens schattingen zijn er nog maar 1500 Cassowaries over. Dit is overigens niet omdat het beest zichzelf niet kan verdedigen. Mocht je een boze Cassowary tegenover je hebben dan kun je maar beter achter een boom gaan staan, want het beest is behoorlijk snel en maakt dropkicks met zijn belachelijk schadelijke klauwen en bewerkt je met de snavel, mogelijk tot de dood erop volgt. Hij is hiermee ’s werelds meest dodelijke vogel. Meestal echter, interesseren ze zich niet zo in mensen.<br />
Na tien minuten lopen kwam de eerste Cassowary in zicht. Na wat foto’s liep ik er langs om na een kwartiertje een tweede exemplaar tegen te komen. Deze kwam twee meter voor me uit de struiken het pad overgestoken, in het zonnetje. Een waar Kodakmoment, helaas verre van optimaal benut doordat mijn camera te traag was. Maar de eerste heb ik toch redelijk op de foto weten te krijgen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Cairns</span><br />
Cairns, min of meer het eindpunt van mijn tocht. Een door en door toeristisch gebeuren dat ik na ruim acht weken reizen wel zo oninteressant vond dat ik er geen enkele foto van heb gemaakt. Het strand is een grote, stinkende modderpoel en het is dan ook niet vreemd dat iedereen rond The Lagoon, een kustzwembad, hangt. Het enige goede aan Cairns is eigenlijk het verlaten van de stad om één van de vele geweldige activiteiten te ondernemen die de prachtige omgeving mogelijk maken. Dat en een bruisend uitgaansleven zorgen voor een reusachtige hoeveelheid geld die de toeristensector daar dagelijks binnenhaalt.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De eerste hoofdactiviteit en wellicht hét hoogtepunt van mijn tocht was mijn vijfdaagse PADI Open Water duikcursus. De eerste twee dagen stonden in het teken van simpele theorie en leuke oefeningen in het zwembad. Zo wordt je voorbereid op allerlei situaties van veel voorkomende tot uiterst zeldzame situaties en noodgevallen. De laatste drie dagen zouden doorgebracht worden op een bootje op The Great Barrier Reef.<br />
Ik was zo fortuinlijk om als buddypaar aan de schone, Zweedse, sympathieke Anna gekoppeld te worden. Een meisje half zo groot als ik, die dankzij dit verschil in massa meestal nog stapels lucht over had, als ik alweer naar de oppervlakte moest (en zij dan dus ook).<br />
De tocht over open zee naar het reef duurde een uur of drie. Het weer gedurende deze tocht, alsmede de rest van de drie dagen, was verre van perfect. Een harde wind en veel bewolking. De tocht was een wilde, waar eenieder die eigenwijs genoeg was geen zeeziektepillen te slikken, ter vermaak diende van de verstandigere meerderheid. Op het Reef aangekomen is het, vanwege het reef, een stuk rustiger. Helaas, vanwege het weer, niet de plaatjes zoals op de brochures, waarbij je de schaduw van de boot op het kleurrijke koraal op de bodem kunt zien, met allerlei visspul ertussenin. Gelukkig was het zicht eenmaal onderwater nog steeds goed; vijftien tot twintig meter.<br />
De eerste dag waren er twee duiken, beide redelijk vol met dezelfde oefeningen als in het zwembad. Uiteraard zie je een hoop gave dingen, maar erg veel tijd heb je er niet voor, wanneer je onder water onder andere je duikbril af en weer op moet doen, zuurstof moet lenen bij je buddy en je materiaal moet uittrekken en weer aandoen.<br />
De tweede dag, op een andere locatie waren er vier duiken. Twee ervan zoals de dag ervoor, nog voor de lunch, zodat we met de lunch gecertificeerd waren. De derde duik was dan onze eerste zonder instructeur, alleen met je buddy. Toen begon het pas echt; alle tijd om de onderwaterwereld te verkennen. Hoewel, alle tijd… Een duik duurde doorgaans niet veel langer dan een half uur, tegen die tijd was de lucht wel op. Prachtige duik, erg veel gave dingen gezien.<br />
De vierde duik was een nachtduik. Nog kouder dan voorheen om weer in je natte wetsuit te kruipen, met die ellendige koude wind. Maar zeker de moeite waard. Hoewel we in het begin met onze zaklampjes maar weinig bewegends konden vinden, werd het naar het einde toe beter, met als hoogtepunt, net voordat we weer naar boven gingen, een twee meter langer Grey Reef Shark.<br />
De derde dag was een drukke. De voorbije dagen waren we al steeds belachelijk vroeg opgestaan, maar deze dag was met half zes een record. Nog voor zonsopgang (die uiteraard belabberd was door alle wolken), kregen we nog voor het ontbijt de eerste duikbriefing. Net na zonsopgang, gewapend met een duur gehuurde onderwatercamera het water in, voor de gaafste duik die ik heb gemaakt. In de hoofdrol een stuk of twaalf zeeschildpadden, een kudde barracuda’s, een Maori Napoleon Wrasse van anderhalve meter en een twee meter lange White Tip Reef Shark. Daarnaast natuurlijk een onbeschrijflijke hoeveelheid kleurrijke, vreemde en kleine en grote vissen (een meter lengte is niks). Helaas heb ik geen walvissen gezien, in tegenstelling tot twee andere duikers op de boot. Het is namelijk walvissen seizoen en de Minke Whale en Humpback Whale worden menigmaal gespot.<br />
Een andere grappige anekdote is dat ik gedurende mijn vreemde bewegingen om een Reuze-oester te fotograferen, plots iets van me af voelde glijden; mijn gewichtengordel, een tamelijk essentieel stukje technologie om onder water te blijven. Nog voordat de gordel de bodem raakte, was ik al in hoog tempo op weg naar de oppervlakte, wat zoals eenieder weet bijzonder vervelende gevolgen kan hebben voor je gezondheid. Gelukkig was het er toevallig maar 5 meter diep, (dit wil je niet op dertig meter) en kon ik nog voordat ik twee meter was gestegen terug naar de bodem zwemmen om mijn gordel weer op te pakken en weer aan te doen. De enigszins geschrokken reactie van mijn instructeur toen ik het verhaal vertelde was dat hij blij was dat we dat soort dingen geoefend hadden. Wat dat betreft moet ik ook zeggen dat de voorbereiding in de eerste drie dagen zo gedegen is dat ik me nooit oncomfortabel heb gevoeld onder het water, inclusief de haaien, de giftige Lionfish, scherp koraal en een verloren gewichtengordel.<br />
Na de duik een prima ontbijt (al het eten was trouwens erg goed en voornamelijk erg veel; gemiddeld 5 maaltijden per dag), om een uurtje later alweer voor de tweede keer in het water te liggen, op een andere locatie. Toen net voor de lunch nog een derde duik gemaakt, alvorens het tijd was voor de zeeziektepillen voor een nog veel ruigere terugtocht.<br />
Terug aan land was er uiteraard een afterparty, waarbij iedereen tegen elkaar aanschreeuwde vanwege de vele liters water die verdeeld waren over de oren. Dit effect zou bij mij en een aantal anderen nog ruim een week aanhouden (ontzettend irritant), omdat we toch wat problemen hadden met oren klaren en daardoor wat vocht achter de trommelvliezen hadden gekregen. Niks ergs aan, gaat vanzelf over, maar het duurt retelang.<br />
Ondanks dit detail is duiken het gaafste wat ik in tien weken heb gedaan en zeker iets wat ik vaker ga doen. Wanneer ik terug ben in Eindhoven zal ik eens informeren bij Studentenduikvereniging Blub, of die nog wat leuks doen. En de duikvereniging in Newcastle doet misschien ook wel iets gaafs.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Een andere hoofdactiviteit was een tweedaags bezoekje aan The Daintree, het oudste regenwoud ter wereld, ten Noorden van Cairns, met als hoogtepunt Cape Tribulation. Dit is het eerste stukje Australië door Cook vernoemd, nadat hij wat verder in het Noorden zijn schip The Endeavour bijna tot zinken had gebracht op The Great Barrier Reef. Hij was gedurende het hele gebeuren tamelijk slecht gehumeurd, wat blijkt uit naamgeving als Mount Sorrow en het hele tribulation gebeuren en dat soort dingen.<br />
Hoe dan ook, Cape Tribulation is een kaap met een strand Noordelijk en strand Zuidelijk die grenzen aan het regenwoud. Met andere woorden; het ene moment loop je door een jungle, het volgende moment lig je op het strand. Erg bijzonder. Nog bijzonderder is het dat het daadwerkelijke Reef luttele meters uit de kust begint.<br />
De eerste dag had ik een tour langs alle hoogtepunten van de Daintree, beginnend met een prima dierentuintje, daarna The Mossman Gorge, toen een cruise op de met gevaarlijke  Saltwater Crocodiles bezaaide Mossman River, en eindigend bij mijn hostel nabij Cape Trib. Onderweg nog maar weer eens een Cassowary gezien, waarmee de score op 3 van de 1500 staat, wat me niet verkeerd lijkt.<br />
De volgende dag wat rondgewandeld in de prachtige omgeving, waar ik vooral van de Mangroves heb genoten, uiteraard goed uitkijkend voor krokodillen.<br />
’s Middags zou ik gaan Canopy Jungle Surfen. Een attractie waarbij je langs een kabelbaan door het regenwoud surft, waardoor je de boel eens vanaf de bovenkant ziet. Een geinige activiteit, waarbij het bijzonder goede personeel zijn uiterste best deed om me iets te vertellen over de flora, fauna en historie wat ik nog niet wist. Zonder al te veel succes. Maar ja, tien weken om de Oostkust te bekijken kan natuurlijk niet zonder hier en daar wat op te steken.<br />
Een schokkend aspect aan het hele Cape Trib gebeuren was wel de onvoorstelbare hoeveelheid Nederlanders. Tot zover had ik het nog aardig getroffen en was ik op de meeste tours en grote activiteiten (Fraser Island, Whitsundays, duikcursus) de enige Nederlander. In de dagtour en het Jungle Surfen was ruim de helft Nederlander en dan geen backpackers, maar gezinnen, ongetwijfeld in caravans. Een uiterst vreemde gewaarwording.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De rest van de dagen die ik in Cairns was, tussen de activiteiten in, bracht ik veelal door met Anna, mijn duikbuddy en Emma en Kristina, twee andere Zweedse meiden van de duikcursus. Anna komt trouwens uit Uppsala, dus die bezoek ik wellicht nog als ik  Aert en Victory ga bezoeken, hopelijk binnen niet al te lange tijd.<br />
Tot mijn grote verrassing werd ik ook herenigd met Sandro, mijn beste Duitse maat uit Newcastle. Stapels verhalen en foto’s uitgewisseld onder het genot van een stevige pot pils. Tevens de eerste plannen gemaakt voor een bezoek van hem en zijn vrienden aan Eindhoven voor Nieuwjaar, dus wie weet…<br />
De volgende dag was Sandro vergezeld door Hannes, één van zijn vrienden waar we in Melbourne verbleven. Nog een dag later was Sandro weer weg, maar Richie, één van de andere Duitse gastheren in Melbourne verving hem. Net nadat ik weg was schijnt ook de derde, Michael, in Cairns te zijn aangekomen. Best geinig dus en het maakte de laatste uitgaansavond een stuk gaver.<br />
Toen ik, net voor mijn vlucht naar Sydney nog een meisje tegenkwam die ik negen weken geleden in Port Macquarie was tegengekomen, was ik niet echt meer verbaasd. Ook niet toen ik hoorde dat Sandro een Noorse gast waar we in Melbourne mee uithingen midden in de woestijn was tegengekomen en dat diezelfde kerel dan weer naast Laura uit Melbourne zat op een vlucht een aantal dagen later. Iets wat ik later weer via Laura te horen kreeg. Australië, hoe groot het ook mag zijn, is een mysterieuze aaneenschakeling van vreemde herhaalde ontmoetingen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Twee dagen voor mijn vlucht naar Sydney had ik eindelijk de beschikking over een werkende creditcard en bankpas, waarmee ik eindelijk weer bij mijn Nederlandse rekening kon. Een week of negen heeft de Rabobank dus nodig gehad om hun schandalige fout goed te maken. Dat dit ‘zo snel’ geregeld is, is alleen maar omdat ik na een tijdje zelf maar aan het bellen ben gegaan, om de passen op de juiste plaats te krijgen. Anders had ik ze vermoedelijk nog steeds niet…<br />
</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"></span><span style="font-weight: bold">Sydney</span><br />
Terug in Sydney aangekomen had ik eigenlijk als hoofdactiviteit het opzoeken van mijn leuke reisagente, om haar te vertellen hoe het allemaal was geweest. Het was een leuk weerzien op haar werk, maar helaas geen afspraakje voor die avond, want behalve dat ze een beetje ziek was, moest ze tevens een vriendin entertainen die ook net terug was van vakantie. In plaats daarvan maar naar de bioscoop met Emma en Kristina, die een dag eerder naar Sydney waren gevlogen. Harry Potter 5, best verwarrend als je delen 2 t/m 4 niet hebt gezien…<br />
Toen ik de volgende dag de uitnodiging kreeg wat te gaan eten/drinken die avond moest ik afzeggen, omdat ik terug naar Newcastle ging om daar een laatste glimp op te vangen van de Engelse Steph en Duitse Christina, de laatste overgebleven bekenden, die over een paar dagen vertrekken.<br />
Gelukkig is Sydney niet zo ver, dus waarschijnlijk stap ik binnenkort op de trein voor een hapje en/of drankje…</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">En zo kwam er een einde aan mijn avonturen van mijn eerste en langste reis. Het was, zoals hopelijk wel duidelijk is geworden, een fantastische ervaring met vele, vele goede herinneringen en een heleboel nieuwe vrienden die ik hopelijk later nog eens terugzie.<br />
De duur van de reis was nagenoeg perfect. Nooit heb ik me moeten haasten (veel mensen doen dezelfde afstand in 10 tot 20 dagen, uiteraard met een stuk minder activiteiten), en ik heb alles gezien en gedaan wat ik wilde, en meer. Een goed voorbeeld hiervan is het aantal gespotte dieren. Nagenoeg elk typisch Australisch dier heb ik zowel in gevangenschap als in het wild gespot, inclusief de Platypus en de Cassowary. Al met al niet iets wat veel van mijn medereizigers kunnen zeggen.<br />
Dus… rest mij niet veel anders dan een beetje aan mijn stage te werken, alvorens ik de backpack opnieuw op de rug neem, om het midden van dit prachtige land te verkennen!</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=20</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Reizen: Rainbow Beach tot en met Town of 1770</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=19</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=19#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 30 Jun 2007 01:26:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=19</guid>
		<description><![CDATA[Hey daar, welkom terug!
Terwijl ik nog aan het bijkomen ben van een fantastische activiteit zojuist en een hevige verkoudheid, leek het me weer een goed moment om het woord tot mijn familie en vrienden thuis te richten. Immers, er is inmiddels al weer een heleboel gebeurd, de zojuist gedane activiteit niet de minste. Wat die [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Hey daar, welkom terug!<br />
Terwijl ik nog aan het bijkomen ben van een fantastische activiteit zojuist en een hevige verkoudheid, leek het me weer een goed moment om het woord tot mijn familie en vrienden thuis te richten. Immers, er is inmiddels al weer een heleboel gebeurd, de zojuist gedane activiteit niet de minste. Wat die activiteit was? Tja, daarvoor zul je eerst de rest van de onzin moeten lezen. Want hoewel mijn schrijven zelden logisch is, het is op zijn minst chronologisch.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Rainbow Beach</strong><br />
Ik heb 3 dagen in Rainbow Beach doorgebracht, hetgeen mij volleerd maakt wat betreft het bruisende central business district van dit dorp met amper 1000 inwoners. Er is weinig te beleven, om een understatement te gebruiken. Dat de plaats toch populair is bij backpackers is dan ook voornamelijk omdat veel van hen vanuit Rainbow Beach naar Fraser Island gaan. Voor anderen (zoals ik, die vanuit Hervey Bay naar het eiland gaat), is er het mooie strand en het uiterst gezellige hostel ‘Dingos’ waar ik verbleef.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Vlakbij het dorpje bevindt zich de Carlo Sandblow; een hoop zand groter dan wat half Duitsland jaarlijks op de Nederlandse stranden weg schept. Deze duin biedt een uiterst rustgevend uitzicht over de dorpjes Rainbow Beach en Tin Can Bay en het bekijken van de zonsondergang was op mijn eerste (en heldere) dag zeker geen straf.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">In het hostel waren de drie hoofdactiviteiten eten, drinken en pool spelen. Voor een schamele 4 dollars kon er elke dag een prima maaltijd (aan)geschaft worden en de bar hanteerde schappelijke prijzen. Het is hier dat Daniel en ik een pool-fotosessie zijn begonnen om het zo belangrijke aspect van ons reizen voor nageslacht en andere geïnteresseerden vast te leggen. We bemerkten zowaar verbetering in ons spel; ongetwijfeld de druk van toekijkend vaderland.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Fraser Island</strong><br />
Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld, op de World Heritage List, zoals zoveel dingen in Australië. De Aborigines noemden het al ‘paradijs’ en vele bezoekers sindsdien konden het niet beter uitdrukken. Het eiland is qua oppervlakte ongeveer een tiende van Nederland en het bevat meer zand dan de Sahara. Het is echter veel meer dan alleen een grote ground zero van een door nijdige extremisten opgeblazen zandkasteel. In al dat zand groeien grote bossen regenwoud en zijn er zoetwatermeren met kristalhelder water. Visualiseer hierin wat heilige Aboriginalrotsen (die lui verklaren werkelijk elke steen heilig), een paar roestige scheepswrakken en een meute wildlife en je krijgt een beeld van Fraser Island.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">In mijn hostel in Hervey Bay kwam ik om kwart voor 6 ’s ochtends hevig vermoeid mijn bed uitrollen, onder een strakblauwe lucht. De briefing voor de self-drive safari zou in een half uurtje beginnen en ik zou de mede-backpackers ontmoeten met wie ik de komende drie dagen in een 4&#215;4 jeep over het eiland zou crossen.<br />
Gedurende de briefing werden de 17 aanwezigen verdeeld over twee auto’s en kregen we uitgebreide instructies over het reduceren van de impact op het fragiele ecosysteem aldaar en wat te doen om niet door de abundante Dingos (wilde honden) partieel te worden geconsumeerd.<br />
Na de briefing werden we in twee auto’s gegooid (mijn groep 9 groot, de andere 8), werd alle kampeermaterieel en bagage nagestuwd en werd het geheel overgoten met een aanzienlijke hoeveelheid alcoholhoudende drank, die ons op onze noeste survival experience warm zou moeten houden.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Mijn groep bestond uit Richard (Engels), James (Engels), Alex (Engels), Clive (Engels), Karl (Frans van Zweedse origine), Ulf (Noors), Elizabeth (Duits-Italiaans),  Jasmin (Duits-Zwitsers) en ik. In de andere groep zaten een Iers koppel, een Schots koppel, een Duitse kerel, een Engelse kerel, een Nederlandse meid en een reserve-Ier.<br />
Speciale vermeldingen hier verdienen:<br />
Richard, een aardige Harry Potter look-alike met wie ik nog wat tijd zou doorbrengen in Town of 1770.<br />
James, een bijzonder relaxte, stil-doch-grappige kerel die zijn verjaardag vierde op de derde dag.<br />
Clive, een 34-jarige grijzende, hyperactieve sportinstructeur met twijfelachtige geaardheid die, zodra je door de dikke adhd-laag heen prikte, een uiterst aangename kerel bleek. Zijn verleden als chef kok maakte hem tot een waardevolle aanwinst. Dit kon van zijn rijkunsten niet gezegd worden.<br />
Wie beter kon rijden was Ulf, een 40-jarige (dat zou je niet zeggen) die ooit als ambulancechauffeur had gewerkt. Nu werkt hij in een onderzeeër, als elektricien bij booreilanden.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Na gezamenlijk proviand te hebben ingeslagen waren we op weg, met de veerboot, naar het beloofde paradijs. Dat de blauwe lucht inmiddels was getransformeerd in een donkergrijze wolkenmassa, met de daarbij behorende temperatuurdaling, mocht op dat moment de pret nog niet drukken.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Op het eiland wonen enkele mensen in enkele piepkleine dorpjes. Slechts één stukje is geasfalteerd en dat ik waar de ferry aankomt. Daarna is het dus snel in 4 wheel drive en over het zand. Dit klinkt allemaal heel smooth, maar in werkelijkheid is het een rit waar een stuiterbal een puntje aan kan zuigen. Het is dan ook niet zeldzaam dat er een auto omvalt of op een andere manier gruwelijk crasht, met alle gevolgen van dien.<br />
Na het eiland in breedte te hebben doorkruist (da’s slechts 15 km, de lengte is 120 km), kwamen we aan op het strand (‘de snelweg’), waar het harde zand (gedurende het juiste tij) het rijcomfort veraangenaamd, hoewel verborgen plotse hobbels en zeeriviertjes hier snel roet in het eten kunnen gooien.<br />
Aangekomen aan het strand moesten we een tijdje wachten op eb, dus verlieten we het geschudde blik als ware we cola. Daar stonden we, uitkijkend over een woeste zee onder grauwe, dreigende lucht en bittere, bittere kou.<br />
Toen de zee zich ver genoeg had teruggetrokken reden we langs de kust naar attracties als The Pinnacles (gekleurde rotsen), Eli Creek (een riviertje tussen een meer en de zee) en het Maheno scheepswrak, totdat het tijd was om het kamp op te zetten, aan het strand. Dit gebeurde nog net voordat de motregen zijn mot verloor voor de rest van de nacht.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De warme barbecue van de avond smaakte goed en na afloop werd er intensief gedronken in de hoop enige warmbloedigheid te behouden. Mijn uiterst modieuze outfit bestond op dat moment (en gedurende de rest van de safari) uit een witte lange broek die niet langer wit was, een t-shirt, bedekt met een long-sleeve, bedekt met een nieuwgekochte dikke trui en twee paar sokken in mijn teenslippers. Het was nog steeds koud. Dit werd er niet beter op toen ik ’s nachts wakker werd en tot mijn grote verontwaardiging opmerkte dat mijn uiterst dunne slaapmatje zekere ongecontroleerde waterbedeigenschappen etaleerde. Het zal niet verbazen dat de nacht in kwestie (later beschreven als de koudste in Queensland in 30 jaar tijd) er een was met weinig slaap.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende dag was de regen gestopt, maar de wolken nog steeds ongenadig in de lucht. Zodra mijn trui met behulp van de ventilators in de auto weer droog was trok ik hem weer snel aan voor dag twee op Fraser Island.<br />
We reden naar Indian Head; een prachtige lookout vanaf waar niet alleen een stuk van het eiland overzien kan worden, maar waar een blik op de woeste oceaan wordt bespikkeld met dolfijnen, haaien en manta rays (soms ook walvissen, maar daarvoor was het nog net te vroeg). Het uitzicht was prachtig en moet onvoorstelbaar zijn op een zonnige dag.<br />
Vervolgens naar de Champagne pools; een natuurlijk zwembad in de rotsen die bij inkomend tij wordt gevuld met champagneachtige trekjes.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Het kamp werd ’s avonds opgezet in een officiële camping, alwaar wij de luxe hadden van een heus toilet, maar voornamelijk de beschutting van begroeiing tegen de koude wind. Normaal gesproken worden backpackers niet zondermeer toegelaten op deze familiecampings, maar omdat de Ranger had gezien hoe koud we het voorheen hadden gehad, liet ze ons bij uitzondering toe.<br />
De pot schafte een meer dan uitstekende pasta. Nadien werd er als gebruikelijk gedronken. Eerst gezellig, als voorheen, maar later op de avond verslechterde de sfeer. Eén van de Engelse in mijn groep werd nogal agressiefachtig irritant dronken en een paar Ieren uit de omgeving niet veel anders. De meesten van ons gingen dan ook nog voor middernacht de tent in voor een droge, doch koude nacht.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende morgen werden we vroeg gewekt door de Ranger, wiens glimlach op drastisch dieet was sinds de avond ervoor. Het was kennelijk nogal een puinhoop van lege bierblikjes en een vuilniszak, die allen in de auto hadden moeten liggen ter bescherming van het wildlife. De camping was dan wel afgeschermd van de Dingo’s, maar de kraaien zijn er bijna net zo groot en hadden ’s nachts volleybal gespeeld met de vuilniszak.<br />
Al onze paspoortdetails werden overgenomen om aan een boete te koppelen van 275 dollar per persoon. Niet fijn wakker worden dus. Enige tijd later kwam de Ranger terug en reduceerde ze de totale som van 17 maal 275 naar 1 maal 275, als er iemand nobel genoeg was om de boete op zich te nemen en het bedrag van 16 dollar per persoon van iedereen terug te krijgen. Een periode van stompzinnig naar elkaar staren volgde. De hoofdverantwoordelijken beweerden geen geldige legitimatie bij zich te hebben, dus geen van hen kon de boete op zich nemen. Om te voorkomen dat iedereen de boete alsnog individueel zou krijgen heb ik me dan maar aangeboden, om vervolgens van iedereen de centen te innen. Tot mijn grote genoegen en verbazing heeft iedereen netjes betaald.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Het boete(k)leed achter ons gelaten gingen we vol goede moed weer op pad. Het was nog steeds bewolkt, maar hier en daar verscheen een blauwe vlek. ’s Nachts had ik zelfs een ster kunnen ontwaren; een schouwspel dat spontaan een vreugdedans instigeerde, hoewel de wijn hierin een katalyserende werking had die niet onderschat dient te worden.<br />
We reden terug naar het Zuiden, om een bezoekje te brengen aan een tweetal meren. Het eerste was Lake Wabby, die na een mooie wandeling over een reusachtige zandmassa werd bereikt. Op dit moment kwam zelfs de zon even door, waardoor het anderzijds prachtige Lake Wabby plots onbeschrijflijk werd. Een diep groen, hevig reflecterend water waar je de grote cat fish in kunt zien zwemmen. Het regenwoud enerzijds en het zand anderzijds geeft een mooi contrast dat later vanuit een lookout Point nog beter te zien was.<br />
Het tweede meer was Lake McKenzie, waarschijnlijk het bekendste meer op het eiland. Het water in dit meer is helder als drinkwater in het ondiepe stuk en diepblauw in het diepere deel. Helaas hadden de wolken de zon alweer verstoten, zodat het beeld slechts prachtig was. Ondanks de kou zwom menigeen toch in het warmere water.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Na de meren aten we ons laatste eten op, (tegen alle traditie in hadden we niet te veel eten gekocht, maar net iets te weinig tot net goed), alvorens snel terug te rijden om de boot niet te missen. Dat rijden is overigens erg leuk. Ik was één van de vijf chauffeurs in onze auto en half driftend door het diepe zand glijden is een aangename sensatie. Over het algemeen ging het erg goed, op die ene bult op Clive’s hoofd na dan (verborgen hobbeltje).</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Na terugkomst konden we eindelijk uit de vieze kleren en onder de douche. Helaas voor mij bleek het warme water op te zijn. Precies wat je nodig hebt na drie koude, natte dagen; een koude, natte douche…<br />
Toen we allemaal weer schoon waren gingen enkele van ons nog gezamenlijk een hapje eten, alvorens voor wat kwaliteitsnachtrust in bed te kruipen. Het was, ondanks alle tegenslag, toch een mooie ervaring. Helaas geen Dingos gezien, die bleven voor het slechte weer ook liever thuis…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Town of 1770/Agnes Water</strong><br />
Herenigd met Daniel (hij was dezelfde dagen op het eiland, maar via een ander hostel) kwam ik vervolgend aan in Town of 1770, ofwel Agnes Water. Dit zijn eigenlijk twee dorpjes, maar waar de grens ligt lijkt niemand precies te weten. Het is klein, erg klein. Officieel heeft Agnes Water zo’n 2000 inwoners en Town of 1770 slechts 80. Vanaf nu zal ik doen wat iedereen doet en de namen door elkaar gebruiken.<br />
Het is een vriendelijk plaatsje zo’n beetje aan het begin van het Great Barrier Reef. Dit maakt het tot het laatste strand waar nog fatsoenlijk gesurft kan worden, een activiteit waar ik tegen alle planning in niet aan toe ben gekomen in dit dorp.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Town of 1770 kent drie hostels, waarvan ik in twee heb verbleven. Beide zijn magnifiek. De eerste twee nachten verbleven we in Southern Cross, een gloednieuw hostel met geinige hutjes waar de met slechts drie mensen in slaapt. Da’s dus een derde badkamer per persoon!<br />
Voorzien van twee soorten pool, (zowel zwem als biljart), en een uitgebreide dvd collectie hoef je je niet te vervelen, ondanks de ongunstige ligging; een stuk buiten het dorp. De twee dagen aldaar waren dan ook van onthaasten en bijkomen van het Fraser avontuur.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Het grootste en bekendste hostel is Cool Bananas en omdat veel van onze bekenden daar logeerden, verhuisden we later naar daar. Hoewel dit hostel geen van beide poolmogelijkheden biedt, wordt dat goed gemaakt door een fantastische sfeer en professioneel bereide maaltijden voor 5 dollar, elke avond. Er zijn een heleboel gave activiteiten en ze zijn allemaal spotgoedkoop (relatief dan).</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Dag één was er één die begon met van verhuizen en wassen. Vervolgens het lokale museumpje bezocht om sportief af te sluiten met frisbeeën op het strand. Deze laatste activiteit bezorgde Daniel en ik zowaar lichte spierpijn de dag erna, hetgeen wel iets zegt over de sportieve inspanningen gedurende het reizen (ik krijg echt niet zoveel lichaamsbeweging als sommige ondeugende commentaren insinueren). Het was dan wel Extreme Outdoor Power frisbeeën, maar spierpijn…<br />
De dag werd afgesloten met het spelen van een geslaagd potje Kings met oude en nieuwe vrienden. Ik heb een aantal geweldige nieuwe regels, die ik na terugkomst zal introduceren.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Dag twee was er één van onafgebroken regen. Een uitzondering, daar de winters doorgaans droog zijn in een toch al zware droogte. De lokale bevolking danste dan ook naakt door de straten, terwijl de backpackers uit verveling reeds na de lunch begonnen met hun drinkspelletjes.<br />
&#8217;s Avonds vertrok Daniel. Hij heeft wat minder tijd dan ik en slaat daarom een paar plaatsjes over die ik wel aandoe. We speelden nog een paar afsluitende potjes pool, haalden wat herinneringen op en zeiden met tegenzin vaarwel. Hij was een fijne reispartner en hij zal gemist worden&#8230;<br />
</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Dag drie ben ik gaan motorrijden op een heuse Harley-achtige. Met een kleine veertig man in lijn een mooie tocht gemaakt door de heuvelachtige, bekangoeroede omgeving en de mooie kustlijn, afgesloten met een prachtige zonsondergang.<br />
De motoren reden heel gemakkelijk, waren automatisch geschakeld (als dit al aan de orde was) en begrensd op 70 km/h. Een motorrijbewijs was dan ook niet nodig. Toch heel anders rijden dan mijn oude Puch of een scooter en daarmee een bijzonder leuke activiteit. De prijs: 39 dollar voor drie uur rijplezier, wat natuurlijk een koopje is.<br />
Het viel me tijdens het motorrijden trouwens op dat ik inmiddels volledig gewend ben aan het links rijden. Dat wordt dus wel weer even wennen als ik in Oktober terug kom…<br />
Na de motortocht werden we getrakteerd op een sfeervolle stroomstoring, die maar liefst tien uren zou aanhouden. Op zich geen probleem, daar ik vroeg het bed opzocht in een poging mijn aankomende verkoudheid te slim af te zijn. Dat bleek vergeefse moeite…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Dag vier (zojuist), hier komt ie dan: vliegen! Ik heb net een scenic stunt flight gehad. Een vlucht over de prachtige waterlanden hier, met een aantal g-krachtrijke roll-overs en snoekduiken. Ik begon voorin, als co-piloot en heb daadwerkelijk ook zelf een stukje gevlogen. Erg gaaf.<br />
We maakten een landing op een afgelegen strand, slechts bereikbaar per vliegtuig of boot, waar een paar locals zandwormen aan het verzamelen waren om als aas te gebruiken op zee. Deze zandwormen zijn tot een aantal meter lang, verbazend genoeg. Verder wat krabbetjes verzameld en een oester gegeten die de piloot daar plukte.<br />
Na de tweede take-off (ik zat nu achterin) nogmaals een blik op de prachtige ondiepe wateren, tegen een strakblauwe lucht. Een paar dolfijnen zien zwemmen, net voordat de piloot weer in stuntmodus ging. Weer twee roll-overs en een snoekduik. Geloof me, geen achtbaan kan tippen aan de snelheid en kracht die hierbij kwamen kijken. Met name in de snoekduik knalde alles wat niet vast zat tegen het dak.<br />
Hoewel ik normaal gesproken geen problemen heb met snelle attracties, voelde het nu toch wel alsof de zojuist geconsumeerde oester op zoek was naar een nieuwe schelp. Gelukkig landden we korte tijd later, in het bezit van stapels foto’s en filmpjes van een fantastische vlucht. De prijs: 65 dollar voor 2 uur vliegen en strandlopen. Geen slechte deal dacht ik zo.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Tot zover mijn avonturen voor nu. Over twee uur vertrek ik weer, verder naar het Noorden. Rockhampton wordt mijn volgende bestemming, waar ik voor morgen in ieder geval een bush/outbacktocht heb geboekt.<br />
Jullie horen nog van mij! Tot die tijd heb ik weer wat nieuwe foto’s op de website weten te krijgen. Nogmaals; klik rechtsonder in de fotopagina op ‘details’, zodat je de namen van de foto’s te zien krijgt. Pak je toch even mooi dat extra stukje informatie mee!</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=19</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Reizen: Sydney tot en met Noosa Heads</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=18</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=18#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 19 Jun 2007 05:24:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=18</guid>
		<description><![CDATA[Geachte medemens,
Ik schrijf tot u, na een lange periode van stilte, vanuit het uiterst aangename Rainbow Beach. Een idyllisch klein kustplaatsje vol maagdelijke stranden en reusachtige zandduinen. Het wordt nu toch echt eens tijd om te schrijven over mijn belevenissen van de afgelopen maand, voordat ik ze vergeet. Dus bij deze genoeg over Rainbow Beach, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Geachte medemens,</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Ik schrijf tot u, na een lange periode van stilte, vanuit het uiterst aangename Rainbow Beach. Een idyllisch klein kustplaatsje vol maagdelijke stranden en reusachtige zandduinen. Het wordt nu toch echt eens tijd om te schrijven over mijn belevenissen van de afgelopen maand, voordat ik ze vergeet. Dus bij deze genoeg over Rainbow Beach, waar ik nog maar net ben aangekomen en waarover ik technisch gezien dus nog geen recht van spreken heb. In plaats daarvan, een reisverslag, overzichtelijk ingedeeld op topografische basis en uiteraard alles kort en bondig, zoals jullie dat van me gewend zijn…</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Sydney<br />
</strong>Mijn tocht begon met een treinreisje naar Sydney, de meer dan prachtige stad waar ik eerder al over heb geschreven. Beschrijven hoe prachtig Circular Quay met het Opera House en Harbour Bridge is en hoe fantastisch vermakelijk Darling Harbour met het Aquarium, Maritime Museum, IMAX Theatre en talloze cafeetjes, zou dus zuivert redundant zijn. Laat mij dan toch nog de geneugten vermelden van het eten van een Hollands kroketje uit de oranje Utrecht-owned frituur en het plezierige bezoekje aan Taronga Zoo met Kim, een Sydneyse die ik op een feestje in Newcastle had ontmoet.<br />
Tevens kan ik vermelden dat ik met plezier de kustwandeling van het beroemde Bondi Beach naar Coogee heb gemaakt. Een tocht met meer dan prachtig uitzicht.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Ik heb zo’n zes dagen doorgebracht in Sydney, iets langer dan gepland. Dit komt niet alleen door mijn passionele liefde voor de imposante wolkenkrabbers, noch voor de seksuele spanning van de abundante Koreanen, maar door de Rabobank. De Rabobank is namelijk zo vriendelijk geweest mijn creditcard te blokkeren. IJverig als ze zijn hadden ze glimmende, gloednieuwe pasjes naar mijn penthouse in Eindhoven vergestuurd. Dat ze de kaarten na twee weken postkantoorvertraging weer retour kregen, bleek helaas geen reden om de huidige pas niet te blokkeren. Op enige vermelding kon ik ook niet rekenen. Wel was ik in de voorgaande maand tot twee keer toe wakker gebeld omdat bezorgde Rabobankmedewerkers dachten dat ik wellicht geen student meer was en dat ik daardoor wel eens kortingen zou kunnen krijgen die niet meer voor mij bestemd zouden zijn. Een telefoontje om te vermelden dat je niet meer bij je geld kunt, bleek niet belangrijk genoeg.<br />
Ik kwam er dus achter toen ik na vele uren consult met mijn leuke Frans-Canadese reisagente Véronique een riante hoeveelheid dollars moest neertellen, voor het door mij samengestelde pretpakket. Op dit verzoek gaf mijn creditcard niet thuis. Er zat dus weinig anders op dan het verschuldigde bedrag in termijnen te betalen, naar gelang de dagelijkse limiet van mijn lokale pinpas dat toeliet.<br />
Dezelfde dag nog kreeg ik een telefoontje van immigratie, of ik zo vriendelijke wilde zijn mijn nieuwe visumaanvraag ook financieel te ondersteunen. Altijd prettig als je gedurende het toch al zo trage en fragiele visumproces te boek staat als armzalige sloeber.<br />
Afijn, na de nodige telefoontjes en strenge, doch rechtvaardige e-mails, zijn de passen nu hopelijk per koerier op weg naar Hervey Bay, waar ik ze over een paar dagen kan ophalen. Eerst zien, dan geloven natuurlijk.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Blue Mountains<br />
</strong>Na de administratieve rompslomp grotendeels afgehandeld te hebben, kon ik dan toch op de trein stappen richting Katoomba, een lieflijk plaatsje in de Blue Mountains. De Mountains zijn net zo blue als de blue gum tree blue is (niet dus), maar dat mag de pret niet drukken. Het is een onwaarschijnlijk prachtige omgeving met een gemiddeld uitzicht dat vele malen briljanter is dan elke Franse Alp.<br />
Ik heb er een frisse wandeling ondernomen van 8 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds, het laatste stukje bergopwaarts rennend om de zonsondergang niet te missen. Men kan zich de reactie van mijn kuiten dan ook wel voorstellen toen ik de volgende ochtend bij de eerste zonnegloren ontwaakte.
</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">In het hostel kwam ik een oudere man tegen in een oranje Sydney Olympische Spelen trui met een Nederlands vlaggetje in het midden. Het bleek een Australiër, die een Nederlandse ex-vrouw had. Geinige kerel, leuke gesprekken over Nederland, waar hij meer dan eens was geweest. Zijn overgeaccentueerde zinnetjes Nederlands waren ook bijzonder vermakelijk. Toen ik hem later dan ook nog Bavaria zag drinken, voelde ik me helemaal thuis. Snel naar de Bottle shop gerend voor een stapeltje Hollands beste, die daar spotgoedkoop waren omdat niemand het goedje kennelijk wil drinken. Des te beter…</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Port Macquarie<br />
</strong>De eerste plek van mijn tocht richting Noorden langs de Oostkust was (buiten nog een nachtje feesten met de vrienden in Newcastle) Port Macquarie. Een schattig klein plaatsje waar god schijnt te wonen. God heb ik er niet gezien, maar wel een kudde pelikanen, een stel speelse dolfijnen en 20000 hele grote vleermuizen. Door het bos lopen waar die gevleugelde ratten allemaal ondersteboven hangen te krijsen is al imposant, eronder staan als ze alle 20000 ’s avonds uitvliegen (niemand lijkt te weten waar naartoe) is ronduit indrukwekkend.<br />
Het dorpje zelf kent een Break Wall, een soort van dijk, waar iedereen iets leuks op mag schilderen. De Lonely Planet, (de reizigersbijbel) beschrijft ondeugende toespelingen op de daad der daden. Helaas heb ik die niet mogen ontwaren. Wel allerlei andere spreuken in een breed scala van jostigehaltes.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Eén van de attracties is het Koala ziekenhuis, alwaar ik een gratis rondleiding genoot. Het was interessant, maar bovenal eng. De 200 vrijwilligers daar nemen hun werk namelijk uiterst serieus. Het is een volledig uitgerust ziekenhuis, waar de meest vreemde en absurde operaties op koala’s zijn uitgevoerd. Het varieert van het zetten van een simpele botbreuk als gevolg van een aanrijding, tot couveusebaby’s en gezichtsreconstructies.<br />
Eén tamelijk misselijkmakend verhaal beschreef een koala die ternauwernood een bosbrand had overleefd. Meer dan 90 procent van het lichaamsoppervlak was 3<sup>e</sup> graad verbrand. Klauwen, oren en ogen waren weggebrand. Een stelletje huilies van het ziekenhuis heeft toen de onmenselijke en ondierlijke beslissing genomen het beestje te redden in plaats van te laten inslapen. Nu loopt er dus een blinde, dove, waarschijnlijk reukloze koala rond, die niet meer kan klimmen. Zeer nobel…<br />
Afgezien van het waardeloze euthanasiebeleid doen ze natuurlijk wel goed werk, waaronder onderzoek naar chlamydia, een ziekte die koala’s op dezelfde manier beleven als mensen.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Het hostel waar ik verbleef was klein en gezellig, met een hoog hangmatgehalte. Erg druk was het over het algemeen niet. De eerste avond bevond ik mij plots in Nederland, met een Nederlands koppel dat in het hostel werkte en twee Groningse Janneke’s. De volgende dag was het gezelschap wat internationaler met een Duits meisje Wiebke, een stel Engelse meiden Lisa en Rachel en twee Canadese meiden Lauren en Raphaela. Al deze mensen en meer zou ik nog meerdere malen tegenkomen in de tocht Noordwaarts. De wereld aan de Oostkust van Australië is werkelijk klein en naast nieuwe mensen blijf je ook dezelfde gezichten tegenkomen.<br />
Tenslotte werd in Port Macquarie een trend gezet in het drinkspelletje Kings. (Of Kingzen, voor de Brabanders)</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Coffs Harbour<br />
</strong>Het volgende plaatsje was Coffs Harbour, trotse eigenaar van de Big Banana. Samen met de Canadese en Engelse meiden kwam ik aan in een wederom gezellig hostel, waar het personeel goed haar best doet verveling te voorkomen. Dit manifesteerde zich voornamelijk in een dodelijk spelletje Kings in de eerste nacht, waar alles gebeurde wat de cursus verantwoord alcoholgebruik verbiedt.
</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">De volgende dag, voor het eerst in 3 maanden op een fiets gestapt, (met een significante kater), om Coffs Harbour te verkennen. Allereerst naar de Big Banana gefietst. De Big Banana was het eerste absurd grote object. Het is simpelweg een grote, betonnen banaan. Als je dit al vreemd vindt, er is meer; er is een heus park omheen gebouwd, met allerlei banaangerelateerde zaken. Het is mogelijk allerhande banaangerechten te verorberen en er is zelfs een hypermoderne special effects bioscoop met films over, jawel… bananen. Uiteraard is er geen reet aan dit hele gebeuren, maar het is zo’n ding dat je gewoon gezien moet hebben. Dit is waarschijnlijk de reden voor alle andere grote dingen die in Australië te vinden zijn. Variërend van een ananas tot een kreeft en een garnaal die ik de volgende dag zou zien.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">De volgende bestemming was de Clog Barn. Een klein madurodam met typisch Nederlandse gebouwen, voorafgegaan door een souvenirshop waar je alles kunt krijgen wat je in een doorsnee Amsterdamse souvenirshop vindt (afgezien van de drugsgerelateerde zaken). Het was een geinig parkje en als Nederlander kreeg ik nog een dollar korting ook.<br />
Naast het miniatuurdorpje is ‘Big Oma’s Coffee House’, alwaar ik de beste kroket allertijden heb gegeten, met liefde handgevuld door Oma herself. Ook Opa nog even gesproken, maar die was na 35 jaar niet meer in staat fatsoenlijk Nederlands te spreken, dus dan maar in het Engels.
</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">’s Avonds maakte een nieuwe kamergenoot zijn entree. Het was Daniel, uit Venezuela. Een bijzonder relaxte, ongeschoren gast met lang haar die een stuk ouder lijkt dan zijn 19 jaar. Met zijn privé-scholing in Engels heeft hij een perfecte Amerikaanse uitspraak en woordenschat. Een prima kerel, waar ik nu nog steeds samen mee reis. Er zijn slechts twee nadelen. Het eerste is dat hij erg langzaam loopt, wat bijna resulteerde in een gemiste bus in Brisbane. Het tweede is dat hij snurkt als een walrus met watervrees. Dit wordt dan weer gecompenseerd door zijn grote liefde voor pool biljart, een spel dat we ontzettend vaak spelen en waar we beiden bijzonder weinig chocola van hebben gegeten.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">De volgende dag een waanzinnig saaie kanotocht gemaakt op het lokale beekje, alvorens de bus te pakken naar de volgende bestemming.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Byron Bay<br />
</strong>Byron Bay, het beloofde land. Een plaatsje in het uiterste Noorden van New South Wales waar de klokken massaal zijn stilgezet in de jaren zestig. Een alternatief klein plekje, waar de lokale bevolking (sterk in de minderheid ten opzichte van de toeristen) opvalt door middel van bevlekte, doch kleurrijke kledij, een zoetige lucht en een uiterst stupide, doch volledig plantaardige uitdrukking op het gelaat. Het is een plaatsje waar MacDonalds en andere schurkachtige dierdenigrerende multinationals nog steeds geen voet aan de grond hebben weten te krijgen. Maar bovenal is het een schitterend plaatsje met prachtige stranden en een bijzonder relaxte sfeer.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Ik heb een week in dit geinige dorpje doorgebracht. Dit was wat langer dan voorzien, maar ik verbleef dan ook in The Arts Factory; een grote, bijzonder alternatieve camping/hostel combinatie voorzien van allerlei vermaak en gekkigheid. Men slaapt er niet alleen in de gebruikelijke hostelkamers, maar ook in tipi’s en afgedankte, omgebouwde lijnbussen. Er is een zwembad met bijzonder aangename warmwateroptie, er zijn pooltafels, er is een restaurant, een bar, een sauna en zelfs een heuse bioscoop, compleet met grote glitterbol en de meest comfortabele zetels allertijden. Er zijn gratis workshops in wazige dingen, en er zijn allerlei avondactiviteiten. Bovenal zijn er een heleboel leuke en interessante mensen.<br />
Er is zoveel goeds aan de Arts Factory, dat je de slechte dingen maar al te graag voor lief neemt. Eén van de slechte dingen was het feit dat je potten en pannen bij de receptie moest ruilen voor geld alvorens te koken. Dit heikele punt is echter makkelijk opgelost door deze complexe stap op te slaan en direct voedsel voor geld te ruilen.<br />
Een ander punt was de bijzonder laakbaarheid van de douches. Met een sproeikop, herstel sputterkop, op tepelhoogte was het wassen van de haren met recht een lichamelijke uitdaging te noemen. Neem daarbij in overweging dat ik in een doorsnee urineringsessie, een grotere hoeveelheid vloeistof in kortere tijd en met grotere nauwkeurigheid de wereld in kan helpen, als de hele rij douches gecombineerd. Dit geeft een beeld van de obstakels die overwonnen dienen te worden, teneinde een zeker peil van persoonlijke hygiëne te waarborgen. Misschien is het daarom dat hippies altijd zo stinken…</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Wiet is aan de orde van de dag in The Arts Factory. Het is behoorlijk verboden in Australië, maar op het Arts Factory terrein wordt het gedoogd, al doen de bordjes anders vermoeden. Een belangrijke reden hiervoor is het nabijgelegen legendarische dorpje Nimbin. Nimbin is net als Amsterdam, waarbij je alle residentiële, commerciële en prostituele panden wegdenkt. Andere mensen beschrijven het als een kleurrijke straat waar je werkelijk overal wiet en geinige koekjes kunt kopen. Daarnaast is er ook een heel groovy museum waarvoor je bijzonder stoned moet zijn om het ten volle te kunnen waarderen.<br />
Al met al een populaire bestemming voor een dagtrip (zowel letterlijk als figuurlijk), al is het alleen maar voor de mafketels die er daadwerkelijk wonen.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Eén van de avondactiviteiten was een talentshow, waarin een aantal backpackers de gitaar greep om veelal een geweldig optreden te verzorgen. Een andere activiteit was de quizavond, die ondergetekende samen met het Duitse meisje; Wiebke en twee Engelse meisjes; Nikki en Ria, heeft gewonnen. Hierin moet vermeld worden dat dit voornamelijk ten verdienste van Nikki was, die de meest zinloze kennis wist op te lepelen als ware het custard. De prijs was er echter niet minder om; 26 dollar en een gratis surfles.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Surfen was één van mijn hoofdactiviteiten in Byron Bay, buiten goon (wijn uit een doos) drinken en pool spelen. Ik had van te voren twee lessen geboekt die beide bijzonder goed gingen. Bij de eerste golf kon ik al staan en aan het einde van les twee begon ik langzaam te sturen.<br />
Bij mijn gratis les, bij een ander bedrijf, kwam ik er echter achter dat men het me verkeerd had geleerd (switchfoot), waadoor ik weer opnieuw moest beginnen. De les was echter ontzettend veel beter dan mijn eerdere twee en ik had de smaak alweer snel te pakken. Ik ben dan ook zeker van plan zo af en toe eens een surfbord te huren, in mijn tocht richting het Noorden.<br />
Denk nu overigens niet dat ik nu cool ben en dat ik met souplesse en heldenmoed metershoge golven bedwing. Het is nog steeds laf aankloten op een kleine, vaak al gebroken, golf die me rechtstreeks naar het strand brengt. Maar het begin is daar.<br />
Een leuk detail aan de laatste surfles waren de dolfijnen die een kijkje kwamen nemen. De meeste bleven op afstand, maar één kwam recht op me af. Eerst zag ik de vin met significante snelheid naderen, de Jaws-soundtrack bonzend in mijn hoofd als een ritmische kater. Daarna zag ik door het heldere water gelukkig al snel dat het een dolfijn betrof, waardoor mijn hartslag weer langzaam afnam.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Eén van de meest kleurrijke figuren die in The Arts Factory rondliep was Az. Az is een 32-jarige Australiër die na een aantal jaren afwezigheid weer was teruggekeerd naar Byron. In die jaren afwezigheid was Az zowel een wonderkind in wiskunde, waardoor hij ongelimiteerd budget kreeg om tijdreizen en teleportatie te onderzoeken, was hij een grote jongen in de oliebusiness en in de filmindustrie en weet hij erg veel van technologie. Wat voor wiskunde, films of technologie precies de eer van zijn aandacht verdienden bleek helaas telkens reden voor verandering van onderwerp.<br />
Dat andere onderwerp was meestal energie. Az ziet namelijk energiestromen tussen mensen en dingen en wie weet wat nog meer. Az ziet vrouwen met zijn linkeroog en mannen met zijn rechteroog. Hij heeft kristallen om de energiestromen te manipuleren en modificeren en roept om de zoveel tijd ‘schwing’. Tussendoor de lettergrepen van zijn kleurrijke verhalen neemt hij de nodige alcohol en marihuana tot zich, om vooral in zijn eigen speciale wereldje te blijven.<br />
Al met al een vriendelijke, rustige, zij het soms wat vermoeiende kerel die geen betere plek voor zijn bestaan had kunnen uitzoeken dan Byron Bay. Net voor mijn vertrek is deze goedaardige sukkel toch het hostel uitgeknikkerd, vanwege nachtelijke misdragingen. Daar kon de arme man echter niets aan doen. Er had namelijk een snoodaard ’s nachts met zijn energie lopen knoeien, terwijl Az lekker lag te dutten. Geheel terecht kwam de (slaap)dronken Az verhaal halen, bij niemand in het bijzonder, met luide stem en gebalde vuist. Ik probeerde de boel nog te sussen door hem te vertellen dat de energieverontreiniging waarschijnlijk een onschuldig ongelukje was van iemand. Immers, aurabevlekking heerste enorm die week. Daarnaast viel mij op dat hij zijn biostabiel verkeerd om droeg, wat natuurlijk vragen is om problemen. Niets mocht echter baten en Az werd de volgende dag gevraagd het perceel te verlaten. Wederom een onschuldig slachtoffer van de zenloze multinationals…</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Surfers Paradise<br />
</strong>In reusachtig contrast tot het alternatieve, relaxte Byron Bay, is de volledig overbebouwde Gold Coast in Zuid-Queensland, met als meest toeristische het wolkenkrabberstadje Surfers Paradise. Alles hier draait om twee dingen; strand (waar je na drie uur ’s middags in de schaduw van de flats ligt) en uitgaan. Het is dan ook niet verrassend dat het straatbeeld wordt gedomineerd door straalbezopen, asociale volgevreten Britten die maar wat graag een robbertje vechten. Daarnaast vind je hier alle dure designerkleding, zonnebrillen en juwelen die je hartje je lief is en concurreert het ene skydivebedrijf, het andere de grond in. Al met al, best een geinig plaatsje voor een paar dagen, met stapels mooie vrouwen om te compenseren voor die lelijke Engelse zatlappen.
</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">In de avonden een tweetal keren goed uitgegaan in een verscheidenheid aan clubs waar het aantal vreemde taferelen samen met het algemene dronkenschap hand over hand toenam. Aan het eind van elke avond brachten Daniel en ik een bezoekje aan de Subway, voor de nieuwe Hickory BBQ Pork Riblet Sub. Een zuiver Amerikaanse Sub die de cowboy in je naar boven brengt. De reclame voor het broodje is in een hilarisch Texaans accent, afgesloten met een veelzeggende ‘Jeeyhaa’! Een nieuw stopwoordje, dat samen met het ‘schwing’ van Az mening stil moment het zwijgen oplegt, of de concentratie verstoort in een potje pool.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">De laatste dag in Surfers Paradise stond in het teken van watersport. Eerst een half uurtje op de Jetski, met 90 kilometer per uur over het water, al manoeuvrerend om de persoon achterop water te laten happen. Met succes. Een onwaarschijnlijk vermakelijke activiteit.<br />
Vervolgens met een parachute achter een speedboot om vanaf hoogte de pracht van de baai te aanschouwen, met de imposante skyline in de achtergrond. Ook parasailen is iets wat ik graag mag doen, zo bleek al gauw.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Brisbane<br />
</strong>Brisbane is met anderhalf miljoen inwoners de hoofdstad van Queensland. De stad wordt verdeeld in een Noordelijk en Zuidelijk deel door de Brisbane River. Het is een uiterst aangename stad, op nummer 1 van de Australische steden waar ik best zou willen wonen, gevolgd door Melbourne en Sydney. Er zijn tal van mooie, ‘oude’ gebouwen (echt oud natuurlijk niet, want het land bestaat nog maar net in zijn huidige vorm) en een hele stapel mooie parken en openbare plaatsen. Zo is er het kunstmatige strand (Brisbane ligt namelijk niet direct aan de kust), inclusief strandwacht, de botanische tuinen en een soort klein stadion waar op een groot scherm gratis sportevenementen en films worden getoond. Er hangt een fijne sfeer die doet vermoeden dat je in een groot dorp rondloopt, in plaats van een grote stad.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Het hostel was minder prettig, om het zacht uit te drukken. We sliepen in een kamer die stonk alsof er zojuist iemand in hoekje eten had zitten recyclen. Van de acht bedden waren er 4 gevuld met ongedouchte Koreanen die de hele dag stripverhalen zaten te lezen op hun notebook. Bij elke vlucht uit het stinkende slaaphol, bleef de deurklink achter in je hand. Een euvel dat volgens de manager de volgende dag verholpen zou worden en dat al een week lang.<br />
In de badkamer werkte er van de drie kranen maar één, de keuken had geen borden en bestek, die konden tegen borg bij de receptie opgehaald worden. Kortom; het hele gebeuren stond op instorten. Het enige lichtpuntje is dat het op instorten stond op een bijzonder gunstige locatie centraal in het centrum.
</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Eén van de dagen zijn we naar het Lone Pine Koala Sanctuary gegaan. ‘Wij’ zijn in dit geval Ria, Daniel en ik. Het ‘Lone Pine Koala Sanctuary’ is in dit geval een bijzonder gaaf park stampvol met voornamelijk Australische dieren. Hier is het dat ik op de foto ben gegaan met een koala, die zeer attent een brok verwerkt voedsel op mijn hand achterliet en waar ik tientallen kangoeroes heb gevoerd. Daarnaast ook nog wat andere diertjes bekeken, zoals de Cassowary, een lelijk en gevaarlijke vogel uit Noord-Queensland. Geconcludeerd kan worden dat kangoeroes ontzettend gaaf zijn!</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm"><strong>Noosa Heads<br />
</strong>De volgende bestemming was een plaatsje in de Sunshine Coast; Noosa Heads. Een populaire vakantiebestemming voor zowel buitenlanders als Australiërs. Het heeft uiteraard prachtige stranden en een mooi klein nationaal park waar ik mijn eerste koala in het wild heb gezien.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Het hostel was geweldig, een verademing na de overnachtingsverschrikkingen in Brisbane. Het was een soort bungalowpark/camping combinatie waarin je met 8 personen een keuken, een huiskamer en twee badkamers deelde. Het beste van allemaal was dat de plek bezaaid was met kangoeroes! Zo zat je ’s avonds je zelfgemaakt pizza te eten en keek je recht in de bedelende ogen van een schattige kangoeroe. De kangoeroe was uiteraard succesvol.<br />
Het enige nadeel aan het hostel was, ironisch genoeg ten opzichte van het hostel in Brisbane, de locatie. Het bevond zich 20 minuten met de bus ten Noorden van Noosa Heads en je moest met een pontje over, dat zeer beperkt beschikbaar was. Het was een klein offer dat graag werd gedaan.</p>
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">
<p class="western" lang="nl-NL" style="margin-bottom: 0cm">Tot zover, voor nu. Inmiddels zit mijn tijd in Rainbow Beach er alweer bijna op (dit stuk is in meerdere sessies geschreven) en morgen vertrek ik naar Hervey Bay om van daaruit naar het prachtige Fraser Island te gaan. Maar daarover later meer.<br />
Om jullie toch een beetje een goed gevoel te geven over het relatief immens saaie Nederland; het is bij jullie (voorlopig) een stuk warmer dan hier. Laat dat een troost zijn, maar geen reden om niet als de sodemieter een vakantie naar Australië te boeken!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=18</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Live Update</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=17</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=17#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 May 2007 03:53:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=17</guid>
		<description><![CDATA[Gegroet,
Bij deze een live bericht. Live, jazeker, direct on the fly toetsaanslagimprovisatie. Hoe dat komt? Nou, ik zit hier gratis te internetten terwijl een charmante reisagente mijn boekingen vastlegt.
Zojuist hebben we een puik pakketje geluk samengesteld, bestaande uit een tweedaagse surfopleiding in Byron Bay, een driedaagse 4WD safari op Fraser Island, een driedaagse zeiltocht op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Gegroet,</p>
<p>Bij deze een live bericht. Live, jazeker, direct on the fly toetsaanslagimprovisatie. Hoe dat komt? Nou, ik zit hier gratis te internetten terwijl een charmante reisagente mijn boekingen vastlegt.</p>
<p>Zojuist hebben we een puik pakketje geluk samengesteld, bestaande uit een tweedaagse surfopleiding in Byron Bay, een driedaagse 4WD safari op Fraser Island, een driedaagse zeiltocht op een snelle catamaran rondom the Whitsunday Islands, een rafting tocht op de Tully River en een vijfdaagse duikcursus waarvan drie dagen en nachten op een jacht, inclusief nachtduik. Al deze zaken met open datum, zodat ik nog alle vrijheid heb alle andere plaatsjes te ontdekken.</p>
<p>Sydney bevalt verder ook prima. Morgen of overmorgen ga ik naar de Blue Mountains.<br />
Gister was er een grappig feestje in de bar onder het immense hostel. De zogenaamde Crab races, waarin ze een emmer krabbetjes op een speelveld gooien en degene die het eerst aan de rand van het veld is wint. Dat wil zeggen, de persoon die op die krab heeft gewed. Gedurende dit festijn was pils voor een aangenaam tarief verkijgbaar.</p>
<p>Gedurende de avond heb ik vele conversaties gevoerd met vele dames uit vele landen. De laatste met een dame uit Zuid-Korea. De conversatie was kort. Ze vroeg waar ik vandaan kwam, ik antwoordde waarheidsgetrouw. Koreaanse volksheld Guus Hiddink kwam kort ter sprake en de conversatie werd afgesloten door haar brutale vraag of ze me mocht kussen.<br />
Uiteraard was ik oprecht verbaasd over deze plotse wending van een anderzijds uiterst onderhoudende conversatie. Ik wilde haar net vragen hoe ze dacht over de vernieuwde Noord-Zuid Koreaanse verhoudingen na het openen van de grens voor treinverkeer en hoe dit een plaats had in haar spirituele welzijn. Haar vraag echter dwong me tot een andere reactie.<br />
Het leek me een goed plan om eerst te verifieren of ik haar verzoek goed had begrepen. Ik opende mijn mond teneinde een goede articulatie te bewerkstelligen in de toch wat uitdagende acoustic die een druk café eigen is.  Echter, voor mijn eerste lettergreep de rokerige lucht in trilling bracht, bracht mijn gesprekpartner haar tong in. Een duidelijk antwoord op mijn ongestelde vraag.<br />
Afijn, spontaan gekusd worden door een aantrekkelijke Aziatische is niet het ergste wat er op een maandagavond kan gebeuren. Het had echter een stuk aangenamer kunnen zijn wanneer ze over enige vorm van talent voor deze activiteit beschikte. Romantiek was ver te zoeken en voor de toeschouwer moet het hebben geleken alsof ze mijn gezicht opat. Toen ze daarna ook nog wild begon te graaien naar zaken die in een openbare plaats niet openbaar gemaakt dienen te worden (gelukkig waren haar armen te kort), leek het mij verstandig deze relatie spoedig te beëindigen. Toen de dame in kwestie haar neus ging poederen, greep ik de kans en nam ik de benen.<br />
Guus Hiddink, bedankt&#8230;</p>
<p>Inmiddels is de charmante reisagente, een Canadese, vrijwel klaar met de boekingen, dus het wordt tijd deze live update te beëindigen. Laat mij slechts nog zeggen dat ik hoop dat Guus Hiddink snel Canada gaat coachen&#8230;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=17</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Het reizen kan beginnen!</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=16</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=16#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 May 2007 06:16:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=16</guid>
		<description><![CDATA[Geachte familie, vrienden en andere digitaal verdwaalden, bij deze een kort berichtje geschreven op een katerachtige zondagavond, vijf dagen voor de aanvang van een riante reisperiode. In deze editie vinden jullie eindelijk de verlossende woorden over mijn al dan niet langer blijven, mijn reisplannen en de staat van mijn stage.
Langer blijven
Gedurende lang uitzoekwerk, nabellen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Geachte familie, vrienden en andere digitaal verdwaalden, bij deze een kort berichtje geschreven op een katerachtige zondagavond, vijf dagen voor de aanvang van een riante reisperiode. In deze editie vinden jullie eindelijk de verlossende woorden over mijn al dan niet langer blijven, mijn reisplannen en de staat van mijn stage.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Langer blijven</strong><br />
Gedurende lang uitzoekwerk, nabellen en rondmailen stapelden lafhartige geldvragende instanties zich op. Men heeft vrij snel door dat je aan de andere kant van de wereld zit, en dat je van hun diensten afhankelijk bent en dat betekent natuurlijk kassa.<br />
Het grootste probleem is mijn luchtvaartmaatschappij Gulf Air, die weigeren mij na 7 augustus terug te laten vliegen. Er zit dus niets anders op dan het ticket te annuleren en een nieuw enkeltje Amsterdam aan te schaffen. Een aardigheidje van zo’n € 700,-.<br />
Daarnaast laat ook de Rabobank zien dat ze graag met je meerekenen. Een uitbreiding van de dekking van mijn doorlopende reisverzekering, van 6 maanden naar 8 resulteert in een verviervoudiging van mijn jaarpremie. Ik dacht het dus niet…<br />
Dan is er natuurlijk nog een nieuw visum nodig. De € 100,- die dit kost is nog te overzien, het feit dat de formaliteit makkelijk een maand of 3 kan duren is vervelender.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Al met al dus kwesties die een extra twee maanden stage financieel bijzonder onaantrekkelijk leken te maken. Gelukkig voor mij had de universiteit hier nog een kruiwagen geld over en zijn ze niet te beroerd om de inhoud hiervan op mijn bankrekening te storten. Gunstig.<br />
Met dit goede argument van de universiteit was ik dus overtuigd en ik vertel dan ook met plezier dat ik voor de maanden augustus en september terugkeer naar Newcastle, om bij wijze van goed betaalde baan wat verder te knutselen aan mijn stage.<br />
Begin oktober verwacht ik weer voet te zetten op Nederlandse bodem. Nu alleen nog hopen dat dat visum een beetje opschiet…</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Reisplannen</strong><br />
Maar voordat het zover is moet ik eerst nog 10 zware weken reis en feest zien door te komen. Een uitdagende opgave.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De plannen, hoewel nog niks vastligt en alles nog kan veranderen, houden het volgende in:<br />
Vrijdag vertrek ik naar <em>Sydney</em>, voor een paar dagen, alvorens ik een aantal dagen ga doorbrengen in de nabijgelegen, prachtige <em>Blue Mountains</em>.<br />
Na deze oogtraktatie begin ik aan een busreis langs de Oostkust met als eindpunt <em>Cairns</em>. Nu heb ik een hekel aan lange busreizen, maar gelukkig heeft men speciaal om die reden na elke tweehonderd kilometers een geinig stadje gebouwd waar van alles te doen is.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Om het kort en zakelijk te houden, hier een lijstje van plaatsen die ik plan te bezoeken en de activiteiten aldaar:<br />
<em>Nelson Bay</em>, de dolfijnhoofdstad van het land en tevens plek waar de beste meat pie te verkrijgen is.</span><br />
<em><span lang="NL">Port Macquarie</span></em><br />
<span lang="NL"><em>Coffs Harbour</em>, voor misschien wat rafting of eventueel alvast het halen van mijn duikcertificaat.<br />
<em>Byron Bay</em>, het Oosterlijkste puntje van Australië<br />
<em>Nimbin</em>, een hippiestadje met partieel Nederlandse wetgeving.<br />
<em>Brisbane</em>, de grote stad<br />
<em>Surfers Paradise</em>, toch even een kijkje nemen in de overbouwde <em>Gold Coast</em>.<br />
<em>Noosa</em><br />
<em>Rainbow Beach</em>, aan de <em>Sunshine Coast</em>, één van de toegangspunten tot <em>Fraser Island</em>, het grootste zandeiland ter wereld. Daar wil ik een driedaagse 4wd tour maken.<br />
<em>Town of 1770</em>, gefeliciteerd met het 237<sup> </sup>jarige bestaan.<br />
<em>Rockhampton</em>, de biefstukhoofdstad van Australië met tevens wat geinige grotten in de buurt.<br />
<em>Mackay</em>, voor een fijne jungletour<br />
<em>Airlie Beach</em>, toegangspoort tot de schitterende <em>Whitsunday Islands</em>, alwaar ik een driedaagse zeiltocht wil maken.<br />
<em>Townsville</em><br />
<em>Mission Beach</em>, waar vrij ruig geraft kan worden<br />
<em>Cairns</em>, toegangspoort tot het <em>Great Barrier Reef</em>, alwaar ik wil gaan duiken en misschien zelfs wel haaien wil voeren (in een georganiseerde tour, dus niet amateuristisch met ledematen). Tevens startpunt voor meerdaagse safari’s in het regenwoud, richting het bekende <em>Cape Tribulation</em> en/of het afgelegen <em>Cooktown</em>.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">In alle bovenstaande plaatsjes zal uiteraard overdreven veel strand, zee en nachtleven verkend worden, alsmede de rondliggende regenwouden en rivieren. Waarschijnlijk zal ik eindelijk eens een paar surflessen nemen.<br />
Al met al verwacht ik met deze tocht een week of 7 zoet te zijn. Hen die wiskundig aangelegd zijn, kunnen dan gemakkelijk berekenen dat er dan nog een week of 3 over is.<br />
Wat ik in deze tijd ga doen, is nog niet zeker, maar ik heb interesse in de 11 day Darwin to Alice Springs tour, waarvan de beschrijving <a title="Outback Tour" href="http://www.touristaustralia.com.au/online/tao.cgi?ct=tours&#038;md=second&#038;id=65">hier</a> te vinden is.</span><br />
Mocht doorklikken te veel werk zijn; enkele hoogtepunten zijn de bekrokodilde <em>Mary River</em>, Park <em>Kakadu</em>, <em>Katherine</em>, <em>Tenant Creek</em>, <em>Devils Marbles</em>, <em>Alice Springs</em>, kameelrijden, <em>Uluru</em>, <em>Kata Tjuta</em>, <em>Kings Canyon</em> en heel veel zand en leegte.
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Ik zal proberen zo af en toe iets op de website te gooien. Ik neem de laptop mee, zodat ik zo af en toe wat hersenspinsels in bits kan vertalen. Als het een beetje meezit komt er dus over bovenstaande plaatsjes uitvoerige informatie.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Afscheid</strong><br />
Maar er zijn ook vervelende aspecten aan dat hele reisgedoe, zoals afscheid nemen van je nieuwe vrienden. Aangezien iedereen hier nog een tijdje doorstudeert, (tot het eind van het semester eind juni), ben ik de eerste die weggaat. Tegen de tijd dat ik weer terug ben, is iedereen weer terug in het land van herkomst.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Afscheid nemen is natuurlijk nooit leuk, maar op één of andere manier is het altijd draaglijker wanneer er gezorgd wordt voor een alcoholische en feestelijke atmosfeer. Zo had ik gisteren een afscheidfeestje waar ik me erg heb vermaakt. Steph en Alena hadden een filmpje gemaakt van gave foto’s met geweldige muziekondersteuning. Echt een fantastisch cadeau waar je bijna emotioneel van zou worden. Hij staat nu op de foto <a title="Filmpje" href="http://www.beryllium.net/~booij/wp-gallery2.php?g2_itemId=2923">pagina</a>, dus zeker even kijken! Kan wel even duren, want hij is ruim 8 mb groot. (Mocht het via de fotopagina niet werken, <a title="Filmpje" href="http://www.beryllium.net/%7Ebooij/wp-content/themes/default/images/Paul%20Down%20Under.wmv">hier</a> kun je hem downloaden, rechts klikken, &#8217;save link as&#8217;.)</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Dinsdag zal ik voor de voorlopig laatste keer richting Irish Pub gaan voor de Trivia night en woensdag wordt het stappen als nooit te voren. Maar daarna zal ik de meeste mensen niet meer zien, totdat ik ze ga opzoeken in Engeland en Duitsland (wat zeker gaat gebeuren) en Amerika (wat iets langer op zich zal moeten laten wachten).</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong>Stage</strong><br />
Het gaat goed met de stage. Ondanks het gebrek aan apparatuur heb ik toch wat leuke vorderingen kunnen maken en ik denk wel tot een aardig resultaat te kunnen gaan komen.<br />
Inmiddels is er een prachtig stukje speelgoed voor me besteld, ter waarde van 2500 dollar, en hopelijk ligt dat voor me klaar als ik in augustus terugkom, afhankelijk van de universitaire bureaucratie.<br />
Komende week ga ik eens wat verslaglegging doen, opdat ik na 10 weken feest nog kan achterhalen waar ik ook alweer mee bezig was.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Tot zover deze korte en ietwat saaie update. Ik zal mijn best doen in de volgende post weer wat meer nutteloze details te betrekken, teneinde het algemene leesplezier te verhogen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Rest mij jullie allen bijzonder veel groeten te doen. Dus bij deze.</span></p>
<p class="MsoNormal">Ps: Er staan wat nieuwe foto&#8217;s in het album Newcastle surroundings.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=16</wfw:commentRss>
<enclosure url="http://www.beryllium.net/%7Ebooij/wp-content/themes/default/images/Paul%20Down%20Under.wmv" length="8698455" type="video/x-ms-wmv" />
		</item>
		<item>
		<title>Melbourne en omgeving</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=15</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=15#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 25 Apr 2007 03:40:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=15</guid>
		<description><![CDATA[ 
Jaloers ben ik. Jaloers op jullie, met je zon en je 25 graden. Hier regent het, op zijn Nederlands, al twee dagen lang. Een bijzonderheid, als je de plaatselijke bevolking mag geloven. De temperatuur komt niet ver boven de 20 graden en ’s nachts heb ik het koud, daar ik in mijn immer optimistische [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Jaloers ben ik. Jaloers op jullie, met je zon en je 25 graden. Hier regent het, op zijn Nederlands, al twee dagen lang. Een bijzonderheid, als je de plaatselijke bevolking mag geloven. De temperatuur komt niet ver boven de 20 graden en ’s nachts heb ik het koud, daar ik in mijn immer optimistische denkwijze de dekbedvulling thuis heb gelaten. Jaloers! Maar toch niet echt, want ik ben hier en jullie zijn daar.<br />
Ik schrijf op Anzac day, een dag waarop Australië haar militairen, veteranen en slachtoffers eert en gedenkt, door middel van gung-ho zuipen en het vergokken van een maandinkomen. Vanavond zal ook ik het glas heffen op alle vechtersbazen van dit uit de kluiten gewassen eiland, maar niet voordat ik jullie eens uitgebreid heb verteld wat ik de laatste week zoal heb meegemaakt.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Melbourne 1</span></strong><br />
<span lang="NL">Het is vrijdagochtend, 4 uur. Na een beleefdheidsslaapje van 3 uur staan Sandro en ik op om richting vliegveld te gaan. Na een dure shuttlebus, een nog duurder vliegtuig  en een wat goedkopere shuttlebus, staan we berugzakt om 8 uur ’s ochtends in het centrum van Melbourne.<br />
Hoewel we de imposante skyline van Sydney nog vers in het geheugen hebben liggen, verbazen we ons toch weer over de hoogte van diverse bungalows in erectie. Na met behulp van een significante hoeveelheid koffie het lichaam te hebben uitgelegd dat de ‘morgenstond’ niet op een vergissing berustte, togen wij richting eerste attractie; the Observation Deck van één van de Rialto Towers.<br />
De hoogste van de twee Rialto Towers is tevens het hoogste kantoorgebouw van het Zuidelijk halfrond. Een kwieke lift bracht ons in 38 seconden naar de 55e verdieping, alwaar wij alle 360 graden van deze stad met haar 3,1 miljoen inwoners tot ons konden nemen. Ondanks dat het nog niet helemaal helder was, loog het uitzicht er niet om, getuige de foto’s.<br />
Na een verheven observatie van het volledig orthogonale wegenstelsel van de binnenstad, zou men verwachten dat navigatie een stuk eenvoudiger wordt. Het tegendeel bleek waar. Ik weet natuurlijk al lang dat ik niet moet vertrouwen op mijn gevoel, herinneringen en paranormale ingevingen, als het aankomt op navigeren. Daarom had ik op vliegvelden en stations reeds allerhande kaarten verzameld, die gezamenlijk alle informatie van wegen tot en met waterleidingen bevatten. Deze geografische verslaglegging bleef gedurende de eerste dag echter voornamelijk in mijn rugzak, daar Sandro zeer consequent met absolute zekerheid wist te vertellen welke weg wij moesten inslaan om hopeloos te verdwalen. Dat deze manier van experimenteel rondstruinen van negatieve invloed op onze voetzolen was, moge duidelijk zijn.<br />
Gelukkig kwamen we gedurende onze continue dwaalpartij toch leuke dingen tegen. Federation Square was relatief snel gevonden en van daaruit was de weg naar The Shrine of Remembrance en The Royal Botanical Gardens van relatieve eenvoud.<br />
The Shrine of Remembrance is een gedenkteken voor alle Australische slachtoffers van alle oorlogen tot nu toe, al is het oorspronkelijk gebouwd ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Maar kennelijk is het iets globaals om monumenten en herdenkingen te recyclen voor nieuwe oorlogen.<br />
Het is een innovatief herdenkingssysteem. Op het elfde uur van de elfde dag van de elfde maand, valt er een zonnestraal exact op een gedenksteen in het midden van het gebouw, (natuurlijk wel hopen op mooi weer). Op alle andere momenten van het jaar, en dat zijn er nogal wat, gebeurt dat niet. Geinig, als ik me zo onrespectvol mag uitdrukken.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">In de namiddag hadden we afgesproken met Laura, een Melbournse die ik in Newcastle ontmoet had. We werden telefonisch naar een kroeg geleid. Aangekomen bij de kroeg twijfelden wij wederom aan ons vermogen tot spoorzoeken, daar wij werden verwelkomt door een rode loper. Vermoeid, ongeschoren, stinkend en in een overduidelijke toeristenmodus mochten wij na wat lullen toch naar binnen, hoewel onze namen niet op de gastenlijst stonden. Binnen probeerde ik een spoor van Laura te ontwaren in een omgeving van tapijt, cocktails en bejurkte en bekostuumde mensen, begeleid door trendy drum&#038;bass van een diskjockey van twijfelachtige geaardheid. Na een tijdje kwam Laura uit een soort knuffelkamer en bleek het dat wij toch in de juiste toko waren beland. Kennelijk was er een feestje…<br />
Na een telefoontje met mijn financieel adviseur besloot ik af te zien van de Dom Perignon cocktail van 150 dollar en vond ik mijn heil in een pauper glas bier. We babbelden wat af en na een tijdje vertrok Laura met haar vriendinnen richting vreetchinees en verlieten ook wij het pand.<br />
Teruggekomen op het Observation Deck voor een prachtig uitzicht over Melbourne bij nacht, kwam er eindelijk een telefoontje van Sandro’s vrienden, waar wij zouden verblijven (zij waren net geland, na een weekje Tasmanië). Ik twijfelde even aan mijn Duits toen ik Sandro verwonderd hoorde vragen “Um die ecke?”, maar mijn kennis van het Zuid-Limburgs bleek gegrond, daar de mannen inderdaad vrijwel om de hoek woonde. We hadden dus een gratis verblijfplaats in het absolute centrum van Melbourne, met uitzicht op de wolkenkrabbers. Hoera!</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende dag togen wij naar The Melbourne Cricket Ground, Australië’s grootste stadion, voor een heuze pot Footy (Australian Rules Football). Met een capaciteit van 100.000 toeschouwers is dit stadion op zijn minst indrukwekkend te noemen. En doordat het voor deze wedstrijd voor 80% gevuld was werden de indrukken nog meer gewekt.<br />
Het was de historische wedstijd Carlton – Essendon, twee Melbourne suburbs. Het spelverloop was absoluut uniek en de kranten noemden de wedstrijd één van de beste ooit gespeeld. Na het eerste kwartier (dat overigens een half uur duurt), stond Essendon voor met 80 tegen 16 of zoiets. Een besliste wedstrijd. Toch wist Carlton uiteindelijk te winnen met één goal voorsprong, da’s pas commitment.<br />
De sport is een soort kruising tussen rugby en voetbal en wordt gespeeld op een reusachtig veld. Het duurt lang en heeft veel regels, maar gelukkig kon Laura ons het één en ander uitleggen. De foto’s geven hopelijk een kleine indruk.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">’s Avonds pleegden we een stapje in St. Kilda, vergezeld door 4 locals. We zagen daar een koppeltje de liefde bedrijven en een conflict dat op het punt stond drastisch te escaleren. Een typische avond in St. Kilda, volgens onze gidsen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende dag hebben we zowaar gewinkeld, in de mode-hoofdstad van Australië. Ik ben nu in het trotse bezit van een heuse RipCurl broek en een Aussie wear shirt. Ik ben bijna klaar voor mijn naturalisatie.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Road trippin’ – Phillip Island</span></strong><br />
<span lang="NL">Maandag haalden we de huurauto op. Tot onze grote vreugde was er geen 3-deurs el-cheapo Hyundai Getz meer beschikbaar en kregen wij voor hetzelfde geld een 5-deurs automatisch geschakelde Mitsubishi Lancer met Airco, Abs en Cruise Control. Met het stuur aan de rechterkant moesten wij linksgeoriënteerd het centrum van Melbourne verlaten. Niet de makkelijkste opgave met het drukke verkeer en de abundante trams die je dwingen alle vermogen tot logisch denkwerk overboord te gooien, bij een beoogde bocht naar rechts. Afijn, ondanks dat we met onze ruitenwissers de richting aangaven (die hendeltjes zijn natuurlijk ook omgedraaid), kwamen we onbekrast de stad uit, op weg naar onze eerste bestemming; Phillip Island.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Elke avond bezoeken tientallen kleine pinguïns het strand van Phillip Island, om te kijken naar de wereldberoemde Human Parade: Grote groepen mensen staan op houten loopbruggen in de kou naar het water te staren en houden dat geruime tijd vol. In hun ogen is nog steeds de pijn te zien van het betalen van de hoge entreeprijs en deze pijn wordt versterkt door het heersende verbod op foto’s maken. Verveling slaat toe, omdat er eigenlijk niet zo veel te zien is en er ondanks de hoge entreeprijs niet eens iemand is die een interessant verhaal vertelt, of op andere wijze de onredelijke investering probeert goed te praten. Al met al is het een fantastische ervaring, voor de kleine, schattige, onschuldige pinguïns en ze kijken volledig gratis hun ogen uit.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Teleurgesteld reden wij verder op het anderzijds prachtige eiland op zoek naar een barbecue en een parkeerplek voor onze auto, tevens onze hotelkamer. In het toeristische doch idyllische Cowes vonden wij een openbare barbecue alwaar wij een significant deel van een koe hebben verorberd, om af te sluiten met diverse lappen kangoeroe. Met uitzicht op strand en oceaan enerzijds en een briljante sterrenhemel anderzijds (allen gratis), waren wij de pinguïndeceptie al gauw vergeten. Na nog een Possum in het wild te hebben gezien keerden wij terug naar de auto, alwaar wij werden bevestigd in ons vermoeden dat Aziaten geen comfort kennen, laat staan in hun auto’s verwerken. Doch, geïnspireerd door ons mooie uitzicht en een paar welverdiende pilseners, vatten wij de slaap.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Er moest ontbeten worden en omdat wij graag op echte Aussies willen lijken, getuige het kangoeroevlees, moest ook het ontbijt een Aussie tintje krijgen. Dit tintje was afkomstig van zuiver Australisch broodbeleg: Vegemite.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Vegemite, mijne dames en heren, is zonder twijfel de smerigste substantie die ik ooit met mijn tong beroerd heb. Met het uiterlijk, de geur en de smaak van het oorsmeer van Dhr. Ahmadinejad is dit waarschijnlijk het enige voedsel dat de ph-waarde van de maagsappen doet stijgen. De geur alleen al doet tranen verdampen, en bij contact met smaakorganen wordt het hele lichaam doordrenkt van zuur/zoute emotie. Een geluid van aaneengesloten medeklinkers ontsnapt aan de samengetrokken lippen en het gezicht vertrekt in manieren die tot dan toe onmogelijk werden geacht.<br />
Geconcludeerd kan worden dat Vegemite puur kwaad in een potje is, en we hadden het kunnen vermoeden, van een fabrikant die zichzelf ‘Kraft’ noemt…</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Om deze lijfstraf snel achter ons te laten hervonden Sandro en ik onze jeugd en onschuld in de speeltuin. Na deze korte full body work out stapten wij weer terug in bed, om verder te rijden richting het Zuid-Oosten.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Road Trippin’ – Wilsons Promontory National Park</span></strong><br />
<span lang="NL">Al enigszins gewend aan het links rijden vonden wij in ruim twee uur tijd het Zuidelijkste puntje van Australië (wanneer je Tasmanië even niet meerekent). De weg was prachtig, slingerend, heuvelachtig en bezaaid met bordjes die waarschuwde voor overstekende kangoeroes, wombats, koala’s en emu’s. De omgeving was kurkdroog. Het had in dat deel van Victoria al een paar maanden niet geregend en dit was duidelijk te zien. Er gold een code 4 waterrantsoen en de brandweer was in de hoogste staat van paraatheid.<br />
Het park is een reusachtig bebost berggebied waar vele hikes van een halve dag tot drie dagen zijn uitgezet. Wij kozen de Lilly Pilly Gully Nature Walk, daar de Lonely Planet ons massa’s aan tam wildlife beloofde. Helaas bleef het aantal gespotte dieren beperkt tot één lelijke vogel. Ook de rest van het pad was een teleurstelling. Bos, bos en nog eens bos, met weinig afwisseling voor de niet-botanist.<br />
Na een aantal uren lopen, kwamen wij aan op de top van Mount Bishop op 319 meter hoogte. En daar werd onze inspanning beloond. Het fantastische uitzicht over het park en de zee behoren ongetwijfeld tot één van de mooiste uitzichten die ik ooit heb mogen aanschouwen. Uiteraard vonden wij dit nog niet genoeg en we besloten wat rotsen te beklimmen, (op een manier die men die mij liefheeft ongetwijfeld zenuwachtig had gemaakt). Het uitzicht werd er alleen maar beter op en ik hoop dat de foto’s dat enigszins over kunnen brengen, ondanks het felle tegenlicht.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">’s Avonds reden wij een lange weg terug naar het vliegveld van Melbourne, om in een weiland in de omgeving onder belangstelling van een paard, een tweede oncomfortabele, koude nacht in de auto door te brengen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Road Trippin’ – Great Ocean Road</span></strong><br />
<span lang="NL">Woensdagochtendvroeg haalde we Zack van het vliegveld, vers uit Tazzie (Tasmanië). Gedrieën zouden we in twee dagen de Great Ocean Road rijden.<br />
Om ook hier wat culturele bagage mee te geven: De Great Ocean Road is het grootse oorlogsmonument ter wereld, ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Na afloop van deze oorlog had Australië zo’n tien procent van de bevolking verloren (als ik me niet vergis) en waren de mannen die terugkwamen van het front tamelijk werkloos (er hoefde immers in Australië niks heropgebouwd te worden). Een slimme politicus kwam toen met de voorloper van de Melkertbanen en hij liet al deze veteranen een weg aanleggen, veelal uitgehouwen uit rots, langs de Oceaan in Zuid-Victoria. Een prima beslissing voor het land, want jaarlijks rijden miljoenen toeristen deze adembenemende kustroute, wat natuurlijk aardig wat brood op de spreekwoordelijke plank brengt.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Ook hier spreken foto’s hopelijk weer voor zich. Laat me slechts zeggen dat ik ongelooflijk mooie dingen heb gezien, dat ik geleerd heb geen ruzie te maken met de oceaan, die ontzettend ruig is daar (de kust ligt bezaaid met vergane schepen) en dat ik later aan zee wil wonen. Niet van dat laffe grijze, golfloze, koude Noorzeewater, maar een fatsoenlijke, blauwe surfoceaan met zonnebadende topmodellen die het verkrijgen van een egale lichaamstint over het gehele lijf, met uitzondering van de hoofdhuid, als levensdoel beschouwen.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De overnachting tussen beide dagen deden wij in Apollo Bay, in een hostel met ontzettend comfortabele bedden. Eindelijk, een fatsoenlijke nacht, al was hij natuurlijk weer kort.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Melbourne 2</span></strong><br />
<span lang="NL">Donderdagavond kwamen we terug aan in Melbourne, in dat prachtige, luxe appartement. Na weer een korte nacht leverden we ’s ochtends vroeg de auto in, 1500 kilometer dichter bij afschrijving, om vervolgens de laatste geheimen van Melbourne te ontrafelen.<br />
Melbourne is een geweldige stad. Anders dan Syndey heeft het niet de superbekende attracties, maar het heeft wel de sfeer. De Melburnians zijn terecht ontzettend trots op hun enigszins Europees aanvoelende stad, waar altijd wat te doen is. Eén van de dingen die de stad tekenen zijn de trams die persoonlijke verplaatsing erg makkelijk maken.<br />
Toch zijn er wel degelijk bezienswaardigheden. Eén daarvan is de 19e eeuwse Carlton Gardens met daarin het prachtige gebouw, gebouwd voor een wereldtentoonstelling, in diezelfde eeuw.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">’s Avonds zou er grondig gefeest worden. Mijn nieuwe Duitse vrienden legden ons eerst een drinkspelletje uit, welke een duidelijke invloed zou hebben op de rest van de avond. Het is een geinig, simpel spelletje, met een spel kaarten, maar ik kan aanraden het alcoholische tijdverdrijf met bier te spelen in plaats van met wijn.<br />
Danig beschonken zijn we vervolgens naar een feestje van uitwisselingsstudenten geweest waar ik een paar zinnen Italiaans heb geleerd die ik me niet meer kan herinneren, en ik in ruil daarvoor de Italiaanse heb uitgelegd hoe je in het Nederlands vertelt dat je je oma kwijt bent. Ze had talent.<br />
Tevens had Sandro nog een Jack-Ass avontuur met een winkelwagentje, die helaas niet op de gevoelige plaat is vastgelegd (wel vol op zijn gevoelige plaat) en beloofde ik aan iedereen dat ik binnenkort langs zou komen, in al hun landen.<br />
Vervolgens werd het uitgaanscentrum van Brunswick Street bezocht en zijn we tot laat in één of andere club blijven hangen, waar ik iedereen ben kwijtgeraakt om stomtoevallig weer iemand tegen te komen bij het aanhouden van een taxi. Wel zo handig, daar ik geen sleutel had.<br />
Al met al was het een geweldige avond, maar helaas niet onvergetelijk. Ik moet jullie de details dan ook schuldig blijven. Wel weet ik nog precies hoe dat leuke spelletje werkt en die kennis neem ik, samen met het potje Vegemite, mee als souvenir, voor jullie, mijn vrienden.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">De volgende dag; zaterdagmiddag, werd er weer teruggevlogen, teneinde zaterdagavond eindelijk weer in een comfortabel bed te liggen (de bugs lijken doodgegift te zijn), voor een fatsoenlijke nacht na een geweldige vakantie.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Rugby</span></strong><br />
<span lang="NL">In onze afwezigheid werden er in Newcastle kaartjes voor ons gekocht voor de rugbywedstijd Newcastle Knights tegen de Brisbane Broncos. Deze wedstrijd was tevens het afscheid van de beste rugbyspeler allertijde, die vanwege ernstig nekletsel zijn carrière moest beëindigen.<br />
Het stadion zat stampvol, ruim 25000 mensen (stelt niet zo veel meer voor, na de Cricket Ground in Melbourne te hebben gezien), maar helaas zorgde dit er wel voor dat de laatste beschikbare kaarten, onze plaatsen, in het alcoholvrije gedeelte waren.<br />
Het kijken van zinloos geweld is toch net even wat leuker met een pot bier erbij en alle kinderen rond ons heen hielden ons ook een beetje uit een aggresief meelevende sfeer. Toch wel weer leuk om te zien.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Op de terugweg werden we geconfronteerd met een meisje dat aan de andere kant van het perron een kerel aan het berijden was. Gewoon, op een bankje, in het volle licht, met een oudere treinwachtende vrouw ongemakkelijk in de buurt. De tweede keer dat ik openbare seks zie binnen een week, beide keren zonder er zelf een actieve rol in te spelen. Ik moet iets fout doen…<br />
Hoe dan ook, we konden het natuurlijk niet laten om vanaf het andere perron wat flauwe grappen te maken, op een geluidsniveau dat voor hen nog net te horen was. Het werd de knaap wat te veel en alle gelaatsuitdrukkingen van genot maakten al snel plaats voor een frons van concentratie en onzekerheid. De ‘dame’ in kwestie probeerde in volle vaart het bloed op de juiste plaats houden, maar haar inspanningen bleken vergeefs.<br />
Na afgestapt te zijn, vroeg ze de gechoqueerde oudere vrouw schaamteloos om een sigaret. Vergeefs. Ook vroeg ze aan ons of wij misschien wat nicotinerijk naspel konden verzorgen, maar bezorgd om haar gezondheid besloten wij dit niet toe te kennen, daar roken de gezondheid van haar mogelijke ongeboren vrucht wel eens zou kunnen schaden.<br />
Grappig volk, die Australiërs…</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Tot zo ver mijn avonturen. Rest mij nog een aantal dingen mede te delen:<br />
Ik heb nog steeds geen apparatuur, wat dus betekent dat het slecht gaat met mijn stage.<br />
Mijn langere verblijf is nog niet helemaal rond. Ik moet eerst nog een flinke pot ruzie maken met Gulf Air, die alle vormen van service en gezond verstand, samen met de vluchten van en naar Sydney, hebben afgezworen.<br />
Hoe het ook zij, over een weekje of vier zit het eerste deel erop, en ga ik grandioos reizen, zelfs al moet ik uit financiële overwegingen mijn lichaam verkopen.<br />
Het is mij een genoegen u mede te delen dat het zojuist is opgehouden met regenen.<br />
Ik heb vele foto’s toegevoegd. Behalve het nieuwe album ‘Melbourne en omgeving’ met alle subalbums, staan er ook een paar nieuwe items in ‘Rugby League matches’.<br />
Om de reizen ook geografisch een beetje te kunnen volgen heb ik op deze <a title="Reisoverzicht" href="http://www.beryllium.net/~booij/?page_id=6">pagina</a> een kaart gezet, waarop ik aangeef waar ik ben geweest. Tenslotte ook eindelijk informatie op deze <a title="Even voorstellen..." href="http://www.beryllium.net/~booij/?page_id=2">pagina</a>, hoewel dat voor de meeste van jullie weinig nieuws zal zijn.</span>
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Tot zover, ik groet u allen en tot de volgende keer maar weer!</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=15</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Bedpartners, Sydney, Rugby en carrièrekansen</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=14</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=14#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 10 Apr 2007 04:54:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=14</guid>
		<description><![CDATA[Hmmm…. Alweer bijna een maand geleden sinds mijn laatste post, zo blijkt nu. De tijd gaat sneller dan de bedoeling. Het spijt me dat ik jullie zo lang heb laten wachten, maar in mijn verdediging: door de zomertijd lijkt het langer dan het daadwerkelijk is!
Het tijdverschil is overigens nog maar 8 uur, wij speelden hier [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hmmm…. Alweer bijna een maand geleden sinds mijn laatste post, zo blijkt nu. De tijd gaat sneller dan de bedoeling. Het spijt me dat ik jullie zo lang heb laten wachten, maar in mijn verdediging: door de zomertijd lijkt het langer dan het daadwerkelijk is!<br />
Het tijdverschil is overigens nog maar 8 uur, wij speelden hier namelijk ook met de klok, maar dan naar de wintertijd. De nachten worden kouder, mijn geld raakt op en een lichte vorm van sleur is onvermijdelijk, getuige deze late post. Maarrrr… speciaal voor jullie ben ik toch weer een paar keer op pad geweest om jullie van een leerzaam leeskwartier te kunnen voorzien:</p>
<p><span style="font-weight: bold">Sleep tight, don’t let…</span><br />
De bijbel zegt ons dat god na zes dagen noest doe-het-zelven gedurende de zevende dag rustte. Echter, niets is minder waar. De zevende dag moest god namelijk poepen. Met de nieuwe Gamma-krant trok hij zich terug op zijn hemelse toiletzetel, waar het toiletpapier zijdezacht is en de wc-eenden de mooiste melodieën kwaken. Enigszins geconstipeerd na zes dagen ophouden sproeide god kleine, harde keuteltjes neer op aarde. Deze keuteltjes zouden vanaf dat moment door het leven gaan als bed bugs.<br />
Hoewel dit hoofdstuk tegenwoordig niet meer in de geschriften is terug te vinden, vanwege het poepembargo van Koning David in 950 voor Christus, is dit de enige logische verklaring voor het bestaan van bed bugs. Voor de mensen die niet bekend zijn met bed bugs, (in Nederland komen ze gelukkig niet/nauwelijks voor), bij deze een kort college:</p>
<p>Bed bugs, in oncharmant Nederlands ook wel omschreven als bedwantsen, zijn parasitaire insecten van tussen de 1 en 3 millimeter in lengte. Ze zijn zespotig, ovaal en tamelijk plat.<br />
Overdag spelen ze graag verstoppertje, een spel waar ze door eeuwenlang oefenen uitermate behendig in zijn geworden. Elk kiertje, spleetje of hoekje is een potentiële verblijfplaats, maar men vindt ze doorgaans in en rond een bed. De reden voor dit, is simpel:<br />
Gedurende de nacht komen de bed bugs uit hun bescheiden kraakpanden en vinden ze hun weg richting warmte, bloed en koolstofdioxide. Een combinatie van factoren die meer dan eens te vinden is rond een slapend, nietsvermoedend exemplaar van de homo sapiens, die na een lange dag hard werken vredig ligt te dromen.<br />
Wanneer de bed bugs de persoon in kwestie hebben bereikt, (en ze zijn in staat om hiervoor talrijke obstakels te overwinnen), worden twee mondstukken, rietjes als het ware, oneervol in het vlees geprikt. Met één van de rietjes, zuigen de bugs gretig bloed, en zuiver om te pesten injecteren ze met het andere rietje, een betreurenswaardig gif in de schone slaper, resulterend in sterk jeukende zwellingen die enkele weken kunnen aanhouden.<br />
Door de jaren heen zijn de bed bugs als volk uitgegroeid tot een creatieve beschaving. En tijdens hun nachtelijke steek- en slurppartijen creëren zij met veel plezier geraffineerde patronen op de huid van hun gastheer/vrouw. Meestal bijten ze een keer of drie op één klein stukje huid, waarmee een driehoek gevormd wordt. Maar kunstzinnige uitingen van 24 beten op een dergelijk klein oppervlak komen ook voor. Zo nu en dan trekken ze een rechte lijn langs een ader. Lengtes van een halve meter zijn hierbij niet onmogelijk, mits de benen van de gastheer/vrouw lang genoeg zijn.<br />
Na het voedingsfeest bedrijven zij vluchtig, doch gepassioneerd de liefde met elkaar, verspreiden zij enkele eitjes, alsof het elke dag Pasen is, en verstoppen zij zich weer.</p>
<p>Het zal voor jullie geen verrassing zijn dat ik deze kennis niet heb verworven uit een diep gegronde etymologische interesse. Na een aantal weken begon het mij namelijk te dagen dat muggen doorgaans niet door schoenen heen steken en al helemaal niet 24 keer op dezelfde plek. En zo werd het mij duidelijk dat ik door god ben bepoept, om iemand de schuld maar te kunnen geven.<br />
Een korte zoektocht binnen mijn vriend <a title="Bed bugs op Wikipedia" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Bedbugs">Wikipedia</a> leerde mij dat het bestrijden van deze wonderlijke diertjes niet eenvoudig is. Ten eerste kun je ze bijna niet vinden. Uiteindelijk heb ik er drie gevonden: één die zich wat te rond had geslorpen en daardoor niet meer zo veel keuze in verstopplaatsen had, één die braaf was doodgegaan door gif in te ademen en één die ik op heterdaad kon betrappen na het zetten van mijn wekker.<br />
Om de nachtelijke bezoekers stuk te maken heb ik diverse dingen geprobeerd. Ten eerste ben ik meer gaan drinken, in de hoop te moorden met secundaire alcoholvergiftiging. Helaas bleek mijn promillage niet hoog genoeg en nu zijn de beestjes extra gretig vanwege hun nieuwe alcoholverslaving.<br />
Ten tweede ben ik creatief te werk gegaan met tape van de dubbelzijdige categorie. Aan de zijkanten van mijn matras zit momenteel een plakkerige strip die hopelijk in staat is zespotige indringers te hechten.<br />
Ten derde ben ik nu een afnemer van Mortein high performance spray. Een spray die alles dood maakt wat het tegenkomt. De Australiërs hebben erg veel ervaring met ongedierte, behalve spinnen zijn er hier ook vooral veel grote kakkerlakken. En hierdoor hebben ze aardig wat ervaring in het gifmengen.<br />
Momenteel ben ik door twee grote bussen spray heen en de nodige meters aan tape en het lijkt effect te hebben. De laatste nachten ben ik vrij gebleven van nieuwe beten en de meeste oude hebben eindelijk hun jeuk verloren. Dit is echter nog geen enkele garantie. Bed bugs kunnen namelijk 18 maanden overleven zonder te voeden en eitjes komen na vijf weken pas uit, dus ze kunnen elk moment weer opduiken. Uit voorzorg zorg ik er in ieder geval voor dat ik nooit ofte nimmer zonder boxershort ga slapen, ongeacht de warmte. Bed bugs zijn namelijk het actiefst één uur voor zonsopgang. En als er één plek is waar zich veel bloed bevind zo net voor het wakker worden…</p>
<p>De gevolgen van de bussen gif voor mijn eigen gezondheid zijn me ook nog niet helemaal duidelijk. Mijn intuïtie zegt me dat slapen op een vergiftigd bed wellicht niet echt bevorderlijk is voor de levensverwachting, maar de opdruk op de spuitbus geeft hierover geen uitsluitsel. Aan de andere kant; elke nacht lekgestoken worden is niet echt bevorderlijk voor algeheel functioneren en daarnaast lijkt het alsof je superaids hebt. De keuze is dus snel gemaakt…</p>
<p><small> Geef gul voor de slachtoffers van de wrede bed bugs op SWIFT: CTBAAU2S, Commonwealth Bank of Australia, branch Newcastle, BSB: 062815, Account: 281510313780, Mr. Paul S. Booij.<br />
</small><br />
<span style="font-weight: bold">Roken</span><br />
Het lijkt erop dat de gemiddelde Australiër zich niet zo druk maakt over de hoeveelheid gif die in een woning gespoten kan worden ter bestrijding van ongedierte, noch de hoeveelheid drijfgassen die hierbij vrijkomen om de hier toch al zwaar beschadigde ozonlaag te vernielen.<br />
Dit alles is namelijk lang niet zo erg als, laten we zeggen, de gevolgen van tertiair roken, zijnde het schudden van de hand met iemand die een nicotinepleister draagt. Roken en alles wat ermee te maken heeft is namelijk zo’n beetje het ergste wat er bestaat, volgende de overheid hier. Ze hebben hier geweldig choquerende reclamecampagnes van wat roken wel niet allemaal met je doet. Geloof me, van de meeste risico’s hebben we in Nederland nog amper gehoord. Op stadsbussen zie je hier levensgrote foto’s van afstervende voeten en van gemuteerde tanden.<br />
Om eerlijk te zijn, ik verdenk ze ervan dat ze een willekeurige roker die aan longkanker is overleden, drie maanden hebben laten ontbinden, om vervolgens van elk deel van het rottende lichaam foto’s te nemen. Zeggen dat blauwheid van de testikels het gevolg van roken is geweest is dan immers niet echt liegen.</p>
<p>Of de campagnes helpen weet ik niet, ik zie hier namelijk veel studenten roken. Wel kan ik met veel plezier mededelen dat roken hier in horecagelegenheden verboden is. Het is elke keer weer een verrassing om katerachtig wakker te worden zonder een penetrerende geur van tweedehands rook. Erg bevorderlijk voor de levensduur van je kleren.</p>
<p><span style="font-weight: bold">Sydney</span><br />
Zaterdag 31 maart was het zover, een bezoek aan de grootste stad van Australië: Sydney! Het was een perfecte dag, weertechnisch, met 25 graden, een strakblauwe lucht en aangename zon. Het was een minder perfecte dag, reistechnisch, met spoorwerkzaamheden en daardoor dus drieënhalf uur in een oncomfortabele bus. Voordeel hiervan is wel dat het binnenrijden van de stad over de imposante Harbour Bridge een stuk indrukwekkender is.<br />
Ik kan hier natuurlijk lang uitweiden over mijn bezoekje Sydney, maar in deze spreken de foto’s voor zich. Laat mij alleen zeggen dat Sydney (en dan bedoel ik dat kleine toeristische stukje dat ik heb bezocht) een wonderschone stad is. De skyline is indrukwekkend, de bekendste attracties zijn gerieflijk bij elkaar gebouwd en je kunt er oneindig veel doen. Daarnaast lijkt de stad, op wat toeristgerichte Aboriginal muzikanten na, vrijwel vrij van zwervers, bedelaars en balletje-balletje-zigeuners, wat je het bijzonder prettige gevoel geeft dat je iedereen je camera kunt geven om je met de Opera House te kunnen laten fotograferen.</p>
<p>Zo rond de grote attracties kwam ik nog iemand tegen in een dikke trui, op zichzelf al wonderlijk genoeg, gezien het aangename weer. Wonderlijker was dat de trui de opdruk Eindhoven University of Technology had, hetgeen aanleiding was voor een kort praatje. De eigenaar van de trui bleek een student Technische Wiskunde, op stage in een Sydney suburb en hij had zijn vriendin voor de gezelligheid meegenomen. Zo kom je nog eens iemand tegen…</p>
<p>Na een korte stapsessie was de helft van de club moe (ik was er niet alleen, met mij waren Duitsers Sandro en Martin en Amerikaan Zack). Dus keerden wij terug naar Newcastle in een oneindig oncomfortabele nachtbus. Halverwege de rit begon een oude gek in de stoel naast mij plotseling zijn nietsvermoedende, slapende achterbuurman te slaan. Je blijft lachen met die Australiërs…</p>
<p><span style="font-weight: bold">Easter break</span><br />
Het zal jullie wellicht niet ontgaan zijn dat het Paastijd is. Hier in Australië is dat reden genoeg om twee weken vakantie uit te schrijven. Deze gelegenheid wordt door de gemiddelde internationale student, die hier een semester lang vakken volgt, aangegrepen om een leuk reisje te maken. In mijn vriendenclub is dat niet anders. Bijna al mijn vriendjes en vriendinnetjes bevinden zich nu ergens tussen Tasmania en North-Queensland. Slechts drie individuen, inclusief mijzelf zijn nog hier.<br />
Ik was van plan netjes door te werken, daar mijn tijd hier voor de opdracht toch al beperkt is. Echter, ik kan momenteel geen klap doen, zoals ik hieronder verder zal uitleggen. Dus ben ik gedwongen ook maar wat vakantie te vieren.</p>
<p>Eergisteren (zaterdag) ben ik met Sandro naar een Rugby League wedstrijd gegaan. The Newcastle Knights tegen de Melbourne Storms. Echt een geweldig spel! Het gaat er erg ruig aan toe op het veld en des te rustiger op de tribunes. Het 25000 koppige publiek bestond voornamelijk uit gezinnen en wij hadden het genoegen naast een oneindig sympathieke Australiër te zitten die ons met genoegen de regels van de slachtpartij op het veld wilde uitleggen.<br />
Het duurde niet lang voordat wij harder supporterden dan menig ander, en we waren uiterst verbaasd te merken dat er ook gemeend wordt geapplaudisseerd als de tegenstander scoort. Helaas verloren The Knights nipt, iets wat niet vaak gebeurt, want ze zijn nogal goed, maar dit leek niemand dwars te zitten. Even goede vrienden werd het stadion verlaten, na nog eens goed naar de Cheerleaders te hebben gekeken natuurlijk.<br />
Als voetbalsupporters hier eens een voorbeeld aan zouden kunnen nemen…</p>
<p>In de komende paar dagen ga ik trachten nog wat zinnigs te doen, voordat ik vrijdagochtend het vliegtuig pak naar Melbourne. Daar zullen Sandro en ik drie dagen spenderen bij vrienden van Sandro die daar studeren. Vervolgens huren we een auto, gaan we Philip Island en The Great Ocean Road verkennen, waarvoor we Zack nog even bij het vliegveld oppikken. En na het inleveren van de auto vieren we nog twee dagen feest in Melbourne.<br />
Als het een beetje meezit, hebben we een gids in de vorm van een Melbournse die ik hier een tijd geleden in Newcastle heb ontmoet. Het lijkt dus een geweldig reisje te worden, waarover ongetwijfeld later meer.</p>
<p><span style="font-weight: bold">Stage…</span><br />
En dan nog een korte update over het werk. Het is kut, om het maar eens in een drieletterwoord uit te drukken, teneinde deze lap tekst niet nodeloos lang te maken. Het probleem is dat ik al ruim twee weken bezig ben met een noodzakelijk detail dat nodig is voor de rest van mijn werk: foto’s<br />
Ik heb stereofoto’s, of liever stereovideostreams van wegsituaties nodig. Het verkrijgen van deze data blijkt echter niet triviaal. Wat je nodig hebt zijn twee camera’s, onderling gefixeerd, gesynchroniseerd en gekalibreerd, die je m.b.v. een normale computer kunt aansturen en uitlezen.<br />
Ik kreeg hiervoor in eerste instantie een prachtig stuk speelgoed in de vorm van een dure fpga-omgeving met twee cmos camera’s en uitgebreide interfacemogelijkheden. Het probleem was alleen dat ik alles bit voor bit moest programmeren, voordat ik het ook daadwerkelijk zou kunnen gebruiken. In overweging nemend dat ik zes jaar geen Verilog heb geprogrammeerd en vijf jaar geen C, gecombineerd met de afwezigheid van fatsoenlijke documentatie van de voorbeeldcode, schat ik dat een klus die me minimaal 4 weken zou kosten.<br />
Vervolgens heb ik een poging gedaan met twee webcams. Echter, twee webcams op één computer is ook niet triviaal en het vinden van de juiste software die dit ondersteunt al helemaal niet. Ik heb nog nooit in zo’n korte tijd zoveel troep geïnstalleerd. Na een hoop saai probeerwerk heb ik het uiteindelijk wel enigszins aan de gang gekregen, maar naar alle verwachting is de outdoor kwaliteit van de webcams te laag om fatsoenlijk mee te kunnen werken.<br />
Nu zijn we aan het zoeken naar professionele stereovision systemen. Ik heb al een paar prachtige dingen gevonden, maar ze zijn erg duur en het zal vast minimaal twee weken duren om het spul hier te krijgen. Ik wacht nu op een offerte van een Amerikaans bedrijf. De verwachting is dat het apparaatje minimaal 1000 dollar kost, maar dat vind mijn begeleider geen probleem.<br />
Een ander alternatief zou kunnen zijn twee digitale camera’s met goede software ondersteuning, maar ik hoop dat we dat professionele ding kunnen krijgen. Dat zou me een hoop kalibreerwerk schelen.<br />
Kortom, het gaat dus niet echt lekker, maar gelukkig buiten mijn schuld om.</p>
<p>Ondanks dit, wil men me hier nog steeds houden. Sterker nog, men heeft geld geboden en een aardig bedrag ook. Ik zit er dan ook aan te denken om na het reizen in mei, juni en juli terug te keren voor de maanden augustus en september en in die tijd hopelijk betaald mijn werk af te maken. Behalve de mogelijkheid tot resultaat, klinkt het financiële ook wel aantrekkelijk. Het leven hier is namelijk duur en het echte reizen moet nog beginnen. Die dollarkoers werkt ook niet echt mee.<br />
De universiteit regelt mijn visum, dus dat zal wel lukken, maar er zijn nog een heleboel andere dingen die ik moet uitzoeken en uitrekenen. Bij mijn volgende post (wanneer die dan mag zijn) heb ik waarschijnlijk de knoop wel doorgehakt en dan zien jullie het wel verschijnen.</p>
<p>Tot zover voor nu. Ik doe mijn best mijn volgende post wat sneller te laten verschijnen, maar ik kan niks beloven. (Nou ja, kan wel, maar wil ik niet.)<br />
In de tussentijd kunnen jullie een kijkje nemen bij de <a title="Foto's" href="http://www.beryllium.net/~booij/wp-gallery2.php">foto’s</a>. Behalve de nieuwe albums van Sydney en de Rugby Match, staan er ook een paar nieuwe items onder ‘Campus en stage’ en ‘Strandplaatjes uit Newcastle’.<br />
Daarnaast heb ik ook de volgende secties eens van een update voorzien: ‘<a title="Stage" href="http://beryllium.net/~booij/?page_id=5">Internship</a>’ en ‘<a title="Wist u dat..." href="http://beryllium.net/~booij/?page_id=12">Did you know…</a>’.</p>
<p>Cheers!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=14</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Over kangaroos en dronkenschap</title>
		<link>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=13</link>
		<comments>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?p=13#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Mar 2007 02:25:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Paul</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Uncategorized]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://beryllium.net/~booij/?p=13</guid>
		<description><![CDATA[Geachte individuen,

Het doet mij deugd dat u andermaal mijn elektronisch logboek hebt hervonden. Dit maal zelfs met een goede reden. Want na ruim een week, waarin u elke dag met gierende zenuwen en vol verwachting deze website vergeefs afstruinde in een queeste voor nieuwe proza, kunt u vandaag eindelijk wederom uw tijd verdoen met het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span lang="NL">Geachte individuen,</span></p>
<div class="Section1">
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Het doet mij deugd dat u andermaal mijn elektronisch logboek hebt hervonden. Dit maal zelfs met een goede reden. Want na ruim een week, waarin u elke dag met gierende zenuwen en vol verwachting deze website vergeefs afstruinde in een queeste voor nieuwe proza, kunt u vandaag eindelijk wederom uw tijd verdoen met het verwerken van loze verhalen over een opmerkelijke knaap in een ver oord.<br />
In deze aflevering: Het bezoek van Ines, kangaroos en koala’s, de plaatselijke Thor, strand, studie en wie weet wat nog meer.</span></p>
<p class="MsoNormal"><strong><span lang="NL">Bezoek Ines</span></strong><br />
<span lang="NL">Zoals al aangekondigd, is Ines een paar dagen naar Newcastle gekomen. Voor een bezoek aan de vele prachtige stranden, de gezellige cafeetjes en die malloot die naast haar in het vliegtuig zat. Het was een bijzonder geslaagd bezoek.<br />
Vermeldenswaardig was de vrijdagavond, die we samen met Sandro en Martin zijn gestart in het huis van Sandro, Martin en Zach.</span></p>
<p>Laat mij tussendoor even opmerken dat het hier om een meer dan prima huis gaat. Het is mij in het algemeen de laatste tijd opgevallen dat wonen in Newcastle, zelfs als student, een bijzonder aangename ervaring kan zijn. Dat is, als je langer dan drie maanden blijft en daardoor dus voor de betere accommodaties in aanmerking komt.<br />
Het huis waar dit bewuste avontuur zich afspeelt, bevindt zich in Bar Beach, op een ontspannen vijf minuten slenteren van het gelijknamige strand, en twintig minuten snelwandelen vanaf mijn nederige onderkomen. Het huis beschikt over een zeer riant dakterras, met rustgevend uitzicht en een vrolijke Australische buurvrouwoma die om de eenzaamheid te verdringen elke gelegenheid aangrijpt om de jongens te trakteren op een glas/fles champagne. Kortom, het is een geweldig huisje en nog eens spotgoedkoop ook.<br />
Om een meer volledig beeld te schetsen van studentenhuisvesting in Australië: ik ben in appartementen geweest met airco, reusachtige televisies, sfeervolle balkons en zelfs een whirlpool heb ik al mogen aantreffen in een ‘studentenhuis’. Wel sneu voor die meiden dat ze twee gangen en een trap moeten overwinnen om te whirlpoolen, dan heb ik het toch maar weer goed voor elkaar, met hygiëne op reikafstand…</p>
<p>Terugkerend naar het avondje met Ines; het volstaat om te zeggen dat we met de nodige liters goon en buurvrouws champagne een bijzonder gezellige tijd hebben gehad op het dakterras, getuige de foto’s. Maar alsof dat nog niet genoeg was zijn we daarna nog een aantal kroegen in gedoken. Om te beginnen was daar de Irish Pub, een kroeg die ik al vele malen had bezocht, maar nog niet eerder in een weekend, wanneer er deurbeleid wordt gevoerd. Dit is dan ook de eerste kroeg allertijden die mij de toegang heeft geweigerd. De reden voor dit groteske onrecht was noch mijn twijfelachtige accent, noch mijn rebelse levensopvatting jegens TIO en andere onderwijsvernieuwingen, maar het ontbreken van luttele vierkante centimeters textiel, aan te brengen als bedekking van de onderbenen, dan wel ter verfraaiing van de bovenkledij in de vorm van een kraag. Verhip.<br />
Daar smart een deelbare substantie is, was ik in mijn nopjes dat Sandro een nog grotere textieldeficiëntie had, zodat wij tezamen een plan konden smeden om de brede brenger des onrechts te slim af te zijn. Gestaag werd mijn door goon verruimde geest doordrongen van een ongekend plan. En na een kort bezoekje aan mijn residentie en diens kledingkast, liepen Sandro en ik breed grijzend en gekraagd langs de potige portier.<br />
Een aantal andere kroegen werd nog bezocht die avond en via een nachtelijke strandwandeling vond iedereen uiteindelijk zijn/haar bed.</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong><span lang="NL">Blackbutt Reserve</span></strong><br />
</span><span lang="NL">De volgende dag, was het alweer vroeg dag. Het was de laatste dag die Ines in Newcastle zou verblijven en dit zou herdacht worden met een bezoek aan het Blackbutt Reserve. Dit park bevindt zich op een half uurtje bussen buiten Newcastle en huist allerlei locale flora en fauna. Toegang tot het park is gratis en omdat wij allen toch netjes en beleefd zijn opgevoed, hadden we katers meegenomen, als leuke toevoeging aan het dierenpalet.<br />
We hebben de hele dag een beetje rondgeslenterd door het gebied en hebben onderweg veel natuurschoon mogen bewonderen. Wat betreft dieren maakte ik eindelijk kennis met de symbolen van Australië: De wallaby’s, wombats, kangaroos en knuffelachtige </span><span lang="EN-GB">koalas</span><span lang="NL">. Daarnaast nog een heleboel vreemde vogels, vleermuizen, een soort zeldzame egel die familie is van de platypus, hagedissen, spinnen, ganzen, zwanen en bovenal een heleboel muggen.<br />
Na verloop van tijd kregen we toch wel een stevige pot honger, maar helaas was het onmogelijk om in het park iets te eten aan te schaffen. Na een poging een kangaroo op een spit te krijgen, werd ons uitgelegd dat er een enkelzijdig voederverbod gold en daarop zijn we teruggegaan naar Newcastle voor een afsluitende voeder- en strandsessie.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong><span lang="NL">De Engineering </span></strong><strong>Fraternity</strong><br />
</span><span lang="NL">Als je een zekere hoeveelheid studenten op een afgelegen campus bij elkaar gooit, dan kun je er van uit gaan dat ze clubjes op gaan richten. Zo ook hier in Newcastle. Het oudste clubje is de Engineering Fraternity en zij organiseerden op een zekere woensdag een barbecue.<br />
Het werd me al vrij snel duidelijk, dat deze club (die overigens toegankelijk is voor alle studenten), bijzonder onprofessioneel is. De website is voor het laatst geüpdate in 1996 en erg veel activiteiten hoef je niet te verwachten. De enkele activiteiten die ze wel hebben, zijn gekenmerkt door een hoog alcoholgehalte en daardoor erg populair. Deze ‘barbie’ vormde daarop geen uitzondering.<br />
Het regende een tikkeltje, op het moment dat ik eigenlijk barbecuesel wilde duwen met een stevige pot pils erbij. Hoewel… regenen is misschien niet het juiste woord. Laten we zeggen dat er simpelweg een wolk op de campus was gelegd, met alle vochtigheidsaspecten die daarbij komen kijken. Dit waterspektakel werd sfeervol begeleid door wat nabij onweer en na een paar keer proberen was de bliksem raak en viel de stroom uit. Het moge dus duidelijk zijn dat ik, in gezelschap van Sandro, Martin en Christel, een Australische schone, in een droge omgeving even afwachtte.<br />
Rond half 6 droogde het op en gingen we met een uurtje vertraging richting pils. Het schouwspel dat wij aantroffen was werkelijk bijzonder te noemen:<br />
Ongeveer 100 mensen, van beider sekse, bewogen in chaotische patronen door elkaar heen op een bijzonder drassig grasveld. Hoewel ze volledig doorweekt waren door de regen was dat nog niets vergeleken met de hoeveelheid vocht dat men in uurtje tijd tot zich had genomen. Stomdronken is wellicht het enige woord wat hier volstaat.<br />
In welke richting je ook keek, je vond er gegarandeerd een paar figuren die in de modder lagen te worstelen, een paar figuren die zelfstandig konden omvallen en een paar figuren die hun territorium afbakenden met braaksel.<br />
De reden, voor dit spoedige dronkenschap lijkt te vinden te zijn in een lokaal spelletje. Kennelijk is er iemand die gedurende het drinken af en toe ‘left’ of ‘right’ gilt. De dorstige dient hierop te reageren door uitsluitend met die hand het glas te beroeren. Het in gebreke blijven van deze ogenschijnlijk eenvoudig na te komen verplichting, levert een ad fundum op, opgevrolijkt door een sfeervol liedje. Wat ik ervan kon verstaan, gaat ongeveer zo:</span></p>
<p class="MsoNormal"><em><span lang="EN-GB">Here&#8217;s to Jantje, he&#8217;s true blue,<br />
He&#8217;s a piss pot through and through,<br />
He’s a bastard, so they say,<br />
Tried to go to heaven, but he went the other way.<br />
Drink is down, down, down, down….</span></em><br />
<span lang="NL"><br />
Waarbij gedurende de laatste ritmische zin, het glas zo spoedig mogelijk geleegd dient te worden. Na dit gebaar is er een korte gelegenheid voor peristaltisch plezier, waarna weer tot de orde van de dag kan worden overgegaan.<br />
Ohw ja, voor de duidelijkheid; de naam ‘Jantje’ dient dus worden vervangen door de naam van de onoplettende pilsbroeder in kwestie. Jullie hebben het wel door, toch?</span></p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong><span lang="NL">Bibliotheek</span></strong><br />
</span><span lang="EN-GB">Maar genoeg beschreven plezier, er moet immers ook gewerkt worden. Gedurende één van de vele momenten, waarop ik mezelf weer eens dom begon te voelen, besloot ik de bibliotheek een bezoekje te brengen. En hoewel ik het in dit soort posts niet direct over mijn stage wil hebben (daarvoor heb ik immers deze <a title="Internship" href="http://beryllium.net/~booij/?page_id=5">pagina</a>), vind ik dit toch wel het vermelden waard.<br />
De bibliotheek die ik bezocht bestaat namelijk uit vier verdiepingen, maatje hangar, die van begin tot eind afgevuld zijn met boeken. Mocht je om de één of andere ziekelijke reden niet genoeg hebben aan deze hoeveelheid drukwerk, dan schijnt er aan de andere kant van de campus nog een dergelijk schuurtje te zijn.<br />
Om kort te zijn; ze hebben hier veel boeken. Om wat langer te zijn; als men hier zou besluiten alle boeken opeen te stapelen, (en bedenk eens hoeveel Melkert-banen daarvoor nodig zijn), dan creëert men daarmee een boekentoren van maar liefst 48 kilometers hoog. Gelukkig hebben ze de boeken netjes in hun schappen gelaten, hetgeen de overzichtelijkheid ten goede komt.<br />
Hoe dan ook. Ik was dus op zoek naar één boek, in een hooiberg van boeken. Dat beloofde dus een avondvullend programma te worden. Maar, geloof het of niet, binnen vijf minuten heb ik het boek geïdentificeerd, gelokaliseerd, gepakt en geleend. En dat terwijl ik in Bakkers knusse boekenhoekje menigmaal stukjes eeuwigheid heb gespendeerd op zoek naar wat gebonden stencils uit de jaren zestig. In your face Vubis!</span></p>
<p>Helaas blijkt het daadwerkelijk lezen van het boek een lastigere klus. Sta mij toe een strofe te citeren:</p>
<p><span lang="EN-GB"><em>“In the language of topology, the sphere S<sup>2</sup> is a 2-sheeted covering space of P<sup>2</sup>. This implies that P<sup>2</sup> is not simply-connected, which means that there are loops in P<sup>2</sup> which cannot be contracted to a point inside P<sup>2</sup>. To be technical, the fundamental group of P<sup>2</sup> is the cyclic group of order 2.”</em></span><br />
<span lang="NL">Multiple View Geometry in Computer Vision, by Richard Hartley and Andrew Zisserman.</span></p>
<p>Als er iemand is die enig idee heeft waar dit over gaat, dan hoor ik het graag!</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL"><strong><span lang="NL">Duitsers</span></strong><br />
</span><span lang="NL">Laat mij dan tenslotte nogmaals vertellen dat er hier veel Duitsers zijn. Er zijn niet zomaar veel Duitsers, er zijn echt überveel Duitsers. Het is zelfs zo erg dat mijn Duitse vriend Sandro, in een poging een mooi meisje te versieren, werd beantwoord in het Duits (helaas niet op de beoogde manier). Maar ook aan de andere zijde van het paringsritueel; een zeker meisje deed erg haar best één van ons te versieren (wie precies, leek haar niet veel uit te maken) en ook zij bleek bij navraag Duits. Vraag op de universiteit waar ze die kop koffie hebben aangeschaft en je wordt gegarandeerd immer geradeaus gestuurd. Prachtig.<br />
Het beste van allemaal: geen Nederlanders! Tot op heden heb ik er nog maar twee ontmoet en dat waren backpackers. Er schijnen op de universiteit drie meisjes uit Maastricht rond te lopen, maar dat zijn slechts geruchten. Nu kan ik zo af en toe toch nog een beetje in moerstaal communiceren; er is namelijk een Duitser, die Nederlands spreekt…</span></p>
<p>Tot zover, geachte individuen. Mocht uw kostbare tijd nu nog steeds niet geheel verloren zijn gegaan, neem dan ook een kijkje op deze <a title="Did you know..." href="http://beryllium.net/~booij/?page_id=12">pagina</a>. Natuurlijk zijn er ook weer wat nieuwe prenten toegevoegd, voor uw klik- en kijkplezier. Behalve de twee nieuwe albums, zijn de bestaande albums ‘huis en omgeving’ en ‘gezellige momenten in Newcastle’ uitgebreid. Geniet ervan.
</p>
<p class="MsoNormal"><span lang="NL">Tabee, trouwe lezers en tot een volgende keer.</span></p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://xeon.ele.tue.nl/~booij/?feed=rss2&amp;p=13</wfw:commentRss>
		</item>
	</channel>
</rss>
