Het vinden van accomodatie en andere dwaze avonturen
Thursday, February 22nd, 2007Aan hen die mijn weblog hebben hervonden,
Er is een heleboel gebeurd sinds mijn laatste geschreven woord. Spannende avonturen, netelige situaties en nieuwe indrukken. Hou je vast, het is weer een heleboel…
Stage
Weet je wat, om nou niet direct met het lekkere weer in huis te vallen, zal ik eerst eens wat vertellen over de noeste arbeid die ik hier de komende tijd ga verzetten. Wat ik nou precies ga onderzoeken, dat kun je binnenkort op deze pagina lezen. Hier zal ik me beperken tot de omgeving waarin het allemaal gebeurt.
Ik ben bijzonder tevreden over de faciliteiten die tot mijn beschikking zijn gesteld. Zo bevind ik mij gedurende kantooruren in mijn eerste eigen cubicle. Uitgerust met een snelle computer, lcd-scherm en telefoon, aan een meer dan riant bureau. De airco wuift me tegemoet en de koffie is op loopafstand.
Nooit tevoren was een werkomgeving zo uitnodigend voor een stevige pot studie. Daar tegenover staat dat nooit tevoren een leefomgeving zo uitnodigend was voor ontspanning, lanterfanterij en geldverbrassing. Over dit laatste zal dan ook het meest gerept worden op deze weblog.
De campus, het mag nogmaals gezegd, is bijzonder mooi. Midden in het bos/regenwoud, met allerlei geinige vogelgeluiden en reusachtig ongedierte. Dagelijks groet ik een significante hoeveelheid spin (uiteraard ook op foto, voor uw genoegen) die elke dag meer insecten in spinnenrag inblikt, dan ze ooit opkan.
Met een kleine wandeling sta ik in The Union, een gebouw bruisend van eet- en drinkgelegenheden, een Subway, een winkel, een kapper en een prettig aandoend parkje dat vast nog wel eens op de foto zal verschijnen. Een stukje de andere kant op bevindt zich een groot studentengebeuren met een flink studentencafé waar ik vreemd genoeg nog niet ben geweest. Hoe lang zal dat nog duren? Inzetten kan vanaf 5 euro.
Kamer
Op de universiteit is alles dus prima geregeld, maar nu nog een plek vinden om de nachten door te brengen. Je kunt natuurlijk ook niet eeuwig in een hostel blijven wonen, da’s veel te duur. Het vinden van een plek bleek nog niet eenvoudig. Newcastle University heeft namelijk de grootste internationale studentenpopulatie van Australië en al deze mensen zoeken op hetzelfde moment een kamer. Wanneer je daarbij optelt dat iedereen hier voor minimaal een semester aan huur wil neerleggen en ik slechts voor drie maanden, dan kun je je voorstellen dat het vinden van een geschikte woonruimte geen stukje cake is…
Het vele bellen naar verschillende nummers leverde weinig worries op, maar nog minder woonruimte. In de tussentijd verhuisde het grootste gedeelte van de Verenigde Staten naar prachtige appartementen met zicht op zee.
Uiteindelijk kreeg ik een positieve reactie op één van mijn vele uitgestuurde emails. Een makelaar genaamd Dion, die tevens trouwreportages maakt en in een zilveren Mercedes rijdt met leren bekleding en een nummerplaat met de tekst ‘Dion’, had wel iets voor me. Een zogenaamde bedsitter unit. Wat mag dat nu weer wezen? Dat zal ik je vertellen:
Een bedsitter unit is een unit met daarin een keukenblok met magnetron, oven, toaster, elektrisch kookplaatje, waterkoker vuilnisbak en koelkast, een badkamer met daarin toilet en douche, een algemeen vertrek met verschillende kasten, een bed, een bureau, een ventilator, een televisie en een dvd-speler. Dit alles is met Duitse efficiëntie in een gangetje van 1,5 bij 7 meter gecomprimeerd, waardoor er zo weinig ruimte over is, dat je eigenlijk alleen nog maar op je bed kunt sitten. Deze sfeervolle schets wordt nog veel gezelliger wanneer je er wat drogende was aan toevoegt en als je nu echt een sardinesscenario wil; er zijn hier mensen die met zijn tweeën in zo’n hokje wonen.
Hoe dan ook, dit was ongetwijfeld de enige woonruimte die ik kon krijgen, dus ik heb hem genomen. Uiteraard had ik liever met andere studenten in een huis gewoond, om zo gelijk wat gezelligheid mee te pakken en ook mocht het wat goedkoper (dit paleisje kost me 400 euro per maand, leve de marktwerking).
Genoeg over het interieur, hoe zit het met de omgeving? Met enige trots kan ik jullie vertellen dat ik op 506 Hunter Street woon, op twintig minuutjes lopen van het strand. Het gebouw dat ze rond mijn gangetje hebben gebouwd staat naast een Adult Book Store, voor de eenzame uurtjes en mijn enige raampje van 30 bij 40 centimeter biedt een sfeervol uitzicht op het spoor. Dit heeft als voordeel dat ik kort bij een station woon, waardoor ik in een half uur op de universiteit ben (die ligt niet zoals in Eindhoven in het centrum), en als nadeel dat ik ’s nachts vijf keer per uur uit mijn bed fibreer. Treinen rijden hier namelijk de hele nacht door, hoewel ik overdag toch geregeld geruime tijd op de ietwat gedateerde dieseltuffers zit te wachten, vreemd genoeg.
Om mijn nachtelijke uren enigszins in rust door te brengen heb ik een paar dozijn oordopjes laten aanrukken, waardoor het spoorwegenleed wel te verdragen is. Wel bijzonder confronterend overigens, 24 worden en nog geen maand later oordopjes nodig hebben om te kunnen slapen…
Het klinkt misschien allemaal wat ellendig, maar als je de foto’s ziet zul je zien dat het kamertje ook wel weer iets heeft. Alles is vrij nieuw en alles is compleet. De locatie is absoluut niet slecht, met een extreem regelmatige en gratis busdienst elke dag tot 6 uur ’s avonds (daarna kost ie geld en ga ik dus lopen). Al met al ben ik dus best tevreden.
Omdat het gangetje zo klein is, hadden ze nog wat ruimte over in het huis. Dit hebben ze opgevuld met nog een stuk of 10 andere gangetjes. In deze gangetjes leven volgens mij nog één of twee andere studenten en de rest bestaat uit rasechte Newcastlers. En deze Newcastlers, beste mensen, doen werkelijk de hele dag niks anders dan bedsitten. Als ik ’s morgens vroeg opsta om naar mijn cubicle te gaan, bedsitten ze met geopende deur, wanneer ik terugkom bedsitten ze nog steeds. Aardige lui allemaal hoor, als je ze kan verstaan, maar hoe kun je zo weinig doen? Ik sit hier in dit gangetje voor slechts drie maanden, maar er zijn hier mensen, koppels zelfs, die hier al jaren wonen. Wondere wereld; zo zit je in één van de dunbevolkste gebieden van de wereld en dan nog tref je ingeblikte mensheid aan.
Plezier
Voordat ik mijn stulpje heb gevuld met mijn koffer en eigen aanwezigheid, woonde ik dus nog een tijdje in het hostel. Dit was uiteraard uitstekend, omdat ik zo van alle features gebruik kon maken; strand, vrienden en activiteiten.
Eén van die activiteiten was een heuse Wine-tour. We zitten hier namelijk bijzonder dichtbij de Hunter Valley en dat is het grootste wijngebied van Australië. Vanaf half 11 ’s ochtends genoot ik al wijnproevend van de meest prachtige landschappen. Het zal mijn ouders deugd doen dat ik zelfs aan de andere zijde van de aarde aan mijn opvoeding blijf werken. Samen met een Amerikaanse vriendin wisten wij binnen de kortste keren de juiste termen bij de juiste wijnen te gokken, waardoor de plaatselijke wijnagrariërs met plezier onze glazen bleef bijvullen.
Ter afwisseling deden we nog een kaas- en olijf(olie)proeverijtje en uiteraard zijn er de nodige foto’s geschoten. Helaas geen wilde kangeroes gezien, hoewel dat daar met enige regelmaat voorkomt. In plaats daarvan nog maar een glas Hunter Valley Shiraz uit 1996, met vol boeket, rijk aroma en lang-tanninistische afdronk.
Een andere middag heb ik gevuld met een stevige wandeling richting het zuiden (dat navigeren lukt al aardig). Begonnen op Newcastle Beach heb ik mijn weg gevonden, langs de kust en door de heuvels, naar Bar Beach. Uiteraard bracht dit de nodige fotomomenten met zich mee. De foto’s heb ik toegevoegd aan het al bestaande album ‘Newcastle Surroundings’, dus vergeet ook niet daar even een kijkje te nemen.
Vriendjes en vriendinnetjes
Zo’n hostel is een perfecte plek om mensen te leren kennen, zoals al eerder gezegd. Men neme een pak wijn (5 liter voor een paar euro, maar dan wel goede wijn, zonder hoofdpijn), want bier is hier in de winkel bijna net zo duur als in de kroeg. En men gaat naar de veranda en het wordt gezellig.
De groep mensen waar ik het meeste mee rondhang zijn Zack uit Washington State (niet D.C. dus, maar helemaal tegen Canada aan), Sage uit Kansas en Sandro, Martin, Eva en Nadine uit Duitsland. Een gezellig clubje studenten, die ik de komende tijd nog veelvuldig zal zien.
De meest voorkomende nationaliteiten zijn hier Amerikaans, Duits, Canadees, Brits en Zweeds. Tot mijn grote verbazing en genoegen zijn er bijzonder weinig Nederlanders. Ik heb er slechts twee ontmoet, tot nu toe. De eerste, Marly, ontmoette ik pas na ruim een week. Tot die tijd had ik letterlijk geen woord Nederlands gesproken en toen we na een korte Engelstalige conversatie (wisten wij veel) naar het Nederlands omschakelde was dat echt bizar. Vreemd hoe onnatuurlijk het kan zijn om je eigen taal te horen en te spreken en dat al na slechts een dag of 8…
Nou, vriendelijke vrienden, dat waren me de avonturen weer wel. Wat zal Paultje in de komende week allemaal voor doldwaze avonturen meemaken? Een vooruitblik:
Ines, het meisje van het vliegtuig komt op visite. Op haar tocht richting het Noorden heeft zij de wijze beslissing genomen het prachtige, warme Newcastle te bezoeken (het is hier echt mooi en al een dag of 5 ruim 30 graden). Behalve het betere bierwerk dat dit met zich meebrengt, wordt er vermoedelijk ook een bezoekje gebracht aan het Blackbutt Reserve, voor het betere kangeroe- en koalaknuffelwerk.
Hoe loopt dit af? Dat lees je de volgende keer, in weer een nieuwe aflevering van Paultje Down Under.