Melbourne en omgeving
Wednesday, April 25th, 2007
Jaloers ben ik. Jaloers op jullie, met je zon en je 25 graden. Hier regent het, op zijn Nederlands, al twee dagen lang. Een bijzonderheid, als je de plaatselijke bevolking mag geloven. De temperatuur komt niet ver boven de 20 graden en ’s nachts heb ik het koud, daar ik in mijn immer optimistische denkwijze de dekbedvulling thuis heb gelaten. Jaloers! Maar toch niet echt, want ik ben hier en jullie zijn daar.
Ik schrijf op Anzac day, een dag waarop Australië haar militairen, veteranen en slachtoffers eert en gedenkt, door middel van gung-ho zuipen en het vergokken van een maandinkomen. Vanavond zal ook ik het glas heffen op alle vechtersbazen van dit uit de kluiten gewassen eiland, maar niet voordat ik jullie eens uitgebreid heb verteld wat ik de laatste week zoal heb meegemaakt.
Melbourne 1
Het is vrijdagochtend, 4 uur. Na een beleefdheidsslaapje van 3 uur staan Sandro en ik op om richting vliegveld te gaan. Na een dure shuttlebus, een nog duurder vliegtuig en een wat goedkopere shuttlebus, staan we berugzakt om 8 uur ’s ochtends in het centrum van Melbourne.
Hoewel we de imposante skyline van Sydney nog vers in het geheugen hebben liggen, verbazen we ons toch weer over de hoogte van diverse bungalows in erectie. Na met behulp van een significante hoeveelheid koffie het lichaam te hebben uitgelegd dat de ‘morgenstond’ niet op een vergissing berustte, togen wij richting eerste attractie; the Observation Deck van één van de Rialto Towers.
De hoogste van de twee Rialto Towers is tevens het hoogste kantoorgebouw van het Zuidelijk halfrond. Een kwieke lift bracht ons in 38 seconden naar de 55e verdieping, alwaar wij alle 360 graden van deze stad met haar 3,1 miljoen inwoners tot ons konden nemen. Ondanks dat het nog niet helemaal helder was, loog het uitzicht er niet om, getuige de foto’s.
Na een verheven observatie van het volledig orthogonale wegenstelsel van de binnenstad, zou men verwachten dat navigatie een stuk eenvoudiger wordt. Het tegendeel bleek waar. Ik weet natuurlijk al lang dat ik niet moet vertrouwen op mijn gevoel, herinneringen en paranormale ingevingen, als het aankomt op navigeren. Daarom had ik op vliegvelden en stations reeds allerhande kaarten verzameld, die gezamenlijk alle informatie van wegen tot en met waterleidingen bevatten. Deze geografische verslaglegging bleef gedurende de eerste dag echter voornamelijk in mijn rugzak, daar Sandro zeer consequent met absolute zekerheid wist te vertellen welke weg wij moesten inslaan om hopeloos te verdwalen. Dat deze manier van experimenteel rondstruinen van negatieve invloed op onze voetzolen was, moge duidelijk zijn.
Gelukkig kwamen we gedurende onze continue dwaalpartij toch leuke dingen tegen. Federation Square was relatief snel gevonden en van daaruit was de weg naar The Shrine of Remembrance en The Royal Botanical Gardens van relatieve eenvoud.
The Shrine of Remembrance is een gedenkteken voor alle Australische slachtoffers van alle oorlogen tot nu toe, al is het oorspronkelijk gebouwd ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Maar kennelijk is het iets globaals om monumenten en herdenkingen te recyclen voor nieuwe oorlogen.
Het is een innovatief herdenkingssysteem. Op het elfde uur van de elfde dag van de elfde maand, valt er een zonnestraal exact op een gedenksteen in het midden van het gebouw, (natuurlijk wel hopen op mooi weer). Op alle andere momenten van het jaar, en dat zijn er nogal wat, gebeurt dat niet. Geinig, als ik me zo onrespectvol mag uitdrukken.
In de namiddag hadden we afgesproken met Laura, een Melbournse die ik in Newcastle ontmoet had. We werden telefonisch naar een kroeg geleid. Aangekomen bij de kroeg twijfelden wij wederom aan ons vermogen tot spoorzoeken, daar wij werden verwelkomt door een rode loper. Vermoeid, ongeschoren, stinkend en in een overduidelijke toeristenmodus mochten wij na wat lullen toch naar binnen, hoewel onze namen niet op de gastenlijst stonden. Binnen probeerde ik een spoor van Laura te ontwaren in een omgeving van tapijt, cocktails en bejurkte en bekostuumde mensen, begeleid door trendy drum&bass van een diskjockey van twijfelachtige geaardheid. Na een tijdje kwam Laura uit een soort knuffelkamer en bleek het dat wij toch in de juiste toko waren beland. Kennelijk was er een feestje…
Na een telefoontje met mijn financieel adviseur besloot ik af te zien van de Dom Perignon cocktail van 150 dollar en vond ik mijn heil in een pauper glas bier. We babbelden wat af en na een tijdje vertrok Laura met haar vriendinnen richting vreetchinees en verlieten ook wij het pand.
Teruggekomen op het Observation Deck voor een prachtig uitzicht over Melbourne bij nacht, kwam er eindelijk een telefoontje van Sandro’s vrienden, waar wij zouden verblijven (zij waren net geland, na een weekje Tasmanië). Ik twijfelde even aan mijn Duits toen ik Sandro verwonderd hoorde vragen “Um die ecke?”, maar mijn kennis van het Zuid-Limburgs bleek gegrond, daar de mannen inderdaad vrijwel om de hoek woonde. We hadden dus een gratis verblijfplaats in het absolute centrum van Melbourne, met uitzicht op de wolkenkrabbers. Hoera!
De volgende dag togen wij naar The Melbourne Cricket Ground, Australië’s grootste stadion, voor een heuze pot Footy (Australian Rules Football). Met een capaciteit van 100.000 toeschouwers is dit stadion op zijn minst indrukwekkend te noemen. En doordat het voor deze wedstrijd voor 80% gevuld was werden de indrukken nog meer gewekt.
Het was de historische wedstijd Carlton – Essendon, twee Melbourne suburbs. Het spelverloop was absoluut uniek en de kranten noemden de wedstrijd één van de beste ooit gespeeld. Na het eerste kwartier (dat overigens een half uur duurt), stond Essendon voor met 80 tegen 16 of zoiets. Een besliste wedstrijd. Toch wist Carlton uiteindelijk te winnen met één goal voorsprong, da’s pas commitment.
De sport is een soort kruising tussen rugby en voetbal en wordt gespeeld op een reusachtig veld. Het duurt lang en heeft veel regels, maar gelukkig kon Laura ons het één en ander uitleggen. De foto’s geven hopelijk een kleine indruk.
’s Avonds pleegden we een stapje in St. Kilda, vergezeld door 4 locals. We zagen daar een koppeltje de liefde bedrijven en een conflict dat op het punt stond drastisch te escaleren. Een typische avond in St. Kilda, volgens onze gidsen.
De volgende dag hebben we zowaar gewinkeld, in de mode-hoofdstad van Australië. Ik ben nu in het trotse bezit van een heuse RipCurl broek en een Aussie wear shirt. Ik ben bijna klaar voor mijn naturalisatie.
Road trippin’ – Phillip Island
Maandag haalden we de huurauto op. Tot onze grote vreugde was er geen 3-deurs el-cheapo Hyundai Getz meer beschikbaar en kregen wij voor hetzelfde geld een 5-deurs automatisch geschakelde Mitsubishi Lancer met Airco, Abs en Cruise Control. Met het stuur aan de rechterkant moesten wij linksgeoriënteerd het centrum van Melbourne verlaten. Niet de makkelijkste opgave met het drukke verkeer en de abundante trams die je dwingen alle vermogen tot logisch denkwerk overboord te gooien, bij een beoogde bocht naar rechts. Afijn, ondanks dat we met onze ruitenwissers de richting aangaven (die hendeltjes zijn natuurlijk ook omgedraaid), kwamen we onbekrast de stad uit, op weg naar onze eerste bestemming; Phillip Island.
Elke avond bezoeken tientallen kleine pinguïns het strand van Phillip Island, om te kijken naar de wereldberoemde Human Parade: Grote groepen mensen staan op houten loopbruggen in de kou naar het water te staren en houden dat geruime tijd vol. In hun ogen is nog steeds de pijn te zien van het betalen van de hoge entreeprijs en deze pijn wordt versterkt door het heersende verbod op foto’s maken. Verveling slaat toe, omdat er eigenlijk niet zo veel te zien is en er ondanks de hoge entreeprijs niet eens iemand is die een interessant verhaal vertelt, of op andere wijze de onredelijke investering probeert goed te praten. Al met al is het een fantastische ervaring, voor de kleine, schattige, onschuldige pinguïns en ze kijken volledig gratis hun ogen uit.
Teleurgesteld reden wij verder op het anderzijds prachtige eiland op zoek naar een barbecue en een parkeerplek voor onze auto, tevens onze hotelkamer. In het toeristische doch idyllische Cowes vonden wij een openbare barbecue alwaar wij een significant deel van een koe hebben verorberd, om af te sluiten met diverse lappen kangoeroe. Met uitzicht op strand en oceaan enerzijds en een briljante sterrenhemel anderzijds (allen gratis), waren wij de pinguïndeceptie al gauw vergeten. Na nog een Possum in het wild te hebben gezien keerden wij terug naar de auto, alwaar wij werden bevestigd in ons vermoeden dat Aziaten geen comfort kennen, laat staan in hun auto’s verwerken. Doch, geïnspireerd door ons mooie uitzicht en een paar welverdiende pilseners, vatten wij de slaap.
Er moest ontbeten worden en omdat wij graag op echte Aussies willen lijken, getuige het kangoeroevlees, moest ook het ontbijt een Aussie tintje krijgen. Dit tintje was afkomstig van zuiver Australisch broodbeleg: Vegemite.
Vegemite, mijne dames en heren, is zonder twijfel de smerigste substantie die ik ooit met mijn tong beroerd heb. Met het uiterlijk, de geur en de smaak van het oorsmeer van Dhr. Ahmadinejad is dit waarschijnlijk het enige voedsel dat de ph-waarde van de maagsappen doet stijgen. De geur alleen al doet tranen verdampen, en bij contact met smaakorganen wordt het hele lichaam doordrenkt van zuur/zoute emotie. Een geluid van aaneengesloten medeklinkers ontsnapt aan de samengetrokken lippen en het gezicht vertrekt in manieren die tot dan toe onmogelijk werden geacht.
Geconcludeerd kan worden dat Vegemite puur kwaad in een potje is, en we hadden het kunnen vermoeden, van een fabrikant die zichzelf ‘Kraft’ noemt…
Om deze lijfstraf snel achter ons te laten hervonden Sandro en ik onze jeugd en onschuld in de speeltuin. Na deze korte full body work out stapten wij weer terug in bed, om verder te rijden richting het Zuid-Oosten.
Road Trippin’ – Wilsons Promontory National Park
Al enigszins gewend aan het links rijden vonden wij in ruim twee uur tijd het Zuidelijkste puntje van Australië (wanneer je Tasmanië even niet meerekent). De weg was prachtig, slingerend, heuvelachtig en bezaaid met bordjes die waarschuwde voor overstekende kangoeroes, wombats, koala’s en emu’s. De omgeving was kurkdroog. Het had in dat deel van Victoria al een paar maanden niet geregend en dit was duidelijk te zien. Er gold een code 4 waterrantsoen en de brandweer was in de hoogste staat van paraatheid.
Het park is een reusachtig bebost berggebied waar vele hikes van een halve dag tot drie dagen zijn uitgezet. Wij kozen de Lilly Pilly Gully Nature Walk, daar de Lonely Planet ons massa’s aan tam wildlife beloofde. Helaas bleef het aantal gespotte dieren beperkt tot één lelijke vogel. Ook de rest van het pad was een teleurstelling. Bos, bos en nog eens bos, met weinig afwisseling voor de niet-botanist.
Na een aantal uren lopen, kwamen wij aan op de top van Mount Bishop op 319 meter hoogte. En daar werd onze inspanning beloond. Het fantastische uitzicht over het park en de zee behoren ongetwijfeld tot één van de mooiste uitzichten die ik ooit heb mogen aanschouwen. Uiteraard vonden wij dit nog niet genoeg en we besloten wat rotsen te beklimmen, (op een manier die men die mij liefheeft ongetwijfeld zenuwachtig had gemaakt). Het uitzicht werd er alleen maar beter op en ik hoop dat de foto’s dat enigszins over kunnen brengen, ondanks het felle tegenlicht.
’s Avonds reden wij een lange weg terug naar het vliegveld van Melbourne, om in een weiland in de omgeving onder belangstelling van een paard, een tweede oncomfortabele, koude nacht in de auto door te brengen.
Road Trippin’ – Great Ocean Road
Woensdagochtendvroeg haalde we Zack van het vliegveld, vers uit Tazzie (Tasmanië). Gedrieën zouden we in twee dagen de Great Ocean Road rijden.
Om ook hier wat culturele bagage mee te geven: De Great Ocean Road is het grootse oorlogsmonument ter wereld, ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Na afloop van deze oorlog had Australië zo’n tien procent van de bevolking verloren (als ik me niet vergis) en waren de mannen die terugkwamen van het front tamelijk werkloos (er hoefde immers in Australië niks heropgebouwd te worden). Een slimme politicus kwam toen met de voorloper van de Melkertbanen en hij liet al deze veteranen een weg aanleggen, veelal uitgehouwen uit rots, langs de Oceaan in Zuid-Victoria. Een prima beslissing voor het land, want jaarlijks rijden miljoenen toeristen deze adembenemende kustroute, wat natuurlijk aardig wat brood op de spreekwoordelijke plank brengt.
Ook hier spreken foto’s hopelijk weer voor zich. Laat me slechts zeggen dat ik ongelooflijk mooie dingen heb gezien, dat ik geleerd heb geen ruzie te maken met de oceaan, die ontzettend ruig is daar (de kust ligt bezaaid met vergane schepen) en dat ik later aan zee wil wonen. Niet van dat laffe grijze, golfloze, koude Noorzeewater, maar een fatsoenlijke, blauwe surfoceaan met zonnebadende topmodellen die het verkrijgen van een egale lichaamstint over het gehele lijf, met uitzondering van de hoofdhuid, als levensdoel beschouwen.
De overnachting tussen beide dagen deden wij in Apollo Bay, in een hostel met ontzettend comfortabele bedden. Eindelijk, een fatsoenlijke nacht, al was hij natuurlijk weer kort.
Melbourne 2
Donderdagavond kwamen we terug aan in Melbourne, in dat prachtige, luxe appartement. Na weer een korte nacht leverden we ’s ochtends vroeg de auto in, 1500 kilometer dichter bij afschrijving, om vervolgens de laatste geheimen van Melbourne te ontrafelen.
Melbourne is een geweldige stad. Anders dan Syndey heeft het niet de superbekende attracties, maar het heeft wel de sfeer. De Melburnians zijn terecht ontzettend trots op hun enigszins Europees aanvoelende stad, waar altijd wat te doen is. Eén van de dingen die de stad tekenen zijn de trams die persoonlijke verplaatsing erg makkelijk maken.
Toch zijn er wel degelijk bezienswaardigheden. Eén daarvan is de 19e eeuwse Carlton Gardens met daarin het prachtige gebouw, gebouwd voor een wereldtentoonstelling, in diezelfde eeuw.
’s Avonds zou er grondig gefeest worden. Mijn nieuwe Duitse vrienden legden ons eerst een drinkspelletje uit, welke een duidelijke invloed zou hebben op de rest van de avond. Het is een geinig, simpel spelletje, met een spel kaarten, maar ik kan aanraden het alcoholische tijdverdrijf met bier te spelen in plaats van met wijn.
Danig beschonken zijn we vervolgens naar een feestje van uitwisselingsstudenten geweest waar ik een paar zinnen Italiaans heb geleerd die ik me niet meer kan herinneren, en ik in ruil daarvoor de Italiaanse heb uitgelegd hoe je in het Nederlands vertelt dat je je oma kwijt bent. Ze had talent.
Tevens had Sandro nog een Jack-Ass avontuur met een winkelwagentje, die helaas niet op de gevoelige plaat is vastgelegd (wel vol op zijn gevoelige plaat) en beloofde ik aan iedereen dat ik binnenkort langs zou komen, in al hun landen.
Vervolgens werd het uitgaanscentrum van Brunswick Street bezocht en zijn we tot laat in één of andere club blijven hangen, waar ik iedereen ben kwijtgeraakt om stomtoevallig weer iemand tegen te komen bij het aanhouden van een taxi. Wel zo handig, daar ik geen sleutel had.
Al met al was het een geweldige avond, maar helaas niet onvergetelijk. Ik moet jullie de details dan ook schuldig blijven. Wel weet ik nog precies hoe dat leuke spelletje werkt en die kennis neem ik, samen met het potje Vegemite, mee als souvenir, voor jullie, mijn vrienden.
De volgende dag; zaterdagmiddag, werd er weer teruggevlogen, teneinde zaterdagavond eindelijk weer in een comfortabel bed te liggen (de bugs lijken doodgegift te zijn), voor een fatsoenlijke nacht na een geweldige vakantie.
Rugby
In onze afwezigheid werden er in Newcastle kaartjes voor ons gekocht voor de rugbywedstijd Newcastle Knights tegen de Brisbane Broncos. Deze wedstrijd was tevens het afscheid van de beste rugbyspeler allertijde, die vanwege ernstig nekletsel zijn carrière moest beëindigen.
Het stadion zat stampvol, ruim 25000 mensen (stelt niet zo veel meer voor, na de Cricket Ground in Melbourne te hebben gezien), maar helaas zorgde dit er wel voor dat de laatste beschikbare kaarten, onze plaatsen, in het alcoholvrije gedeelte waren.
Het kijken van zinloos geweld is toch net even wat leuker met een pot bier erbij en alle kinderen rond ons heen hielden ons ook een beetje uit een aggresief meelevende sfeer. Toch wel weer leuk om te zien.
Op de terugweg werden we geconfronteerd met een meisje dat aan de andere kant van het perron een kerel aan het berijden was. Gewoon, op een bankje, in het volle licht, met een oudere treinwachtende vrouw ongemakkelijk in de buurt. De tweede keer dat ik openbare seks zie binnen een week, beide keren zonder er zelf een actieve rol in te spelen. Ik moet iets fout doen…
Hoe dan ook, we konden het natuurlijk niet laten om vanaf het andere perron wat flauwe grappen te maken, op een geluidsniveau dat voor hen nog net te horen was. Het werd de knaap wat te veel en alle gelaatsuitdrukkingen van genot maakten al snel plaats voor een frons van concentratie en onzekerheid. De ‘dame’ in kwestie probeerde in volle vaart het bloed op de juiste plaats houden, maar haar inspanningen bleken vergeefs.
Na afgestapt te zijn, vroeg ze de gechoqueerde oudere vrouw schaamteloos om een sigaret. Vergeefs. Ook vroeg ze aan ons of wij misschien wat nicotinerijk naspel konden verzorgen, maar bezorgd om haar gezondheid besloten wij dit niet toe te kennen, daar roken de gezondheid van haar mogelijke ongeboren vrucht wel eens zou kunnen schaden.
Grappig volk, die Australiërs…
Tot zo ver mijn avonturen. Rest mij nog een aantal dingen mede te delen:
Ik heb nog steeds geen apparatuur, wat dus betekent dat het slecht gaat met mijn stage.
Mijn langere verblijf is nog niet helemaal rond. Ik moet eerst nog een flinke pot ruzie maken met Gulf Air, die alle vormen van service en gezond verstand, samen met de vluchten van en naar Sydney, hebben afgezworen.
Hoe het ook zij, over een weekje of vier zit het eerste deel erop, en ga ik grandioos reizen, zelfs al moet ik uit financiële overwegingen mijn lichaam verkopen.
Het is mij een genoegen u mede te delen dat het zojuist is opgehouden met regenen.
Ik heb vele foto’s toegevoegd. Behalve het nieuwe album ‘Melbourne en omgeving’ met alle subalbums, staan er ook een paar nieuwe items in ‘Rugby League matches’.
Om de reizen ook geografisch een beetje te kunnen volgen heb ik op deze pagina een kaart gezet, waarop ik aangeef waar ik ben geweest. Tenslotte ook eindelijk informatie op deze pagina, hoewel dat voor de meeste van jullie weinig nieuws zal zijn.
Tot zover, ik groet u allen en tot de volgende keer maar weer!