Archive for April, 2007

Melbourne en omgeving

Wednesday, April 25th, 2007

Jaloers ben ik. Jaloers op jullie, met je zon en je 25 graden. Hier regent het, op zijn Nederlands, al twee dagen lang. Een bijzonderheid, als je de plaatselijke bevolking mag geloven. De temperatuur komt niet ver boven de 20 graden en ’s nachts heb ik het koud, daar ik in mijn immer optimistische denkwijze de dekbedvulling thuis heb gelaten. Jaloers! Maar toch niet echt, want ik ben hier en jullie zijn daar.
Ik schrijf op Anzac day, een dag waarop Australië haar militairen, veteranen en slachtoffers eert en gedenkt, door middel van gung-ho zuipen en het vergokken van een maandinkomen. Vanavond zal ook ik het glas heffen op alle vechtersbazen van dit uit de kluiten gewassen eiland, maar niet voordat ik jullie eens uitgebreid heb verteld wat ik de laatste week zoal heb meegemaakt.

Melbourne 1
Het is vrijdagochtend, 4 uur. Na een beleefdheidsslaapje van 3 uur staan Sandro en ik op om richting vliegveld te gaan. Na een dure shuttlebus, een nog duurder vliegtuig en een wat goedkopere shuttlebus, staan we berugzakt om 8 uur ’s ochtends in het centrum van Melbourne.
Hoewel we de imposante skyline van Sydney nog vers in het geheugen hebben liggen, verbazen we ons toch weer over de hoogte van diverse bungalows in erectie. Na met behulp van een significante hoeveelheid koffie het lichaam te hebben uitgelegd dat de ‘morgenstond’ niet op een vergissing berustte, togen wij richting eerste attractie; the Observation Deck van één van de Rialto Towers.
De hoogste van de twee Rialto Towers is tevens het hoogste kantoorgebouw van het Zuidelijk halfrond. Een kwieke lift bracht ons in 38 seconden naar de 55e verdieping, alwaar wij alle 360 graden van deze stad met haar 3,1 miljoen inwoners tot ons konden nemen. Ondanks dat het nog niet helemaal helder was, loog het uitzicht er niet om, getuige de foto’s.
Na een verheven observatie van het volledig orthogonale wegenstelsel van de binnenstad, zou men verwachten dat navigatie een stuk eenvoudiger wordt. Het tegendeel bleek waar. Ik weet natuurlijk al lang dat ik niet moet vertrouwen op mijn gevoel, herinneringen en paranormale ingevingen, als het aankomt op navigeren. Daarom had ik op vliegvelden en stations reeds allerhande kaarten verzameld, die gezamenlijk alle informatie van wegen tot en met waterleidingen bevatten. Deze geografische verslaglegging bleef gedurende de eerste dag echter voornamelijk in mijn rugzak, daar Sandro zeer consequent met absolute zekerheid wist te vertellen welke weg wij moesten inslaan om hopeloos te verdwalen. Dat deze manier van experimenteel rondstruinen van negatieve invloed op onze voetzolen was, moge duidelijk zijn.
Gelukkig kwamen we gedurende onze continue dwaalpartij toch leuke dingen tegen. Federation Square was relatief snel gevonden en van daaruit was de weg naar The Shrine of Remembrance en The Royal Botanical Gardens van relatieve eenvoud.
The Shrine of Remembrance is een gedenkteken voor alle Australische slachtoffers van alle oorlogen tot nu toe, al is het oorspronkelijk gebouwd ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Maar kennelijk is het iets globaals om monumenten en herdenkingen te recyclen voor nieuwe oorlogen.
Het is een innovatief herdenkingssysteem. Op het elfde uur van de elfde dag van de elfde maand, valt er een zonnestraal exact op een gedenksteen in het midden van het gebouw, (natuurlijk wel hopen op mooi weer). Op alle andere momenten van het jaar, en dat zijn er nogal wat, gebeurt dat niet. Geinig, als ik me zo onrespectvol mag uitdrukken.

In de namiddag hadden we afgesproken met Laura, een Melbournse die ik in Newcastle ontmoet had. We werden telefonisch naar een kroeg geleid. Aangekomen bij de kroeg twijfelden wij wederom aan ons vermogen tot spoorzoeken, daar wij werden verwelkomt door een rode loper. Vermoeid, ongeschoren, stinkend en in een overduidelijke toeristenmodus mochten wij na wat lullen toch naar binnen, hoewel onze namen niet op de gastenlijst stonden. Binnen probeerde ik een spoor van Laura te ontwaren in een omgeving van tapijt, cocktails en bejurkte en bekostuumde mensen, begeleid door trendy drum&bass van een diskjockey van twijfelachtige geaardheid. Na een tijdje kwam Laura uit een soort knuffelkamer en bleek het dat wij toch in de juiste toko waren beland. Kennelijk was er een feestje…
Na een telefoontje met mijn financieel adviseur besloot ik af te zien van de Dom Perignon cocktail van 150 dollar en vond ik mijn heil in een pauper glas bier. We babbelden wat af en na een tijdje vertrok Laura met haar vriendinnen richting vreetchinees en verlieten ook wij het pand.
Teruggekomen op het Observation Deck voor een prachtig uitzicht over Melbourne bij nacht, kwam er eindelijk een telefoontje van Sandro’s vrienden, waar wij zouden verblijven (zij waren net geland, na een weekje Tasmanië). Ik twijfelde even aan mijn Duits toen ik Sandro verwonderd hoorde vragen “Um die ecke?”, maar mijn kennis van het Zuid-Limburgs bleek gegrond, daar de mannen inderdaad vrijwel om de hoek woonde. We hadden dus een gratis verblijfplaats in het absolute centrum van Melbourne, met uitzicht op de wolkenkrabbers. Hoera!

De volgende dag togen wij naar The Melbourne Cricket Ground, Australië’s grootste stadion, voor een heuze pot Footy (Australian Rules Football). Met een capaciteit van 100.000 toeschouwers is dit stadion op zijn minst indrukwekkend te noemen. En doordat het voor deze wedstrijd voor 80% gevuld was werden de indrukken nog meer gewekt.
Het was de historische wedstijd Carlton – Essendon, twee Melbourne suburbs. Het spelverloop was absoluut uniek en de kranten noemden de wedstrijd één van de beste ooit gespeeld. Na het eerste kwartier (dat overigens een half uur duurt), stond Essendon voor met 80 tegen 16 of zoiets. Een besliste wedstrijd. Toch wist Carlton uiteindelijk te winnen met één goal voorsprong, da’s pas commitment.
De sport is een soort kruising tussen rugby en voetbal en wordt gespeeld op een reusachtig veld. Het duurt lang en heeft veel regels, maar gelukkig kon Laura ons het één en ander uitleggen. De foto’s geven hopelijk een kleine indruk.

’s Avonds pleegden we een stapje in St. Kilda, vergezeld door 4 locals. We zagen daar een koppeltje de liefde bedrijven en een conflict dat op het punt stond drastisch te escaleren. Een typische avond in St. Kilda, volgens onze gidsen.

De volgende dag hebben we zowaar gewinkeld, in de mode-hoofdstad van Australië. Ik ben nu in het trotse bezit van een heuse RipCurl broek en een Aussie wear shirt. Ik ben bijna klaar voor mijn naturalisatie.

Road trippin’ – Phillip Island
Maandag haalden we de huurauto op. Tot onze grote vreugde was er geen 3-deurs el-cheapo Hyundai Getz meer beschikbaar en kregen wij voor hetzelfde geld een 5-deurs automatisch geschakelde Mitsubishi Lancer met Airco, Abs en Cruise Control. Met het stuur aan de rechterkant moesten wij linksgeoriënteerd het centrum van Melbourne verlaten. Niet de makkelijkste opgave met het drukke verkeer en de abundante trams die je dwingen alle vermogen tot logisch denkwerk overboord te gooien, bij een beoogde bocht naar rechts. Afijn, ondanks dat we met onze ruitenwissers de richting aangaven (die hendeltjes zijn natuurlijk ook omgedraaid), kwamen we onbekrast de stad uit, op weg naar onze eerste bestemming; Phillip Island.

Elke avond bezoeken tientallen kleine pinguïns het strand van Phillip Island, om te kijken naar de wereldberoemde Human Parade: Grote groepen mensen staan op houten loopbruggen in de kou naar het water te staren en houden dat geruime tijd vol. In hun ogen is nog steeds de pijn te zien van het betalen van de hoge entreeprijs en deze pijn wordt versterkt door het heersende verbod op foto’s maken. Verveling slaat toe, omdat er eigenlijk niet zo veel te zien is en er ondanks de hoge entreeprijs niet eens iemand is die een interessant verhaal vertelt, of op andere wijze de onredelijke investering probeert goed te praten. Al met al is het een fantastische ervaring, voor de kleine, schattige, onschuldige pinguïns en ze kijken volledig gratis hun ogen uit.

Teleurgesteld reden wij verder op het anderzijds prachtige eiland op zoek naar een barbecue en een parkeerplek voor onze auto, tevens onze hotelkamer. In het toeristische doch idyllische Cowes vonden wij een openbare barbecue alwaar wij een significant deel van een koe hebben verorberd, om af te sluiten met diverse lappen kangoeroe. Met uitzicht op strand en oceaan enerzijds en een briljante sterrenhemel anderzijds (allen gratis), waren wij de pinguïndeceptie al gauw vergeten. Na nog een Possum in het wild te hebben gezien keerden wij terug naar de auto, alwaar wij werden bevestigd in ons vermoeden dat Aziaten geen comfort kennen, laat staan in hun auto’s verwerken. Doch, geïnspireerd door ons mooie uitzicht en een paar welverdiende pilseners, vatten wij de slaap.

Er moest ontbeten worden en omdat wij graag op echte Aussies willen lijken, getuige het kangoeroevlees, moest ook het ontbijt een Aussie tintje krijgen. Dit tintje was afkomstig van zuiver Australisch broodbeleg: Vegemite.

Vegemite, mijne dames en heren, is zonder twijfel de smerigste substantie die ik ooit met mijn tong beroerd heb. Met het uiterlijk, de geur en de smaak van het oorsmeer van Dhr. Ahmadinejad is dit waarschijnlijk het enige voedsel dat de ph-waarde van de maagsappen doet stijgen. De geur alleen al doet tranen verdampen, en bij contact met smaakorganen wordt het hele lichaam doordrenkt van zuur/zoute emotie. Een geluid van aaneengesloten medeklinkers ontsnapt aan de samengetrokken lippen en het gezicht vertrekt in manieren die tot dan toe onmogelijk werden geacht.
Geconcludeerd kan worden dat Vegemite puur kwaad in een potje is, en we hadden het kunnen vermoeden, van een fabrikant die zichzelf ‘Kraft’ noemt…

Om deze lijfstraf snel achter ons te laten hervonden Sandro en ik onze jeugd en onschuld in de speeltuin. Na deze korte full body work out stapten wij weer terug in bed, om verder te rijden richting het Zuid-Oosten.

Road Trippin’ – Wilsons Promontory National Park
Al enigszins gewend aan het links rijden vonden wij in ruim twee uur tijd het Zuidelijkste puntje van Australië (wanneer je Tasmanië even niet meerekent). De weg was prachtig, slingerend, heuvelachtig en bezaaid met bordjes die waarschuwde voor overstekende kangoeroes, wombats, koala’s en emu’s. De omgeving was kurkdroog. Het had in dat deel van Victoria al een paar maanden niet geregend en dit was duidelijk te zien. Er gold een code 4 waterrantsoen en de brandweer was in de hoogste staat van paraatheid.
Het park is een reusachtig bebost berggebied waar vele hikes van een halve dag tot drie dagen zijn uitgezet. Wij kozen de Lilly Pilly Gully Nature Walk, daar de Lonely Planet ons massa’s aan tam wildlife beloofde. Helaas bleef het aantal gespotte dieren beperkt tot één lelijke vogel. Ook de rest van het pad was een teleurstelling. Bos, bos en nog eens bos, met weinig afwisseling voor de niet-botanist.
Na een aantal uren lopen, kwamen wij aan op de top van Mount Bishop op 319 meter hoogte. En daar werd onze inspanning beloond. Het fantastische uitzicht over het park en de zee behoren ongetwijfeld tot één van de mooiste uitzichten die ik ooit heb mogen aanschouwen. Uiteraard vonden wij dit nog niet genoeg en we besloten wat rotsen te beklimmen, (op een manier die men die mij liefheeft ongetwijfeld zenuwachtig had gemaakt). Het uitzicht werd er alleen maar beter op en ik hoop dat de foto’s dat enigszins over kunnen brengen, ondanks het felle tegenlicht.

’s Avonds reden wij een lange weg terug naar het vliegveld van Melbourne, om in een weiland in de omgeving onder belangstelling van een paard, een tweede oncomfortabele, koude nacht in de auto door te brengen.

Road Trippin’ – Great Ocean Road
Woensdagochtendvroeg haalde we Zack van het vliegveld, vers uit Tazzie (Tasmanië). Gedrieën zouden we in twee dagen de Great Ocean Road rijden.
Om ook hier wat culturele bagage mee te geven: De Great Ocean Road is het grootse oorlogsmonument ter wereld, ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Na afloop van deze oorlog had Australië zo’n tien procent van de bevolking verloren (als ik me niet vergis) en waren de mannen die terugkwamen van het front tamelijk werkloos (er hoefde immers in Australië niks heropgebouwd te worden). Een slimme politicus kwam toen met de voorloper van de Melkertbanen en hij liet al deze veteranen een weg aanleggen, veelal uitgehouwen uit rots, langs de Oceaan in Zuid-Victoria. Een prima beslissing voor het land, want jaarlijks rijden miljoenen toeristen deze adembenemende kustroute, wat natuurlijk aardig wat brood op de spreekwoordelijke plank brengt.

Ook hier spreken foto’s hopelijk weer voor zich. Laat me slechts zeggen dat ik ongelooflijk mooie dingen heb gezien, dat ik geleerd heb geen ruzie te maken met de oceaan, die ontzettend ruig is daar (de kust ligt bezaaid met vergane schepen) en dat ik later aan zee wil wonen. Niet van dat laffe grijze, golfloze, koude Noorzeewater, maar een fatsoenlijke, blauwe surfoceaan met zonnebadende topmodellen die het verkrijgen van een egale lichaamstint over het gehele lijf, met uitzondering van de hoofdhuid, als levensdoel beschouwen.

De overnachting tussen beide dagen deden wij in Apollo Bay, in een hostel met ontzettend comfortabele bedden. Eindelijk, een fatsoenlijke nacht, al was hij natuurlijk weer kort.

Melbourne 2
Donderdagavond kwamen we terug aan in Melbourne, in dat prachtige, luxe appartement. Na weer een korte nacht leverden we ’s ochtends vroeg de auto in, 1500 kilometer dichter bij afschrijving, om vervolgens de laatste geheimen van Melbourne te ontrafelen.
Melbourne is een geweldige stad. Anders dan Syndey heeft het niet de superbekende attracties, maar het heeft wel de sfeer. De Melburnians zijn terecht ontzettend trots op hun enigszins Europees aanvoelende stad, waar altijd wat te doen is. Eén van de dingen die de stad tekenen zijn de trams die persoonlijke verplaatsing erg makkelijk maken.
Toch zijn er wel degelijk bezienswaardigheden. Eén daarvan is de 19e eeuwse Carlton Gardens met daarin het prachtige gebouw, gebouwd voor een wereldtentoonstelling, in diezelfde eeuw.

’s Avonds zou er grondig gefeest worden. Mijn nieuwe Duitse vrienden legden ons eerst een drinkspelletje uit, welke een duidelijke invloed zou hebben op de rest van de avond. Het is een geinig, simpel spelletje, met een spel kaarten, maar ik kan aanraden het alcoholische tijdverdrijf met bier te spelen in plaats van met wijn.
Danig beschonken zijn we vervolgens naar een feestje van uitwisselingsstudenten geweest waar ik een paar zinnen Italiaans heb geleerd die ik me niet meer kan herinneren, en ik in ruil daarvoor de Italiaanse heb uitgelegd hoe je in het Nederlands vertelt dat je je oma kwijt bent. Ze had talent.
Tevens had Sandro nog een Jack-Ass avontuur met een winkelwagentje, die helaas niet op de gevoelige plaat is vastgelegd (wel vol op zijn gevoelige plaat) en beloofde ik aan iedereen dat ik binnenkort langs zou komen, in al hun landen.
Vervolgens werd het uitgaanscentrum van Brunswick Street bezocht en zijn we tot laat in één of andere club blijven hangen, waar ik iedereen ben kwijtgeraakt om stomtoevallig weer iemand tegen te komen bij het aanhouden van een taxi. Wel zo handig, daar ik geen sleutel had.
Al met al was het een geweldige avond, maar helaas niet onvergetelijk. Ik moet jullie de details dan ook schuldig blijven. Wel weet ik nog precies hoe dat leuke spelletje werkt en die kennis neem ik, samen met het potje Vegemite, mee als souvenir, voor jullie, mijn vrienden.

De volgende dag; zaterdagmiddag, werd er weer teruggevlogen, teneinde zaterdagavond eindelijk weer in een comfortabel bed te liggen (de bugs lijken doodgegift te zijn), voor een fatsoenlijke nacht na een geweldige vakantie.

Rugby
In onze afwezigheid werden er in Newcastle kaartjes voor ons gekocht voor de rugbywedstijd Newcastle Knights tegen de Brisbane Broncos. Deze wedstrijd was tevens het afscheid van de beste rugbyspeler allertijde, die vanwege ernstig nekletsel zijn carrière moest beëindigen.
Het stadion zat stampvol, ruim 25000 mensen (stelt niet zo veel meer voor, na de Cricket Ground in Melbourne te hebben gezien), maar helaas zorgde dit er wel voor dat de laatste beschikbare kaarten, onze plaatsen, in het alcoholvrije gedeelte waren.
Het kijken van zinloos geweld is toch net even wat leuker met een pot bier erbij en alle kinderen rond ons heen hielden ons ook een beetje uit een aggresief meelevende sfeer. Toch wel weer leuk om te zien.

Op de terugweg werden we geconfronteerd met een meisje dat aan de andere kant van het perron een kerel aan het berijden was. Gewoon, op een bankje, in het volle licht, met een oudere treinwachtende vrouw ongemakkelijk in de buurt. De tweede keer dat ik openbare seks zie binnen een week, beide keren zonder er zelf een actieve rol in te spelen. Ik moet iets fout doen…
Hoe dan ook, we konden het natuurlijk niet laten om vanaf het andere perron wat flauwe grappen te maken, op een geluidsniveau dat voor hen nog net te horen was. Het werd de knaap wat te veel en alle gelaatsuitdrukkingen van genot maakten al snel plaats voor een frons van concentratie en onzekerheid. De ‘dame’ in kwestie probeerde in volle vaart het bloed op de juiste plaats houden, maar haar inspanningen bleken vergeefs.
Na afgestapt te zijn, vroeg ze de gechoqueerde oudere vrouw schaamteloos om een sigaret. Vergeefs. Ook vroeg ze aan ons of wij misschien wat nicotinerijk naspel konden verzorgen, maar bezorgd om haar gezondheid besloten wij dit niet toe te kennen, daar roken de gezondheid van haar mogelijke ongeboren vrucht wel eens zou kunnen schaden.
Grappig volk, die Australiërs…

Tot zo ver mijn avonturen. Rest mij nog een aantal dingen mede te delen:
Ik heb nog steeds geen apparatuur, wat dus betekent dat het slecht gaat met mijn stage.
Mijn langere verblijf is nog niet helemaal rond. Ik moet eerst nog een flinke pot ruzie maken met Gulf Air, die alle vormen van service en gezond verstand, samen met de vluchten van en naar Sydney, hebben afgezworen.
Hoe het ook zij, over een weekje of vier zit het eerste deel erop, en ga ik grandioos reizen, zelfs al moet ik uit financiële overwegingen mijn lichaam verkopen.
Het is mij een genoegen u mede te delen dat het zojuist is opgehouden met regenen.
Ik heb vele foto’s toegevoegd. Behalve het nieuwe album ‘Melbourne en omgeving’ met alle subalbums, staan er ook een paar nieuwe items in ‘Rugby League matches’.
Om de reizen ook geografisch een beetje te kunnen volgen heb ik op deze pagina een kaart gezet, waarop ik aangeef waar ik ben geweest. Tenslotte ook eindelijk informatie op deze pagina, hoewel dat voor de meeste van jullie weinig nieuws zal zijn.

Tot zover, ik groet u allen en tot de volgende keer maar weer!

Bedpartners, Sydney, Rugby en carrièrekansen

Tuesday, April 10th, 2007

Hmmm…. Alweer bijna een maand geleden sinds mijn laatste post, zo blijkt nu. De tijd gaat sneller dan de bedoeling. Het spijt me dat ik jullie zo lang heb laten wachten, maar in mijn verdediging: door de zomertijd lijkt het langer dan het daadwerkelijk is!
Het tijdverschil is overigens nog maar 8 uur, wij speelden hier namelijk ook met de klok, maar dan naar de wintertijd. De nachten worden kouder, mijn geld raakt op en een lichte vorm van sleur is onvermijdelijk, getuige deze late post. Maarrrr… speciaal voor jullie ben ik toch weer een paar keer op pad geweest om jullie van een leerzaam leeskwartier te kunnen voorzien:

Sleep tight, don’t let…
De bijbel zegt ons dat god na zes dagen noest doe-het-zelven gedurende de zevende dag rustte. Echter, niets is minder waar. De zevende dag moest god namelijk poepen. Met de nieuwe Gamma-krant trok hij zich terug op zijn hemelse toiletzetel, waar het toiletpapier zijdezacht is en de wc-eenden de mooiste melodieën kwaken. Enigszins geconstipeerd na zes dagen ophouden sproeide god kleine, harde keuteltjes neer op aarde. Deze keuteltjes zouden vanaf dat moment door het leven gaan als bed bugs.
Hoewel dit hoofdstuk tegenwoordig niet meer in de geschriften is terug te vinden, vanwege het poepembargo van Koning David in 950 voor Christus, is dit de enige logische verklaring voor het bestaan van bed bugs. Voor de mensen die niet bekend zijn met bed bugs, (in Nederland komen ze gelukkig niet/nauwelijks voor), bij deze een kort college:

Bed bugs, in oncharmant Nederlands ook wel omschreven als bedwantsen, zijn parasitaire insecten van tussen de 1 en 3 millimeter in lengte. Ze zijn zespotig, ovaal en tamelijk plat.
Overdag spelen ze graag verstoppertje, een spel waar ze door eeuwenlang oefenen uitermate behendig in zijn geworden. Elk kiertje, spleetje of hoekje is een potentiële verblijfplaats, maar men vindt ze doorgaans in en rond een bed. De reden voor dit, is simpel:
Gedurende de nacht komen de bed bugs uit hun bescheiden kraakpanden en vinden ze hun weg richting warmte, bloed en koolstofdioxide. Een combinatie van factoren die meer dan eens te vinden is rond een slapend, nietsvermoedend exemplaar van de homo sapiens, die na een lange dag hard werken vredig ligt te dromen.
Wanneer de bed bugs de persoon in kwestie hebben bereikt, (en ze zijn in staat om hiervoor talrijke obstakels te overwinnen), worden twee mondstukken, rietjes als het ware, oneervol in het vlees geprikt. Met één van de rietjes, zuigen de bugs gretig bloed, en zuiver om te pesten injecteren ze met het andere rietje, een betreurenswaardig gif in de schone slaper, resulterend in sterk jeukende zwellingen die enkele weken kunnen aanhouden.
Door de jaren heen zijn de bed bugs als volk uitgegroeid tot een creatieve beschaving. En tijdens hun nachtelijke steek- en slurppartijen creëren zij met veel plezier geraffineerde patronen op de huid van hun gastheer/vrouw. Meestal bijten ze een keer of drie op één klein stukje huid, waarmee een driehoek gevormd wordt. Maar kunstzinnige uitingen van 24 beten op een dergelijk klein oppervlak komen ook voor. Zo nu en dan trekken ze een rechte lijn langs een ader. Lengtes van een halve meter zijn hierbij niet onmogelijk, mits de benen van de gastheer/vrouw lang genoeg zijn.
Na het voedingsfeest bedrijven zij vluchtig, doch gepassioneerd de liefde met elkaar, verspreiden zij enkele eitjes, alsof het elke dag Pasen is, en verstoppen zij zich weer.

Het zal voor jullie geen verrassing zijn dat ik deze kennis niet heb verworven uit een diep gegronde etymologische interesse. Na een aantal weken begon het mij namelijk te dagen dat muggen doorgaans niet door schoenen heen steken en al helemaal niet 24 keer op dezelfde plek. En zo werd het mij duidelijk dat ik door god ben bepoept, om iemand de schuld maar te kunnen geven.
Een korte zoektocht binnen mijn vriend Wikipedia leerde mij dat het bestrijden van deze wonderlijke diertjes niet eenvoudig is. Ten eerste kun je ze bijna niet vinden. Uiteindelijk heb ik er drie gevonden: één die zich wat te rond had geslorpen en daardoor niet meer zo veel keuze in verstopplaatsen had, één die braaf was doodgegaan door gif in te ademen en één die ik op heterdaad kon betrappen na het zetten van mijn wekker.
Om de nachtelijke bezoekers stuk te maken heb ik diverse dingen geprobeerd. Ten eerste ben ik meer gaan drinken, in de hoop te moorden met secundaire alcoholvergiftiging. Helaas bleek mijn promillage niet hoog genoeg en nu zijn de beestjes extra gretig vanwege hun nieuwe alcoholverslaving.
Ten tweede ben ik creatief te werk gegaan met tape van de dubbelzijdige categorie. Aan de zijkanten van mijn matras zit momenteel een plakkerige strip die hopelijk in staat is zespotige indringers te hechten.
Ten derde ben ik nu een afnemer van Mortein high performance spray. Een spray die alles dood maakt wat het tegenkomt. De Australiërs hebben erg veel ervaring met ongedierte, behalve spinnen zijn er hier ook vooral veel grote kakkerlakken. En hierdoor hebben ze aardig wat ervaring in het gifmengen.
Momenteel ben ik door twee grote bussen spray heen en de nodige meters aan tape en het lijkt effect te hebben. De laatste nachten ben ik vrij gebleven van nieuwe beten en de meeste oude hebben eindelijk hun jeuk verloren. Dit is echter nog geen enkele garantie. Bed bugs kunnen namelijk 18 maanden overleven zonder te voeden en eitjes komen na vijf weken pas uit, dus ze kunnen elk moment weer opduiken. Uit voorzorg zorg ik er in ieder geval voor dat ik nooit ofte nimmer zonder boxershort ga slapen, ongeacht de warmte. Bed bugs zijn namelijk het actiefst één uur voor zonsopgang. En als er één plek is waar zich veel bloed bevind zo net voor het wakker worden…

De gevolgen van de bussen gif voor mijn eigen gezondheid zijn me ook nog niet helemaal duidelijk. Mijn intuïtie zegt me dat slapen op een vergiftigd bed wellicht niet echt bevorderlijk is voor de levensverwachting, maar de opdruk op de spuitbus geeft hierover geen uitsluitsel. Aan de andere kant; elke nacht lekgestoken worden is niet echt bevorderlijk voor algeheel functioneren en daarnaast lijkt het alsof je superaids hebt. De keuze is dus snel gemaakt…

Geef gul voor de slachtoffers van de wrede bed bugs op SWIFT: CTBAAU2S, Commonwealth Bank of Australia, branch Newcastle, BSB: 062815, Account: 281510313780, Mr. Paul S. Booij.

Roken
Het lijkt erop dat de gemiddelde Australiër zich niet zo druk maakt over de hoeveelheid gif die in een woning gespoten kan worden ter bestrijding van ongedierte, noch de hoeveelheid drijfgassen die hierbij vrijkomen om de hier toch al zwaar beschadigde ozonlaag te vernielen.
Dit alles is namelijk lang niet zo erg als, laten we zeggen, de gevolgen van tertiair roken, zijnde het schudden van de hand met iemand die een nicotinepleister draagt. Roken en alles wat ermee te maken heeft is namelijk zo’n beetje het ergste wat er bestaat, volgende de overheid hier. Ze hebben hier geweldig choquerende reclamecampagnes van wat roken wel niet allemaal met je doet. Geloof me, van de meeste risico’s hebben we in Nederland nog amper gehoord. Op stadsbussen zie je hier levensgrote foto’s van afstervende voeten en van gemuteerde tanden.
Om eerlijk te zijn, ik verdenk ze ervan dat ze een willekeurige roker die aan longkanker is overleden, drie maanden hebben laten ontbinden, om vervolgens van elk deel van het rottende lichaam foto’s te nemen. Zeggen dat blauwheid van de testikels het gevolg van roken is geweest is dan immers niet echt liegen.

Of de campagnes helpen weet ik niet, ik zie hier namelijk veel studenten roken. Wel kan ik met veel plezier mededelen dat roken hier in horecagelegenheden verboden is. Het is elke keer weer een verrassing om katerachtig wakker te worden zonder een penetrerende geur van tweedehands rook. Erg bevorderlijk voor de levensduur van je kleren.

Sydney
Zaterdag 31 maart was het zover, een bezoek aan de grootste stad van Australië: Sydney! Het was een perfecte dag, weertechnisch, met 25 graden, een strakblauwe lucht en aangename zon. Het was een minder perfecte dag, reistechnisch, met spoorwerkzaamheden en daardoor dus drieënhalf uur in een oncomfortabele bus. Voordeel hiervan is wel dat het binnenrijden van de stad over de imposante Harbour Bridge een stuk indrukwekkender is.
Ik kan hier natuurlijk lang uitweiden over mijn bezoekje Sydney, maar in deze spreken de foto’s voor zich. Laat mij alleen zeggen dat Sydney (en dan bedoel ik dat kleine toeristische stukje dat ik heb bezocht) een wonderschone stad is. De skyline is indrukwekkend, de bekendste attracties zijn gerieflijk bij elkaar gebouwd en je kunt er oneindig veel doen. Daarnaast lijkt de stad, op wat toeristgerichte Aboriginal muzikanten na, vrijwel vrij van zwervers, bedelaars en balletje-balletje-zigeuners, wat je het bijzonder prettige gevoel geeft dat je iedereen je camera kunt geven om je met de Opera House te kunnen laten fotograferen.

Zo rond de grote attracties kwam ik nog iemand tegen in een dikke trui, op zichzelf al wonderlijk genoeg, gezien het aangename weer. Wonderlijker was dat de trui de opdruk Eindhoven University of Technology had, hetgeen aanleiding was voor een kort praatje. De eigenaar van de trui bleek een student Technische Wiskunde, op stage in een Sydney suburb en hij had zijn vriendin voor de gezelligheid meegenomen. Zo kom je nog eens iemand tegen…

Na een korte stapsessie was de helft van de club moe (ik was er niet alleen, met mij waren Duitsers Sandro en Martin en Amerikaan Zack). Dus keerden wij terug naar Newcastle in een oneindig oncomfortabele nachtbus. Halverwege de rit begon een oude gek in de stoel naast mij plotseling zijn nietsvermoedende, slapende achterbuurman te slaan. Je blijft lachen met die Australiërs…

Easter break
Het zal jullie wellicht niet ontgaan zijn dat het Paastijd is. Hier in Australië is dat reden genoeg om twee weken vakantie uit te schrijven. Deze gelegenheid wordt door de gemiddelde internationale student, die hier een semester lang vakken volgt, aangegrepen om een leuk reisje te maken. In mijn vriendenclub is dat niet anders. Bijna al mijn vriendjes en vriendinnetjes bevinden zich nu ergens tussen Tasmania en North-Queensland. Slechts drie individuen, inclusief mijzelf zijn nog hier.
Ik was van plan netjes door te werken, daar mijn tijd hier voor de opdracht toch al beperkt is. Echter, ik kan momenteel geen klap doen, zoals ik hieronder verder zal uitleggen. Dus ben ik gedwongen ook maar wat vakantie te vieren.

Eergisteren (zaterdag) ben ik met Sandro naar een Rugby League wedstrijd gegaan. The Newcastle Knights tegen de Melbourne Storms. Echt een geweldig spel! Het gaat er erg ruig aan toe op het veld en des te rustiger op de tribunes. Het 25000 koppige publiek bestond voornamelijk uit gezinnen en wij hadden het genoegen naast een oneindig sympathieke Australiër te zitten die ons met genoegen de regels van de slachtpartij op het veld wilde uitleggen.
Het duurde niet lang voordat wij harder supporterden dan menig ander, en we waren uiterst verbaasd te merken dat er ook gemeend wordt geapplaudisseerd als de tegenstander scoort. Helaas verloren The Knights nipt, iets wat niet vaak gebeurt, want ze zijn nogal goed, maar dit leek niemand dwars te zitten. Even goede vrienden werd het stadion verlaten, na nog eens goed naar de Cheerleaders te hebben gekeken natuurlijk.
Als voetbalsupporters hier eens een voorbeeld aan zouden kunnen nemen…

In de komende paar dagen ga ik trachten nog wat zinnigs te doen, voordat ik vrijdagochtend het vliegtuig pak naar Melbourne. Daar zullen Sandro en ik drie dagen spenderen bij vrienden van Sandro die daar studeren. Vervolgens huren we een auto, gaan we Philip Island en The Great Ocean Road verkennen, waarvoor we Zack nog even bij het vliegveld oppikken. En na het inleveren van de auto vieren we nog twee dagen feest in Melbourne.
Als het een beetje meezit, hebben we een gids in de vorm van een Melbournse die ik hier een tijd geleden in Newcastle heb ontmoet. Het lijkt dus een geweldig reisje te worden, waarover ongetwijfeld later meer.

Stage…
En dan nog een korte update over het werk. Het is kut, om het maar eens in een drieletterwoord uit te drukken, teneinde deze lap tekst niet nodeloos lang te maken. Het probleem is dat ik al ruim twee weken bezig ben met een noodzakelijk detail dat nodig is voor de rest van mijn werk: foto’s
Ik heb stereofoto’s, of liever stereovideostreams van wegsituaties nodig. Het verkrijgen van deze data blijkt echter niet triviaal. Wat je nodig hebt zijn twee camera’s, onderling gefixeerd, gesynchroniseerd en gekalibreerd, die je m.b.v. een normale computer kunt aansturen en uitlezen.
Ik kreeg hiervoor in eerste instantie een prachtig stuk speelgoed in de vorm van een dure fpga-omgeving met twee cmos camera’s en uitgebreide interfacemogelijkheden. Het probleem was alleen dat ik alles bit voor bit moest programmeren, voordat ik het ook daadwerkelijk zou kunnen gebruiken. In overweging nemend dat ik zes jaar geen Verilog heb geprogrammeerd en vijf jaar geen C, gecombineerd met de afwezigheid van fatsoenlijke documentatie van de voorbeeldcode, schat ik dat een klus die me minimaal 4 weken zou kosten.
Vervolgens heb ik een poging gedaan met twee webcams. Echter, twee webcams op één computer is ook niet triviaal en het vinden van de juiste software die dit ondersteunt al helemaal niet. Ik heb nog nooit in zo’n korte tijd zoveel troep geïnstalleerd. Na een hoop saai probeerwerk heb ik het uiteindelijk wel enigszins aan de gang gekregen, maar naar alle verwachting is de outdoor kwaliteit van de webcams te laag om fatsoenlijk mee te kunnen werken.
Nu zijn we aan het zoeken naar professionele stereovision systemen. Ik heb al een paar prachtige dingen gevonden, maar ze zijn erg duur en het zal vast minimaal twee weken duren om het spul hier te krijgen. Ik wacht nu op een offerte van een Amerikaans bedrijf. De verwachting is dat het apparaatje minimaal 1000 dollar kost, maar dat vind mijn begeleider geen probleem.
Een ander alternatief zou kunnen zijn twee digitale camera’s met goede software ondersteuning, maar ik hoop dat we dat professionele ding kunnen krijgen. Dat zou me een hoop kalibreerwerk schelen.
Kortom, het gaat dus niet echt lekker, maar gelukkig buiten mijn schuld om.

Ondanks dit, wil men me hier nog steeds houden. Sterker nog, men heeft geld geboden en een aardig bedrag ook. Ik zit er dan ook aan te denken om na het reizen in mei, juni en juli terug te keren voor de maanden augustus en september en in die tijd hopelijk betaald mijn werk af te maken. Behalve de mogelijkheid tot resultaat, klinkt het financiële ook wel aantrekkelijk. Het leven hier is namelijk duur en het echte reizen moet nog beginnen. Die dollarkoers werkt ook niet echt mee.
De universiteit regelt mijn visum, dus dat zal wel lukken, maar er zijn nog een heleboel andere dingen die ik moet uitzoeken en uitrekenen. Bij mijn volgende post (wanneer die dan mag zijn) heb ik waarschijnlijk de knoop wel doorgehakt en dan zien jullie het wel verschijnen.

Tot zover voor nu. Ik doe mijn best mijn volgende post wat sneller te laten verschijnen, maar ik kan niks beloven. (Nou ja, kan wel, maar wil ik niet.)
In de tussentijd kunnen jullie een kijkje nemen bij de foto’s. Behalve de nieuwe albums van Sydney en de Rugby Match, staan er ook een paar nieuwe items onder ‘Campus en stage’ en ‘Strandplaatjes uit Newcastle’.
Daarnaast heb ik ook de volgende secties eens van een update voorzien: ‘Internship’ en ‘Did you know…’.

Cheers!