Reizen: Sydney tot en met Noosa Heads

June 19th, 2007

Geachte medemens,

Ik schrijf tot u, na een lange periode van stilte, vanuit het uiterst aangename Rainbow Beach. Een idyllisch klein kustplaatsje vol maagdelijke stranden en reusachtige zandduinen. Het wordt nu toch echt eens tijd om te schrijven over mijn belevenissen van de afgelopen maand, voordat ik ze vergeet. Dus bij deze genoeg over Rainbow Beach, waar ik nog maar net ben aangekomen en waarover ik technisch gezien dus nog geen recht van spreken heb. In plaats daarvan, een reisverslag, overzichtelijk ingedeeld op topografische basis en uiteraard alles kort en bondig, zoals jullie dat van me gewend zijn…

Sydney
Mijn tocht begon met een treinreisje naar Sydney, de meer dan prachtige stad waar ik eerder al over heb geschreven. Beschrijven hoe prachtig Circular Quay met het Opera House en Harbour Bridge is en hoe fantastisch vermakelijk Darling Harbour met het Aquarium, Maritime Museum, IMAX Theatre en talloze cafeetjes, zou dus zuivert redundant zijn. Laat mij dan toch nog de geneugten vermelden van het eten van een Hollands kroketje uit de oranje Utrecht-owned frituur en het plezierige bezoekje aan Taronga Zoo met Kim, een Sydneyse die ik op een feestje in Newcastle had ontmoet.
Tevens kan ik vermelden dat ik met plezier de kustwandeling van het beroemde Bondi Beach naar Coogee heb gemaakt. Een tocht met meer dan prachtig uitzicht.

Ik heb zo’n zes dagen doorgebracht in Sydney, iets langer dan gepland. Dit komt niet alleen door mijn passionele liefde voor de imposante wolkenkrabbers, noch voor de seksuele spanning van de abundante Koreanen, maar door de Rabobank. De Rabobank is namelijk zo vriendelijk geweest mijn creditcard te blokkeren. IJverig als ze zijn hadden ze glimmende, gloednieuwe pasjes naar mijn penthouse in Eindhoven vergestuurd. Dat ze de kaarten na twee weken postkantoorvertraging weer retour kregen, bleek helaas geen reden om de huidige pas niet te blokkeren. Op enige vermelding kon ik ook niet rekenen. Wel was ik in de voorgaande maand tot twee keer toe wakker gebeld omdat bezorgde Rabobankmedewerkers dachten dat ik wellicht geen student meer was en dat ik daardoor wel eens kortingen zou kunnen krijgen die niet meer voor mij bestemd zouden zijn. Een telefoontje om te vermelden dat je niet meer bij je geld kunt, bleek niet belangrijk genoeg.
Ik kwam er dus achter toen ik na vele uren consult met mijn leuke Frans-Canadese reisagente Véronique een riante hoeveelheid dollars moest neertellen, voor het door mij samengestelde pretpakket. Op dit verzoek gaf mijn creditcard niet thuis. Er zat dus weinig anders op dan het verschuldigde bedrag in termijnen te betalen, naar gelang de dagelijkse limiet van mijn lokale pinpas dat toeliet.
Dezelfde dag nog kreeg ik een telefoontje van immigratie, of ik zo vriendelijke wilde zijn mijn nieuwe visumaanvraag ook financieel te ondersteunen. Altijd prettig als je gedurende het toch al zo trage en fragiele visumproces te boek staat als armzalige sloeber.
Afijn, na de nodige telefoontjes en strenge, doch rechtvaardige e-mails, zijn de passen nu hopelijk per koerier op weg naar Hervey Bay, waar ik ze over een paar dagen kan ophalen. Eerst zien, dan geloven natuurlijk.

Blue Mountains
Na de administratieve rompslomp grotendeels afgehandeld te hebben, kon ik dan toch op de trein stappen richting Katoomba, een lieflijk plaatsje in de Blue Mountains. De Mountains zijn net zo blue als de blue gum tree blue is (niet dus), maar dat mag de pret niet drukken. Het is een onwaarschijnlijk prachtige omgeving met een gemiddeld uitzicht dat vele malen briljanter is dan elke Franse Alp.
Ik heb er een frisse wandeling ondernomen van 8 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds, het laatste stukje bergopwaarts rennend om de zonsondergang niet te missen. Men kan zich de reactie van mijn kuiten dan ook wel voorstellen toen ik de volgende ochtend bij de eerste zonnegloren ontwaakte.

In het hostel kwam ik een oudere man tegen in een oranje Sydney Olympische Spelen trui met een Nederlands vlaggetje in het midden. Het bleek een Australiër, die een Nederlandse ex-vrouw had. Geinige kerel, leuke gesprekken over Nederland, waar hij meer dan eens was geweest. Zijn overgeaccentueerde zinnetjes Nederlands waren ook bijzonder vermakelijk. Toen ik hem later dan ook nog Bavaria zag drinken, voelde ik me helemaal thuis. Snel naar de Bottle shop gerend voor een stapeltje Hollands beste, die daar spotgoedkoop waren omdat niemand het goedje kennelijk wil drinken. Des te beter…

Port Macquarie
De eerste plek van mijn tocht richting Noorden langs de Oostkust was (buiten nog een nachtje feesten met de vrienden in Newcastle) Port Macquarie. Een schattig klein plaatsje waar god schijnt te wonen. God heb ik er niet gezien, maar wel een kudde pelikanen, een stel speelse dolfijnen en 20000 hele grote vleermuizen. Door het bos lopen waar die gevleugelde ratten allemaal ondersteboven hangen te krijsen is al imposant, eronder staan als ze alle 20000 ’s avonds uitvliegen (niemand lijkt te weten waar naartoe) is ronduit indrukwekkend.
Het dorpje zelf kent een Break Wall, een soort van dijk, waar iedereen iets leuks op mag schilderen. De Lonely Planet, (de reizigersbijbel) beschrijft ondeugende toespelingen op de daad der daden. Helaas heb ik die niet mogen ontwaren. Wel allerlei andere spreuken in een breed scala van jostigehaltes.

Eén van de attracties is het Koala ziekenhuis, alwaar ik een gratis rondleiding genoot. Het was interessant, maar bovenal eng. De 200 vrijwilligers daar nemen hun werk namelijk uiterst serieus. Het is een volledig uitgerust ziekenhuis, waar de meest vreemde en absurde operaties op koala’s zijn uitgevoerd. Het varieert van het zetten van een simpele botbreuk als gevolg van een aanrijding, tot couveusebaby’s en gezichtsreconstructies.
Eén tamelijk misselijkmakend verhaal beschreef een koala die ternauwernood een bosbrand had overleefd. Meer dan 90 procent van het lichaamsoppervlak was 3e graad verbrand. Klauwen, oren en ogen waren weggebrand. Een stelletje huilies van het ziekenhuis heeft toen de onmenselijke en ondierlijke beslissing genomen het beestje te redden in plaats van te laten inslapen. Nu loopt er dus een blinde, dove, waarschijnlijk reukloze koala rond, die niet meer kan klimmen. Zeer nobel…
Afgezien van het waardeloze euthanasiebeleid doen ze natuurlijk wel goed werk, waaronder onderzoek naar chlamydia, een ziekte die koala’s op dezelfde manier beleven als mensen.

Het hostel waar ik verbleef was klein en gezellig, met een hoog hangmatgehalte. Erg druk was het over het algemeen niet. De eerste avond bevond ik mij plots in Nederland, met een Nederlands koppel dat in het hostel werkte en twee Groningse Janneke’s. De volgende dag was het gezelschap wat internationaler met een Duits meisje Wiebke, een stel Engelse meiden Lisa en Rachel en twee Canadese meiden Lauren en Raphaela. Al deze mensen en meer zou ik nog meerdere malen tegenkomen in de tocht Noordwaarts. De wereld aan de Oostkust van Australië is werkelijk klein en naast nieuwe mensen blijf je ook dezelfde gezichten tegenkomen.
Tenslotte werd in Port Macquarie een trend gezet in het drinkspelletje Kings. (Of Kingzen, voor de Brabanders)

Coffs Harbour
Het volgende plaatsje was Coffs Harbour, trotse eigenaar van de Big Banana. Samen met de Canadese en Engelse meiden kwam ik aan in een wederom gezellig hostel, waar het personeel goed haar best doet verveling te voorkomen. Dit manifesteerde zich voornamelijk in een dodelijk spelletje Kings in de eerste nacht, waar alles gebeurde wat de cursus verantwoord alcoholgebruik verbiedt.

De volgende dag, voor het eerst in 3 maanden op een fiets gestapt, (met een significante kater), om Coffs Harbour te verkennen. Allereerst naar de Big Banana gefietst. De Big Banana was het eerste absurd grote object. Het is simpelweg een grote, betonnen banaan. Als je dit al vreemd vindt, er is meer; er is een heus park omheen gebouwd, met allerlei banaangerelateerde zaken. Het is mogelijk allerhande banaangerechten te verorberen en er is zelfs een hypermoderne special effects bioscoop met films over, jawel… bananen. Uiteraard is er geen reet aan dit hele gebeuren, maar het is zo’n ding dat je gewoon gezien moet hebben. Dit is waarschijnlijk de reden voor alle andere grote dingen die in Australië te vinden zijn. Variërend van een ananas tot een kreeft en een garnaal die ik de volgende dag zou zien.

De volgende bestemming was de Clog Barn. Een klein madurodam met typisch Nederlandse gebouwen, voorafgegaan door een souvenirshop waar je alles kunt krijgen wat je in een doorsnee Amsterdamse souvenirshop vindt (afgezien van de drugsgerelateerde zaken). Het was een geinig parkje en als Nederlander kreeg ik nog een dollar korting ook.
Naast het miniatuurdorpje is ‘Big Oma’s Coffee House’, alwaar ik de beste kroket allertijden heb gegeten, met liefde handgevuld door Oma herself. Ook Opa nog even gesproken, maar die was na 35 jaar niet meer in staat fatsoenlijk Nederlands te spreken, dus dan maar in het Engels.

’s Avonds maakte een nieuwe kamergenoot zijn entree. Het was Daniel, uit Venezuela. Een bijzonder relaxte, ongeschoren gast met lang haar die een stuk ouder lijkt dan zijn 19 jaar. Met zijn privé-scholing in Engels heeft hij een perfecte Amerikaanse uitspraak en woordenschat. Een prima kerel, waar ik nu nog steeds samen mee reis. Er zijn slechts twee nadelen. Het eerste is dat hij erg langzaam loopt, wat bijna resulteerde in een gemiste bus in Brisbane. Het tweede is dat hij snurkt als een walrus met watervrees. Dit wordt dan weer gecompenseerd door zijn grote liefde voor pool biljart, een spel dat we ontzettend vaak spelen en waar we beiden bijzonder weinig chocola van hebben gegeten.

De volgende dag een waanzinnig saaie kanotocht gemaakt op het lokale beekje, alvorens de bus te pakken naar de volgende bestemming.

Byron Bay
Byron Bay, het beloofde land. Een plaatsje in het uiterste Noorden van New South Wales waar de klokken massaal zijn stilgezet in de jaren zestig. Een alternatief klein plekje, waar de lokale bevolking (sterk in de minderheid ten opzichte van de toeristen) opvalt door middel van bevlekte, doch kleurrijke kledij, een zoetige lucht en een uiterst stupide, doch volledig plantaardige uitdrukking op het gelaat. Het is een plaatsje waar MacDonalds en andere schurkachtige dierdenigrerende multinationals nog steeds geen voet aan de grond hebben weten te krijgen. Maar bovenal is het een schitterend plaatsje met prachtige stranden en een bijzonder relaxte sfeer.

Ik heb een week in dit geinige dorpje doorgebracht. Dit was wat langer dan voorzien, maar ik verbleef dan ook in The Arts Factory; een grote, bijzonder alternatieve camping/hostel combinatie voorzien van allerlei vermaak en gekkigheid. Men slaapt er niet alleen in de gebruikelijke hostelkamers, maar ook in tipi’s en afgedankte, omgebouwde lijnbussen. Er is een zwembad met bijzonder aangename warmwateroptie, er zijn pooltafels, er is een restaurant, een bar, een sauna en zelfs een heuse bioscoop, compleet met grote glitterbol en de meest comfortabele zetels allertijden. Er zijn gratis workshops in wazige dingen, en er zijn allerlei avondactiviteiten. Bovenal zijn er een heleboel leuke en interessante mensen.
Er is zoveel goeds aan de Arts Factory, dat je de slechte dingen maar al te graag voor lief neemt. Eén van de slechte dingen was het feit dat je potten en pannen bij de receptie moest ruilen voor geld alvorens te koken. Dit heikele punt is echter makkelijk opgelost door deze complexe stap op te slaan en direct voedsel voor geld te ruilen.
Een ander punt was de bijzonder laakbaarheid van de douches. Met een sproeikop, herstel sputterkop, op tepelhoogte was het wassen van de haren met recht een lichamelijke uitdaging te noemen. Neem daarbij in overweging dat ik in een doorsnee urineringsessie, een grotere hoeveelheid vloeistof in kortere tijd en met grotere nauwkeurigheid de wereld in kan helpen, als de hele rij douches gecombineerd. Dit geeft een beeld van de obstakels die overwonnen dienen te worden, teneinde een zeker peil van persoonlijke hygiëne te waarborgen. Misschien is het daarom dat hippies altijd zo stinken…

Wiet is aan de orde van de dag in The Arts Factory. Het is behoorlijk verboden in Australië, maar op het Arts Factory terrein wordt het gedoogd, al doen de bordjes anders vermoeden. Een belangrijke reden hiervoor is het nabijgelegen legendarische dorpje Nimbin. Nimbin is net als Amsterdam, waarbij je alle residentiële, commerciële en prostituele panden wegdenkt. Andere mensen beschrijven het als een kleurrijke straat waar je werkelijk overal wiet en geinige koekjes kunt kopen. Daarnaast is er ook een heel groovy museum waarvoor je bijzonder stoned moet zijn om het ten volle te kunnen waarderen.
Al met al een populaire bestemming voor een dagtrip (zowel letterlijk als figuurlijk), al is het alleen maar voor de mafketels die er daadwerkelijk wonen.

Eén van de avondactiviteiten was een talentshow, waarin een aantal backpackers de gitaar greep om veelal een geweldig optreden te verzorgen. Een andere activiteit was de quizavond, die ondergetekende samen met het Duitse meisje; Wiebke en twee Engelse meisjes; Nikki en Ria, heeft gewonnen. Hierin moet vermeld worden dat dit voornamelijk ten verdienste van Nikki was, die de meest zinloze kennis wist op te lepelen als ware het custard. De prijs was er echter niet minder om; 26 dollar en een gratis surfles.

Surfen was één van mijn hoofdactiviteiten in Byron Bay, buiten goon (wijn uit een doos) drinken en pool spelen. Ik had van te voren twee lessen geboekt die beide bijzonder goed gingen. Bij de eerste golf kon ik al staan en aan het einde van les twee begon ik langzaam te sturen.
Bij mijn gratis les, bij een ander bedrijf, kwam ik er echter achter dat men het me verkeerd had geleerd (switchfoot), waadoor ik weer opnieuw moest beginnen. De les was echter ontzettend veel beter dan mijn eerdere twee en ik had de smaak alweer snel te pakken. Ik ben dan ook zeker van plan zo af en toe eens een surfbord te huren, in mijn tocht richting het Noorden.
Denk nu overigens niet dat ik nu cool ben en dat ik met souplesse en heldenmoed metershoge golven bedwing. Het is nog steeds laf aankloten op een kleine, vaak al gebroken, golf die me rechtstreeks naar het strand brengt. Maar het begin is daar.
Een leuk detail aan de laatste surfles waren de dolfijnen die een kijkje kwamen nemen. De meeste bleven op afstand, maar één kwam recht op me af. Eerst zag ik de vin met significante snelheid naderen, de Jaws-soundtrack bonzend in mijn hoofd als een ritmische kater. Daarna zag ik door het heldere water gelukkig al snel dat het een dolfijn betrof, waardoor mijn hartslag weer langzaam afnam.

Eén van de meest kleurrijke figuren die in The Arts Factory rondliep was Az. Az is een 32-jarige Australiër die na een aantal jaren afwezigheid weer was teruggekeerd naar Byron. In die jaren afwezigheid was Az zowel een wonderkind in wiskunde, waardoor hij ongelimiteerd budget kreeg om tijdreizen en teleportatie te onderzoeken, was hij een grote jongen in de oliebusiness en in de filmindustrie en weet hij erg veel van technologie. Wat voor wiskunde, films of technologie precies de eer van zijn aandacht verdienden bleek helaas telkens reden voor verandering van onderwerp.
Dat andere onderwerp was meestal energie. Az ziet namelijk energiestromen tussen mensen en dingen en wie weet wat nog meer. Az ziet vrouwen met zijn linkeroog en mannen met zijn rechteroog. Hij heeft kristallen om de energiestromen te manipuleren en modificeren en roept om de zoveel tijd ‘schwing’. Tussendoor de lettergrepen van zijn kleurrijke verhalen neemt hij de nodige alcohol en marihuana tot zich, om vooral in zijn eigen speciale wereldje te blijven.
Al met al een vriendelijke, rustige, zij het soms wat vermoeiende kerel die geen betere plek voor zijn bestaan had kunnen uitzoeken dan Byron Bay. Net voor mijn vertrek is deze goedaardige sukkel toch het hostel uitgeknikkerd, vanwege nachtelijke misdragingen. Daar kon de arme man echter niets aan doen. Er had namelijk een snoodaard ’s nachts met zijn energie lopen knoeien, terwijl Az lekker lag te dutten. Geheel terecht kwam de (slaap)dronken Az verhaal halen, bij niemand in het bijzonder, met luide stem en gebalde vuist. Ik probeerde de boel nog te sussen door hem te vertellen dat de energieverontreiniging waarschijnlijk een onschuldig ongelukje was van iemand. Immers, aurabevlekking heerste enorm die week. Daarnaast viel mij op dat hij zijn biostabiel verkeerd om droeg, wat natuurlijk vragen is om problemen. Niets mocht echter baten en Az werd de volgende dag gevraagd het perceel te verlaten. Wederom een onschuldig slachtoffer van de zenloze multinationals…

Surfers Paradise
In reusachtig contrast tot het alternatieve, relaxte Byron Bay, is de volledig overbebouwde Gold Coast in Zuid-Queensland, met als meest toeristische het wolkenkrabberstadje Surfers Paradise. Alles hier draait om twee dingen; strand (waar je na drie uur ’s middags in de schaduw van de flats ligt) en uitgaan. Het is dan ook niet verrassend dat het straatbeeld wordt gedomineerd door straalbezopen, asociale volgevreten Britten die maar wat graag een robbertje vechten. Daarnaast vind je hier alle dure designerkleding, zonnebrillen en juwelen die je hartje je lief is en concurreert het ene skydivebedrijf, het andere de grond in. Al met al, best een geinig plaatsje voor een paar dagen, met stapels mooie vrouwen om te compenseren voor die lelijke Engelse zatlappen.

In de avonden een tweetal keren goed uitgegaan in een verscheidenheid aan clubs waar het aantal vreemde taferelen samen met het algemene dronkenschap hand over hand toenam. Aan het eind van elke avond brachten Daniel en ik een bezoekje aan de Subway, voor de nieuwe Hickory BBQ Pork Riblet Sub. Een zuiver Amerikaanse Sub die de cowboy in je naar boven brengt. De reclame voor het broodje is in een hilarisch Texaans accent, afgesloten met een veelzeggende ‘Jeeyhaa’! Een nieuw stopwoordje, dat samen met het ‘schwing’ van Az mening stil moment het zwijgen oplegt, of de concentratie verstoort in een potje pool.

De laatste dag in Surfers Paradise stond in het teken van watersport. Eerst een half uurtje op de Jetski, met 90 kilometer per uur over het water, al manoeuvrerend om de persoon achterop water te laten happen. Met succes. Een onwaarschijnlijk vermakelijke activiteit.
Vervolgens met een parachute achter een speedboot om vanaf hoogte de pracht van de baai te aanschouwen, met de imposante skyline in de achtergrond. Ook parasailen is iets wat ik graag mag doen, zo bleek al gauw.

Brisbane
Brisbane is met anderhalf miljoen inwoners de hoofdstad van Queensland. De stad wordt verdeeld in een Noordelijk en Zuidelijk deel door de Brisbane River. Het is een uiterst aangename stad, op nummer 1 van de Australische steden waar ik best zou willen wonen, gevolgd door Melbourne en Sydney. Er zijn tal van mooie, ‘oude’ gebouwen (echt oud natuurlijk niet, want het land bestaat nog maar net in zijn huidige vorm) en een hele stapel mooie parken en openbare plaatsen. Zo is er het kunstmatige strand (Brisbane ligt namelijk niet direct aan de kust), inclusief strandwacht, de botanische tuinen en een soort klein stadion waar op een groot scherm gratis sportevenementen en films worden getoond. Er hangt een fijne sfeer die doet vermoeden dat je in een groot dorp rondloopt, in plaats van een grote stad.

Het hostel was minder prettig, om het zacht uit te drukken. We sliepen in een kamer die stonk alsof er zojuist iemand in hoekje eten had zitten recyclen. Van de acht bedden waren er 4 gevuld met ongedouchte Koreanen die de hele dag stripverhalen zaten te lezen op hun notebook. Bij elke vlucht uit het stinkende slaaphol, bleef de deurklink achter in je hand. Een euvel dat volgens de manager de volgende dag verholpen zou worden en dat al een week lang.
In de badkamer werkte er van de drie kranen maar één, de keuken had geen borden en bestek, die konden tegen borg bij de receptie opgehaald worden. Kortom; het hele gebeuren stond op instorten. Het enige lichtpuntje is dat het op instorten stond op een bijzonder gunstige locatie centraal in het centrum.

Eén van de dagen zijn we naar het Lone Pine Koala Sanctuary gegaan. ‘Wij’ zijn in dit geval Ria, Daniel en ik. Het ‘Lone Pine Koala Sanctuary’ is in dit geval een bijzonder gaaf park stampvol met voornamelijk Australische dieren. Hier is het dat ik op de foto ben gegaan met een koala, die zeer attent een brok verwerkt voedsel op mijn hand achterliet en waar ik tientallen kangoeroes heb gevoerd. Daarnaast ook nog wat andere diertjes bekeken, zoals de Cassowary, een lelijk en gevaarlijke vogel uit Noord-Queensland. Geconcludeerd kan worden dat kangoeroes ontzettend gaaf zijn!

Noosa Heads
De volgende bestemming was een plaatsje in de Sunshine Coast; Noosa Heads. Een populaire vakantiebestemming voor zowel buitenlanders als Australiërs. Het heeft uiteraard prachtige stranden en een mooi klein nationaal park waar ik mijn eerste koala in het wild heb gezien.

Het hostel was geweldig, een verademing na de overnachtingsverschrikkingen in Brisbane. Het was een soort bungalowpark/camping combinatie waarin je met 8 personen een keuken, een huiskamer en twee badkamers deelde. Het beste van allemaal was dat de plek bezaaid was met kangoeroes! Zo zat je ’s avonds je zelfgemaakt pizza te eten en keek je recht in de bedelende ogen van een schattige kangoeroe. De kangoeroe was uiteraard succesvol.
Het enige nadeel aan het hostel was, ironisch genoeg ten opzichte van het hostel in Brisbane, de locatie. Het bevond zich 20 minuten met de bus ten Noorden van Noosa Heads en je moest met een pontje over, dat zeer beperkt beschikbaar was. Het was een klein offer dat graag werd gedaan.

Tot zover, voor nu. Inmiddels zit mijn tijd in Rainbow Beach er alweer bijna op (dit stuk is in meerdere sessies geschreven) en morgen vertrek ik naar Hervey Bay om van daaruit naar het prachtige Fraser Island te gaan. Maar daarover later meer.
Om jullie toch een beetje een goed gevoel te geven over het relatief immens saaie Nederland; het is bij jullie (voorlopig) een stuk warmer dan hier. Laat dat een troost zijn, maar geen reden om niet als de sodemieter een vakantie naar Australië te boeken!

Live Update

May 22nd, 2007

Gegroet,

Bij deze een live bericht. Live, jazeker, direct on the fly toetsaanslagimprovisatie. Hoe dat komt? Nou, ik zit hier gratis te internetten terwijl een charmante reisagente mijn boekingen vastlegt.

Zojuist hebben we een puik pakketje geluk samengesteld, bestaande uit een tweedaagse surfopleiding in Byron Bay, een driedaagse 4WD safari op Fraser Island, een driedaagse zeiltocht op een snelle catamaran rondom the Whitsunday Islands, een rafting tocht op de Tully River en een vijfdaagse duikcursus waarvan drie dagen en nachten op een jacht, inclusief nachtduik. Al deze zaken met open datum, zodat ik nog alle vrijheid heb alle andere plaatsjes te ontdekken.

Sydney bevalt verder ook prima. Morgen of overmorgen ga ik naar de Blue Mountains.
Gister was er een grappig feestje in de bar onder het immense hostel. De zogenaamde Crab races, waarin ze een emmer krabbetjes op een speelveld gooien en degene die het eerst aan de rand van het veld is wint. Dat wil zeggen, de persoon die op die krab heeft gewed. Gedurende dit festijn was pils voor een aangenaam tarief verkijgbaar.

Gedurende de avond heb ik vele conversaties gevoerd met vele dames uit vele landen. De laatste met een dame uit Zuid-Korea. De conversatie was kort. Ze vroeg waar ik vandaan kwam, ik antwoordde waarheidsgetrouw. Koreaanse volksheld Guus Hiddink kwam kort ter sprake en de conversatie werd afgesloten door haar brutale vraag of ze me mocht kussen.
Uiteraard was ik oprecht verbaasd over deze plotse wending van een anderzijds uiterst onderhoudende conversatie. Ik wilde haar net vragen hoe ze dacht over de vernieuwde Noord-Zuid Koreaanse verhoudingen na het openen van de grens voor treinverkeer en hoe dit een plaats had in haar spirituele welzijn. Haar vraag echter dwong me tot een andere reactie.
Het leek me een goed plan om eerst te verifieren of ik haar verzoek goed had begrepen. Ik opende mijn mond teneinde een goede articulatie te bewerkstelligen in de toch wat uitdagende acoustic die een druk café eigen is.  Echter, voor mijn eerste lettergreep de rokerige lucht in trilling bracht, bracht mijn gesprekpartner haar tong in. Een duidelijk antwoord op mijn ongestelde vraag.
Afijn, spontaan gekusd worden door een aantrekkelijke Aziatische is niet het ergste wat er op een maandagavond kan gebeuren. Het had echter een stuk aangenamer kunnen zijn wanneer ze over enige vorm van talent voor deze activiteit beschikte. Romantiek was ver te zoeken en voor de toeschouwer moet het hebben geleken alsof ze mijn gezicht opat. Toen ze daarna ook nog wild begon te graaien naar zaken die in een openbare plaats niet openbaar gemaakt dienen te worden (gelukkig waren haar armen te kort), leek het mij verstandig deze relatie spoedig te beëindigen. Toen de dame in kwestie haar neus ging poederen, greep ik de kans en nam ik de benen.
Guus Hiddink, bedankt…

Inmiddels is de charmante reisagente, een Canadese, vrijwel klaar met de boekingen, dus het wordt tijd deze live update te beëindigen. Laat mij slechts nog zeggen dat ik hoop dat Guus Hiddink snel Canada gaat coachen…

Het reizen kan beginnen!

May 14th, 2007

Geachte familie, vrienden en andere digitaal verdwaalden, bij deze een kort berichtje geschreven op een katerachtige zondagavond, vijf dagen voor de aanvang van een riante reisperiode. In deze editie vinden jullie eindelijk de verlossende woorden over mijn al dan niet langer blijven, mijn reisplannen en de staat van mijn stage.

Langer blijven
Gedurende lang uitzoekwerk, nabellen en rondmailen stapelden lafhartige geldvragende instanties zich op. Men heeft vrij snel door dat je aan de andere kant van de wereld zit, en dat je van hun diensten afhankelijk bent en dat betekent natuurlijk kassa.
Het grootste probleem is mijn luchtvaartmaatschappij Gulf Air, die weigeren mij na 7 augustus terug te laten vliegen. Er zit dus niets anders op dan het ticket te annuleren en een nieuw enkeltje Amsterdam aan te schaffen. Een aardigheidje van zo’n € 700,-.
Daarnaast laat ook de Rabobank zien dat ze graag met je meerekenen. Een uitbreiding van de dekking van mijn doorlopende reisverzekering, van 6 maanden naar 8 resulteert in een verviervoudiging van mijn jaarpremie. Ik dacht het dus niet…
Dan is er natuurlijk nog een nieuw visum nodig. De € 100,- die dit kost is nog te overzien, het feit dat de formaliteit makkelijk een maand of 3 kan duren is vervelender.

Al met al dus kwesties die een extra twee maanden stage financieel bijzonder onaantrekkelijk leken te maken. Gelukkig voor mij had de universiteit hier nog een kruiwagen geld over en zijn ze niet te beroerd om de inhoud hiervan op mijn bankrekening te storten. Gunstig.
Met dit goede argument van de universiteit was ik dus overtuigd en ik vertel dan ook met plezier dat ik voor de maanden augustus en september terugkeer naar Newcastle, om bij wijze van goed betaalde baan wat verder te knutselen aan mijn stage.
Begin oktober verwacht ik weer voet te zetten op Nederlandse bodem. Nu alleen nog hopen dat dat visum een beetje opschiet…

Reisplannen
Maar voordat het zover is moet ik eerst nog 10 zware weken reis en feest zien door te komen. Een uitdagende opgave.

De plannen, hoewel nog niks vastligt en alles nog kan veranderen, houden het volgende in:
Vrijdag vertrek ik naar Sydney, voor een paar dagen, alvorens ik een aantal dagen ga doorbrengen in de nabijgelegen, prachtige Blue Mountains.
Na deze oogtraktatie begin ik aan een busreis langs de Oostkust met als eindpunt Cairns. Nu heb ik een hekel aan lange busreizen, maar gelukkig heeft men speciaal om die reden na elke tweehonderd kilometers een geinig stadje gebouwd waar van alles te doen is.

Om het kort en zakelijk te houden, hier een lijstje van plaatsen die ik plan te bezoeken en de activiteiten aldaar:
Nelson Bay, de dolfijnhoofdstad van het land en tevens plek waar de beste meat pie te verkrijgen is.

Port Macquarie
Coffs Harbour, voor misschien wat rafting of eventueel alvast het halen van mijn duikcertificaat.
Byron Bay, het Oosterlijkste puntje van Australië
Nimbin, een hippiestadje met partieel Nederlandse wetgeving.
Brisbane, de grote stad
Surfers Paradise, toch even een kijkje nemen in de overbouwde Gold Coast.
Noosa
Rainbow Beach, aan de Sunshine Coast, één van de toegangspunten tot Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. Daar wil ik een driedaagse 4wd tour maken.
Town of 1770, gefeliciteerd met het 237 jarige bestaan.
Rockhampton, de biefstukhoofdstad van Australië met tevens wat geinige grotten in de buurt.
Mackay, voor een fijne jungletour
Airlie Beach, toegangspoort tot de schitterende Whitsunday Islands, alwaar ik een driedaagse zeiltocht wil maken.
Townsville
Mission Beach, waar vrij ruig geraft kan worden
Cairns, toegangspoort tot het Great Barrier Reef, alwaar ik wil gaan duiken en misschien zelfs wel haaien wil voeren (in een georganiseerde tour, dus niet amateuristisch met ledematen). Tevens startpunt voor meerdaagse safari’s in het regenwoud, richting het bekende Cape Tribulation en/of het afgelegen Cooktown.

In alle bovenstaande plaatsjes zal uiteraard overdreven veel strand, zee en nachtleven verkend worden, alsmede de rondliggende regenwouden en rivieren. Waarschijnlijk zal ik eindelijk eens een paar surflessen nemen.
Al met al verwacht ik met deze tocht een week of 7 zoet te zijn. Hen die wiskundig aangelegd zijn, kunnen dan gemakkelijk berekenen dat er dan nog een week of 3 over is.
Wat ik in deze tijd ga doen, is nog niet zeker, maar ik heb interesse in de 11 day Darwin to Alice Springs tour, waarvan de beschrijving hier te vinden is.

Mocht doorklikken te veel werk zijn; enkele hoogtepunten zijn de bekrokodilde Mary River, Park Kakadu, Katherine, Tenant Creek, Devils Marbles, Alice Springs, kameelrijden, Uluru, Kata Tjuta, Kings Canyon en heel veel zand en leegte.

Ik zal proberen zo af en toe iets op de website te gooien. Ik neem de laptop mee, zodat ik zo af en toe wat hersenspinsels in bits kan vertalen. Als het een beetje meezit komt er dus over bovenstaande plaatsjes uitvoerige informatie.

Afscheid
Maar er zijn ook vervelende aspecten aan dat hele reisgedoe, zoals afscheid nemen van je nieuwe vrienden. Aangezien iedereen hier nog een tijdje doorstudeert, (tot het eind van het semester eind juni), ben ik de eerste die weggaat. Tegen de tijd dat ik weer terug ben, is iedereen weer terug in het land van herkomst.

Afscheid nemen is natuurlijk nooit leuk, maar op één of andere manier is het altijd draaglijker wanneer er gezorgd wordt voor een alcoholische en feestelijke atmosfeer. Zo had ik gisteren een afscheidfeestje waar ik me erg heb vermaakt. Steph en Alena hadden een filmpje gemaakt van gave foto’s met geweldige muziekondersteuning. Echt een fantastisch cadeau waar je bijna emotioneel van zou worden. Hij staat nu op de foto pagina, dus zeker even kijken! Kan wel even duren, want hij is ruim 8 mb groot. (Mocht het via de fotopagina niet werken, hier kun je hem downloaden, rechts klikken, ’save link as’.)

Dinsdag zal ik voor de voorlopig laatste keer richting Irish Pub gaan voor de Trivia night en woensdag wordt het stappen als nooit te voren. Maar daarna zal ik de meeste mensen niet meer zien, totdat ik ze ga opzoeken in Engeland en Duitsland (wat zeker gaat gebeuren) en Amerika (wat iets langer op zich zal moeten laten wachten).

Stage
Het gaat goed met de stage. Ondanks het gebrek aan apparatuur heb ik toch wat leuke vorderingen kunnen maken en ik denk wel tot een aardig resultaat te kunnen gaan komen.
Inmiddels is er een prachtig stukje speelgoed voor me besteld, ter waarde van 2500 dollar, en hopelijk ligt dat voor me klaar als ik in augustus terugkom, afhankelijk van de universitaire bureaucratie.
Komende week ga ik eens wat verslaglegging doen, opdat ik na 10 weken feest nog kan achterhalen waar ik ook alweer mee bezig was.

Tot zover deze korte en ietwat saaie update. Ik zal mijn best doen in de volgende post weer wat meer nutteloze details te betrekken, teneinde het algemene leesplezier te verhogen.

Rest mij jullie allen bijzonder veel groeten te doen. Dus bij deze.

Ps: Er staan wat nieuwe foto’s in het album Newcastle surroundings.

Melbourne en omgeving

April 25th, 2007

Jaloers ben ik. Jaloers op jullie, met je zon en je 25 graden. Hier regent het, op zijn Nederlands, al twee dagen lang. Een bijzonderheid, als je de plaatselijke bevolking mag geloven. De temperatuur komt niet ver boven de 20 graden en ’s nachts heb ik het koud, daar ik in mijn immer optimistische denkwijze de dekbedvulling thuis heb gelaten. Jaloers! Maar toch niet echt, want ik ben hier en jullie zijn daar.
Ik schrijf op Anzac day, een dag waarop Australië haar militairen, veteranen en slachtoffers eert en gedenkt, door middel van gung-ho zuipen en het vergokken van een maandinkomen. Vanavond zal ook ik het glas heffen op alle vechtersbazen van dit uit de kluiten gewassen eiland, maar niet voordat ik jullie eens uitgebreid heb verteld wat ik de laatste week zoal heb meegemaakt.

Melbourne 1
Het is vrijdagochtend, 4 uur. Na een beleefdheidsslaapje van 3 uur staan Sandro en ik op om richting vliegveld te gaan. Na een dure shuttlebus, een nog duurder vliegtuig en een wat goedkopere shuttlebus, staan we berugzakt om 8 uur ’s ochtends in het centrum van Melbourne.
Hoewel we de imposante skyline van Sydney nog vers in het geheugen hebben liggen, verbazen we ons toch weer over de hoogte van diverse bungalows in erectie. Na met behulp van een significante hoeveelheid koffie het lichaam te hebben uitgelegd dat de ‘morgenstond’ niet op een vergissing berustte, togen wij richting eerste attractie; the Observation Deck van één van de Rialto Towers.
De hoogste van de twee Rialto Towers is tevens het hoogste kantoorgebouw van het Zuidelijk halfrond. Een kwieke lift bracht ons in 38 seconden naar de 55e verdieping, alwaar wij alle 360 graden van deze stad met haar 3,1 miljoen inwoners tot ons konden nemen. Ondanks dat het nog niet helemaal helder was, loog het uitzicht er niet om, getuige de foto’s.
Na een verheven observatie van het volledig orthogonale wegenstelsel van de binnenstad, zou men verwachten dat navigatie een stuk eenvoudiger wordt. Het tegendeel bleek waar. Ik weet natuurlijk al lang dat ik niet moet vertrouwen op mijn gevoel, herinneringen en paranormale ingevingen, als het aankomt op navigeren. Daarom had ik op vliegvelden en stations reeds allerhande kaarten verzameld, die gezamenlijk alle informatie van wegen tot en met waterleidingen bevatten. Deze geografische verslaglegging bleef gedurende de eerste dag echter voornamelijk in mijn rugzak, daar Sandro zeer consequent met absolute zekerheid wist te vertellen welke weg wij moesten inslaan om hopeloos te verdwalen. Dat deze manier van experimenteel rondstruinen van negatieve invloed op onze voetzolen was, moge duidelijk zijn.
Gelukkig kwamen we gedurende onze continue dwaalpartij toch leuke dingen tegen. Federation Square was relatief snel gevonden en van daaruit was de weg naar The Shrine of Remembrance en The Royal Botanical Gardens van relatieve eenvoud.
The Shrine of Remembrance is een gedenkteken voor alle Australische slachtoffers van alle oorlogen tot nu toe, al is het oorspronkelijk gebouwd ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Maar kennelijk is het iets globaals om monumenten en herdenkingen te recyclen voor nieuwe oorlogen.
Het is een innovatief herdenkingssysteem. Op het elfde uur van de elfde dag van de elfde maand, valt er een zonnestraal exact op een gedenksteen in het midden van het gebouw, (natuurlijk wel hopen op mooi weer). Op alle andere momenten van het jaar, en dat zijn er nogal wat, gebeurt dat niet. Geinig, als ik me zo onrespectvol mag uitdrukken.

In de namiddag hadden we afgesproken met Laura, een Melbournse die ik in Newcastle ontmoet had. We werden telefonisch naar een kroeg geleid. Aangekomen bij de kroeg twijfelden wij wederom aan ons vermogen tot spoorzoeken, daar wij werden verwelkomt door een rode loper. Vermoeid, ongeschoren, stinkend en in een overduidelijke toeristenmodus mochten wij na wat lullen toch naar binnen, hoewel onze namen niet op de gastenlijst stonden. Binnen probeerde ik een spoor van Laura te ontwaren in een omgeving van tapijt, cocktails en bejurkte en bekostuumde mensen, begeleid door trendy drum&bass van een diskjockey van twijfelachtige geaardheid. Na een tijdje kwam Laura uit een soort knuffelkamer en bleek het dat wij toch in de juiste toko waren beland. Kennelijk was er een feestje…
Na een telefoontje met mijn financieel adviseur besloot ik af te zien van de Dom Perignon cocktail van 150 dollar en vond ik mijn heil in een pauper glas bier. We babbelden wat af en na een tijdje vertrok Laura met haar vriendinnen richting vreetchinees en verlieten ook wij het pand.
Teruggekomen op het Observation Deck voor een prachtig uitzicht over Melbourne bij nacht, kwam er eindelijk een telefoontje van Sandro’s vrienden, waar wij zouden verblijven (zij waren net geland, na een weekje Tasmanië). Ik twijfelde even aan mijn Duits toen ik Sandro verwonderd hoorde vragen “Um die ecke?”, maar mijn kennis van het Zuid-Limburgs bleek gegrond, daar de mannen inderdaad vrijwel om de hoek woonde. We hadden dus een gratis verblijfplaats in het absolute centrum van Melbourne, met uitzicht op de wolkenkrabbers. Hoera!

De volgende dag togen wij naar The Melbourne Cricket Ground, Australië’s grootste stadion, voor een heuze pot Footy (Australian Rules Football). Met een capaciteit van 100.000 toeschouwers is dit stadion op zijn minst indrukwekkend te noemen. En doordat het voor deze wedstrijd voor 80% gevuld was werden de indrukken nog meer gewekt.
Het was de historische wedstijd Carlton – Essendon, twee Melbourne suburbs. Het spelverloop was absoluut uniek en de kranten noemden de wedstrijd één van de beste ooit gespeeld. Na het eerste kwartier (dat overigens een half uur duurt), stond Essendon voor met 80 tegen 16 of zoiets. Een besliste wedstrijd. Toch wist Carlton uiteindelijk te winnen met één goal voorsprong, da’s pas commitment.
De sport is een soort kruising tussen rugby en voetbal en wordt gespeeld op een reusachtig veld. Het duurt lang en heeft veel regels, maar gelukkig kon Laura ons het één en ander uitleggen. De foto’s geven hopelijk een kleine indruk.

’s Avonds pleegden we een stapje in St. Kilda, vergezeld door 4 locals. We zagen daar een koppeltje de liefde bedrijven en een conflict dat op het punt stond drastisch te escaleren. Een typische avond in St. Kilda, volgens onze gidsen.

De volgende dag hebben we zowaar gewinkeld, in de mode-hoofdstad van Australië. Ik ben nu in het trotse bezit van een heuse RipCurl broek en een Aussie wear shirt. Ik ben bijna klaar voor mijn naturalisatie.

Road trippin’ – Phillip Island
Maandag haalden we de huurauto op. Tot onze grote vreugde was er geen 3-deurs el-cheapo Hyundai Getz meer beschikbaar en kregen wij voor hetzelfde geld een 5-deurs automatisch geschakelde Mitsubishi Lancer met Airco, Abs en Cruise Control. Met het stuur aan de rechterkant moesten wij linksgeoriënteerd het centrum van Melbourne verlaten. Niet de makkelijkste opgave met het drukke verkeer en de abundante trams die je dwingen alle vermogen tot logisch denkwerk overboord te gooien, bij een beoogde bocht naar rechts. Afijn, ondanks dat we met onze ruitenwissers de richting aangaven (die hendeltjes zijn natuurlijk ook omgedraaid), kwamen we onbekrast de stad uit, op weg naar onze eerste bestemming; Phillip Island.

Elke avond bezoeken tientallen kleine pinguïns het strand van Phillip Island, om te kijken naar de wereldberoemde Human Parade: Grote groepen mensen staan op houten loopbruggen in de kou naar het water te staren en houden dat geruime tijd vol. In hun ogen is nog steeds de pijn te zien van het betalen van de hoge entreeprijs en deze pijn wordt versterkt door het heersende verbod op foto’s maken. Verveling slaat toe, omdat er eigenlijk niet zo veel te zien is en er ondanks de hoge entreeprijs niet eens iemand is die een interessant verhaal vertelt, of op andere wijze de onredelijke investering probeert goed te praten. Al met al is het een fantastische ervaring, voor de kleine, schattige, onschuldige pinguïns en ze kijken volledig gratis hun ogen uit.

Teleurgesteld reden wij verder op het anderzijds prachtige eiland op zoek naar een barbecue en een parkeerplek voor onze auto, tevens onze hotelkamer. In het toeristische doch idyllische Cowes vonden wij een openbare barbecue alwaar wij een significant deel van een koe hebben verorberd, om af te sluiten met diverse lappen kangoeroe. Met uitzicht op strand en oceaan enerzijds en een briljante sterrenhemel anderzijds (allen gratis), waren wij de pinguïndeceptie al gauw vergeten. Na nog een Possum in het wild te hebben gezien keerden wij terug naar de auto, alwaar wij werden bevestigd in ons vermoeden dat Aziaten geen comfort kennen, laat staan in hun auto’s verwerken. Doch, geïnspireerd door ons mooie uitzicht en een paar welverdiende pilseners, vatten wij de slaap.

Er moest ontbeten worden en omdat wij graag op echte Aussies willen lijken, getuige het kangoeroevlees, moest ook het ontbijt een Aussie tintje krijgen. Dit tintje was afkomstig van zuiver Australisch broodbeleg: Vegemite.

Vegemite, mijne dames en heren, is zonder twijfel de smerigste substantie die ik ooit met mijn tong beroerd heb. Met het uiterlijk, de geur en de smaak van het oorsmeer van Dhr. Ahmadinejad is dit waarschijnlijk het enige voedsel dat de ph-waarde van de maagsappen doet stijgen. De geur alleen al doet tranen verdampen, en bij contact met smaakorganen wordt het hele lichaam doordrenkt van zuur/zoute emotie. Een geluid van aaneengesloten medeklinkers ontsnapt aan de samengetrokken lippen en het gezicht vertrekt in manieren die tot dan toe onmogelijk werden geacht.
Geconcludeerd kan worden dat Vegemite puur kwaad in een potje is, en we hadden het kunnen vermoeden, van een fabrikant die zichzelf ‘Kraft’ noemt…

Om deze lijfstraf snel achter ons te laten hervonden Sandro en ik onze jeugd en onschuld in de speeltuin. Na deze korte full body work out stapten wij weer terug in bed, om verder te rijden richting het Zuid-Oosten.

Road Trippin’ – Wilsons Promontory National Park
Al enigszins gewend aan het links rijden vonden wij in ruim twee uur tijd het Zuidelijkste puntje van Australië (wanneer je Tasmanië even niet meerekent). De weg was prachtig, slingerend, heuvelachtig en bezaaid met bordjes die waarschuwde voor overstekende kangoeroes, wombats, koala’s en emu’s. De omgeving was kurkdroog. Het had in dat deel van Victoria al een paar maanden niet geregend en dit was duidelijk te zien. Er gold een code 4 waterrantsoen en de brandweer was in de hoogste staat van paraatheid.
Het park is een reusachtig bebost berggebied waar vele hikes van een halve dag tot drie dagen zijn uitgezet. Wij kozen de Lilly Pilly Gully Nature Walk, daar de Lonely Planet ons massa’s aan tam wildlife beloofde. Helaas bleef het aantal gespotte dieren beperkt tot één lelijke vogel. Ook de rest van het pad was een teleurstelling. Bos, bos en nog eens bos, met weinig afwisseling voor de niet-botanist.
Na een aantal uren lopen, kwamen wij aan op de top van Mount Bishop op 319 meter hoogte. En daar werd onze inspanning beloond. Het fantastische uitzicht over het park en de zee behoren ongetwijfeld tot één van de mooiste uitzichten die ik ooit heb mogen aanschouwen. Uiteraard vonden wij dit nog niet genoeg en we besloten wat rotsen te beklimmen, (op een manier die men die mij liefheeft ongetwijfeld zenuwachtig had gemaakt). Het uitzicht werd er alleen maar beter op en ik hoop dat de foto’s dat enigszins over kunnen brengen, ondanks het felle tegenlicht.

’s Avonds reden wij een lange weg terug naar het vliegveld van Melbourne, om in een weiland in de omgeving onder belangstelling van een paard, een tweede oncomfortabele, koude nacht in de auto door te brengen.

Road Trippin’ – Great Ocean Road
Woensdagochtendvroeg haalde we Zack van het vliegveld, vers uit Tazzie (Tasmanië). Gedrieën zouden we in twee dagen de Great Ocean Road rijden.
Om ook hier wat culturele bagage mee te geven: De Great Ocean Road is het grootse oorlogsmonument ter wereld, ter nagedachtenis aan de eerste wereldoorlog. Na afloop van deze oorlog had Australië zo’n tien procent van de bevolking verloren (als ik me niet vergis) en waren de mannen die terugkwamen van het front tamelijk werkloos (er hoefde immers in Australië niks heropgebouwd te worden). Een slimme politicus kwam toen met de voorloper van de Melkertbanen en hij liet al deze veteranen een weg aanleggen, veelal uitgehouwen uit rots, langs de Oceaan in Zuid-Victoria. Een prima beslissing voor het land, want jaarlijks rijden miljoenen toeristen deze adembenemende kustroute, wat natuurlijk aardig wat brood op de spreekwoordelijke plank brengt.

Ook hier spreken foto’s hopelijk weer voor zich. Laat me slechts zeggen dat ik ongelooflijk mooie dingen heb gezien, dat ik geleerd heb geen ruzie te maken met de oceaan, die ontzettend ruig is daar (de kust ligt bezaaid met vergane schepen) en dat ik later aan zee wil wonen. Niet van dat laffe grijze, golfloze, koude Noorzeewater, maar een fatsoenlijke, blauwe surfoceaan met zonnebadende topmodellen die het verkrijgen van een egale lichaamstint over het gehele lijf, met uitzondering van de hoofdhuid, als levensdoel beschouwen.

De overnachting tussen beide dagen deden wij in Apollo Bay, in een hostel met ontzettend comfortabele bedden. Eindelijk, een fatsoenlijke nacht, al was hij natuurlijk weer kort.

Melbourne 2
Donderdagavond kwamen we terug aan in Melbourne, in dat prachtige, luxe appartement. Na weer een korte nacht leverden we ’s ochtends vroeg de auto in, 1500 kilometer dichter bij afschrijving, om vervolgens de laatste geheimen van Melbourne te ontrafelen.
Melbourne is een geweldige stad. Anders dan Syndey heeft het niet de superbekende attracties, maar het heeft wel de sfeer. De Melburnians zijn terecht ontzettend trots op hun enigszins Europees aanvoelende stad, waar altijd wat te doen is. Eén van de dingen die de stad tekenen zijn de trams die persoonlijke verplaatsing erg makkelijk maken.
Toch zijn er wel degelijk bezienswaardigheden. Eén daarvan is de 19e eeuwse Carlton Gardens met daarin het prachtige gebouw, gebouwd voor een wereldtentoonstelling, in diezelfde eeuw.

’s Avonds zou er grondig gefeest worden. Mijn nieuwe Duitse vrienden legden ons eerst een drinkspelletje uit, welke een duidelijke invloed zou hebben op de rest van de avond. Het is een geinig, simpel spelletje, met een spel kaarten, maar ik kan aanraden het alcoholische tijdverdrijf met bier te spelen in plaats van met wijn.
Danig beschonken zijn we vervolgens naar een feestje van uitwisselingsstudenten geweest waar ik een paar zinnen Italiaans heb geleerd die ik me niet meer kan herinneren, en ik in ruil daarvoor de Italiaanse heb uitgelegd hoe je in het Nederlands vertelt dat je je oma kwijt bent. Ze had talent.
Tevens had Sandro nog een Jack-Ass avontuur met een winkelwagentje, die helaas niet op de gevoelige plaat is vastgelegd (wel vol op zijn gevoelige plaat) en beloofde ik aan iedereen dat ik binnenkort langs zou komen, in al hun landen.
Vervolgens werd het uitgaanscentrum van Brunswick Street bezocht en zijn we tot laat in één of andere club blijven hangen, waar ik iedereen ben kwijtgeraakt om stomtoevallig weer iemand tegen te komen bij het aanhouden van een taxi. Wel zo handig, daar ik geen sleutel had.
Al met al was het een geweldige avond, maar helaas niet onvergetelijk. Ik moet jullie de details dan ook schuldig blijven. Wel weet ik nog precies hoe dat leuke spelletje werkt en die kennis neem ik, samen met het potje Vegemite, mee als souvenir, voor jullie, mijn vrienden.

De volgende dag; zaterdagmiddag, werd er weer teruggevlogen, teneinde zaterdagavond eindelijk weer in een comfortabel bed te liggen (de bugs lijken doodgegift te zijn), voor een fatsoenlijke nacht na een geweldige vakantie.

Rugby
In onze afwezigheid werden er in Newcastle kaartjes voor ons gekocht voor de rugbywedstijd Newcastle Knights tegen de Brisbane Broncos. Deze wedstrijd was tevens het afscheid van de beste rugbyspeler allertijde, die vanwege ernstig nekletsel zijn carrière moest beëindigen.
Het stadion zat stampvol, ruim 25000 mensen (stelt niet zo veel meer voor, na de Cricket Ground in Melbourne te hebben gezien), maar helaas zorgde dit er wel voor dat de laatste beschikbare kaarten, onze plaatsen, in het alcoholvrije gedeelte waren.
Het kijken van zinloos geweld is toch net even wat leuker met een pot bier erbij en alle kinderen rond ons heen hielden ons ook een beetje uit een aggresief meelevende sfeer. Toch wel weer leuk om te zien.

Op de terugweg werden we geconfronteerd met een meisje dat aan de andere kant van het perron een kerel aan het berijden was. Gewoon, op een bankje, in het volle licht, met een oudere treinwachtende vrouw ongemakkelijk in de buurt. De tweede keer dat ik openbare seks zie binnen een week, beide keren zonder er zelf een actieve rol in te spelen. Ik moet iets fout doen…
Hoe dan ook, we konden het natuurlijk niet laten om vanaf het andere perron wat flauwe grappen te maken, op een geluidsniveau dat voor hen nog net te horen was. Het werd de knaap wat te veel en alle gelaatsuitdrukkingen van genot maakten al snel plaats voor een frons van concentratie en onzekerheid. De ‘dame’ in kwestie probeerde in volle vaart het bloed op de juiste plaats houden, maar haar inspanningen bleken vergeefs.
Na afgestapt te zijn, vroeg ze de gechoqueerde oudere vrouw schaamteloos om een sigaret. Vergeefs. Ook vroeg ze aan ons of wij misschien wat nicotinerijk naspel konden verzorgen, maar bezorgd om haar gezondheid besloten wij dit niet toe te kennen, daar roken de gezondheid van haar mogelijke ongeboren vrucht wel eens zou kunnen schaden.
Grappig volk, die Australiërs…

Tot zo ver mijn avonturen. Rest mij nog een aantal dingen mede te delen:
Ik heb nog steeds geen apparatuur, wat dus betekent dat het slecht gaat met mijn stage.
Mijn langere verblijf is nog niet helemaal rond. Ik moet eerst nog een flinke pot ruzie maken met Gulf Air, die alle vormen van service en gezond verstand, samen met de vluchten van en naar Sydney, hebben afgezworen.
Hoe het ook zij, over een weekje of vier zit het eerste deel erop, en ga ik grandioos reizen, zelfs al moet ik uit financiële overwegingen mijn lichaam verkopen.
Het is mij een genoegen u mede te delen dat het zojuist is opgehouden met regenen.
Ik heb vele foto’s toegevoegd. Behalve het nieuwe album ‘Melbourne en omgeving’ met alle subalbums, staan er ook een paar nieuwe items in ‘Rugby League matches’.
Om de reizen ook geografisch een beetje te kunnen volgen heb ik op deze pagina een kaart gezet, waarop ik aangeef waar ik ben geweest. Tenslotte ook eindelijk informatie op deze pagina, hoewel dat voor de meeste van jullie weinig nieuws zal zijn.

Tot zover, ik groet u allen en tot de volgende keer maar weer!